Online faciliteren afkijken van autoverkopers

Deze blog staat ook op ennuonline.com

autoWe hebben onlangs een andere auto gekocht, een tweedehands auto. We startten met een zoektocht op internet. Daarna gingen we een middag kijken bij autodealers in Leiden. De allereerste verkoper voldeed gelukkig volledig aan mijn vooroordelen van een autoverkoper: een man die al met pensioen was maar voor zijn lol in het weekend nog auto’s verkocht. Hij polste ons en merkte al snel dat mijn man wel gevoelig was voor station modellen en ik wel voor kleur, mijn dochter wil namelijk graag een rode. Zo kwam hij bij een rode Citroën, station model. Wat een geluk, de auto was 1000 euro goedkoper omdat niemand een rode auto wil.. maar dan moesten we wel snel beslissen. We konden meteen een proefrit maken. Ik hoorde al snel een raar geluid en zei tegen hem dat ik echt geen auto met een rare tik ging kopen. Hierop ging hij met ons mee in de auto, liet de motor hard draaien en zei: “hoor nou toch eens wat een prachtig geluid, een hele sterke motor“. Uiteindelijk hoorde hij de tik ook en legde uit dat dat slechts een reparatie van 5 minuten zou zijn. Lang verhaal kort: we hebben deze niet gekocht. We hebben bij een andere dealer gekocht. Die er echt een show van maakte toen we hem op kwamen halen: hij had hem ingepakt en wij mochten hem als kadootje uitpakken :).

Leren is toch iets anders dan auto’s verkopen? 

Ik las net een blog van Wilfred Rubens waarin hij uitlegt dat je niet alle lessen van Greenwheels en Thuisbezorgd.nl kunt toepassen op het onderwijs. Omdat onderwijs meer is dan content beschikbaar maken. Zo is het faciliteren van leren ook echt wel anders dan het verkopen van auto’s. Toch kunnen we iets afkijken denk ik. Lang geleden vond ik marketing mensen verkopers van gebakken lucht en geen ambachtsmensen. Echter, sinds het sociale media tijdperk ben ik steeds meer marketeers gaan volgen. Ze zijn verder met het gebruik van sociale media dan leerprofessionals, daar alleen al kunnen we van leren. Verder zijn ze goed in het bestuderen van mensen en hun gedrag en hoe je dat kunt beïnvloeden. 

Cialdini

Cialdini

Cialdini

Een van de marketingmodellen is het model van Cialdini met 6 beïnvloedingsstrategieën. Deze 6 zijn:

  1. Wederkerigheid – voor wat hoort wat. We begonnen met een kopje koffie.
  2. Schaarste – als er weinig is willen mensen het sneller hebben. Volgens de autoverkoper was dit aanbod alleen voor deze dag geldig.
  3. Autoriteit – de professor geloof je eerder dan de postbode. Hij benadrukte dat hij al zijn hele leven auto’s verkoopt. (helaas was dat voor mij een minpuntje 🙂
  4. Consistentie (en commitment) – als mensen eenmaal de eerste stap hebben gezet is de volgende makkelijker. Een proefrit…
  5. Consensus (Sociale bewijskracht)- als een schaap over de dam is volgen er meer. Verhalen over andere mensen die ook voor dit type auto kozen.
  6. Sympathie – Als je iemand aardig vindt wordt je sneller iets gegund dan wanneer iemand je niet mag (deze factor had mijn autoverkoper dan weer niet!)

In de leergang leren en veranderen met nieuwe media hebben we samen gekeken hoe je deze principes kunt gebruiken voor online en sociaal leren. Dit bracht een discussie op gang bracht over intrinsieke en extrinsieke motivatie. Mijn eigen conclusie daarin is dat je goed moet kijken en observeren wat mensen drijft, hoe hun motivatie werkt. Zo had mijn autoverkoper al snel door dat ik toch graag een rode auto zou hebben en mijn man gevoelig was voor een station model. Hoe kwam hij daarachter? Door gewoon te vragen wat we zoeken, door te vragen en te observeren bij welke auto’s we langer stil bleven staan. Dan is het onderscheid tussen intrinsiek en extrinsiek minder relevant. Het gaat uiteindelijk om het beïnvloeden van mensen.

Het bruggetje naar online leren

Het bruggetje tussen Cialdini en online leren is dat we bij online leren te maken hebben met allerlei extra afleidingen die je bij een face-to-face dag minder hebt. Bij een online workshop of webinar bijvoorbeeld, ben je altijd maar 1 klik van je email verwijderd.  Ik heb zelf net een drie-weekse online cursus over business en human rights gefaciliteerd, en de betrokkenheid liep van week 1 tot week 3 terug, van hoog naar laag. Het is best een uitdaging om de aandacht van drukke ambtenaren vast te houden. Ik vind het nog steeds een uitdaging dat je online sterk beslagen ten ijs moet komen om mensen te boeien. Vertrouwen op de eigen motivatie van deelnemers is daarbij niet genoeg.

 Motiveren voor online leren – tips van autoverkopers

Wederkerigheid – voor wat hoort wat

  • Deel zelf als eerste een verhaal waar deelnemers wat aan hebben zodat ze ook een verhaal willen delen of zorg dat er al interessante documenten staan voordat je deelnemers vraagt om documenten online te delen. Je kunt ook van tevoren al iets interessants delen
  • Geef ze een kadootje, bv. een factsheet en vraag daarna of ze de evaluatie in willen vullen

Schaarste – als er weinig is willen mensen het sneller hebben

  • Stel een platform of content bepaalde tijd open. Zo was er een MOOC over digital badges die maar 48 uur open was
  • Selecteer deelnemers op basis van criteria, een beperkt aantal mag meedoen
  • Zorg dat het platform na de cursus meteen dicht gaat in plaats van nog 2 maanden open blijft

Autoriteit – de professor geloof je eerder dan de postbode

  • Nodig experts uit waar deelnemers veel respect voor hebben als gastsprekers, of om feedback of masterclasses te geven
  • Laat belangrijke mensen een oproep doen om mee te doen en het ook af te maken
  • Gebruik het evaluatie cijfer van de cursus om het aan te prijzen

Consistentie (en commitment) – als mensen eenmaal de eerste stap hebben gezet is de volgende makkelijker

  • Start met een simpele vragen online, bijvoorbeeld een makkelijke introductie online, een uitnodiging om jezelf voor te stellen en een vraag voor de volgende te verzinnen werkt goed.
  • Stel deelnemers vooraf een aantal vragen, bv of ze een voorbeeld willen delen online en of ze de cursus af gaan maken. Hierna zullen ze zich er eerder aan commiteren.

Consensus (Sociale bewijskracht)- als een schaap over de dam is volgen er meer

  • Nodig achter de schermen een aantal mensen uit om alvast te reageren online, dan is het makkelijker voor de volgenden
  • Benadruk wat er goed gaat, dus bv. 80% heeft meegedaan aan het eerste webinar, ipv doe volgende week eens mee want de opkomst viel tegen
  • Werk met likes of best content – zo kun je laten zien welke inhoud gewaardeerd wordt en dit benadrukken

Sympathie – Als je iemand aardig vindt wordt je sneller iets gegund dan wanneer iemand je niet mag

  • Maak persoonlijk contact, bijvoorbeeld via de mail en wees oprecht geïnteresseerd in de vragen en omstandigheden van je deelnemers
  • Zorg dat je online zichtbaar bent door bv een video of foto van jezelf te plaatsen en een positieve uitstraling en toon hebt in je communicatie
  • Geef complimenten

Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren, online interactie | Leave a comment

Blogkermis: hoe ik online kennis en ervaringen deel

Dit is mijn bijdrage aan de tweede Blogkermis van de LOSmakers. In een blogkermis blogt iedereen die mee wil doen over hetzelfde onderwerp. Het onderwerp is deze keer online kennis en ervaringen delen. “We hebben het allemaal over het belang van DoenDenkenDelen en kennisdelen, ook online, maar wie doet het nu werkelijk? En als je het niet doet, waarom doe je het dan niet?” Wil je ook meedoen ? Lees hier de spelregels. De deadline is 15 november.

Ik ben even terug gaan zoeken naar mijn allereerste blogpost – dat is toch wel de start van mijn online carrière geweest. Op 24 oktober 2005 (precies 11 jaar geleden!) ging mijn eerste blogpost de lucht in met de titel “I did it!” schermafbeelding-2016-10-25-om-16-39-44Ik weet nog wel dat het heel spannend was om iets het internet op te gooien. Er staat een foto van mijn fiets bij – geen idee waarom :). Waarschijnlijk vond ik dat al persoonlijk genoeg. Zoals je kunt zien zijn er 4 positieve commentaren, deze komen van mijn collega’s in een online cursus over faciliteren. Ik ben namelijk begonnen omdat ik geïnspireerd was door het blog van Beth Kanter die samen met mij in deze cursus zat. Deze commentaren gaven mij de moed om door te zetten, tenminste iemand die het las… Want dat was wel het enge aan bloggen.

Ik kreeg daarna wel eens vragen van mensen die zich afvroegen hoe het mij lukte om zo persoonlijk en vlot te schrijven – een toon tussen een artikel en een kletspraatje in. Ik denk dat ik schreef voor het kleine groepje van mijn cursus en niet voor “iedereen op het internet”. Ik had al snel door dat het waarschijnlijker is dat je blog door niemand wordt gelezen dan door iedereen die op internet zit. Wat ik mooi vond was schrijven over duidelijke onderwerpen waar ik nieuwsgierig naar was en zo iets moois op internet op te bouwen wat echt van mij was. Wat ik meemaakte was dat ik commentaar van onbekenden kreeg (op het blog maar ook per mail), dat iemand zei bij het voorstellen face-to-face – “oh jij bent Joitske van Lasagna en chips!” (zo heette mijn blog) en dat ik commentaar kreeg van de auteur waarvan ik een boekbespreking had gedaan. Of dat ik merkte dat mijn blogpost ergens in een cursus terecht was gekomen door het hoge aantal klikken vanuit dezelfde cursusomgeving. Lees meer details over mijn eerste blogperiode in my pathway into blogging.

img_4855Nu 11 jaar laat krijg ik niet meer zo veel adrenaline van een reactie op mijn blog. Het is gewoner geworden, maar ook juist onderdeel van mijn routines. Het aantal plekken waar ik online deel is uitgebreid (zie tekening), de online plekken waar ik veel deel variëren van publiek naar meer besloten. Twitter en Youtube screencasts zijn belangrijk geworden maar ook LinkedIn groepen die meer besloten zijn. Verder heb ik naast mijn eigen blogs een blog voor Ennuonline, ons bedrijf. Toch blijft mijn blog bijzonder omdat mijn eigen persoonlijke plek is, het voelt anders, minder marketing gericht. Ik vind nog steeds het leukste als je vanuit een community gevoel kunt delen, wetend dat er een kerngroep is die het leest, dan weet je ook beter wat je moet delen. Dit bereik je natuurlijk makkelijker in de geslotener Yammer en LinkedIn groepen. Pinterest zou je eruit kunnen laten, is wellicht niet eigen kennis delen maar meer cureren.

De uitdagingen die ik zie/voel zijn:

  • Met zoveel online plekken en volgers weten wat je waar wilt delen dan wel vragen – laatst stelde ik een vraag op 3 plekken maar dan moet je ook met de antwoorden op 3 plekken aan de slag. De antwoorden uit 2 besloten communities waren relevanter dan via het openbare Twitter.
  • Een balans vinden in delen en lezen/ reageren – met blogs lukt dat me wel, daar lees ik meer dan dat ik schrijf, maar met Twitter vind ik het nog wel een uitdaging met zoveel lijsten. Ik probeer daarom wel elke dag op iemand te reageren.
  • Blijven delen over de praktijk. Het is soms makkelijker om over een artikel of de 10 tips om.. te bloggen dan over je eigen ervaringen. Toen ik startte met bloggen speelde dat minder omdat ik in het Engels blogde en niet bekend was. Met meer bekendheid in het Nederlands is het soms lastig over een klant te bloggen zonder dat het langs de communicatieafdeling moet voor goedkeuring. Hiermee samen hangt het dilemma om te schrijven vanuit een expert rol of vanuit een eerlijke praktijkverkenning. Met de 10 tips zet je jezelf meer neer als expert terwijl je met een eerlijk praktijkverhaal dichterbij de werkelijkheid komt en zo meer waarde toevoegt. Ben ik van overtuigd!

Grappig genoeg is tijd voor mij nooit zo’n uitdaging geweest- ik vind het belangrijk en dus maak ik er tijd voor. Het levert mij ook veel op en is deel van mijn routine. Een maand niet geblogd is een maand niet geleefd :).

Posted in bloggen, kennismanagement, kenniswerker2.0, personal branding | 2 Comments

Boek in plaats van blogs

voorkant-defIk zie dat mijn laatste blogbericht al bijna 4 maanden geleden is. Ik kijk vol bewondering naar het blog van Wilfred Rubens die ik bijna lezend al niet kan bijhouden… De reden dat bloggen er niet echt van is gekomen is vooral dat ik met Sibrenne Wagenaar een boek heb geschreven met de titel ‘Leren in tijden van tweets, apps en likes‘. We hebben hier bijna anderhalf jaar aan geschreven. Ik vond het super leuk om te doen, maar het kost wel behoorlijk wat tijd, naast gewone opdrachten, onze leergangen en privéleven. Het was ook zeker een moeilijker boek om te schrijven dan ons vorige boek En nu online wat in gaat op hoe professionals, teams en organisaties sociale media kunnen gebruiken.

Leren in tijden tweets, apps en likes is meer beschrijvend en gaat in op de veranderingen in de maatschappij als gevolg van sociale technologie, om daarna in te gaan op de professional, de kansen voor organisatie en wat dit betekent voor leerprofessionals. Wat leuk is dat we al snel een groep van 20-25 mensen hadden die wel mee wilden denken. Het schrijven van dit boek leek wel wat op boetseren van een model (wat ik één keer heb gedaan). We zijn brainstormend begonnen en daarna de rode lijnen eruit gaan halen. Dit aangevuld met praktijkverhalen. Uiteindelijk hebben we elk van de vijf delen wel een keer of acht herschreven! Zo ga je steeds beter lijnen zien en waarom je iets geschreven hebt.

In deze blog wil ik graag op een rijtje zetten wat het boek mij aan nieuwe inzichten heeft opgeleverd:

  • Ten eerste de term sociale technologie die zo mooi de lading dekt. Deze wil ik echt vaker en consequenter gebruiken, die hou ik erin. We begonnen binnen Ennuonline bijna 10 jaar geleden te praten over ‘web2.0’ daarna ‘sociale media’. Gevolgd door nieuwe media. Het mooie van de term sociale technologie is dat het woord sociaal terug is. Dat is toch onze focus en passie. We zijn geen experts in individuele e-learning modules.
  • Ten tweede vind ik het mooi dat we onderscheid hebben gevonden tussen verschillende typen professionals: Knowmads, Googlers, Followers en Hobbyisten, terwijl we begonnen met de knowmads als ideaal type. Ik heb de types al in verschillende sessies gebruikt en het helpt te zien dat niet alle professionals hetzelfde zijn. Ik denk dat het een goed raamwerk is wat ik in mijn toekomstige werk veel ga gebruiken. Je kan de verschillende groepen op een andere manier benaderen. Informeel deden we dat al door bijvoorbeeld altijd op zoek te gaan naar de pioniers.schermafbeelding-2016-09-30-om-13-10-41
  • Ik zie duidelijker of begrijp beter waarom het vaak de communicatieprofessionals of ICT-ers zijn die zich op sociale technologie richten binnen de organisatie. Dit is wel een frustratie van mij. Veel leerprofessionals werken nog niet met een sociale bril op en hebben geen affiniteit met technologische ontwikkelingen. Ondanks de focus op 70-20-10. Ik denk dat leerprofessionals zich veel meer met sociale technologie in de organisatie moeten gaan bemoeien. Ik begrijp ook dat de technologie heeft geholpen om sociaal leren in beeld te brengen. Toen ik in 2005 begon met communities of practice, waren maar weinig organisaties geïnteresseerd. Er is nu veel meer buzz rond het leren in communities.
  • We onderscheiden verschillende stadia hoe organisaties sociale technologie omarmen, zoals de organisaties die zich richten op online en blended leren, versus sociaal leren. Dit is eigenlijk precies ook het onderscheid tussen onze leergangen. Het is nog wel een vraag waar we onze adviespraktijk op willen richten. Op beiden? Of moeten we ons specialiseren?
  • Social Network Analyse is voor mij wel een passie, maar vond ik altijd een buitenbeentje in mijn werk. Nu zie ik beter dat dit een super goede stap is binnen sociaal leren. Het moet alleen nog wat beter landen in de praktijk denk ik. Ik ga op zoek naar een situatie waar ik dit weer eens toe kan passen.
  • Ik zie nu ook dat er veel ontwikkelingen zijn in artificial intelligence, machine learning, experience API waar ik geen expert of ervaringsdeskundige in ben. Omdat ik het fijn vind altijd te praten en adviseren over iets waar ik zelf praktijkervaring mee heb weet ik niet zo goed wat ik hier mee moet.

Genoeg lessen om 1,5 jaar schrijven te rechtvaardigen?

ps. inmiddels is het boek uit! bekijk hier de video van de lancering of hoe je het boek kunt bestellen. 

 

Posted in sociaal leren, technologie | Tagged | Leave a comment

Learning analytics Light

scoresIs dit een gek plaatje? Ik las vorige week een blogbericht met een pleidooi dat we niet meer data nodig hebben bij online leren maar juist meer contact, empathie en maatwerk. Helaas heb ik hem niet bewaard.

Ik ben het er niet mee eens dat we niet meer aandacht voor data nodig hebben. Data werd tegenover menselijk contact gezet, of data analyse of persoonlijk contact en inzicht, terwijl je heel goed allebei kunt doen bij online leren. Bij verschillende online cursussen die wij in Curatr hebben georganiseerd zorgen we dat er goed gefaciliteerd wordt, mensen in contact komen met elkaar en met experts, maar maken ook gebruik van data om te weten wie er actief zijn, welke bronnen het populairst zijn en hoe groepen zich gedragen. Meestal bevestigt dit overigens je intuïtie of eigen observaties.

Samen met Sibrenne Wagenaar en Marlo Kengen heb ik het artikel Learning Analytics Light geschreven. Dit is de intro:

“Zomaar wat vooroordelen over learning analytics: ‘Je hebt complexe IT-systemen nodig om alle big data te analyseren.’ ‘Learning analytics is alleen interessant voor grote, internationale organisaties.’ De realiteit? Doorgaans kun je direct al beginnen, door je nieuwsgierigheid te volgen en te werken met gegevens die al voorhanden zijn.”

Het is juist een artikel voor begeleiders en ontwerpers van online leren die wellicht niet zo snel in data geïnteresseerd zullen. Precies omdat ze denken dat data tegenover een persoonlijke benadering staat. Nieuwsgierig geworden? Download dan het artikel learning analytics light. Laat in de reacties weten wat je eruit mee neemt of wat jouw ervaringen zijn.

Posted in bloggen, learning analytics, online faciliteren | Leave a comment

Blogkermis: Mijn social learning voorbeeld

blogkermisIk wilde al heel lang een blogkermis organiseren en heb eindelijk de stoute schoenen aangetrokken. Een aantal losmakers gaan bloggen over: mijn voorbeeld van social learning. Wil je ook nog meedoen? Word dan lid van de LOSmakers groep op LinkedIn, ga schrijven op je eigen blog en deel het online in de groep.

Waarom dit onderwerp? Ik merk dat er veel verwarring is over social learning: is het leren met sociale media? is het leren waarbij meer dan 2 personen betrokken zijn? Door het bloggen over voorbeelden lijkt me dat je mooi het gesprek aan kunt gaan over wat het wel en niet is. Ik lees nu het boek: How we learn van Knud Illeris – een artikel in het Nederlands over dit boek kun je hier vinden. Hij beschrijft drie dimensies van leren

  • de inhoud
  • de motivatie (drijfveren)
  • de interactie (impulsen uit de omgeving)

Deze drie dimensies zijn altijd onderdeel van een leerproces, en daarmee is sociaal leren eigenlijk altijd een component van leren, er bestaat geen ‘niet-sociaal’ leren. Dat maakt het natuurlijk extra lastig en verwarrend. Wel is het zo dat er bij de social learning stroming meer aandacht is voor deze component.

Genoeg theorie – nu naar mijn voorbeelden. Ik wil graag twee van mijn eigen voorbeelden naast elkaar zetten. Een voorbeeld van voor het sociale media tijdperk en een voorbeeld van nu, zodat het verschil goed zichtbaar wordt.

Sociaal leren van adviseurs West Afrika

Een mooi voorbeeld wat nog steeds een inspiratie voor mij is, is de community of practice van SNV adviseurs in West Afrika van 2000-2003. Ik werkte toen in Sekondi-Takoradi in Ghana in een adviesteam. Advies geven en werken in zelfsturende teams was nieuw omdat SNV daarvoor vooral ontwikkelingsprojecten uitvoerde. Ik had een rol in het coachen van het team in de nieuwe manier van werken als adviseurs. Ongeveer 15 mensen maakten deel uit van de community of practice. Dit waren adviseurs die zich bezig hielden met de nieuwe adviespraktijk van SNV in andere landen zoals Benin, Mali en Kameroen. Ook Albanië hoorde bij ons omdat het geen partners had in Oost – Europa. Door de uitwisseling in de community begon ik bredere verbanden te zien, we ontdekten rode draden in onze ervaringen. Ik werd gestimuleerd om een case analyse van mijn eigen team te maken, iets wat tot veel nieuwe inzichten leidde. Ook werden we om advies gevraagd bij strategie ontwikkeling. Het had grote impact op mij omdat ik er veel leerde, me gehoord voelde. Ik denk ook dat het voor de organisatie veel opleverde via de innovaties die we deelden. We kwamen 2-3 dagen bij elkaar. Er was nog niet veel technologie ondersteuning als experimenteerden we met een email uitwisseling waarbij we alleen elk uur een nieuwe vraag kregen per mail, en met een Yahoo messenger chat.

Sociaal leren rondom social learning

Ik zie dat ik nu ook geïnspireerd wordt rondom social learning door allerlei mensen maar er is minder een duidelijke groep. Mijn basis is wel Ennuonline waarbinnen in samenwerk met Sibrenne Wagenaar en een groep erom heen. Daarnaast is een duidelijke afgebakende groep de CPsquare mensen (CPsquare bestaat niet meer), en de LOSmakers. Maar eigenlijk is het een hele grote fluïde groep mensen, die ik via blogs, Twitter, LinkedIn en Facebook groepen volg en in MOOCs tegen kom die mijn ideeën beïnvloeden maar ook wat ik doe. Zo las ik bij laatst een tip van Robin Good over een ebook tool waarmee ik nu een nieuw ebook aan het maken ben. Via de mailchimp groep op Facebook heb ik nu een idee hoe dit aan mailchimp te verbinden. Belangrijke mensen waarvan ik altijd de blogs lees zijn bijvoorbeeld Jane Hart, Beth Kanter, Harold Jarche, Ger Driesen en Wilfred Rubens. Daarnaast voeg ik regelmatig nieuwe mensen toe op Twitter of feedly. Vanuit deze groepen ontstaan ook af en toe samenwerkingen, zoals het groepje rond de teamhackathon of de meelees groep van ons boek. Het krachtigste is toch wel samenwerken of in gesprek gaan bij een netwerklunch, conferentie of meetup.

Als je deze twee voorbeelden vergelijkt, is het eigenlijk zo dat de interactie, de impulsen uit de omgeving heel erg veranderd zijn. Het aantal mensen dat mij beïnvloeden is veel groter geworden. De investering in de community in West Afrika was veel groter. Het voordeel van zo’n groot netwerk is dat je veel diversiteit zien, maar de valkuil kan zijn dat je minder diepgang krijgt doordat het sneller en vluchtiger is.

Posted in diversiteit, informeel leren, sociaal leren | Tagged | 4 Comments

Social learning circle onderzoekt social learning


Ik heb dinsdag op de Next Learning conferentie in Den Bosch een social learning circle begeleid. Het idee is leuk – een groepje mensen met interesse in hetzelfde thema maar die elkaar nog niet kennen ontmoeten elkaar om voor en na de sessies uit te wisselen. Ik denk dat dit heel erg helpt voor ‘sense-making’ en netwerken. Zo kun je meer uit een conferentie halen. Ik vind het initiatief super van de conferentie. Vaak hoor je op conferenties dat we ‘zo toch niet leren’ maar weinig initiatieven om iets nieuws uit te proberen. De learning circles is wel zo’n initiatief.

Het was een mooi voorbeeld van een sociaal proces – behoorlijk onvoorspelbaar! Het online voorstellen (via een Linkedin groep) verliep minder snel dan ik had gedacht, al gaf het me wel zicht op de groep, juist ook op het feit dat mensen die nog niet zo vanzelfsprekend vinden. Een aantal mensen die zich hebben aangemeld voor de circle heb ik nooit gezien, ook niet in Den Bosch. Een aantal anderen waren wel enthousiast en er ontstond een klein kern die ook na afloop wat bleef drinken en mee hebben gedaan aan het maken van de video, en in een whatsapp groep nog uitwisselen.

We hebben samen een video gemaakt die je hier kunt bekijken. Leuk om te zien dat iedereen weer een ander element naar voren brengt. Ik vond dit als vorm wel voor herhaling vatbaar. Ik heb het idee van 1 minuut video geïntroduceerd.  Online kwam de vraag naar voorbeelden langs.  In de ochtend hebben we afgesproken met de telefoon een 1- minuut filmpje te maken. Het zou wel helpen om iets meer tijd te hebben om dit met elkaar af te spreken, wij hadden nauwelijks 20 minuten en daarin moesten we ook nog kennismaken.

Petra Peeters noemt “mensen aanspreken op hun expertise en hun meedenkvermogen“, Marcel de Leeuwe vindt dat je bij social learning ook de interactie aan moet gaan, en dan media als video je dan soms de drempel over helpen. Kirste den Hollander is van de ‘biechtbox’, een box waarin je kunt biechten over je fouten. Zij denkt dat leren van fouten ook wel degelijk een sociaal proces is, je moet praten over je fouten zodat het anderen ook helpt niet dezelfde fout te maken. Hierbij is het belangrijk dat je open in gesprek gaat en dat mensen oordeelvrij kunnen luisteren. Als laatste is er de input van Anja, Phd student van Filip Dochy. Filip Dochy presenteerde het High Impact Learning (HILL model). Anja is enthousiast over het model en onderzoekt cultuur en leerklimaat. Er bestaan niet één leerklimaat, maar dit verschilt behoorlijk per afdeling of departement. Dus sociaal leren kan er anders uitzien binnen verschillende departementen van één dezelfde organisatie. Een goede reminder!

hill model

 

Posted in sociaal leren | Tagged | Leave a comment

Druk is het nieuwe roken

Mijn dochter uit 3VWO ging op snuffelstage en kwam terug met de observatie: “ze praten de hele dag, ik heb pijn in mijn kont van het vergaderen!” Dat is de reden dat ik blij ben zelfstandig te zijn- dan heb ik tenminste geen gedeelde agenda waar anderen een vergadering in kunnen plannen. Ik hou van ruimte om blogs te lezen, eens een nieuwe tool te kunnen testen of even tussendoor boodschappen te doen (en dan wel een goed idee krijgen ondertussen).

Helaas kreeg ik het zelf de de eerste 3 maanden van dit jaar ook te druk. Ik ben naar een conferentie geweest, schrijf een boek met Sibrenne, deed ontwerp en faciliteren van verschillende online cursussen en events, een netwerk analyse en daarnaast nog twee Ennuonline leergangen. Ik merkte meteen dat het invloed heeft op mijn lol in het werk. Maar ook op mijn gebruik van sociale media: ik kwam bijna niet toe aan het lezen van blogs, en deelde nog wel wat op Twitter maar kon niet veel lezen. Zelf bloggen voelde als een taak ipv leuk om te doen. Gelukkig is het vanaf deze week beter – en dit blogje gewoon lekker om te schrijven en niet een taakje.

Dit drukt me mijn neus wel op het aspect TIJD wat betreft leren als een knowmad met online netwerken en via sociale media. Als het mij in drukke tijden ook niet lukt terwijl het bij mij al helemaal in het systeem zit is het ook logisch dat het veel professionals in organisaties niet lukt. Verminderen van werkdruk is denk ik heel belangrijk als voorwaarde voor informeel, online leren. Maar super moeilijk te realiseren in deze tijd waarin professionals vaak meer moeten doen met minder mensen.

Wil je zelf minder druk zijn? In dit artikel ‘Alleen sukkels hebben het druk‘ staan goede tips zoals

  • Creëer concentratie
  • Plan je tijd in grote brokken
  • Durf niets te doen
  • Ontwikkel een ochtendroutine en
  • Doe niet alles

Zelf ben ik streng in het aantal opdrachten wat ik aanneem en ook wat ik er naast doe. Zo ga ik wel mee doen bij het Next Learning event omdat dat goed is voor zichtbaarheid maar heb een interview met studenten afgehouden.

Posted in kenniswerker2.0, leren in organisaties | Tagged | 2 Comments

Wat er verandert in de manier waarop we leren door technologie

Vorige week was ik op de Learning and Technologies conference in Londen. Het was inspirerend en ook heel gezellig. De Nederlands/ Belgische delegatie was een grote plus omdat je alles continue kunt bespreken en zo ontwikkelingen nog veel beter kunt interpreteren.

Tijdens een LOSmakers sessie over storyboarden had ik bedacht dat ik wel eens wilde experimenteren met videos ‘beyond the talking head‘.  Hieronder het resultaat en ik ben er trots op. Ik ben blij dat de tijd heb gevonden om het te editen maar vooral dat ik het met iphone heb geschoten en thuis de clipjes aan elkaar heb kunnen plakken in 1,5 uur. Daarvoor deed ik vaak talking heads omdat ik eigenlijk helemaal niet wilde editen. Nu zie ik dat je met ‘editing light’ toch wel een leuker resultaat krijgt. Zo heb ik de fast forward button ontdekt in imovie zoals je wel zult zien :).

Wat is er nu werkelijk vaan het veranderen in de manier waarop we leren als gevolg van nieuwe technologieën?
Dat is de belangrijkste vraag die ik meenam naar de conferentie. Soms heb ik het gevoel dat alles aan het veranderen is, maar andere keren, als ik hoor wat mijn dochters op school leren of als ik zie hoe belangrijk het is om face-to-face elkaar te ontmoeten heb ik het idee dat er niets verandert. Zoals je ziet in de video heb ik 4 personen geïnterviewd met een in één zin interview vorm. Ik ben verbaasd dat hun antwoorden behoorlijk verschillen. Echter, ze praten wel alle 4 over de gevolgen van het feit dat de informatie vrij beschikbaar op het internet.

“It is not about what you know but what you can find out”
David Kelly benadrukt “it is not about what you know but what you can find out“. Dat verschuift de macht van mensen die kennis hebben naar de mensen die weten waar ze kennis te vinden (en hebben netwerken). Dit heeft grote gevolgen voor de macht in organisaties en zelfs voor welke organisaties (of netwerken) overleven. In feite benadrukken Ger Driesen en Martin Couzins hetzelfde punt – met alle kennis stromen is het dan nog zinnig om een onderwerp te bestuderen voor 5 jaar? Zal leren verdwijnen en veranderen in weten waar en hoe je toegang tot informatie krijgt wanneer je het nodig hebt? Mirjam Neelen benadrukt de noodzaak om te leren leren in deze wereld van informatie-overload. Dit linkt weer terug naar David Kelly die zegt dat het belangrijk is dat je iets uit kunt vinden. Ger’s idee dat leren verdwijnt verwijst waarschijnlijk naar de snelle ontwikkelingen van artificial intelligence en de 10 things an algorithm can do which a teacher can’t. Computers kunnen nu ook al leren, zoals de machine die een Go kampioen heeft verslagen.

Ik vraag me af of het leren van een beroep of een 4-jarige studie overbodig wordt zoals Martin stelt. Wat denk jij? Hoe kun je de impliciete kennis op die nodig is voor een beroep? Als je studeert leer je ook de kernwaarden en kneepjes van een beroep wat verder gaat dan informatie alleen. Hoe zit het met het ontwikkelen van een unieke visie? Toch ben ik het eens dat de focus steeds meer zal verschuiven van leren als in het leren van feiten naar het analyseren, synthetiseren en zoeken. Het idee dat de manier waarop we leren beter door kunstmatige intelligentie kan worden gedaan is een eng idee. Ik zal deze ontwikkelingen zeker gaan volgen.

By the way Sibrenne en ik hebben ge-liveblogged  op ennuonline.com. Ben je geïnteresseerd in specifieke sessies zoals video for learning, artificial intelligenceusing your enterprise social network for learning (sessie met Jane Hart) of using heart and mind in online learning dan kun je deze teruglezen. Of lees over de sessie with Rudy de Waele about new upcoming technologies.

Posted in technologie | Tagged | Leave a comment

Video: beyond talking heads

Woensdag was er een LOSmakers meetup over video. Ondanks dat ik 4 keer ben nat geregend op heen en terug weg was het een heel inspirerende bijeenkomst. Leuk om uit te wisselen met anderen die ook met video experimenteren. Ik heb op de universiteit eens een film over de pre-historie gemaakt en daarvoor hadden we een echt montage kamer. Ik denk dat door smartphones en tools als periscope en screencasting video binnen het bereik van elke gek /trainer/ adviseur is gekomen. Leuk om mee aan de slag te gaan, maar het is ook nog wel weer tricky.. Zelf kom ik snel uit op een ‘talking head’ filmpje. Iemand interviewen en dat dan online zetten. Dit komt omdat ik editen ook nog wel veel tijd vind kosten en dus het liefst werk met videos die ik niet meer  hoef te editen.

Professional of zelf?

Een belangrijke vraag voor mij blijft wat doe je zelf en wanneer ga je een professionele filmer inschakelen? Soms hangt het ook van het budget af maar ik probeer in ieder geval te kijken naar hoe vaak je het filmpje kunt gebruiken en hoe snel de inhoud achterhaald zal zijn. Een mooie opmerking van Matthijs vond ik ook dat je gewoon zelf je uren moet draaien in het maken van video’s dan kun je daarna ook beter samenwerken met professionals en weet je beter wat je wilt en kun je dat beter uitleggen.

Storyboarden

We zijn aan de slag gegaan met storyboarden. Bart Wagenaar legt hier uit wat storyboarden is. Volgende week ga ik naar de Learning en Technologies conferentie en we besloten daar een filmpje voor de storyboarden.

Het was heel leuk om te storyboarden, dan zie je pas dat je in woorden misschien hetzelfde zegt maar dat je er hele andere beelden bij hebt. Een mooi middel om ook in andere ontwerpprocessen in te zetten. Voordat je een video gaat maken helpt het zeker om te weten welke shots je wilt schieten.

Beyond talking heads

Mijn eigen vraag is dus wat je nog meer kunt doen in een video in plaats van een “talking head”. We gingen aan de slag met cases. Mijn eigen case ging over een video rond beoordelen. Wat ik al snel oppikte was het idee dat je goed naar je doel moet kijken en dan kun je wellicht ook naar video’s zoeken die al bestaan.. Je kunt natuurlijk ook een bestaande video uit een ander vakgebied halen en zo een gesprek starten, in mijn geval bv. een video over het beoordelen van een turnoefening.

Andere ideeen die ik heb opgedaan:

  • Een talking head filmen maar daar wat context voor en na geven (zoals in de video hierboven met Bart)
  • Bestaande video beelden gebruiken en daar voice over bij gebruiken
  • Screencasten via een screencast programma zoals screencast-o-matic– een powerpoint opnemen en daar bij praten
  • Werken met een serie foto’s en daar en verhaal bij vertellen
  • Werken met tekeningen. Een goed idee is om via Fiverr.com de tekeningen te laten maken
  • Animaties maken via sites als powtoon of videoscribe
  • Filmen van een interview
  • Filmen van 2 of 3 mensen die in gesprek zijn

Hebben jullie nog een goede video ter inspiratie voor mij?

Posted in cool tools, creativiteit, faciliteren met sociale media, Uncategorized, video | Tagged | Leave a comment

Informeel leren monitoren met een Learning Record Store…

Deze blogpost is samen geschreven met Saskia Tiggelaar en Lisan van der Lee (intern MOOCFactory)

ben bettsExperience API, XAPI, Learning Record Stores, TinCan API weet jij wat het is? Het klinkt wellicht heel technisch… Toch is het interessant om je hier in te verdiepen als je formeel en informeel leren wilt monitoren en meten. En wie wil dat niet? Jos Maassen, François Walgering (LRS-factory) en Ben Betts (HT2) nodigden een aantal Nederlandse L&D professionals uit om met elkaar in een Meeting More Minds sessie, van gedachten te wisselen over de uitdagingen rond het monitoren en meten van leren. In deze blogpost leggen we uit wat een learning record store is, wat de uitdagingen zijn en waarom je deze ontwikkelingen in de gaten moet houden.

Uitgangssituatie: een divers (online) leerlandschap

Dat wij allemaal voor dezelfde uitdaging staan bij het monitoren van leren is geen toeval. In de afgelopen vijf jaar is er binnen veel organisaties gewerkt aan het toegankelijk maken van online lesmateriaal voor medewerkers. Allerlei vormen, blended, zelfstudie, games en apps zijn uit geprobeerd en in veel gevallen (succesvol) geïmplementeerd. De meeste organisaties hebben dan ook een goed gevuld leermanagementsysteem (LMS) met hierin (zelf) ontwikkelde materialen passend bij de opleidingswens van de organisatie.

Doordat organisaties zelf content zijn gaan ontwikkelen, is er ondertussen veel materiaal beschikbaar, maar ontsloten op verschillende soorten LMS-en, binnen de verschillende organisaties. Daarnaast neemt de content op websites als Youtube, Vimeo, blog-sites, dagelijks veelvuldig toe. Wij zijn ons dan ook steeds bewuster dat het maken van ‘nieuwe’  content niet nodig is, omdat het elders al beschikbaar is. Hier komt het cureren van content dan ook om de hoek kijken. Waarom investeren in creëren als je gebruik kunt maken van bestaande content? Met het cureren van content wordt bedoeld dat je bestaande content selecteert en beschikbaar maakt voor de medewerkers, zodat zij op basis daarvan leerervaringen op kunnen doen.

De uitdaging voor het inrichten van een goed leerlandschap ligt in het over grenzen heen kijken en gebruik maken van materialen buiten je eigen LMS, zoals websites en video’s.Dit vraagt om flexibiliteit van systemen. Waar we eerder zouden grijpen naar ‘ hoe communiceert platform X met Y’, is de visie van o.a. LRS-factory en HT2, dat we meer moeten zoeken in de richting van:

Gebruik elk platform waarin het goed is, probeer niet alles aan elkaar te verbinden, maar zorg er wel voor dat je de data uit de verschillende systemen op 1 plek verzameld.

Een plek voor alle resultaten: de Learning Record Store

En zo komen we uit bij een Learning Record Store, want dat is niet anders dan een centrale opslagplaats voor gegevens over leeractiviteiten.

Ben Betts: “it is actually a quite boring piece of software because it is nothing else than a database”.

Hieronder een voorbeeld waarin je ziet dat de data op 1 plek verzameld wordt. Voorwaarde is dat er vanuit de verschillende platforms data doorgegeven worden in Experience API (Xapi). De definitie van Xapi: ‘a standard way of talking about our experiences using data’.

Schermafbeelding 2015-12-15 om 17.59.53

Een voorbeeld uit de praktijk: Kinderen in een museum

Ben Betts deelde een aantal praktische voorbeelden. Het eerste voorbeeld is van het Ann Arbor museum, een museum voor kinderen in de VS. De kinderen hebben een naamtag. De tag kan monitoren wat de kinderen doen in het museum en deze gegevens worden in de LRS opgeslagen. De docenten kunnen daarna zien welke antwoorden zijn gegeven en wat populair is en kunnen daar hun lessen op aanpassen.

Waarom zou je een Learning Record Store in jouw organisatie willen hebben?

Het is interessant om te kijken wat een LRS voor een organisatie kan betekenen. Zeker als je de ambitie hebt om zowel formele als informele activiteiten van medewerkers te monitoren. De belangrijkste en vernieuwende eigenschap van zo’n store is dat hij data over verschillende activiteiten en van verschillende platforms kan verzamelen.

Het belangrijkste doel van het monitoren is het verbeteren van het leerlandschap. Dit is echter nog een heel breed doel. En daar begint dan ook meteen de belangrijkste vraag die je als organisatie hebt te beantwoorden: welke data wil je verzamelen en waarom?

Er zijn verschillende redenen te bedenken; je kunt data verzamelen om:

  • gebruikersfeedback te genereren over de leerinterventies (bv. elearning modules) die je hebt klaarstaan en op basis daarvan de leerinterventies door te ontwikkelen;
  • erachter te komen welke interventies de gebruikers kiezen om in hun leerbehoefte te voorzien;
  • te voorspellen wat de wensen/onderwerpen zijn per doelgroep om zo te komen tot advies voor volgende interventies.

Om te beantwoorden met welk doel je als organisatie deze data gaat verzamelen en analyseren, zal er wel een kapstok moeten zijn. Wat is je visie op ontwikkeling? Dit kan geformuleerd zijn in competenties, maar het kan ook gaan om sociaal, gepersonaliseerd leren. We formuleren als L&D professionals steeds vaker dat de lerende zijn eigen route moet kunnen afleggen en dat de medewerker het meest leert van werkplekleren.

Dus door de resultaten die je wenst te behalen te vergelijken met hoe mensen daartoe zijn gekomen (gebruik de verzamelde learning analytics data) is het mogelijk om te monitoren of dat wat je aan het doen bent als L&D afdeling voor je medewerkers echt werkt.

Hoe zit het met de privacy van de medewerkers, mogen we zomaar hun leer data verzamelen als organisatie?

Privacy en toestemming is een belangrijk issue in Learning Record Stores. Aan de ene kant is er geen garantie dat de data 100% veilig is. Aan de andere kant is er al heel veel data over medewerkers in een organisatie. Soms wordt deze data nog niet of nauwelijks gebruikt. Het belangrijkst is om transparant te zijn naar medewerkers over hoe er met hun gegevens wordt omgegaan. Een goed gebruik (wat ook in het voorbeeld van het museum werd toegepast) is om de data te anonymiseren. JISC heeft een code of practice ontwikkeld voor learning analytics, wat inspiratie kan geven.

Hebben we over 10 jaar allemaal een eigen leerpaspoort?

Zou de medewerker dan niet veel beter zelf regie kunnen houden over eigen data? Een mooi idee is dat de medewerkers zelf de regie krijgen over zijn data in de Learning Record Store- wat we in deze blog een leerpaspoort noemen. De start ligt bij de organisatie en langzamerhand wordt de medewerker steeds meer zelf verantwoordelijk. Ben Betts gebruikte het metafoor van een koffiekaart om het leerpaspoort te beschrijven. Als een koffiekaart al gedeeltelijk gevuld is, motiveert dat een klant om de koffiekaart verder te gaan vullen. Aan ons de taak om het paspoort van de medewerker al gedeeltelijk te vullen met formele leeractiviteiten en de medewerker  vult de rest. Hierdoor kan de medewerker de regie zoveel mogelijk in eigen hand houden en kan de medewerker zelf bepalen welke ervaringen toegevoegd worden aan het paspoort. Echter merkte iemand op dat mensen regelmatig hun diploma van school of universiteit al kwijt zijn.. dus hoe geïnteresseerd zijn mensen in hun eigen gedetailleerde leerpaspoort?

Waar moeten we mee beginnen? (just start)

De grote vraag is: waar moet je beginnen? Begin je met een gedegen plan en juridische onderbouwing of begin je met kleinere experimenten? Moet je een datateam formeren of kun je ook zelf aan de slag als L&D professional? Aan de ene kant is het goed om vanuit organisatie perspectief te kijken en samen te werken met andere afdelingen om bijvoorbeeld ook performance gegevens te kunnen koppelen. Aan de andere kant is het goed om alvast aan de slag te gaan met bv. het werken met gegevens die er al zijn. Zo bouw je een duidelijkere case op en weet je beter wat je in de toekomst zou willen. Lees als inspiratie dit artikel “van intuïtie naar zeker weten” over hoe je op het niveau van een leertraject kunt beginnen met analyseren.

Een goede basisuitleg van Xapi met beschrijving van de uitdagingen van Learnovate kun je hier vinden.

Posted in informeel leren, learning analytics | Tagged , | 4 Comments