Sociale media voor trainers: think differently!

Blogpost ook geplaatst op faciliteeronline.nl

Vrijdag doe ik een workshop over sociale media als leerinstrument voor trainers op het congres ‘Trends voor Trainers‘. Kun je niet komen, kijk dan eens of je de trends voor trainers kunt ontdekken via de hashtag #tvt12 op twitter. Je hoeft hiervoor geen account op twitter te hebben, je kunt #tvt12 gewoon intypen in de zoekbalk bovenaan de pagina. Of bekijk de presentatie hieronder. Ik hoop inderdaad dat sociale media als leerinstrument een nieuwe trend is, zoals Selma Foeken ook denkt in haar blogpost over online leren.

Posted in faciliteren met sociale media, sociale media, sociale media voor trainers | Tagged , | Leave a comment

Wat is de overeenkomst tussen ‘share your learning curve’ en ‘the filpped webinar’

Ik heb het filmpje ‘Share your learning curve’ van Joris Luyendijk gebruikt voor het team van Hall Larenstein waar ik mee werk en ook al eens gedeeld in dit blog. Hij legt uit dat hij vanaf nul start met kennis over de financiële wereld en mensen mee wil nemen in zijn zoektocht via het banking blog bij de Guardian. Share your learning curve is een briljante term hiervoor.  We hadden het met het team al gehad over bloggen als een goede tool bij hun zoektocht naar het ‘faciliteren van value chains’. Binnenkort komt hun blog online, en het fimpje heeft geholpen het gebruik van het blog nog duidelijker te maken. Ik zag vandaag via mijn Twitter stroom dat er ook al een test blog is onder het motto ‘share your learning curve’.

Wat mij nu eigenlijk zo verbaasd is dat ik eigenlijk in 2005 al ben begonnen met ‘share your learning curve’ door te gaan bloggen over communities of practice (dit blog is overigens wat breder). En toen was ik lang niet de eerste… Dus knap dat je in 2011 mensen mee kunt krijgen met een idee wat eigenlijk al heel oud is. Waarschijnlijk is het het vinden van een goede pakkende naam, en ook natuurlijk het zelf hebben van een goede naam.

Hetzelfde gebeurde eigenlijk met onze webinar met Jane Hart wat zij de ‘flipped webinar’ noemde, als innovatie vanuit de webinars waarin altijd een expert het woord voert met een korte vragensessie aan het einde. Via een blog vooraf werden vragen van de deelnemers geïdentificeerd en gebruikt als basis. Het werkte heel goed vond ik.  Tegelijkertijd, vanuit mijn achtergrond in ontwikkelingssamenwerking waar we in 1990 al volop via het begrip participatie aan interactieve werkvormen en sessies werkten is het eigenlijk niet zo heel nieuw.

Blijkbaar wel een kunst op zich om iets weer op een unieke manier te branden, want het spreekt mij toch ook aan, ‘share your learning curve’ en ‘the flipped webinar’

 

Posted in bloggen, personal branding | Leave a comment

Professionals moeten beter leren filteren

Dit is een blogpost geschreven voor het NVO2 blog

Stelling: professionals moeten meer informatie gaan verwerken en leren beter te filteren. Dit is nodig om beter bewust te zijn van wat er in de omgeving gebeurt; in eigen vakgebied, maar ook andere vakgebieden, trends, bij klanten, concurrenten en con-cullega’s. Dit hoort bij het nieuwe vakmanschap.

IMG_1360.JPGEerst even iets over mijn fiets: op 15 november gingen mijn versnellingen kapot.. Er bleef iets wat lijkt op de eerste versnelling over. Eerst had ik het gevoel dat ik idioot snel moest trappen om nog wat vooruit te komen. Doordat het niet zo makkelijk is een afspraak te maken met een fietsenmaker hier in de omgeving Den Haag – en mijn vertrouwde fietsenmaker die wel snel is bleek failliet te zijn- gaat hij pas morgen in reparatie. Inmiddels voelt het ook niet meer of ik als het gek zit te trappen, maar voelt het heel normaal. In een maand ben ik dus eigenlijk gewend aan het snelle rondtrappen en lijkt het de normale manier van fietsen.

Nu naar organisaties en professionals. Veel professionals komen niet toe aan het verkennen van het nut van sociale media in het kader van hun werk omdat ze al met email in hun maag zitten. Email is een klus geworden en levert negatieve energie op (‘ik moet mijn email nog wegwerken’). Op de een of andere manier lijkt sociale media de overtreffende trap van email: nog meer berichtjes, nog meer tijd achter de computer, nog meer informatie. Vroeger was ik van mening dat niet iedereen zoveel informatie hoeft te verstouwen, maar inmiddels denk ik dat dat wel moet voor een zich ontwikkelende, creatief werkende, innovatieve professional. Immers nieuwe informatie levert ook nieuwe ideeën op, mits relevant genoeg. En daar zit hem de crux: professionals moeten leren filteren. En volgens mij kun je daar ook binnen een maand aan wennen, mits je de juiste filters gaat gebruiken.

Een van mijn helden is Clay Shirky (“I study the effects of the internet on society“). Van hem is de uitspraak “it’s not informatie overload but filter failure” in reactie op het probleem van informatie overload. Helemaal mee eens! Ik vroeg een keer bij de klacht over informatie overload of mensen bij de bibliotheek ook klagen over de grote hoeveelheid boeken, waar iedereen wel om moest lachen, want meestal ben je toch blijer met een groter biep dan een kleinere. In de bibliiotheek is het niet erg om veel boeken te hebben omdat je manieren hebt om te zoeken. De zoekmachine, maar ook je favoriete schrijvers, een boek wat iemand heeft aanbevolen, de sprinters, of soms loop je langs de rekken om te kijken naar een titel die opvalt.

Er zijn 3 belangrijke stappen bij het filteren:

  1. Ken je kennisdomeinen -Ik heb soms de indruk dat niet alle professionals voor ogen hebben wat hun belangrijkste kennisdomeinen zijn. Wellicht heeft de focus op competenties kennisvelden wat ondergesneeuwd. Toch denk ik dat je 3- 5 kennisvelden moet definiëren (voor mijzelf is dat bijvoorbeeld: sociaal leren, sociale media, communities of practice, organisatieleren, online faciliteren). Dit is onderdeel van het gesprek wat je met professionals binnen je organisatie moet voeren en beter definiëren.
  2. Kies je netwerken- focus op de communities/netwerken en experts die er toe doen voor jouw werk (denk aan blogs, twitter, linkedIn groepen, fora). Ik ben er zeker van dat als je die vindt en er een maand instopt om ze online eens te volgen, je niet meer stopt met het volgen van deze mensen.
  3. Gebruik handige tools – er zijn tools die je helpen om snel te scannen en te filteren. Denk aan Twitter lijsten, Hootsuite of Tweetdeck om belangrijke informatiestromen te ordenen. RSS lezers als Google reader om snel blogs en andere RSS feeds te volgen. Wat handig is voor iemand moet hij/zij zelf ontwikkelen, maar je kunt wel helpen door tools aan te bieden en hier regelmatig over uit te wisselen.

Hier is voor de geïnteresseerden nog een presentatie te vinden over de filterende facilitator die ik heb gemaakt voor een training volgende week over online faciliteren. Facilitatoren zijn een voorbeeld van professionals die mijns inziens goed moeten leren filteren.

Eens met de stelling? Oneens? Laat het weten in een reactie!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Nieuwe media, nieuwe gewoontes

Ik beken: ik lees vaak mijn mail op de fiets via mijn iphone (kijk wel ff vooruit of de weg rustig is :) . Twee jaar geleden had ik nog geen mobiel internet en was twitteren en mailen voor mij plaats gebonden: achter mijn laptop. Daardoor ging ik ‘s ochtends eerst een tijd mijn mail ‘wegwerken’. Nu ben ik ‘s ochtends al snel bij en heb tijd om nog even tweets en blogs lezen. Voor mij dus een reden om op de fiets en in de trein mails te lezen.

Op bezoek bij een vriendin met klein kind bleek dat het voorlezen niet meer hetzelfde is als in de tijd dat mijn kinderen klein zijn: er zijn nu allerlei mooie apps over plassen op het potje etc. En daar kunnen ze ook al zelf doorheen klikken want een stem vertelt het verhaal. Of zet ze voor een youtube filmpje met het verhaal van de prinses op het potje. Is vast even handig als je zelf even iets anders moet doen.

Door wordfeud is scrabble weer hip geworden.

Sylvia Witteman schreef een mooie column in de Volkskrant (26 nov) over haar vaste telefoon. Bijna iedereen belt mobiel alleen haar moeder wil graag op de vaste telefoon bellen zegt: “ik wil jullie gewoon graag bellen zonder dat ik weet wie er opneemt”. Helaas werkte het niet omdat bijna nooit iemand opnam (alleen hun eigen mobieltjes).

In gesprek met iemand die niet veel achter de computer wilde zitten stelde ik voor dat zij meer met mobiele apps zou kunnen doen. Even een snel twitter of Yammer berichtje sturen kan ook van je mobiel (met internet verbinding) en dan hoef je niet meer achter de computer te zitten. Helaas bleek ze een oud model te hebben waar je net mee kunt bellen.

Foto door Yashrg

Op de foto staat de quote: “Technology is not technology if it was invented before you were born”. Er zit verschil in de manier waarin mensen nieuwe technologieën omarmen, en de ontwikkelingen gaan ook supersnel. Iemand zei een keer: “maar hoe wordt je nu ook wijs uit al die nieuwe tools, ik snap niet hoe jullie dat doen!”. De voorbeelden hierboven laten zien dat nieuw gebruik van technologie ook nieuwe gewoontes met zich mee brengen. Door mobiel internet ben ik op de fiets en in de trein mijn mail gaan doen en kan meer blogs lezen. En denk maar aan sms- hierdoor zijn mensen juist vaker gaan communiceren of juist minder bellen. En soms is het ook een subtiele achteruitgang, denk aan de oma die graag belt zonder te weten wie er opneemt.. die nu mobieltjes moet gaan bellen. Dit maakt het juist zo lastig- gewoontes zijn soms zo ingesleten. Waar hangt het voor jou vanaf of je iets nieuws uitprobeert? Ik heb de indruk dat het voor een groot deel ook afhangt van wat je vrienden/vriendinnen/collega’s doen, maar ook of je houdt van experimenteren en of je het ziet als een verbetering.

Voor organisaties is het helemaal lastig om bij te blijven met alle technologische ontwikkelingen als sociale media. Zeker als het management team wat ouder is, is het niet evident dat ze zelf meegaan in alle veranderingen, waardoor het collectieve gebruik ook gedeeltelijk bepaald wordt. Of de verandering wringt met hoe er in de organisatie gewerkt wordt. Hierdoor mist een organisatie wel nieuwe mogelijkheden, tot netwerken, profileren, kennisdelen. Een middag is dan vaak niet voldoende om een slag te maken.

In januari starten we een traject van een half jaar met een nieuwe organisatie waarbij we in-house nieuwe media gaan introduceren en verkennen hoe dit kan leiden tot nieuwe manieren van organiseren. Ik ben benieuwd of mensen enthousiast gaan worden of liever vast houden aan oude gewoontes..  Ik denk dat een half jaar nog kort is, maar hoop dat we wel ver komen.

Posted in change management, kennismanagement, kenniswerker2.0, organisatie2.0, sociale media | Tagged , , | Leave a comment

Sociale media: 4 kansen voor het voortgezet onderwijs

Ik was niet zo lang geleden uitgenodigd op de middelbare school van mijn dochter voor een avond over sociale media en het viel me op dat het onderwerp vooral benaderd wordt vanuit angst. Super dus dat ik werd uitgenodigd om 3 sessies te doen voor docenten van een middelbare school. Je kunt je wel voorstellen dat de hoofdmoot mijn verhaal is: de 4 kansen voor het voortgezet onderwijs.

  1. Leren en uitwisselen tussen docenten onderling
  2. Innovatie in de les
  3. Slimmerkunde/mediawijsheid in het curriculum
  4. Reputatiemanagement

Hieronder de presentatie.

Na de presentatie ging iedereen op ‘tooltour’ in de mediatheek. Twitter was populair, maar ook RSS readers als igoogle om een startpagina te hebben om informatie bij te houden. Een groepje keek ook naar een wiki, kun je wellicht alle vragen per mail over examenantwoorden handiger afhandelen door het in een wiki te doen? Het bleek dat de twitter account met de naam van de school al bezet was, waarschijnlijk door een aantal studenten.

Docenten #varendonck over innovatie in de les met sociale media on TwitpicAls laatste had ik World Café- achtige tafels ingericht met hierop vragen rondom de 4 kansen. Docenten mochten dan zelf kiezen bij welke tafel ze mee gingen praten (in twee rondes). Het was erg leuk om te zien dat het onderwerp wel echt leeft en iets losmaakt! In de presentatie vonden mensen wel dat er erg veel nieuwe dingen zaten (in straf tempo). Leuk om te zien welke discussies er ontstonden: de groep bij de tafel over leren door docenten kregen een heel gesprek over de toekomst van onderwijs: hoe ziet het onderwijs er over 10 jaar uit, en welke didactische principes zullen dan gelden? De groep over mediawijsheid/slimmerkunde kwam erachter dat de bovenbouw dacht dat dat in de onderbouw al wel behandeld was (en vice versa waarschijnlijk). En kwam tot de constatering dat er vooral op incidenten gereageerd wordt ipv systematisch in het onderwijs programma aandacht aan besteed.

Wat me opviel in informele gesprekken met docenten tussendoor is dat er zoveel verschil is in hoe docenten ermee om gaan. Een aantal pioniers (wel een duidelijke minderheid) lopen voorop, twitteren zelf, lezen edublogs, maken gebruik van blogs en stemmen in de les bijvoorbeeld. Andere docenten zien wel in dat het een verandering is die belangrijk is, maar willen zelf liever niet meer tijd achter de computer doorbrengen (“ik speel liever muziek en ik loop hard”). Anderen zijn duidelijk op zoek naar directe toepassingen die wel werken, mn om de lessen beter te maken, maar zijn bang dat het hen kwetsbaarder maakt. Hoe voorkom je dat leerlingen spelletjes gaan doen als ze op internet zitten in de klas? Hoe voorkom je dat uitspraken meteen online worden geplaatst? (mijn antwoord zou zijn: ook lessen met sociale media goed structureren in wat er verwacht wordt en afspraken maken).

Als laatste leek er inderdaad wel behoefte aan een soort richtlijnen voor docenten (wat deel je, word je wel of niet ‘bevriend’ met leerlingen), maar wel met genoeg ruimte om daarbinnen je eigen weg te bepalen.

Posted in faciliteren met sociale media, introductie van nieuwe media | Tagged , | Leave a comment

Serendipitous learning- Webinar met Jane Hart

Gisteren bespraken we de term ‘serendipity’ in een gesprek over informeel leren waarbij iemand bedacht dat dit vast een land in Afrika is.. :) . Het lijkt niet een hele bekende term te zijn in het kader van het organiseren van leren. Misschien omdat het ook moeilijk te organiseren valt.. Toch is ‘serendipitous learning’ iets wat wel meer aandacht verdient. Daarom organiseren we 15 december van 20-00-21.30 een webinar over dit thema met Jane Hart, internationaal expert op het gebied van informeel leren in organisaties. Wat is serendipitous learning en hoe kun je dit met behulp van sociale media stimuleren?

Van wikipedia over serendipiteit: Serendipiteit is het vinden van iets onverwachts en bruikbaars terwijl je op zoek bent naar iets anders. Het woord werd geïntroduceerd in het Engels door Horace Walpole in de 18e eeuw, in een brief waarin hij het had over een verhaal dat hij had gelezen, het Perzische sprookje De drie prinsen van Serendip (Serendip is een oude Perzische naam voor Sri Lanka). Het verhaal is eigenlijk niet zo’n goed voorbeeld van wat we nu onder serendipiteit verstaan: het is eerder een voorbeeld van inductie. In die context verwijst serendipiteit naar het vermogen van een alerte geest om uit toevalligheden conclusies te trekken. Anders gezegd: slimme, voorbereide mensen zijn beter in staat om daadwerkelijk ontdekkingen te doen aan de hand van het toeval.

De ontdekking van penicilline en de post-its zijn bekende voorbeelden van toevallige ontdekkingen door serendipiteit.

Post-its zijn een voorbeeld van serendipiteit (een toevallige uitvinding): de kleefstof uit de plakrand van de Post-its was al uitgevonden door onderzoeker Dr. Spence Silveren bestaat uit kleine kleverige bolletjes. Doordat slechts een klein oppervlak van deze bolletjes contact maakt met een vlakke ondergrond geeft dit een laag die goed plakt en toch makkelijk weer los te trekken is. De bedoeling van Dr. Silver was echter een zeer sterke kleefstof te maken en het praktisch gebruik van deze vinding was niet direct duidelijk. De uiteindelijke bedenker van de gele Post-it-velletjes was Art Fry Het verhaal gaat dat Fry gefrustreerd was over de boekenleggers die steeds uit zijn koorboek vielen. In een moment van eureka zou hij op het idee zijn gekomen om Silvers zelfklevende middel te gebruiken om een betrouwbare boekenlegger te maken. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Post-it

Zo zie je dat serendipiteit niet alleen neerkomt op het vinden van gekke nieuwe informatie, maar dat het gaat om het maken van verbindingen naar toepassingen, naar je eigen werk. Door middel van sociale media kun je serendipiteit stimuleren, niet alleen op het niveau van nieuwe uitvindingen maar ook op het niveau van creatieve oplossingen vinden voor moeilijkheden in je eigen werk.

Jane Hart heeft veel geschreven over ‘the smart worker’. (slmmer werken). De slimme professional is iemand die:

Behalve het ‘smarter’ zou ik ook het creatieve aspect willen benadrukken en het maken van onverwachte verbindingen. Er hoort namelijk ook bij dat de slimme professional gebruik kan maken van serendipiteit door over de grenzen van zijn/haar vakgebied heen te kijken. Sociale media kunnen hierin een grote rol spelen bv. door de mogelijkheid om over de grenzen van je vakgebied heen te kijken. Herken je jezelf in deze beschrijving van de slimme professional? In dat geval zul je sociale media zien als een grote kans om te netwerken en leren. Hier is een TedTalk van Joris Luyendijk die het heeft over ‘share your learning curve’. Deel je leerproces zodat er nieuwe connecties kunnen ontstaan tussen vakgebieden en tussen mensen die een leerproces uit nieuwsgierigheid doorlopen (basis kan goed een blog zijn).

Wil je hiermee aan de slag in je organisatie? Jane Hart heeft ook een mooie blogpost geschreven getiteld: 10 steps for working smarter with social media, waarin je een aantal stappen kunt lezen om binnen organisaties het slimmer werken te stimuleren.
Ben je geïnteresseerd in meedoen aan onze webinar? Meld je dan aan bij Simon Koolwijk e-mail. faccom@xs4all.nl telno. 06 106 24 575

Posted in faciliteren met sociale media, informeel leren | Leave a comment

Innovatie in het trainers/facilitators vak

Ik moet eerlijk bekennen dat als ik boeken voor trainers zie, dat ik niet zo heel veel verschil zie met de boeken die ik in 1993 las toen ik als trainer begon. Er staat vaak in hoe je didactische doelen formuleert, een overzicht van werkvormen, hoe je werkvormen kiest etc. Tijd voor een vernieuwingsslag zou ik zeggen! Breinleren heeft hier overigens wel een nieuwe manier van kijken aan toegevoegd, en een wetenschappelijke grondslag.

Ik ben nu bezig met het faciliteren van 2 trajecten die allebei online beginnen. Dat is best druk maar goed te doen. Ik merk dat ik het me al veel makkelijker af gaat dan in 2005 toen we (in een groepje van 3) een online cursus van 7 weken faciliteerden. Dat was echt wel hard werken en stressen. Het online concept heb ik overigens geleerd van CPsquare

Pas geleden werd ik ook in een training in Cambodja geskyped. De training ging over  online advocacy. De eerste keer dat ik in een sessie werd ingeskypd had ik nog het gevoel tegen een muur te praten, maar dit begint blijkbaar ook al te wennen, want nu had ik best leuk contact met de groep. Ik kon deelnemers ook zien via hun webcam, alhoewel  niet de hele zaal. Ik stelde ook vragen die ze beantwoorden met handen opsteken, waarna de trainer telde en samenvatte. Zij stelden mij ook vragen, via het doorgeven van de headset. Hierboven zie je een foto van hoe het eruit zag in de trainingszaal in Cambodja. Door sociale media is er dus eindelijk een grote innovatie mogelijk in trainersland.

Regelmatig verzorg ik ook workshops en trainingen over dit onderwerp voor trainers en facilitatoren (bv. 13 januari op het derde trends voor trainers congres). Ik merk dat het wel een enorme omslag is die dit voor trainers met zich meebrengt.. Misschien dat dat verklaart waarom het nog niet een breed geaccepteerde verandering is. Online leren wordt nl. ook nog vooral geassocieerd met e-learning wat behoorlijk los staat van trainingen. Het zijn eigenlijk 2 werelden op zich. E-learning wordt vaak opgevat als een online module waar je individueel doorheen gaat. Door de komst van sociale media is het mogelijk geworden om trainers de controle te geven over de tools die ze inzetten. Een grote revolutie als je het mij vraagt! Wil je als facilitator/trainer ook meer sociale media in zetten realiseer je dan dat vraagt dit om het omarmen van de volgende praktijken:

Kies je eigen tools en richt ze ook zelf in zoals jij het wilt. Bij het traditionele e-learning- individuele modules of via Learning Management Systems (LMS) als Moodle vergt vaak een nauwe betrokkenheid van een ICT-deskundig persoon. Op zich niet erg, maar het leidt wel vaak tot lastige samenwerking, teleurstelling over het product of keuzes die de trainer achteraf niet handig vindt. Met sociale media, zijn er zijn zoveel gratis en eenvoudig tools bijgekomen, die de controle teruggeven aan de facilitator van het proces. Het is nl. heel gemakkelijk om een wiki, facebook groep, of Yammer dan wel Ning sociaal netwerk op te zetten. Hiermee hebben facilitatoren meer controle over de inrichting van het proces. Dit wil niet zeggen dat ondersteuning door ICT-specialisten niet handig kan zijn. En om dit te kunnen moet je natuurlijk wel een basis overzicht hebben van alle soorten tools die beschikbaar zijn.

Gebruik zowel online als face-to-face-activiteiten in je ontwerp in een krachtige, elkaar versterkende combinatie.  Hiermee kom je vaak uit op een langer traject (ik denk dat er toch al een belangrijke trend is van one-off trainingen richting langere leertrajecten). Online heeft nog niet altijd zijn juiste plek gevonden in het mengsel, getuige de vele verhalen van online Fora die wel zijn gestart maar nooit actief zijn geworden. Het valt mij op dat mensen verschillende ideeën hebben over wat het beste is als online activiteit en wat je het beste face-to-face kunt doen. Sommige mensen zijn ervan overtuigd dat alle presentaties juist online moeten worden gedaan, zodat face-to-face is te gebruiken voor interacties (zoals het succesvolle Khan academy model). Ik weet niet zeker of er een ‘dit moet online’ of ‘dat is het beste face-to-face’ bestaat. Ik heb ervaren dat het krachtig om onderwerpen een beetje te sandwichen. Start online (of face-to-face) en zoek de verdieping in een andere modus. Wat zeker is dat het ontwerp van goede blended trajecten een nieuw gebied is voor de meeste trainers. Nieuwe praktijken moeten zich nog uitkrystalliseren. Er zijn (nog) niet veel trainers die systematisch een goed blended traject kunnen ontwerpen.

Wees bereid om in echte problemen en praktijk dilemma’s te duiken en te ondersteunen. Als je met behulp van sociale media steeds meer online elementen gaat toevoegen aan de mix, zul je zien dat je automatisch veel meer ruimte creëert voor de deelnemers om hun vragen, twijfels, gedachten en ervaringen uit te drukken. Je zult merken dat je veel dichter bij de werkelijke problemen en de realiteit van de werkplek komt op basis van vragen van de deelnemers. Dit betekent voor een begeleider of trainer dat het niet voldoende zal zijn om een ​​standaard praatje, model en een oefening te gebruiken. Het vraagt veel meer om het inleven in en het begrijpen van de werkelijke problemen en hier op een op maat gesneden manier op te reageren. Neem het voorbeeld van een teambuilding sessie. Als het ééndaagse sessie betreft, zullen de echte effecten van de oefeningen pas boven komen drijven als het team weer aan het werk is. Een eendags trainer maakt dit niet meer mee. Voortzetting van het proces online creëert een kans voor betere (en langere!) steun aan het teambuilding proces. Dit vraagt ook om een dieper begrip van het proces, en voldoende motivatie van de begeleider om tailor-made te adviseren.

Wees 24 / 7 beschikbaar. Geef continue wat aandacht. Dit is een groot verschil tussen een face-to-face proces en een blended traject. Je kunt het niet even lekker uit zetten. Bij een leertraject van 4 dagen per jaar bijvoorbeeld, kun je het tussendoor uitzetten. Om online te werken met een groep, echter, moet je veel flexibeler zijn en een eigenlijk continue een beetje aandacht besteden aan het proces. Als je veel trainingen hebt, en ook nog rug aan rug, kan dit enorm zwaar worden. Natuurlijk kun je online activiteiten ook afbakenen (bv. rustweken). Een van de andere oplossingen zou kunnen zijn om vaker te werken in teams van begeleiders.

Gooi de grenzen open. In de klassikale trainingssetting, is het duidelijk wie er meedoet en wie niet (nl. iedereen in de zaal). De trainer staat voor de groep, de deelnemers niet. Hoe sterk dit beeld is merkte ik weer tijdens de afgelopen IAF conferentie ‘faciliteren als tweede beroep’. In verschillende sessies werden rolspelen gedaan met facilitators. Iedere keer ging de facilitator spontaan voor de groep staan, en de gespeelde deelnemers in een cirkeltje zitten. Met behulp van social media worden deze grenzen en automatische rollen open gegooid, iedereen met een internetaansluiting kan deelnemen. Online, kun je makkelijk extra mensen uitnodigen in de rol van expert, geïnteresseerde collega’s, leidinggevenden, mentoren, gasten of inspirators. Dit verandert automatisch de vaste rollen van ‘trainer’ en ‘deelnemer’ en levert een ​​meer dynamische veld op met verschillende actoren.

Breng expertise binnen.
Als deze grenzen van het klaslokaal wegvallen, kun je meer out-of-the-box gaan denken over expertise. Er zijn geen landsgrenzen meer. Via webinars, skype-sessies of door middel van asynchrone discussies kun je makkelijk eens iemand een half uurtje of uurtje over iets laten vertellen (zoals in het geval van de Cambodja training). Ik geloof zelf dat faciliteren van het proces belangrijk is, maar dan je niet door moet schieten en geen aandacht meer moet besteden aan expertise van buiten de groep. Afstand is niet langer een excuus!

Besteed aandacht aan sociaal leren. En last but not least: het werken met sociale media betekent het bevorderen van interactie. Social media gaan in de kern over online interactie. Dit betekent dat samenwerkend leren en leren door ‘sense-making’ (zingeving) belangrijk zijn. Daarom is het logisch dat de begeleider begrijpt hoe sociale leerprocessen werken en een relationele benadering toe weet te passen. Ik heb de indruk dat veel trainers dat al doen in hun trainingen, maar misschien niet altijd heel bewust.

Ik ben heel benieuwd naar reacties eigenlijk. Ben ik nu te pessimistisch over het gebruik van deze nieuwe mogelijkheden door trainers en facilitators? Of is er inderdaad nog een hele omslag te maken? Wat is jullie indruk?

Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren, online interactie | Leave a comment

Webinar over Google+

Via een tip van een deelnemer aan onze leergang ‘leren en veranderen met sociale media’ zit ik nu in de adobe connect wachtkamer voor een webinar over Google+. Georganiseerd door Maarten Maris van Eduvision. Er is geen geluid waardoor iedereen denkt dat zijn geluid niet werkt.. Ja, het begint! Ik ga livebloggen: dwz meetypen met de sessie zodat aan het einde van de sessie er ook een blogpost online staat.

Een nieuwtje vandaag: je kunt nu ook Google Pages aanmaken. Je kunt ook mee twitteren met Gpluswebinar.

Introductie: Google+ is een social media platform waar je kringen kunt aanmaken van vrienden zodat berichten per groep gedeeld worden. Je kunt ook een zgn hangout starten. Door google+ fanpages kun je je als bedrijf profileren. Google+ is jong, sinds juni 2011. Is voor iedereen vanaf 18 jaar, maar je moet wel een google account hebben. Op 21 september waren er 43,3 miljoen gebruikers.

Wat is de toegevoegde waarde van google+ vergeleken bij Facebook, linkedIn, twitter? Meerwaarde is dat het meteen wordt geindexeerd voor google search. Het is ook wel heel overzichtelijk. Kun je alles niet aan elkaar koppelen? Veel is wel mogelijk om te koppelen, maar of dat wenselijk is?. Hoeveel nederlanders er zijn op google+ is nog onbekend. Nu door fanpages zullen er wel meer nederlanders op komen. Goed artikel: praat eens met je warme bakker met do’s en don’ts. Dit legt uit waarom je gebruik moet maken van sociale media.

Basis functies van google+:

  • Profiel indelen- buttons en kleuren zijn duidelijk. Ieder gegeven kun je aanpassen. Je kunt kiezen wie het allemaal mag zien. Hoe zit het met privacy? Je hebt het zelf in de hand. Doe er wel wat mee. Je kunt bekijken waar je zelf een plus1 aan heb gegeven. Je kunt ook meerdere profielfoto’s gebruiken maar niet aangeven wie welke profielfoto te zien krijgt, dus dat weet je vantevoren niet.
  • Foto’s binnen google+. Hier zie je alle foto’s van de pages en kringen die je volgt. Het leuke is dat je hier ook opmerkingen bij kunt plaatsen. Ook foto’s kun je een plus1 geven. En misbruik kun je melden. Foto’s op je telefoon kun je opladen via een mobiele app en naar je google plus account doorsturen. Je kunt ook youtube video’s makkelijk toevoegen. Je kunt kiezen om deze met bepaalde kringen te delen en of er wel of niet commentaar toegevoegd mag worden.
  • Circles- kringen. Mensen horen het als je ze toevoegt, maar niet aan welke kring ze zijn toegevoegd. (dus een kring: vervelende collega’s kan :) . Samenstelling van een kring is persoonlijk. Je kunt wel een omschrijving maken van een kring. Je kunt een kring delen en publiek maken. Dit kan zonder toestemming van de deelnemers. Anders dan in twitter kun je zo’n kring niet in zijn geheel gaan volgen. Kringen zijn dus privé tenzij je ze deelt.
  • Sparks- search is google search- niet heel interessant maar wel leuk. Er is een zoek mogelijkheid in de rechterbovenhoek naar ‘sparks’, bepaalde onderwerpen. Die kun je toevoegen (opslaan) door te klikken over zoekopdracht opslaan. Dan komt hij bij je lijst van interesses te staan. Je kunt ook mensen zoeken op google+ via de zoekfunctie. Je kunt ze daarna toevoegen aan kringen via de button in de rechterbovenhoek.
  • Instant upload is voornamelijk voor mobiele applicaties- via een app. Foto’s, video’s of links delen. Ook voor de iphone is er een app.
  • Huddle is een app voor google+.
  • Google fanpages. Nieuw! De button om een fanpage aan te maken zit rechtsonder. Het lijkt erg op facebook pagina’s. Je kunt kiezen wie je pagina mag zien. Je kunt geen andere beheerders toevoegen aan je facebook pagina. Je kunt wel een badge maken. Je kunt je pagina meteen laten meedoen in google search. Je kunt aanvinken dat je googleplus pages meeneemt in je search, dit kun je aanvinken bij de google+ instellingen: ‘Automatically add google+ pages to my search‘ Een aantal bestaande pagina’s. Het wordt nog uitgerold, dus vrijdag zou het allemaal moeten werken.
  • Google hangout. Klik op hangout starten. Je kunt chatten, video’s bekijken gezamenlijk, product presentaties bv. Wellicht zou je nu zo’n webinar ook via een Google hangout kunnen doen.

Google en Google+ en je marketingmix. Misschien een webinar organiseren via een hangout? Of een fanpage opzetten? Het is toch afwachten hoe het zich gaat ontwikkelen? Meer mensen denken in de stemming dat Google+ belangrijker gaat worden dan Facebook… maar een opmerking in de chat om dit te relativeren: Facebook fans gaan natuurlijk geen Google+ webinar volgen..

ps. De webinar over Google+ pages kun je hier online nog bekijken

Posted in faciliteren met sociale media, sociale media | Tagged | Leave a comment

Wat loopbaanadviseurs over serial masters en sociale media moeten weten

Ik ben zelf geen loopbaanadviseur. Ik hou me wel bezig met ontwikkeling en professionalisering van professionals, en kijk dan veel naar mijn eigen ontwikkeling. Hoe wordt je een specialist of master? Hoe blijf je creatief en jezelf ontwikkelen?

De toekomst van werk

Een inspirerend boek bij het denken over professionaliseringsvraagstukken is ‘The shift van Linda Gratton‘- een aanrader om te lezen! Zij is professor aan de London Business School en beschrijft in haar boek het werk en de banen van de toekomst. De aanleiding voor haar onderzoek was de zoektocht van haar zonen naar een studie, één wil journalist worden en de ander wil medicijnen studeren. Is dat slim? Kun je daar later werk mee vinden?

The new poor

Het verhaal van Gratton is niet alleen positief. Ze beschrijft een globaliseringsproces waarbij de ‘new poor’ en de ‘talented’ overal kunnen wonen. Je geboorte in Nederland is geen garantie voor een goede baan, meer en meer moeten we concurreren met andere professionals van over de hele wereld (niet voor niets dat de tiger moms in China beschreven door Amy Chua zoveel aandacht krijgen en ons zenuwachtig maken.. ). Hiermee samenhangend een focus op zelf-promotie en branding in plaats van bescheidenheid. Dit is een verschuiving die je nu al wel ziet optreden. Als zzp-er zonder blog kun je het nog wel redden, maar meer en meer heb je een voordeel als je jezelf online weet te ‘branden’.

Van oppervlakkige generalist naar seriële specialisten

Ook heeft zij het over de verschuiving van ‘shallow generalist’ to .serial master’.  Een serial master heeft diepe kennis en competenties in een aantal domeinen. Je moet je dus specialiseren, en je zult je om de zoveel jaar in een nieuw domein gaan verdiepen, wel voorbouwend op je vroegere ervaringen en interesses. Grappig om zo iets uit de toekomst te lezen waar je jezelf eigenlijk al jaren in herkent.. Ik ben begonnen met werken voor SNV, en had maar 3 -jaars contracten. Dit dwingt je wel om een serial master te worden, omdat je na 2 jaar al na gaat denken wat je erna zou willen doen.

Het nieuwe leren = zelfsturend leren

Maar terug naar de loopbaanadviseurs. Ik werd gevraagd om twee workshops te verzorgen over ‘het nieuwe leren’ voor het NOLOC congres. Hieronder kun je de presentatie vinden.

Posted in informeel leren, kenniswerker2.0, online professionaliseren, personal branding | Tagged , | 1 Comment

De gevaren van sociale media

Ik ben gisteren naar een avond over internet en sociale media geweest op de middelbare school van mijn dochter: ‘De mogelijke gevaren komen aan bod  en de mogelijkheden om zelf maatregelen te nemen om de veiligheid te borgen..’ Ik vond het erg grappig om iemand aan het werk te zien die het tegenovergestelde doet van wat ik doe: ik probeer mensen enthousiast te maken over het -professionele- gebruik van sociale media en Donny Gieskens van Stichting veilig online probeerde iedereen te overtuigen van de gevaren van internet en sociale media.. en dat is ook wel gelukt volgens mij. Vooral met zijn webcam presentatie waarbij het blonde meisje toch een oude man bleek te zijn :) .

Wat ook grappig was dat ik aantekeningen wilde maken voor deze blogpost maar dacht dat een laptop raar zou staan. En er was geen wifi dus live-bloggen ging al niet. Uiteindelijk heb ik een ipad meegenomen voor aantekeningen- ik was wel de enige maar het stond niet raar (hopelijk). Ik durfde geen foto’s te maken want het staat in schoolprotocol dat dat niet mag!.

Toch erg goed om eens van de andere kant – de gevarenkant- naar sociale media te kijken. Ik vond dat hij te weinig aandacht besteedde aan de positieve kant (een terloops zinnetje), maar ik doe zelf hetzelfde bij de gevaren. Dat mag best een duidelijkere plek krijgen in mijn werk.

Eerst wat cijfers en feiten over 12-16 jarigen in Nederland

  • Wat doet een tiener zoals? Het is vooral gebruik van YouTube (filmpjes), MSN messenger (chat), browser (surfen), social media (contacten en nieuwe contacten maken), word (tekstverwerking)  en games (gaming)
  • 87% heeft wel eens iets naars meegemaak op internet t 1 op 4 jongens 12-16 cyberseks
  • 2 op 10 heeft iemand in real life ontmoet die hij op internet heeft leren kennen
  • 1 op 100 ouders denkt dat kind zelf digitaal pest
  • 40 op 100 tieners heeft werkelijk wel eens digitaal gepest
  • 12-16 jarigen gamen gemiddeled 1 uur dag
  • Er zitten al 5.9 miljoen jaar speeltijd in het spel world of warcraft
  • Gemiddeld heeft een 21 jarige 10.000 uur gegamed

De gevaren

1. Het delen van informatie

Belangrijk is dat veel door kinderen wordt gedeeld, zoals de vakanties. Door de caches van zoekmachines blijft alles 5 jaar bewaard, wat ze zich niet altijd realiseren. Bovendien zijn inbrekers ook heel actief aan het zoeken op internet. De privacy instellingen van social network sites (zoals Hyves en Facebook) staan niet altijd ingesteld op alleen zichtbaar voor contacten, bovendien is een Twitter account standaard publiek. Jongeren realiseren zich niet altijd wat hun instellingen zijn en of hun informatie publiek is of alleen zichtbaar voor vrienden. Ook bij koppelingen tussen network sites, zoals twitter en Facebook kunnen de privacy instellingen overschreven worden. Overigens kunnen bedrijven kunnen als Hyves en Facebook statistieken van gebruikers verkopen, maar niet de individuele persoonsgegevens, omdat dit beschermt wordt door de wet op persoonsgegevens.

Wat tips bij delen van informatie zijn: Gebruik een goede nicknaam (niet je eigen naam en ook niet sexygirl15). Dit is wel een advies tegengesteld aan mijn advies bij het opbouwen van een professionele identiteit… Zorg voor goede privacy instellingen.

2. Digitaal pesten

Pesten kan door bekenden of door onbekenden (anoniem) zijn.

Tips: Dreigende of pestende mails bewaren. Iedere internet aansluiting heeft eigen IP-adres, en is dus herkenbaar. In een chatprogramma kun je ongewenste personen blokkeren, chatprogramma’s zijn verplicht deze functie aan te bieden. Als pesten vanaf een openbare computer komt, bv. de bibliotheek zijn er toch vaak camera’s die hebben geregistreerd wie er gebruik van hebben gemaakt. .

3. Phishing

Phishing is social engineering-  door imitatie mails bepaalde informatie proberen af te troggelen. Als je je wachtwoord zelf aan iemand geeft en die maakt er misbruik van door als jou berichten te plaatsen of je credit card te gebruiken is dit wel strafbaar (in tegenstelling tot wat veel mensen denken). Je wachtwoord is alleen van jou. Juridisch is dit een strafbaar feit.

Tips tegen phishing: Voor wachtwoorden: verander iedere 70 dagen je wachtwoord, gebruik 5 letters 3 cijfers 2 unicodes. Een goed gratis virus programma is Avg. Vergeet ook niet uit te loggen als je van een computer weggaat. Automatisch vergrendelen kan daar ook bij helpen.

4. Gaming 

Gaming is ook positief voor de ontwikkeling van taal, omgangsvormen en communicatie.   3 op 10 ouders koopt spelletjes voor 18+ voor kinderen onder de 18. 6 op 10 ouders heeft geen controle over het type games wat tieners spelen.
Tip: Weet wat ze gamen! Koop geen 18+ spelletjes voor onder de 18.

5. Seksueel misbruik

Vooral bij meisjes kan er modellenwerk aangeboden worden waarbij wordt gezegd dat ze het niet met de ouders moeten overleggen. Ook chantage en bedreigingen komen voor. Hier kwam het mooie voorbeeld van een man die zich via webcam voordeed als blond meisje. Helaas werd het technisch niet uitgelegd hoe je zoiets doet (ik vond het een knap staaltje techniek!), maar een tipje van de sluier is dat iemand een filmpje kan kopieren van webcam chat sites als Solomio. Verder schijnen er goede online communities voor te zijn.

Tips: Bij verdenking: sla pogingen op en benader website beheerder. Bij concrete bewijzen: doe aangifte bij politie. Webcam alleen met mensen die je in real life kent. Om echtheid beeld te checken: vraag om hand op te steken. Bedek de webcam met een doekje zodat je niet gefilmd kan worden via afstand zonder dat je het door hebt.

Nog wat algemene tips voor ouders:
Overleg met tiener over het internet gedrag en zorg voor ouderlijk toezicht en afspraken over tijdslimieten etc, na school niet meteen achter computer, check leeftijdsgrens van spelletjes, praat over ervaringen, leer een kritische houding, en schrijf een internet protocol en laat het door tieners tekenen (misschien kunnen we hier wel een geheel puberprotocol van maken?)


Al met al wel goed om wat meer aandacht aan de gevaren te besteden. Helaas werd de school een pluim gegeven omdat ze de docenten om de zoveel tijd hun wachtwoord laten veranderen. Ik zou toch nog wel pittiger criteria weten te verzinnen voor een school die goed met sociale media omgaat.. Zo zou mediawijsheid in het curriculum kunnen zitten en de docenten/leerlingmentoren kennis van zaken moeten hebben. Ik vermoed dat sommige kinderen toch meer aannemen van docenten/leerlingmentoren op school dan van ouders..

Posted in sociale media | Tagged , , | 1 Comment