Vakantie tips

louka in ethiopie(deze blog staat ook op onze website ennuonline)

De vakantietijd komt eraan, ik ga met het hele gezin naar Ethiopië waar we ook gewoond hebben dus heel spannend. Op de foto mijn dochter met de buurtjes die we ook nu gaan opzoeken. Wifi schijnt niet overal heel goed te zijn in Ethiopië maar toch hoop ik dat we af en toe online kunnen. Ik vind het zelf wel lekker bij te blijven met mijn mail zodat ik na de vakantie niet schrik. Ga jij in je vakantie online of juist een aantal weken offline? Ik sprak laatst iemand die verslaafd is aan sociale media maar in de vakantietijd bewust niet online gaat. Hier een aantal suggesties hoe je #ennuonline slim kunt gebruiken om goed vakantie te vieren.

Voor je vakantie

  • Maak gebruik van de online communities waar reizigers ervaringen delen om je voor te bereiden. Zoek op Fora tips over je vakantiebestemming. Zo is er bv. waarbenjij.nu waar veel reizigers bloggen. Zoals dit verhaal over Lalibela waardoor ik weer even besef dat in Ethiopië veel mensen achter je aan gaan lopen…Lonelyplanet is ook een goede start, waar je ook fora hebt per land, de country forums.
  • Zoek en boek online.  Tripadvisor en Airbnb ken en gebruik je waarschijnlijk al. Via Airbnb kun je alternatieven vinden voor een hotel zoals een heel huis huren. Hier kun je via de reviews van andere mensen voorkomen dat je op een vervelende plek terecht komt.
  • Wil je nog even een taal bijspijkeren? Gebruik een site als duolingo.
  • Gebruik ook apps om je voor te bereiden. Zo kun je met de world customs en culture app over gewoonten leren (ik kon hem zelf niet vinden, alleen in de US store?) of met de compare cultures app kun je twee landen vergelijken.
  • Hulp bij het inpakken? http://www.inpaklijst.nl/ of http://www.mijnvakantiechecklist.nl

Tijdens je vakantie

  • Heb je je pinpas laten liggen in de automaat (mij overkomen toen de automaat het geld gaf voor de pinpas, wat in nederland andersom is)? Of paspoort kwijt? Je kunt kopieën meenemen maar helemaal handig is je belangrijke documenten scannen en op Evernote bewaren. Zo kun je er altijd bij mits je wifi hebt.
  • Wil je lekker offline blijven? Het is ook een idee om als bedrijf of professional geen stilte te laten vallen door Tweets of Blogposts in te plannen. Je kunt een gouwe ouwe plaatsen, vooruit bloggen. Of vraag een gastblogger op je blog.
  • Wil je wel graag delen, dan kun je bv. een reisblog schrijven voor de thuisblijvers. Maak een blog aan op wordpress.com, blogger.com of op waarbenjij.nu
  • Gebruik apps als everplaces om leuke plekken te vinden. Al staat Ethiopië daar nog niet op.
  • Stuffyourrucksack als je in contact wilt komen met lokale charities.

Na de vakantie

  • Heb je last van after blues? Hier nog wat tips om het vakantie gevoel vast te houden, door bv. reisblogs te lezen of alvast je volgende vakantie te plannen!
  • Hou je niet zoals ik je inbox bij op vakantie? Dan hier tips hoe je na je vakantie weer door je mailberg heen komt zonder meteen weer op vakantie te willen… Overigens meld ik me altijd af voor alle LinkedIn groepen voor de vakantie.

Jij nog handige tips/ aanvullingen? Deel ze hieronder!

Posted in cool tools | Leave a comment

Screenagers, generatie X en technologie

foto

Ik was vorige week bij een avond georganiseerd door NVO2 en connect over generatieleren en het was een hele leuke avond vol met dit soort dialogen:

Hoe zou het zijn om een organisatie te werken zonder jongeren?”

Oudere: “Ik zou het heel saai vinden!

Oudere: ” en hoe zou dat andersom zijn, een organisatie zonder oudere generaties?”

Jongere: “ik zou het geklaag best missen!:)

Edna Walhain en Emiel Nijenhuis van Koffie en bubbels gaven achtergrondinformatie over de generaties. Behalve screenagers (geboren 1985 en 2000, opgegroeid met internet) en generatie X (geboren 1955- 1970 – de mijne! opgegroeid met de dreiging van de bom) die er vooral aanwezig waren zijn er nog de Babyboomer (geboren tussen 1940-55, ook wel de protestgeneratie) en de pragmatische generatie: geb 1970-1985. De kenmerken van een generatie hebben alles te maken met de formatieve periode wanneer de mensen uit deze generatie tussen 15 en 25 jaar oud zijn. Zo zijn de screenagers opgegroeid met internet en chaos en generatie Y tijdens de oliecrises en het ijzeren gordijn en protesten tegen de atoombom. Dit brengt wel degelijk een manier van kijken en werken met zich mee. Hoewel de discussie ook ging over of iets een generatieverschil is of een levensfase geloof ik wel dat je generatie een bepaalde manier van kijken en werken met zich mee brengt. Technologie kwam regelmatig terug als thema.

foto5

Stelling  Zonder jongeren blijven organisaties niet bij met technologische ontwikkelingen. Bij de uitwisseling bleek dat we het hier eigenlijk wel mee eens zijn. Jongeren zijn vaardig in het omgaan met nieuwe technologieën en flexibel in toepassingen zoeken. Ze gaan zelf op zoek naar de beste programma’s. Een opmerking: de ouderen moet de nieuwe programma’s aanleren en jongeren laten technologie voor zich werken. Oudere generaties zijn opgegroeid met het idee dat technologie en software duur en schaars is, terwijl het nu overal aanwezig, goedkoop en voor iedereen te gebruiken. Een belangrijke verklaring voor het omarmen van sociale media en samenwerkingstechnologieën is dat het aansluit bij de manier waarop jongeren willen werken. Ze willen kennis zoeken en delen, netwerken. Dit past bij eigen ideeën over organiseren en communiceren, niet via de hiërarchie maar via snel bewegende netwerken die continue in verandering zijn. Echter, lang niet in alle organisaties lukt het om met jongeren wel innovatie in manieren van werken op gang te krijgen. Dit hangt af van het aantal jongeren (1 stagiaire gaat het verschil niet maken) en ook van de ruimte die jongeren krijgen om invloed uit te oefenen. Het is niet evident dat in een hiërarchische organisatie naar de junior geluisterd gaat worden. Dit is logisch vanuit de gedachte dat je ervaring nodig hebt om mee te kunnen praten.

Ik geloof zeker in de generatieverschillen en de overtuigingen erachter, hoewel ik natuurlijk ook van het delen en ontwikkelen ben (en de online tools). Uiteindelijk ben ik bijvoorbeeld veel langzamer dan jongeren. Met flappybird kom ik echt niet verder dan 4 hops terwijl mijn dochter al op 150 zit. Ook herken ik wel een aantal overtuigingen bij mijzelf zoals het belang van ervaring. Ga het eerst maar eens doen en toepassen voordat je mee gaat praten over een onderwerp. Wat ik eruit mee neem is dat we met Ennuonline ook wat bewuster de link naar andere generaties kunnen maken. Ook binnen opdrachten zal ik wat scherper kijken naar verschillende generaties. Verder merkte ik dat men ervan uit gaat dat jongeren technologie wel in de vingers hebben – maar dat is mijn ervaring overigens helemaal niet. Ze krijgen het wel snel onder de knie maar er valt nog veel te leren ook voor jongeren over bijvoorbeeld Personal Knowledge Management.

 

Voor meer informatie over generatieverschillen zie oa:

Posted in creativiteit, diversiteit, leren in organisaties | Leave a comment

My first infographic: sociaal leren in organisaties

Mijn eerste zelfgemaakte infographic!

Ik was benieuwd naar hoeveel bedrijven al gebruik maken van slim online uitwisselen binnen de organisatie, sociaal leren. Ik zie dat medewerkers vaak thuis wel facebooken, facetimen, appen en van allerlei sociale media gebruiken maar binnen de organisatie met collega’s heel anders communiceren- toch vooral via vergaderingen. Soms is er geen tool met het gemak van Facebook, een intranet forum kan veel onhandiger zijn. Ook hangt het samen met de cultuur van het bedrijf, als mensen niet gewend zijn samen te werken en uit te wisselen zullen ze dat online ook niet snel gaan doen, ook al zijn de tools er wel. Zo hebben veel bedrijven wel Yammer wat wel hetzelfde gebruikersgemak biedt als Facebook. Wist je dat Nederland voor Yammer een heel belangrijk land is?

sociaal leren in organisatie

Wat je ziet in de infographic is dat 70% van de mensen sociale media gebruiken (bron: CBS, 2013) ongeacht opleidingsniveau. Echter, maar 34% van de bedrijven gebruiken sociale media voor kennisuitwisseling binnen de organisaties. Veel vaker (68%) is de marketing afdeling actief met het benutten van sociale media. Gek dat marketing hierin zo voorop loopt? Ik zie dat al jaren en heb het nooit goed begrepen.

Het onderzoek van Evolve naar interne sociale media voegt daar nog wat interessants aan toe: als er wel geïnvesteerd wordt in kennisuitwisseling via sociale media intern (ook wel online communities genoemd) dan is in 70% van de gevallen de communicatieafdeling betrokken. Zelf werk ik met een organisatie samen met de communicatie en opleidingsafdelingen (HRD) en ik zie dat HR grote toegevoegde waarde heeft. Qua platformen worden eigen sociale intranetten gebruik, of Yammer, LinkedIn en Facebook worden ingezet voor interne communicatie. Voorbeelden van nederlandse platformen zijn WorkVoicesWinkwaves en Plek.

Nog belangrijker: slechts 37% heeft de taak van community manager of facilitatie benoemd en bij 1 of meerdere personen ondergebracht. 36% van de organisaties heeft niemand aangewezen en 24% vrijwilligers of 2% stagiair. Wat een onderwaardering van deze belangrijke taak!

Overigens zijn er nog meer manieren om naar sociaal leren in organisaties te kijken, meer in samenhang met een leercultuur en reflectie maar daar zijn nog minder cijfers over bekend.

Wil je ook zelf een infographic maken? Ik kan piktochart zeker aanbevelen! Hier nog een interessante infographic over hoe HR bezig is met sociale media.

Bronnen:

Posted in faciliteren van leernetwerken, leren in organisaties, organisatie2.0 | Tagged , | Leave a comment

Organiseer geen workshop: ga fietsen!

Ik deed vorige week mee aan een internationale webinar van de ASTD en kreeg spontaan feedback over Europeanen. Het webinar heette ‘what makes multi-cultural training different?’ en ging over het faciliteren van internationale groepen online. Een deelneemster deelde haar observatie dat Europeanen ‘zo weinig gewend zijn aan technologie‘. Als zij Europeanen in haar cursussen heeft gaan al haar bellen rinkelen dat ze meer ondersteuning moet geven! Ik herken het verschil wel. Ik zie hoe de meeste Amerikanen en Canadezen met gemak een webinar organiseren of online hele verhalen ophangen. In Nederland zie ik toch nog maar mondjesmaat vernieuwing.

Amsterdam beweegtCreative Commons License FaceMePLS via Compfight

Het is wel een beetje een stokpaardje van mij ‘als je niet kunt fietsen is lopen altijd sneller‘ – Stel dat je als trainer/adviseur uitgenodigd wordt een team te helpen met timemanagement – wat doe je dan? Je organiseert een workshop omdat we dat zo gewend zijn (= lopen). Maar het kan ook anders, door online te beginnen bijvoorbeeld, of online tools slim in te zetten tijdens de workshop om andere gesprekken te faciliteren of het helemaal online te organiseren (fietsen). Omdat je als trainer niet kunt fietsen ga je het ook niet doen…

Een mooi voorbeeld uit mijn praktijk: ik ben gevraagd om een team te helpen wat gedeeltelijk in Canada en gedeeltelijk in Nederland zit. De vraag was om een middag workshop in Nederland te organiseren, en dan later dezelfde workshop in Canada na te laten doen onder leiding van een deelnemer hier. Na wat denkwerk besloot ik dat ik het belangrijk vond om met het hele team te werken om zo een gezamenlijk leerproces door te maken en elkaar beter te gaan begrijpen. Dus nu is het 2 weken online geworden met een videoconferentie sessie met het hele team van 3 uur lang. Ik denk dat veel andere adviseurs voor de middag workshop waren gegaan, maar ik denk dat dit een veel betere interventie is, met meer impact op het team en de samenwerking.

Ik schreef al eerder over sociale media als instrument voor trainers en de nieuwe mindset die er nodig is om breder te ontwerpen dan de bekende workshop. Hier vind je de 5 overtuigingen waar ik over blogte. Ik werk zelf nu al minstens 8 jaar intensief online .. ik vermoed dat je zelf wel veel ervaring moet hebben voor je het echt als gelijkwaardig gaat inzetten. Dat veranderproces zit best diep.

Wil je meer leren over online faciliteren ? Meld je aan bij de LOSmakers groep op LinkedIn of doe mee met onze workshop ‘je training nog sterker met sociale media’ op 25 april. Of nog eerder: ‘ontwerp je blended leertraject in 1 dag‘ op 11 april

Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren | Tagged | Leave a comment

Met technologie internationale samenwerkingsissues oplossen is een mythe

Yvonne van der PolDit interview heb ik ook op Ennuonline geplaatst.

Yvonne van der Pol werkt vanuit haar bedrijf Luz azul trainingen, advies & coaching aan intercultureel vakmanschap. Ze heeft in 2013 de leergang Leren en veranderen met sociale media gevolgd. In de leergang heeft ze een blended leertraject over interculturele effectiviteit ontwikkeld, zowel in-company als in open inschrijving. Het optimaliseren van werkrelaties van mensen uit verschillende culturen is de kern van haar werk. We leven in een ‘global village’ door internet. Ik ben benieuwd wat we van haar kunnen leren over intercultureel online werken….

Vanwaar je interesse in intercultureel vakmanschap?

Ik heb Sociologie van de niet-westerse samenlevingen gestudeerd en heb 10 jaar in internationale samenwerking gewerkt. Al op mijn 18e jaar ging ik naar de Verenigde Staten, dan kom je in een andere cultuur en moet je je aanpassen. Ogenschijnlijk lijken er veel overeenkomsten, maar onder de oppervlakte zijn er grote verschillen. Toen ik later in Costa Rica onderzoek deed, stuitte ik weer op andere interculturele uitdagingen.  Ik gaf bijvoorbeeld een presentatie waar kritiek in zat en de volgende dag zei de directeur geen goedemorgen meer. Dat zet je wel aan het denken over het belang van communicatie en interculturele vaardigheden. In een andere cultuur gelden heel andere vanzelfsprekendheden en manieren om de wereld te ontcijferen.

Is intercultureel samenwerken een vaardigheid die inmiddels sterker ontwikkeld is door alle ontwikkelingen op internet van de afgelopen 20 jaar?

DeepCultureModelHet lijkt inderdaad of we nu in een global village leven, internet legt een verbindingslaag over de hele planeet. Echter, dat is alleen oppervlakkig zo. Er is verschil tussen oppervlaktecultuur en dieptecultuur (zie Deep culture model of intercultural adjustment van Joseph Shaules). Wat betreft oppervlaktecultuur zijn we inderdaad dichter bij elkaar gekomen; in een game zit bijvoorbeeld een Amerikaanse of Chinese situatie. Zo krijgen jongeren eerder andere dingen en andere culturen mee dan vroeger. Echter het diepere begrip en vakmanschap ontwikkel je er niet mee. Het is de illusie dat met globalisering interculturele competenties vanzelf meekomen– integendeel zelfs, soms nemen beeldvorming en vooroordelen alleen maar toe. Tegelijkertijd is het zo dat het ontwikkelen van intercultureel vakmanschap steeds belangrijker wordt omdat veel meer werk internationaal is, van tuinbouw tot detailhandel, van wetenschap tot onderwijs.

De vraag is: in hoeverre ga je elkaar beter begrijpen? Neem de samenwerking rond wikipedia. Die communicatie is heel talig – hierbij hebben native speakers een voorsprong op niet-native speakers. Tegelijkertijd kunnen native speakers zich soms minder inleven in  mensen die zich onvoldoende genuanceerd op detailniveau kunnen uitdrukken.

Een ander voorbeeld: de open data beweging. Er is veel te doen om meer transparantie van data. Belangrijk is dat dit ook uit een culturele overtuiging voortkomt. Als je uit een regime komt waar je niet veilig bent, kan er veel angst zijn voor het online delen van informatie en ervaringen. Als je deze onderstroom niet meeneemt in je aanpak voor open data, dan blijkt het project misschien toch minder doeltreffend dan gehoopt… Meer hierover kun je lezen op Yvonne’s blog.

In hoeverre maakt nieuwe technologie internationaal samenwerken met partners of klanten in andere landen makkelijker of moeilijker? Waarom?

De nieuwe technologieën maken het zeker makkelijker, je kunt werken met Skype,  webinars, email, Yammer, en andere tools, dat is zeker praktischer dan 20 jaar geleden.  Maar je  moet het wel goed organiseren.

Het is een mythe dat met technologie de samenwerking over grenzen heen wordt opgelost. Technologie kan het ook vertroebelen: iedereen blijft vanuit persoonlijke en culturele veronderstellingen werken. Mensen denken snel dat samenwerking met technologie is op te lossen. Belangrijk is dat het altijd gaat over het creëren van vertrouwen om effectief samen te kunnen werken. De nieuwe technologie is fantastisch maar je moet leren om daarin samen te werken. Dat is hetzelfde als altijd: je moet alert blijven- op de menselijke interactie, letten op de non-verbale communicatie in het virtuele team. Komt er geen antwoord omdat de technologie niet werkt of omdat iemand om andere redenen afhaakt? En hoe krijg je daar vervolgens de vinger achter?

Kunnen we ook iets leren van het interculturele vakgebied voor het werken met nieuwe media? Is er een parallel te vinden tussen actief leren zijn in een nieuwe cultuur en leren om gaan met een nieuwe technologie ?

Er zijn wel parallellen te trekken tussen het leren omgaan met nieuwe media en het bewegen in een nieuwe cultuur. Het gaat in beide gevallen om een nieuwe situatie waarin je de codes niet kent. Je hebt behoefte aan kennis over hoe het werkt en hoe je zelf je weg daarin leert kennen. Weten van jezelf hoe je reageert in dit soort situaties is belangrijk – hoe open-minded, leergierig, flexibel, doortastend ben je?

Schermafbeelding 2014-02-24 om 21.26.23Ik werk met de online assessmenttool de Intercultural Readiness Check die is gebaseerd op drie domeinen: Connect, Perform en Enjoy. In die interculturele competenties (zie diagram) zit wel een parallel met het omgaan met nieuwe media –zoals hoe ga je om met onzekerheid? Sommige mensen gaan eerder mee met iets nieuws dan anderen. Maar ook: hoe verbind je je online met elkaar en hoe werk je effectief met elkaar?. Je zou dus makkelijk kunnen stellen dat Connect, Perform en Enjoy geldt zowel voor persoonlijk intercultureel vakmanschap als het omgaan met nieuwe media.

Posted in interculturele communicatie, introductie van nieuwe media | Tagged | Leave a comment

De olifantenpaadjes van een leerkring

Ik heb de afgelopen 3 maanden een leerkring gefaciliteerd over duurzame energie. We gebruiken in dit geval de term leerkring maar soms wordt ook de naam leernetwerk, kenniskring of community of practice gebruikt. Ik startte met een gesprek met de initiator, als een ontwerpgesprek. We bespraken oa. wie uit te nodigen, rollen in te vullen, online uitwisselen of face-to-face? Het is niet makkelijk deze besluiten allemaal al vantevoren te nemen. Er waren ook verschillen: ik vond het belangrijk breed uit te nodigen maar de initiator wilde liever met een voormalige werkgroep beginnen. Ik was wel bezorgd of het allemaal zou kunnen werken. Mijn grootste zorg was dat er binnen 3 maanden een advies zou moeten liggen en mijn angst was dat het ipv een leerkring in een projectgroep zou veranderen. Wat voor mij belangrijk is dat professionals kunnen leren van elkaar over hun praktijk zodat er individueel en collectief geleerd wordt. Uiteindelijk zette ik mijn zorgen opzij en gingen we gewoon aan de slag – wel afgesproken dat de 3 maanden een soort start periode waren om daarna het vervolg te bepalen.

De dynamiek in de leerkring

Het volgende gebeurde in de 3 maanden:

  • Een aantal mensen kwamen nooit opdagen..
  • De initiatiefnemer werd ziek en kon niet deelnemen aan de bijeenkomsten, echter, 2 anderen bleken een groot belang te hebben (een coordinator en iemand uit de stuurgroep) bij het onderwerp en werden eigenlijk mede-facilitatoren.
  • Een groepje professionals vonden elkaar, komen altijd en hebben ook veel contact tussen de bijeenkomsten door.
  • Eén persoon realiseerde zich dat zijn praktijk niet helemaal matcht met de focus van de leerkring, hij stuurde een collega die makkelijk aansluiting vond.
  • The groep was verdeeld over het nut van online uitwisselen, dus vooral email en online surveys werden gebruikt. De online surveys waren voorheen onbekend maar was een goede nieuwe starttool omdat meteen de meerwaarde werd ervaren. Eén deelnemer nam later het initiatief voor een LinkedIn experiment. En last but not least (verrassing voor mij!)
  • Het was vrij makkelijk om de individuele leervragen te combineren met de vraag voor advies vanuit de organisatie. We maakten een inventarisatie van de belangrijkste praktijkvragen, stelden hier prioriteiten in en gebruikten dit als basis voor een praktijkonderzoek en advies. Eigenlijk werd het wel gewaardeerd dat er een praktische vraag om advies lag.
  • 3 maanden was erg kort, maar we kregen de flexibiliteit om het traject iets langer te maken. Naar het einde konden we samen brainstormen over het vervolg.


De olifantenpaadjes 

Ik heb al eerder geblogd over the balance between design and emergence in communities. Ik leerde de term olifantenpaadjes kennen tijdens een MOOC over verandermanagement door SIOO. Een feest der herkenning! Dat bedoelde ik met mijn foto en altijd mooi als er al een naam voor bestaat. Olifantenpaadjes zijn de weggetjes die mensen nemen om van  A naar B te komen, buiten de reguliere paden (zie mijn foto hier uit de wijk).  Er is een  mooie  video van 14 minuten over olifantenpaadjes, De 3 maanden van ‘aan de slag’ was precies een mooie periode om een hoofdpad te nemen en de olifantenpaadjes van deze leerkring te ontdekken, zoals het profiel van de mensen die zich wel en niet in het onderwerp herkennen. Maar ook de leeractiviteiten die aanslaan – het moet wel snel wat opleveren.

Ontwerp versus zelf-organisatie

De ervaring met deze leerkring heeft me wel over mijn angst voor strak ontwerp heen geholpen. Ik was altijd bang om niet voldoende ruimte voor zelf-organisatie te bieden in een leerkring (of community of practice). Je kunt best met een duidelijk ontwerp starten, die biedt houvast bij professionals die resultaatgericht zijn. Zolang je maar genoeg oog hebt voor de olifantenpaadjes.

Posted in change management, faciliteren van leernetwerken, informeel leren | Tagged , , , | Leave a comment

Over schoenmakers en hun (eigen!) leest

leestIk heb al jaren orthopedische schoenen. Je mag dan je eigen schoenen ontwerpen. De eerste schoenparen was het een frustratie dat ze er niet zo uit zien zoals je in je hoofd had; meestal te orthopedisch natuurlijk… Nu weet ik dat de uiteindelijke schoen niet precies op mijn ontwerp zal lijken en vind ik het prima. Ik ga overstappen van de ene schoenmaker naar de andere schoenmaker, van Utrecht naar Den Haag. Daarom vroeg ik de schoenmaker of hij de leest kon opsturen naar de nieuwe schoenmaker, dat leek me logische en efficiënt. Iets met het wiel niet opnieuw uitvinden of in dit geval de leest.

De schoenmaker wilde zijn leest niet aan de andere schoenmaker sturen. Hij vertelde dat iedere schoenmaker zijn eigen manier heeft van leesten maken er zijn subtiele verschillen in hoe je dat aanpakt. Hij zou zelf nooit met een oude leest willen werken maar liever een nieuwe maken. Zijn leest van dezelfde voet zal toch anders zijn dan die een andere schoenmaker maakt. Dit verraste mij, het leek mij zo handig als buitenstaander om de leest te delen.

Het zette me wel weer aan het denken over hoe moeilijk het is om materiaal tussen delen tussen professionals, en te leren van elkaar’s unieke manier van werken. Ik heb een keer een vak gegeven met de draaiboeken van een andere docent, maar ging toch iedere keer dingen weer aanpassen en bijna zou je liever van nul beginnen. Hoewel de praktijk van bv. trainers voor buitenstaanders op elkaar lijkt zijn er veel subtiele verschillen die het werk van een professional uniek maken (en professionals eigenwijs). Met Sibrenne Wagenaar werk ik veel samen in Ennuonline. We maken wel eens samen een prezi, en dan is het lastig voor mij om het deel wat zij gemaakt goed toe te lichten, en dat terwijl we al jaren intensief samenwerken.

Deze week had ik de derde sessie van een leerkring en een deelnemer vertelde me dat hij twee andere deelnemers helemaal had ‘gevonden’. Ze wisselen veel uit met elkaar en over hun projecten. Ik geloof sterk in het nut van communities/leerkringen, langere tijd met elkaar in gesprek zijn. Alleen zo leer je hoe een andere professional het aanpakt. Al had ik niet het idee dat deze schoenmaker iets wilde leren van zijn collega – hij weet zelf wel hoe hij het wil doen.

Posted in faciliteren van leernetwerken, kenniswerker2.0, professionals | Leave a comment

Tools voor netwerk analyse – van makkelijk tot moeilijk

Ik ben dit jaar in social network analysis gedoken en ontdekt nog steeds nieuwe dingen en tools. Maandag doe ik examen bij de Coursera MOOC over SNA. Hoewel dit redelijk wetenschappelijk is leer je wel weer nieuwe manieren van kijken. Morgen heb ik een webinar over social netwerk analyse met een groep die ook wel aan de slag wil zelf. Ik heb daarom wat netwerk tools op een rijtje gezet van MAKKELIJK tot MOEILIJK. Makkelijk wil zeggen dat je zo aan de slag kunt, moeilijk wil zeggen dat je wel met een tool moet leren werken voordat je een goede analyse kunt maken.

Eerst is wel belangrijk om een verschil te maken tussen EGOnetwerk analyse en netwerk analyse. EGOnetwerkanalyse is het in kaart brengen van het netwerk rond 1 bepaald persoon (meestal jezelf!). Netwerk analyse is het in kaart brengen van een bepaald netwerk, bv. een vrienden netwerk of een LinkedIn groep of zoals ze in de cursus doen een netwerk van dolfijnen. Er zijn wel een aantal makkelijk tools waarmee je je eigen netwerk op sociale media in kaart kunt brengen.

niveau1NIVEAU 1 Makkelijk

Dit zijn dingen die je kunt doen om je eigen online netwerk te analyseren wat je in een verloren uurtje kunt doen

    • Egonetwerk analyse LinkediN maps. Met LinkedIn maps kun je met 1 klik je netwerk in kaart brengen (behalve als het te groot of te klein is). Het levert meteen een kaartje in kleur op. Het is een goede oefening om eens te kijken welke netwerken die kleuren vertegenwoordigen. Met welke mensen zou je je netwerk willen uitbreiden? 

facebook netwerk touchgraph nov 2013

  • Egonetwerk analyse van Facebook met Touchgraph. Ook hier kun je met kleurtjes zien welke subnetwerken er zijn. Bij mij zijn het vooral mijn oude IICD netwerk en KM4dev/CPsquare netwerk. Mijn vrienden netwerk is het magere groene netwerk. Vandaar dat ik niet zo actief ben. Met touchgraph kun je inzoomen op belangrijkste netwerk, foto’s weglaten of juist laten zien.  Vergelijk deze 2 plaatjes die allebei met touchgraph zijn gemaakt.

NIVEAU 2 Gemiddeld
niveau2Niveau 2 zijn tools die je wel even onder de knie moet krijgen. Trek er eigenlijk maar een dagje voor uit, of vraag iemand die de tools al kent om je te helpen. Het zijn wel gratis tools, zowel Gephi als NodeXL kun je gratis downloaden. NodeXL werkt alleen met windows en werkt binnen Excel. Er zijn veel tutorials te vinden voor beide programma’s.

  • Egonetwerk analyse Facebook met Getnet  http://snacourse.com/getnet en Gephi. Je kunt je eigen Facebook netwerk ook downloaden en in Gephi laden. Dan kun je er meer analyses op loslaten dan met Touchgraph. Zo kun je bv. kijken wie de belangrijkste centrale figuren zijn in jouw netwerk. 
  • twitter netwerk toekomstglbNetwerk analyse met NodeXL eg. Twitter Hashtag. Met NodeXL kun je veel met social media netwerken, ik heb nog lang niet alles uitgeprobeerd. Het handige is dat je via NodeXL ook de data op kunt halen. Zo kun je een Egonetwerk analyseren door bv. @joitske gegevens op te halen. Maar je kunt ook het netwerk rond een hashtag in kaart brengen. Ik wil er nog wel wat meer mee doen. Het is wel zo dat het ophalen soms lang duurt omdat Twitter maar toestaat dat er een bepaald aantal gegevens per 15 minuten wordt gedownload. Zie als voorbeeld het plaatje hierboven van @toekomstGLB. Zelf worstel ik nog wel met hoe je de labels goed kunt laten zien.

niveau3NIVEAU 3 Moeilijk

Netwerk analyse met Netdraw en Gephi. Als je een geheel netwerk wilt analyseren is het handig als je weet wat bv. centrality measures zijn. Het analyseren van een heel netwerk vergt een goed begrip van verschillende kenmerken en ook van de mogelijkheden van de programma’s. Zowel Netdraw als Gephi zijn open source en gratis te downloaden. Hiervoor moet je flink investeren in netwerk begrippen en de software.

  • Netwerk analyse met Gephi. Het interessante van Gephi is dat je er allerlei berekeningen mee kunt doen, zoals het gemiddelde aantal linken binnen het netwerk berekenen. Echter dit kun je pas goed interpreteren als je het vergelijkt met andere netwerken. Zie hieronder een voorbeeld van Gephi. Screen shot 2013-11-26 losmakers gephi
  • Netwerk analyse met Netdraw. Tot nu toe vind ik Netdraw het fijnste programma door de vele mogelijkheden die het biedt om te visualiseren en in te zoomen. Maar niet een programma was je in een uurtje onder de knie hebt.

Hier de presentatie op slideshare

Posted in netwerken, social network analysis, sociale media | Tagged | 4 Comments

Ontwerpen van blended trajecten: inspiratie uit de ontwerpfactor

Ik heb het boek De Ontwerpfactor gelezen, geschreven door Marguerithe de Man. Zij heeft een schakeljaar stedenbouw en landschapsarchitectuur gevolgd wat haar inspireerde tot dit boek. Marguerithe zit bij ons in de leergang leren en veranderen met sociale media dus is het extra leuk het te lezen. As. donderdag mag ze afzwaaien maar we houden natuurlijk nog even geheim of ze het certificaat gaat halen …ontwerpfactor

Ik vond het leukste van het boek dat het ruimte en lucht geeft. In ons eigen boek En nu online hebben we het over 4 ontwerpfasen voor het ontwerpen van een blended traject. Na het lezen van dit boek denk ik dat we wat meer oog kunnen hebben voor de eigenheid van trainers en adviseurs in het ontwerpproces. Dit bleek ook eigenlijk gedurende de dag waarin deelnemers een eigen blended leertraject ontwerpen – de meesten waren er nog niet aan toe om echt aan een ontwerp te maken. Het echte ontwerpproces is veel rommeliger en heeft veel (bedenk-)tijd nodig. Een mooie zin uit het boek: “de uitdaging is om je eigen proces te ontdekken voor je eigen vraagstukken. Hét ontwerpproces bestaat niet.”

Een aantal dingen die ik zeker uit het boek meeneem voor het ontwerpen van blended leertrajecten:

  • De metafoor van beton en waaibomenhout. Wat moet je vastleggen en wat kun je nog openlaten? Voor een blended traject: liggen de doelen vast of kunnen de deelnemers die mee vormgeven? Ligt het platform vast (een besloten online platform) of kunnen er ook online zijpaadjes bewandeld worden via andere media? Ik denk je als ontwerper de toolkeuze in eigen hand kunt houden maar ook de touwtjes wat losser kunt laten. Mooi vind ik hierbij leren van ontwerpers in stedenbouw.hek
      In onze eigen wijk ontstonden allerlei paadjes omdat de route naar het winkelcentrum voor wandelaar en fietser niet logisch was. Ga je dan een hek bouwen zoals ze bij ons hebben gedaan of pas je je ontwerp aan? Ik hoop zelf dat ik zo flexibel ben, maar bij dingen waarvan je heel overtuigd bent als adviseur is dat misschien ook niet altijd zo. Ik zou nu mensen adviseren na te denken over het beton en waaibomenhout. Of het hekje.
  • Het middelontwerp. Voor mij is dit een nieuw begrip. Het is het fabricagevoorschrift van een product. Bij een blended traject heb je geen fabricagevoorschrift maar het kan nodig zijn om een aantal aannames duidelijk te maken – hoe zelfstandig mensen bijvoorbeeld moeten zijn of in hoeverre je ze gaat helpen als ze vastlopen. Dit kun je in een intakegesprek doen. Het kan ook gaan om goede instructies voor een online platform als dat uitbesteed is. Het is nieuw voor mij en hier moet ik nog over nadenken.
  • Het werken met personas of ijkpersonen. Dit is iets wat ik herkende uit mijn eigen ervaring -het is krachtig om te werken met personas – iemand waar je voor ontwerpt. Ik heb dit in één traject met een ontwerpteam gedaan. Dit werkte heel goed want telkens legden we het traject naast Marjan en Kees. Bij het werken met personas maak je een schets van een gebruiker die je een naam geeft. Het is niet een persoon maar een aantal personen in de gehaktmolen. Bij het ontwerpen van  een blended traject is het heel sterk om een aantal personas voor je te zien met verschillende voorkeuren hebben en vaardigheden in online werken. Hoe gaan deze persona’s door je traject heen? Waarom heb ik het niet vaker toegepast? – wellicht omdat het toch een stap is die extra tijd lijkt te kosten?
  • Hoe belangrijk is sfeer? Dit is ook iets wat we van designers kunnen leren, de sfeer is ook belangrijk. Ik heb nogal eens de neiging te werken met de tools die er zijn, bv. Sharepoint, of LinkedIn omdat ik graag werk met het bekende gereedschap, waar natuurlijk ook wel iets voor te zeggen is. Echter, daarmee is het lastig de sfeer te creeëren die ik zou willen. Zelf hou ik daarom nog steeds wel van Ning, omdat het makkelijk is een eigen sfeer te bepalen online in zo’n platform. Dat dan een afweging. Door het boek plaats ik sfeer wat hoger op de criteria bij het kiezen van tools. Ook heeft bv. Twitter versus Google plus een eigen sfeer.
  • Tussenruimtes. Architekten werken ook met de ruimtes tussen gebouwen. In blended trajecten moet je schakelen tussen online en face-to-face maar ook in de ruimte ertussen. Last je rustweken in bijvoorbeeld?
Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren | Leave a comment

Maak het onzichtbare zichtbaar met social network analysis (SNA)

Samen met Koen Faber, Josien Kapma en Niels Schuddeboom vorm ik een groepje professionals die social network analysis wil duiken en wil leren hoe je dit kunt toepassen en wat de waarde is. Het afgelopen half jaar hebben we al veel geleerd, ontdekt en uitgewisseld. Erg fijn om het zo samen te kunnen doen, dat stimuleert wel. Ook brengt iedereen zijn eigen inzichten en bedenkingen mee. 4 weken geleden heb ik me aangemeld voor MOOC about social network analysis (interessant maar ook wel erg wetenschappelijk ingestoken). Ik was het bijna vergeten maar toen ik van Koen hoorde dat de eerste opdracht was het analyseren van je eigen facebook netwerk kreeg ik er wel zin in, en nu ga ik zelf voor het certificaat!

Voor de zomer kwamen we samen en blogten over een aantal vragen:

  • Josien blogte over de balans tussen ‘de plaatjes’ en het gesprek over de plaatjes tussen netwerk leden. Het is zowiezo goed om af en toe een gesprek over het netwerk te hebben, maar was is daarbij de rol van de SNA plaatjes? Zou een snelle tekening niet hetzelfde werk kunnen doen? Een snelle tekening kost veel meer tijd en moeite.
  • Koen vroeg zich af hoe je de SNA visualisaties kunt gebruiken als tool voor een reflectie? en ook of een visualisatie van een netwerk kan laten zien welke mensen het netwerk echt beïnvloeden – wie beïnvloed de publieke opinie?
  • Ik had drie vragen: Kun je ook een netwerk analyse doen via social media zonder een aparte survey uit te doen? Hoeveel tijd kost een SNA en staat dit wel in verhouding tot de opbrengsten? En hoe maak je het proces participatief – hoe betrek je de leden van het netwerk?

We hebben samengewerkt in 3 verschillende netwerk analyses. In de 3 analyses zaten al veel verschillen, voor elke analyse hadden we echt andere vragen. De context was ook anders, in één geval het begrijpen van het netwerk om een LinkedIn groep te versterken in een ander geval een evaluatie van een netwerk van 7 jaar oud. Het aantal mensen wat de surveys invulde varieerde ook flink van 55 tot bijna 900. De tools waren onasurveys in combinatie met Netdraw voor de analyse. Verder heb ik NodeXL gebruikt om een twitter hashtag en account te analyseren. In de MOOC werken we veel met Gephi voor analyse van datasets. Bijna alle tools zijn gratis of niet duur (onasurveys is de enige betaalde tool).

Wil je er meer over weten? As. vrijdag 8 november is er een bijeenkomst van de netwerkprofessionals in Utrecht waar we over onze ervaringen praten.  Hier vind je meer informatie over de middag. The title is:

Social network analysis: alleen maar mooie plaatjes?

Hier alvast een voorproefje. Ik ben zelf erg onder de indruk van de kracht van social network analysis. Al is het wel een kunst of het praktisch te vertalen. 

* Social network analysis geeft een andere blik op een netwerk. Dit kan helpen om strategische besluiten te nemen voor netwerk ontwikkeling. Eerst even een korte anecdote om te illustreren wat ik bedoel: toen Koen naar mij toe kwam met de trein vertelde ik hem dat je met de tram kunt, of via centraal en dan met de randstadrail. Echter, hij kwam met de bus. Ik heb zelf een hekel aan bussen, je moet er altijd op wachten is mijn ervaring… dus ik dacht niet aan de bus als optie. Echter, de OVplanner heeft geen afkeur van de bus en kwam keurig met deze optie. Dit vind ik wel een mooie analogie voor wat SNA kan doen voor een netwerk. Hoewel leden en coordinatoren altijd hun eigen observaties hebben, en het netwerk soms heel goed kennen, zijn er altijd vooroordelen en dingen die je mist of kleurt. Het netwerk plaatje is ook niet ideaal (de kwaliteit hangt af van hoeveel mensen het invullen, hoe goed de vragen zijn, hoe serieus mensen het invullen). Echter, het is wel een alternatieve constructie van het netwerk. In één casus was een donor uitgenodigd. Hoewel de leden veel conclusies al wel op het netvlies hadden, waren ze heel trots dat hun werk, hun netwerk zichtbaar werd. 

* De investering in tijd valt reuze mee. Je zult niet in alle gevallen investeren in SNA, maar het kan wel veel opleveren.  Als ‘rule of thumb’ gebruik ik nu 5 dagen werk voor een SNA wat gaat zitten in ontwerp survey, uitvoeren, analyseren en bespreken resultaten.  Ik ben erg onder de indruk hoe makkelijk het is met de gratis programma’s al moet je zo’n programma wel goed leren kennen. Verder kun je als je minder tijd hebt, ook een korte methode kiezen. Het is heel makkelijk om een twitter netwerk in NodeXL te voeren of een facebook account te analyseren. In een dag of halve dag kun je ook al wat doen.  

* De kern activiteit van een netwerk analyse moet zijn het werken met de netwerkleden en vertegenwoordigers. Genoeg over de tools – het gaat uiteindelijk wel om het werken met de netwerkleden en kern als je effect wilt hebben. En dat is toch wel een valkuil omdat de analyse vraagt om spelen met de gegevens en visualisaties. Zeker in het begin hoop je vooral dat dat allemaal goed gaat. Een les voor mij is wel om meer tijd in de afstemming te steken en in de debriefing. In de 3 cases planden we een debriefing variërend 1,5 to 3 uur, rondom interpretatie en analyse van de plaatjes (altijd teveel plaatjes!) Ik denk eigenlijk dat je minstens 2 sessies moet plannen – 1 sessie om een aantal visualisaties van het netwerk te laten zien en bespreken, en dan een korte samenvatting rondsturen voor de tweede sessie die focust op interventies. Aan de andere kant heb ik wel geleerd dat de rol van de ‘analyst’ ook heel belangrijk is. Een goede analyst haalt meer uit de analyse in voorbereiding van het gesprek met de netwerkgroep. 

*  Het is meer een kunst dan een kunde. De vragen die je stelt, de plaatjes die je maakt, zelfs de tools die je kiest, het beïnvloed allemaal de resultaten. Het kost wel wat ervaring om een goed gevoel voor de vragen en de analyses te ontwikkelen. 

Posted in netwerken, social network analysis | Tagged | Leave a comment