Een week lang online: hoe doe je dat?

Ik heb een hele week lang een uitwisseling van een alliantie uit 13 landen online gefaciliteerd. Van Guatemala tot Indonesië. Ja dat is super leuk! Het leukste vond ik dat ik een aantal mensen voor mijn gevoel aan het einde van de week wel heb leren kennen. Natuurlijk kwam de online week voort uit de corona crisis en hadden we meer lol kunnen hebben allemaal samen in Nederland. Van de andere kant, zouden er in Nederland maar 20 mensen samen zijn gekomen en hebben we nu wel 40-45 mensen bij onze uitwisselingen kunnen betrekken. Of eigenlijk nog meer maar een vaste groep van 35 Engelstaligen en ongeveer 7 Spaanstaligen. In onderstaande video met de titel ‘een week opgesloten in een kamer’ deel ik mijn ervaringen.

Een week opgesloten in een kamer is natuurlijk wat gechargeerd. Ik had juist zoveel mogelijk mijn agenda verder helemaal leeg gehouden, waardoor het niet voelde als een extreem drukke week, de week ervoor overigens wel. Ik ben tussendoor regelmatig even naar buiten gegaan.

Het is natuurlijk fijn zoiets als team te doen. Ik had een groepje van 3 collega’s uit de alliantie waar ik mee samen werkte. Daarmee had ik een Whatsapp groep, die we vooral gebruikten om even kort af te stemmen wie wat doet. We startten elke dag om 9 uur met een terugblik en een vooruit blik. Als kers op de taart konden we de week met de 15 Nederlandse deelnemers wel afsluiten met een borrel. Hieronder de wordcloud als evaluatie door de deelnemers. Ik was gelukkig niet de enige die enthousiast was over de week!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Speuren met Seppo: een aanrader

Ongeveer 5 jaar geleden was ik met een groepje collega’s aan het brainstormen over het ontwerp van een workshop. Iemand riep: een fileworkshop!. Ik had daar meteen een visioen bij van een workshop in de trein om de file te vermijden. Het is altijd in mijn hoofd blijven hangen als iets wat ik nog een keer zou willen organiseren. Een fileworkshop met start in de trein. Maar ja, het is lastig praktisch te maken want er zijn altijd mensen die toch in de auto (willen) komen.

Vorig jaar zat ik weer in een brainstorm voor de viering van het 10-jarig bestaan van Ennuonline. Het file idee werd getweakt. Niet in de trein starten maar wel in groepjes op een verschillende lokatie en dan via opdrachten naar de plek van de viering. Seppo.io bleek hier perfect voor te zijn.

ondanks wind en regen lol tijdens de speurtocht

Wil je meer weten over Seppo? Op Ennuonline kun je het hele bericht lezen. Tip: je kunt je daar ook abonneren om alle nieuwe blogs via email te ontvangen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Het ontwerpen van een chatbot: de geboorte van Beau

Beau de biechtbot

Beau is de chatbot die ik samen met Kirste den Hollander en Steven van Luipen heb ontwikkeld als prototype. We wilden graag kijken of je een chatbot in kunt zetten om reflectie te ondersteunen. En dat kan zeker! Ik ben enthousiast over de mogelijkheden, al zie ik ook de beperkingen van Beau. Beau is een gescripte bot, waarbij geen kunstmatige intelligentie gebruikt wordt. De conversatie van Beau is gebaseerd op een de methode van de biechtbox, een beproefde methodiek ontwikkeld door Kirste den Hollander om in gesprek te gaan over fouten. De biecht wordt hierbij afgenomen door iemand die live vragen stelt. Het voordeel van ‘biechten’ via een bot is dat je het op elk moment kunt doen, het kost geen tijd van een biechtafnemer, en je bent in je hoofd niet bezig met wat je gesprekspartner er van vindt. Een nadeel van Beau is dat hij niet geoptimaliseerd is om regelmatig te reflecteren omdat hij start met nadenken over wat een fout is.

51 mensen in gesprek met Beau

We hebben mensen online en tijdens Next Learning 2018 gevraagd of ze Beau wilden testen en een survey invullen. 51 mensen hebben dit gedaan. Onze conclusies:

De meeste mensen zijn positief over het gebruik van Beau, de toon en het taalgebruik in het gesprek. Maar nog belangrijker: de helft heeft door het gesprek een nieuw inzicht opgedaan. Met een chatbot praten in plaats van een mens, en typen in plaats van praten helpt het reflectieproces zelfs vaak. Het geeft mensen tijd om na te denken en stelt ze in staat om zelf het ritme van het gesprek te bepalen. In de live biecht staat de reflectie van een biechter centraal en de biechtafnemer stelt alleen vragen. Die positie kan een chatbot perfect overnemen.

Wij zien verschillende mogelijkheden om een chatbot voor reflectie in te zetten. Je kunt mensen stimuleren om dit regelmatig individueel te doen of je kunt als team afspreken om van een reflectiebot gebruik te maken en hier op regelmatige tijden over uit te wisselen. Het is dan wel van belang om er rekening mee te houden dat een (kleine) groep mensen veel weerstand heeft tegen het reflecteren met een chatbot.

Meer weten?

De resultaten van dit onderzoek hebben we samengevat in een artikel wat gepubliceerd is in het tijdschrift TvOO van september 2018. Klik hier om het te downloaden. Inmiddels hebben we het artikel ook in het Engels geschreven. Die kun je hier downloaden.

Ben je nieuwsgierig naar het ontwerpproces?

Ik heb veel geleerd en gelezen, inclusief ervaringen met IBM Watson. wil je zelf ook leren over bots en misschien zelfs wel een eerste verkenning doen naar mogelijke bots? Kijk dan ook eens naar deze workshop die ik vanuit Ennuonline aanbied.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Waarom ik geloof in het werken met personas

Dit blogbericht heb ik ook gepubliceerd op ennunonline.com.

Waarom zou je werken met personas bij het ontwerpen van online of blended leren? In deze blog wil ik je enthousiast maken voor het werken met personas. Het werken met personas is niet alleen handig voor marketing professionals maar ook nuttig in een ontwerpproces voor leertrajecten.

Abdel woont in de hoofdstad van Mali, studeert om journalist te worden en is leergierig. Hij heeft toegang tot internet via de universiteit via zijn Huawei smartphone. Hij wil graag leren hoe hij in contact kan komen met andere studenten in andere steden in West-Africa en hij wil graag als journalist ontwikkelingen uit Mali delen met de rest van de wereld.

Hawa woont op het platteland van Mali en koopt toegang tot mobiel internet, zo heeft ze 3 keer per week een uurtje toegang tot internet. Ze wil graag leren hoe ze voor de NGO waar ze mee werkt korte videos kan maken over haar leven. Dit hebben ze haar namelijk gevraagd.

Abdel en Hawa bestaan niet echt maar zijn personas die we hebben getekend en besproken tijdens het ontwerp van een online cursus burgerjournalistiek voor mensen in Mali. De namen Abdel en Hawa komen nog vaak terug: als Hawa maar 3 keer per week kan inloggen moeten we toch eigenlijk wel een week de tijd geven voor de foto-opdracht toch? Het leidt ook tot de discussie of we eigenlijk wel één cursus kunnen ontwerpen voor Abdel en Hawa. Zo komen we tot de oplossing van wekelijkse bonus opdrachten omdat Abdel anders misschien wel afhaakt.

Abdel en Hawa bewijzen hun nut in dit ontwerpproces omdat we zo in de huid kruipen van onze doelgroep. We kunnen het ontwerp zo continu toetsen aan de praktijk.

Zijn personas eigenlijk niet een marketing hype?

Het werken met personas komt inderdaad uit de hoek van marketing en design thinking. Een persona is een zeer gedetailleerde omschrijving van een gebruiker van een product of dienst. Marketeers gebruiken het om producten door te ontwikkelen en marketing van een product uit te denken. Albert Heijn is bekritiseerd door de VN omdat hun klantprofielen zouden leiden tot stereotiepe beelden. Dat is meteen de eerste valkuil van het werken met personas. Het kan leiden tot een stereotypering van de praktijk. Als je dat gevoel hebt kan het goed zijn meer/weer in gesprek te gaan met de doelgroep.

Hoe ontwikkel je personas?

Het ontwikkelen van de personas werkt goed in een interactieve sessie met een ontwerpgroep bestaande uit verschillende belanghebbenden, vaak  inhoudsdeskundigen en andere actoren. Een eerste stap is het bespreken van de belangrijkste (sub-)doelgroepen. Daarna verdeel je de doelgroep onder je ontwerp groep. Vraag je ontwerpgroep in de huid te kruipen van een deelnemer. In kleine groepjes vraag je ze een persona te laten maken door het doorlopen van de volgende stappen:

  • Maken een tekening van een persoon
  • Geef een naam
  • Bedenk een hoe zijn/haar leven en werk eruit ziet
  • Hoe maakt hij/zij gebruik van het internet? via welke devices?
  • Waarom doet hij/zij mee met de cursus, training of community?
  • Wat wil hij/zij leren?
  • Waar is hij/zij allergisch voor?

Nodig daarna de groepjes uit hun persona te presenteer in de ik-vorm (ik ben Hawa en ik woon in Sarafere) zodat mensen zich echt gaan inleven. Ik heb wel meegemaakt dat mensen een karikatuur gaan maken van de lastige eigenschappen. Probeer hier op door te vragen naar positieve aspecten. Eigenlijk krijg je door deze oefening ook wel gevoel of de ontwerpgroep voldoende voeling heeft met de doelgroep of niet.

NB. Je kunt deze vragen zelf aanpassen of gebruik maken een een empathy-map.

Een grappig tool om te starten met personas zou kunnen zijn Thispersondoesnotexist. Je krijgt dan een random foto. Je kunt ook starten van een fake naam met uinames. Je kunt het land ingeven en dan door op de spatiebalk te klikken krijg je een fake naam, zo krijg ik Camiel de Ruyter geboren in 1989. Dit heb ik nog niet geprobeerd, maar kan misschien wel creativiteit stimuleren. Of probeer eens Make my persona.

Waarom ik geloof in personas

De uitdaging bij ontwerpen vind ik altijd goed aan te sluiten bij de behoeften en de praktijk van de deelnemers. Met name inhoudsdeskundigen denken nogal eens vanuit wat belangrijk is voor iedereen om te weten in plaats van wat de deelnemers nodig hebben. Tegelijkertijd kennen de inhoudsdeskundigen de doelgroep vaak heel goed. Natuurlijk kun je ook de doelgroep uitnodigen of interviews doen, maar je kunt ook personas inzetten als je denkt dat de kennis er wel is.

Ik heb hele positieve ervaringen met het werken met personas. Het maken van personas is ideaal om de kennis over collega’s of de doelgroep boven tafel te krijgen. Vaak is deze kennis er wel in de ontwerpgroep. Door het werken met personas ontwikkelt de groep empathie en krijgt een levendig beeld van de doelgroep. Je dwingt je ontwerpgroep in de huid te kruipen van de toekomstige deelnemers. Personas zijn fictieve karakters en geen personen wat het veel neutraler maakt om over ze te spreken.

Voor het beste effect moet je tijdens het ontwerp wel regelmatig opnieuw door de ogen van de personas kijken. Bij Hawa en Abdel lukte dat goed, in andere gevallen vergeet je dit nog wel eens. Ik weet eigenlijk niet goed hoe dat komt. Misschien teveel personas? Toch niet goed in de huid gekropen van? Of ga je dan toch weer vanuit de inhoud denken?

Doelgroep mee laten ontwerpen versus werken met personas

Je kunt natuurlijk ook de doelgroep uitnodigen om mee te ontwerpen. Dit is niet altijd mogelijk, zoals in het geval van Hawa en Abdel. Als je vertegenwoordigers van de doelgroep uitnodigt in het ontwerpproces is het belangrijk dat zij mee kunnen denken vanuit een breder perspectief dan hun eigen belang. Een persona kan een goed alternatief zijn omdat je over fictieve personen praat en dit geeft ruimte.

Lees ook:

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Mijn blended leren avonturen in Milaan

Deze blogpost staat ook op ennuonline.com. Als je meer wilt lezen over leren en technologie kun je je daar aanmelden voor onze nieuwsbrief.

Ik liep met Alette, Sjaak en zijn vrouw in Milaan. We hadden één dagje in Milaan voor de conferentie van Hofstede Insights waarin ik een aantal mythes over blended leren moest zien te ontkracht. Als je maar één dag in Milaan hebt wil je natuurlijk graag de dom zien. Ik was bang dat we de verkeerde uitgang hadden van de metro, niet de uitgang waar ‘duomo’ bij stond. Echter, we kwamen de metro uit en Bam! daar was de kathedraal van Milaan. Echt super indrukwekkend. De dom is zo groot dat elke uitgang van de metro er wel heen leidt…. Ik krijg niet dagelijks een uitnodiging om in het buitenland een sessie over blended leren te verzorgen. Toen deze uitnodiging op mijn deurmat viel wilde ik daarom in ieder geval een dagje toerist spelen er aan vast plakken. En dat is gelukt! Ik kan Milaan zeker aanraden. De dom, maar ook de castello Sforzesco is de moeite waard.

Aan de slag met ontkrachten

De volgende dag moest er dan toch gewerkt worden vanaf 10.00. De groep Hofstede Insights consultants heeft nog niet veel ervaring online. Ze adviseren over interculturele communicatie en zitten veel in het vliegtuig, dus er is juist veel potentie om blended te werken lijkt mij.  Ik had via de organisatie gehoord dat veel mensen nog wel huiverig staan tegen over online en blended werken. Daarom wilde ik in ieder geval mythes en misconcepties boven tafel krijgen en bespreken. Verder had ik echte klantvragen opgehaald zodat ze aan eigen cases konden werken.

Ik startte de sessie met de blended leren Bingo, daarna presentatie en discussie over de mythes waarna er tijd was om aan de slag te gaan. De groepjes consultants maakten een blended ontwerp voor een eigen gekozen klantvraag. Daarna moesten ze dit ontwerp pitchen aan de klant. Zo konden ze meteen oefenen met het aan de man brengen van een blended ontwerp. Als laatste was er ruimte voor tools en techniek. Hieronder mijn presentatie. NB. het lijkt wel of het invoegen van slideshare presentaties minder goed werkt. Hier is ook de presentatie over online and blended learning 

 

Zijn alle mythes over blended leren ontkracht?

Een aantal wel denk ik. Ik heb mensen zeker enthousiast gemaakt om te gaan experimenteren met blended leren. Een mythe die zeker aan het wankelen is gebracht is “je hebt face-to-face nodig voor emotionele connectie“.  We spraken over online dating online en online verliefd worden. Als dat kan: waarom zou je online als trainer geen emoties kunnen oproepen?

Ook het idee dat online leren individueel en saai is ging op zijn kop. Veel zagen online als optimaal voor het overbrengen van informatie (mythe 1). Het leren in eigen tijd is zeker een voordeel, maar dit kan ook sociaal en interactief zijn. Een persoonlijke aanpak online helpt hierbij.

Een ander nieuw inzicht was om blenden in te zetten om je leerproces beter te doseren (niet drie dagen overgieten, maar twee maanden met interculturele communicatie aan de slag). Ook voor spaced repetition en om te helpen bij de toepassing.

Ik ben blij dat ik heb gekozen voor deze focus op onderliggende beelden bij blended leren. De tools en het experimenteren komen hierna wel.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Nieuwsgierigheid kun je (stimu-)leren

Ik ben vanochtend op de fiets door de zon naar het ROC Midden Nederland gefietst voor een terugblik op een leuk en geslaagd project. Met een team docenten hebben we een SPOC (Small Private Online Course) georganiseerd op het Curatr platform. Binnen de SPOC konden docenten online met elkaar uitwisselen of onderwerpen als sfeer in de klas, structuur, afwisseling en aandacht voor individuele studenten. Het innovatieve is dat de focus ligt op uitwisseling en leren van elkaar en niet op het leren van nieuwe kennis, meer “hoe doe jij dat nou?”

Er waren zo’n 30 leergierige docenten heel actief. Het viel op dat dit bekend groepje is, een groep knowmads die nieuwsgierig zijn en zich willen ontwikkelen. Een van de docenten vertelde dat ze zich ook snel gaat vervelen in de vakantie en dan maar een opleiding gaat doen. Tegelijkertijd is er een groep docenten dat minder lijkt te investeren in eigen professionele ontwikkeling en dan ook niet mee doet met zo’n nieuw initiatief als de SPOC.. Hoe kun je hen ook meekrijgen? Hoe kun je zelfgestuurd leren stimuleren?

Why What makes us curiousi

Is iedereen (latent) een knowmad?

Volgens Forbes is er een sterke relatie tussen leren op de werkplek en blij zijn met je werk.

“There’s a strong positive relationship between how much people learn on the job and how much they love their job”

Dit laat zien dat bij een hoog niveau van leren op de werkplek het mes aan twee kanten snijdt: er wordt continue gewerkt aan innovatie en de professional is ook happy.

Het roept bij mij (weer) de vraag op of iedere professional een intrinsieke motivatie heeft om zich te ontwikkelen? Al dan niet latent. Of is het voor sommigen gewoon prima om jaren dezelfde lessen te draaien? Met andere woorden: is zelfsturing in leren weggelegd voor iedereen? En kun je professionals stimuleren zelf formeel of informeel te leren? De crux zou wel eens kunnen liggen in nieuwsgierigheid.

Nieuwsgierigheid ontleed in het boek Why

In het boek Why? What makes us curious van Mario Livio wordt nieuwsgierigheid helemaal ontleed.

Nieuwsgierigheid is: de wens om te weten waarom, wat een hoe. Het is een wens naar informatie. Iedereen is nieuwsgierig, al verschilt de mate van nieuwsgierigheid van persoon tot persoon. In Why worden Leonardo da Vinci en Richard Feynman aangehaald als voorbeeld van extreem nieuwsgierige personen. Feynman schijnt zelfs op zijn sterfbed in een halve coma gelegen te hebben en gezegd te hebben: “This dying is boring, I wouldn’t want to do it again!” Nieuwsgierigheid is een gevoel: opwinding en ongemak of zelfs angst. Tot een zekere hoogte leidt onzekerheid over een onderwerp tot nieuwsgierigheid maar als de onzekerheid te groot wordt kan het zo overweldigend worden dat het ongemakkelijk voelt. Als iets totaal overwacht is kan de onzekerheid zo groot worden dat mensen liever het onderwerp vermijden dan erin duiken. Dit doet me trouwens denken aan een vraag van Ger Driesen een aantal jaren geleden: moet leren pijn doen?

Wat maakt iemand nieuwsgierig? – opwinding versus onzekerheid

Litman zegt dat nieuwsgierigheid van twee kanten kan komen, een actie om een gevoel van onzekerheid terug te dringen, of een intrinsiek gemotiveerde staat van opwinding om iets nieuws te leren kennen. Het eerste kun je zien als het lezen van het bordje van een dier in de dierentuin wat je niet kent. Ik stel me het tweede voor als het gevoel als ik een nieuwe tool ontdek. Verder worden we nieuwsgieriger als we als iets over een onderwerp weten en ontdekken dat er kennis ontbreekt dan als we niets van een onderwerp weten. Of iets nieuwsgierigheid opwekt is ook onderzocht door Berlyne en hangt af van nieuwigheid, complexiteit, onzekerheid en conflict.

  • Nieuw is bv. een nieuw fenomeen zoals een nieuwe diersoort
  • Complex is als iets een onverwacht patroon volgt
  • Onzekerheid is als je de afloop niet kunt voorspellen
  • Conflict is het feit dat nieuwe informatie tegenstrijdig is met oude informatie, hierdoor voel je je ‘onwetend’ en om dat gevoel weg te halen ga je op zoek naar informatie

Twee soorten nieuwsgierigheid

Om nieuwsgierig te zijn hoef je niet goed te zijn in wiskunde of juist de kunsten, maar een voorwaarde lijkt wel te zijn de capaciteit om informatie te verwerken. Er is een verschil tussen perceptual curiosity en epistemic curiosity. Perceptual curiosity is nieuwsgierigheid getriggerd door dingen die gebeuren om je heen die anders zijn dan verwacht, bv. de nieuwsgierigheid van een klas kinderen die een nieuwe leerling in de klas krijgen. Het kan ook een situatie zijn die je niet helemaal snapt. Epistemic curiosity is een hang naar kennis en weten, de drijvende kracht achter de wetenschap. Verder kun je diversive (brede interesse) en specific (op zoek naar specifieke informatie) curiosity onderscheiden zodat je het schema hieronder van Berlyne krijgt. Een voorbeeld van diversive curiosity is bijvoorbeeld je telefoon checken op nieuwe berichtjes. Je bent niet op zoek naar specifieke informatie maar wel nieuwsgierig of er iets is.

Bron: Siobhancribbin.wordpress.com

Wat interessant is: door breinonderzoek is ook duidelijk geworden dat deze twee typen nieuwsgierigheid in verschillende delen van de hersenen zetelen.

Strategieën om nieuwsgierigheid te bevredigen: overzicht en van makkelijk naar moeilijk

Jacqueline Gottlieb heeft onderzoek gedaan naar de strategieën van het brein om via open exploratie nieuwsgierigheid te bevredigen. 52 mensen werden gevraagd een kort computerspel te kiezen om te spelen. Er waren twee verschillende series spellen en de moeilijkheidsgraad varieerde. De strategieën van de 52 personen waren opvallend gelijk: ze startten met de makkelijkste spellen en daarna de moeilijkere. Daarnaast zochten ze naar een overzicht van alle spellen. De spellen van gemiddeld to hoge graad van moeilijkheid werden verschillende keren gespeeld. Interessant voor epistemic nieuwsgierigheid: mensen willen graag het hele landschap overzien. Dit fenomeen wordt wel ‘knowledge-based intrinsic motivation’ genoemd.

Nieuwsgierig zijn kun je leren

Wat kunnen we hieruit afleiden? Dat iedere professional nieuwsgierig is, maar de mate waarin kan wel variëren. Wat ik geleerd heb uit het lezen van Why is de focus op de emotie. Vraag mensen waar ze uit zichzelf nieuwsgierig naar zijn, welke nieuwe informatie worden ze blij van? Waar voel je je onzeker over in je werk? Dit zijn andere vragen dan wat zou je willen leren?

Wat ik er ook uit mee neem: je kunt nieuwsgierigheid in professionals wel degelijk triggeren. Als je kijkt naar Berlyne is de perceptual nieuwsgierigheid makkelijker te stimuleren dan epistemic. Voorbeelden:

  • Introduceer iets compleet nieuws bv. een nieuwe theorie of een nieuwe technologie die van invloed gaat zijn
  • Presenteer data die een onverwacht patroon laat zien. Een voorbeeld hiervan is benchlearning
  • Laat professionals de tanden zetten in een wicked problem, een uitdaging waarvan je de afloop niet kunt voorspellen
  • Ga op zoek naar informatie die tegenstrijdig is met wat mensen in de organisatie geloven

Sibrenne heeft dit uitgewerkt in 3 manieren om senioren weer aan het leren te krijgen. Stimuleer nieuwsgierigheid.

Last but not least hou ik er een grote vraag voor adaptieve leersystemen aan over: bij deze systemen krijgt de lerende nieuwe informatie of opdrachten voorgeschoteld. Vanuit de behoefte om overzicht te krijgen van het hele veld (van makkelijk naar moeilijk) kan dit nogal frustrerend zijn lijkt mij. Dit hoor ik ook wel van gebruikers, dat ze graag zouden willen weten wat de onderwerpen zijn die ze niet hebben gekregen.

Posted in De knowmad, Leren in netwerken | Tagged | Leave a comment

Maart: mijn maand over leren en opleiden met virtual reality

Al een poos hebben we zelf een aantal Virtual Reality (VR) cardboard brillen voor gebruik binnen onze leergang. Echter, dit blijft wel een beetje hangen op het spelen met een achtbaan en een keer onder de Eiffeltoren doorlopen. Wat leuk is, is dat mijn dochter een introductie via virtual reality kreeg van de Albert Heijn. Ik vond het geloof ik leuker dan mijn dochter om op de Zaanse Schans te staan :).

Ik twijfelde heel lang of ik hier meer in moest duiken, omdat ik mijzelf in de toekomst geen virtual reality applicaties zie ontwerpen. Uiteindelijk besloot ik dit toch te doen omdat ik organisaties ook wil kunnen adviseren en zo werd maart mijn virtual reality maand. Eerst ben ik bij de bijeenkomst van de Spindle geweest met Thomas Baars van HumanityX. Voor NGOs is storytelling via VR dan wel 360 graden video interessant. Een brainstorm over storytelling via VR leverde zo  een lijst toepassingen op. Wel moet je dan continue blijven nadenken wat de meerwaarde is van VR boven gewone video. Een voorbeeld van storytelling is Cloud over Sidra over een vluchtelingenkamp in Jordanië. Wat ik veel lees is dat VR storytelling helpt om empathie te ontwikkelen voor bv. de vluchtelingen. Echter, onderzoekster Jeanine Reutemann waarschuwt hiervoor. Er is meer nodig dan een VR app om empathie te ontwikkelen. Hier kun je een verslag lezen van deze sessie.

Daarna heb ik met de LOSmakers een meetup georganiseerd. Robin de Lange was onze expert en inspirator tijdens deze meetup. Wat ik hier geleerd heb is dat juist binnen de sector van trainen en opleiden de verwachting is dat VR veel potentie heeft. Hier de video die ik heb gemaakt tijdens de meetup.

Tenslotte heb ik Ronald Christiaans geïnterviewd in de “Innovation and Inspiration Experience” (i-iX) room van de Politie Academie in Apeldoorn. Het hele interview kun je op de site van ennuonline lezen. Ronald is intensief aan het pionieren met een veelvoud aan simulaties voor de politie zoals schietsimulaties.

Wat heb ik er zelf van geleerd

Ik zie dat er ontzettend veel ontwikkeling zit in VR toepassingen. Het staat nog wel in de kinderschoenen maar er is veel potentie voor toepassingen bij opleiden. Het is ideaal voor het oefenen van lastige, moeilijke of gevaarlijke situaties, denk aan situaties zoals hooligans in toom houden, hoogtevrees, of in Mali op patrouille. De immersieve aard van VR maakt het leuk, maar zorgt ook dat het beklijft. Het kan een enorme impact hebben.

Je kunt wel zien dat hier ook SAMR opgaat. Wanneer is VR gewoon een vervanging van een video en wanneer is het echt vernieuwend? Veel eerste toepassingen zijn bedacht vanuit onze huidige manier van denken. Jeanine liet een voorbeeld zien een VR applicatie waarin een powerpoint presentatie werd gegeven :). Andersom had Robin een toepassing meegebracht waarbij je kon tekenen in VR. Dat zet het idee van tekenen wel op zijn kop.

Wat ik ook heb geleerd is dat VR van goedkoop tot duur kan en dicht tegen augmented reality (AR) en simulaties aan zit. AR heeft veel potentie voor performance support. VR is niet nieuw, denk aan de vliegsimulator die al heel lang bestaat. Wat wel nieuw is, is dat het steeds goedkoper en bereikbaarder wordt. Zo kun je met een 360 graden camera van 300 euro al aan de slag met fotograferen van situaties. Zet de foto op roundme en je kunt daar informatie aan toevoegen, zie deze Canyon.

Omdat het zo nieuw is moet er wel ruimte zijn om er mee te experimenteren. Zowel de Politieacademie als HumanityX hebben deze ruimte. Als je niet experimenteert en bewust in VR duikt verzin je niet snel een toepassing. Denk aan onze oude slogan “als je niet kunt fietsen is lopen altijd sneller”. Ronald zegt dat je ook wel wat geld zult investeren in applicaties die niet gaan werken. Dat geld ben je kwijt of kun je ook zien als leergeld. Ga op ontdekkingsreis om het beter te snappen, ga bij bedrijven langs om jezelf een beeld te vormen en om je kennis te vergroten. Ga bijvoorbeeld in mei naar Leren met VR in Eindhoven. Ga bij jezelf na wat je wil bereiken, en begin misschien klein. Of juist groot?

Op zoek naar voorbeelden en inspiratie?

Hier heb ik een lijst met voorbeelden verzameld.

 

Posted in Nieuwe leerinterventies | Tagged | Leave a comment

De beste taxichauffeur

Ik heb deze blog in andere vorm ook op Ennuonline staan, de site die steeds belangrijker wordt voor mij dan deze. Neem daar ook eens een kijkje als je hem nog niet kent.

Ik ben op verrassingstrip geweest. Je boekt maar weet niet waar naartoe. Heel spannend dus! We moesten om 5 uur al op Schiphol zijn en hoewel wij nog slaperig waren: de taxichauffeur was dat niet. Hij praatte veel, waarschijnlijk om wakker te blijven… Aangezien wij niet veel over onze bestemming konden vertellen, vertelde hij over de taxi. Hij was heel enthousiast over een nieuw systeem wat mij toch af en toe deed denken aan een aflevering van Black mirror: die aflevering Nosedive waarin een samenleving op likes is gebaseerd: iedereen geeft elkaar punten en je moet een bepaald aantal punten hebben om ergens te kunnen wonen. Het loopt niet goed af met de hoofdpersoon.

Het mooie taxi systeem

Het fantastische systeem van onze taxi chauffeur bestaat uit een punten systeem (cicada). Elke chauffeur kan punten halen met zijn of haar rijstijl. Hij bekommerde zich eerst niet om zijn punten, tot bleek dat een vrouwelijke collega het hoogst scoorde. Toen wilde hij ook zijn score verbeteren. Onze chauffeur zat al inmiddels al op 98. Heel lang bleef hij steken op 96 dacht dat je nooit 100 zou kunnen halen, maar… door zijn handen aan het stuur te houden kwam hij hoger. Ik vroeg hem wat je allemaal moet doen om hoog te scoren. Het komt neer op gelijkmatig rijden, niet te hard optrekken of remmen, maar ook je handen aan het stuur houden bijvoorbeeld. Hij wist wel precies hoeveel seconden hij wel aan de radio kon zitten voor zijn score omlaag ging.

Het werd interessant toen er een opleidingsplek vrij kwam om directiechauffeur te worden. Onze (zwarte) chauffeur werd niet voorgedragen. Tot er iemand zei dat hij eigenlijk de hoogste puntenscore had en het wel zo eerlijk was om de chauffeur met de beste punten te nemen. Zo heeft hij toch de plek verdiend.

Van taxi naar learning analytics

Clive Shepherd heeft het over de nieuwe skillset van L&D-ers. Een van de nieuwe skills is interacting with media, en daarbij hoort ook het gebruik van data. Ook L&D heeft te maken met nieuwe data die het vak veranderen. Denk maar aan de data die je verzamelt als je een online cursus organiseert. Hoewel ik op vakantie was kon ik toch niet laten na te gaan denken over de parallellen tussen het het taxi systeem en learning analytics. Met learning analytics gebruik je data om inzicht te krijgen in hoe mensen leren en hoe je dat kunt ondersteunen. De taxi data zijn gericht op een betere rijstijl. Het positieve van het puntensysteem is dat onze chauffeur niet werd voorgedragen voor de opleiding maar door zijn punten wel hard kon maken dat hij de beste was. Dat is toch wel een mooie opbrengst. Wat ook werkte bij hem is het gamification element. Hij wilde graag een hoge score halen en ging daardoor zijn rijstijl aanpassen.

People always tweak the system

Het gaf me ook wel een gek gevoel dit hele taxi systeem. Omdat ze veel meer gegevens nog verzamelen geeft het ook wel een big brother idee. Is er nog wel vrijheid voor de professionals? De invloed van de cijfers en het meten op het gedrag is in ieder geval groot, maar is het niet beter om het gewoon te bespreken? Minder een keurslijf?

Verder was het duidelijk dat de mensen altijd het systeem probeert te overtroeven. Zo kan een taxi chauffeur 5 keer achter elkaar aan de radio gaan draaien en tussen door zijn handen aan het stuur houden. De vraag is of dat veiliger is dan in één keer. Weet dus was je meet. Je moet dus nooit alleen naar de cijfers kijken.

Overigens gingen we naar Rome!

rome

Posted in Sociale technologie, Veranderkunde | Tagged | Leave a comment

Twee boeken van Kevin Kelly over technology: let op artificial intelligence, aandacht en quantified self

The inevitable

Ik heb maar liefst twee boeken van Kevin Kelly gelezen over technologie ontwikkelingen, eentje op de e-reader en eentje op papier (niet hetzelfde boek hoor :). De eerste heet What technology wants; de tweede the Inevitable. Beiden zag ik langs komen via Twitter. Nu je het zo zegt: de meeste boekentips vang ik op via mijn Twitternetwerk.

What technology wants,

Ik ben deze twee boeken gaan lezen omdat ik wil weten hoe technologie zich gaat ontwikkelen (met name artificial intelligence) en welke invloed dat zal/kan/mag hebben op mijn vakgebied van leren en kennisdelen. Ik was ook benieuwd met welke bril hij naar technologie kijkt. In mijn studie Tropische Cultuurtechniek was er al sprake van verschillende brillen. Zo had je de techno-optimisten die dachten dat technologische ontwikkelingen alle problemen van ontwikkelingslanden op zou lossen, bijvoorbeeld landbouwproductie op peil door kunstmest en pesticiden. Aan de andere kant de sceptici. Ik hoorde toch meer bij de sceptici omdat ik zag hoe groot de invloed is van cultuur en de manier waarop mensen reageren op technologie en er wel of juist niet gebruik van gaan maken. Boeren in Afrika gingen helemaal niet massaal gebruik maken van kunstmest en pesticiden. Zijn er ook zullen verschillen in visies op (leer-)technologieën? Met welke bril kan ik kijken?

Kevin Kelly eindigt the inevitable met een duidelijke stellingname: hij ziet dat we aan het begin staan van een nieuwe fase, het hoofdstuk heet ook ‘the beginning’. In deze fase gaan we richting een collectief bewustzijn die hij de holos noemt. Hier kunnen we ons niets bij voorstellen. Een andere fase wisseling uit het verleden was de uitvinding van de taal. De mensen voor de intrede van taal konden zich de wereld met taal ook niet voorstellen. Door taal kreeg samenwerking en coördinatie een boost, maar ook ideeontwikkeling en fantasie. Door taal reist kennis met generaties mee. De holos is een verbinding van alle mensen en machines via artificial intelligence. Deze holos ontstaan doordat we via internet steeds meer delen, tracken, mixen, filteren etc. Hij noemt ook twee verschillende visies op artificial intelligence: hard and soft singularity. Bij de harde is de theorie dat we een superintelligentie maken die steeds slimmer wordt, alle problemen oplost en ons voorbij gaat. Bij de soft singularity gaat het om een complexe interface tussen mensen en artificial intelligence.

Een aantal ideeën uit zijn boeken die ik meeneem:

    • Technologie neemt een steeds indringender plek in in ons leven. We slapen met de smartphone en mijn dochter zit soms met laptop op schoot, ipad ernaast en smartphone in de hand. 10.000 jaar geleden liep een boer maar een paar uur per dag met een werktuig in zijn hand.
    • Behalve een verslaving aan bv. een smartphone zijn we misschien wel verslaafd aan wat Kelly het ‘technium’ noemt, de technologische vernieuwing op zich. Dit verklaart wel de interesse in gadgets. Dat maakt ook dat sommige technologie onafwendbaar lijkt. Het gilde van de franse schriftgeleerden heeft de introductie van de drukpers in Parijs nog wat tegen kunnen houden maar niet kunnen stoppen.
    • Sociale veranderingen in de geschiedenis zijn bijna altijd door technologie aangestuurd. Hij erkent duidelijk dat niet alle veranderingen door technologie positief zijn, zo is de grootschalige slavenhandel mogelijk geworden door de zeilschepen die de oceanen over konden varen. Een quote van Karl Marx: the hand-mill gives you a society with the feudal lords, the steam-mill a society with industrial capitalists.
    • De maatschappij en waar we aan werken gaat veel meer over intangibles (services, niet tastbare dingen) dan over goederen. 40% van de exports uit de VS is intangible. In Nederland is het aandeel van diensten in de export ook groeiende.

the picturephone

  • Nieuwe technologieën zijn volgens Kelly soms onontkoombaar maar iedere technologie heeft een momentum nodig. Hij geeft het voorbeeld van de beeldtelefoon. Al in 1938 waren er prototypes op het Duitse postkantoor. Picturephones werden op straat geïnstalleerd in New York in 1964, maar opgeheven omdat er maar 500 abonnees waren. Nu gebruiken we Skype, Zoom, Facetime of zetten video aan bij Whatsapp bellen.  Er worden tegelijk dingen uitgevonden of uitgeprobeerd. Slechts als de ondersteunende technologie klopt (nu via internet) en sociale dynamiek wordt het breed geaccepteerd. Het spel tussen technologie en sociologie lijkt op het spel tussen nature (genen) en nurture (opvoeding) bij kinderen. De uitkomst is een wisselwerking. Er is vaak een punt waarop technologie een optie lijkt maar waarop de maatschappij al zo veranderd is dat mensen zich gedwongen voelen dit te gebruiken. Ik herken dit wel aan de ov-chipkaart. Mijn moeder kon nog met kaartjes af, maar dat wordt wel steeds moeilijker. Denk ook aan hoe lastig het is als je principieel geen Whatsapp wilt gebruiken.
  • De veranderingen van onze tijd vat hij samen in de inevitable: Onze tijd is kennis/informatiegericht, stromen van informatie zoals in je tijdlijn, delen, linken taggen. 40% van het web is commerciële informatie, echter 60% is vrijwillig gedeeld, van uit een passie. Artificial intelligence gaat een grote invloed hebben. De tijd van Artificial intelligence is nu aangebroken omdat we goedkope rekenkracht hebben, big data en betere algoritmes.
  • Je kunt de economie herinrichten op aandacht. Als informatie niet meer schaars is, dan is aandacht het wel. Wat als betaald worden om naar een advertentie te kijken? Als informatie niet schaars is, en we efficiënter kunnen werken door artificial intelligence gaat de mens zich richten op ervaringen en belevingen. Die zullen heel duur worden.
  • Er is een hele beweging van quantified self. Er is zoveel data die je over jezelf kunt verzamelen en analyseren. Worden we daar echt een beter mens van?

Het is best veel aan ideeën over de invloed van technologie, zeker als je het zo op een rijtje zet.  Het is best overdonderend. Op filosofisch niveau herken ik de afwendbaarheid van technologie als iets algemeen geaccepteerd wordt door de maatschappij. Het verslaafd zijn aan technologie ontwikkeling in het algemeen door de mensheid verklaart wel de focus op ontwikkeling en het ‘shiny tool syndrome’ wat ik vaak tegen kom. Het binnendringen van technologie geeft me ook wel een onrustig gevoel, alsof je de controle verliest. Met name van de onafwendbaarheid word ik niet blij. Mijn eigen gevoel zegt dat we niet altijd beter hoeven te worden van alle nieuwe technologie en dat we ons nog wel verbonden moeten blijven voelen met de natuur omdat we daarvan afhankelijk zijn (kijk maar eens naar black mirror). Ook geloof ik niet dat technologie al onze problemen op kan lossen, denk aan klimaatverandering.

Mijn vragen waren wat de invloed gaat zijn van technologie op leren en kennisdelen en welke bril je op kunt zetten. Wat uit deze twee boeken mee neem is het steeds grotere belang van informatie, we moeten ons op een andere manier gaan verhouden tot informatie. We zwemmen in informatie maar helpt het ons ook verder? Omgaan met big data en informatie gaat steeds belangrijker worden. Aandacht richten ook. Daarbij gaat artificial intelligence zo te lezen een grote rol spelen. De quantified self komt ook terug. Een conclusie is let op: (1) artificial intelligence (2) aandacht en focus en (3) leren door feedback over onszelf (quantified self).

Wat betreft de hard en soft singularity geloof ik zeker in de soft singularity, dat wij bepalen hoe artificial intelligence ons gaat ondersteunen. Wat voor gevoel krijg jij van al deze ontwikkelingen?

Posted in Sociale technologie, Veranderkunde | Tagged | Leave a comment

Maak je cMOOC sterker door community denken toe te passen

In januari dit jaar hebben we veel lol gehad met het faciliteren van onze knowmad MOOC. Er deden 600 mensen aan mee en er werd veel uitgewisseld. We kregen van allerlei kanten complimenten voor de manier waarop we het faciliteerden: persoonlijk en snel. Zo’n MOOC vraagt om een goed ontwerp van de leeractiviteiten, inrichting van het platform en opbouw. Ik denk dat er veel details in onze MOOC zaten waardoor het een succes werd. Wil je nog iets over de inhoud lezen bekijk dan onze blogreeks over de knowmad.

Een voorbeeld is ons netwerk café en de afsluiting met een meetup. Het is leuk om te zien dat het netwerk café idee en de plek voor gesprek in veel andere MOOCs zijn overgenomen. Maar soms kun je niet eens goed benoemen waarom je iets doen, dat komt zo instinctief voort uit al je ervaringen.

Het was daarom leuk dat Jos Maassen van de MOOCfactory mij en Peter Staal van Bind uitnodigde om het eens te hebben over het ontwerp van sociale (c-)MOOCs en wat je kunt leren uit de principes van het faciliteren van een community. Dit heeft geleid tot het artikel 10 tips voor een sociale MOOC- gepubliceerd is op Frankwatching. De 10 tips zijn:

1. Houd de MOOC klein or werk met met subgroepen waarin mensen met een specifieke interesse elkaar kunnen ontmoeten.

2. Bouw aan vertrouwen. Onder begeleiding van een betrouwbare en aanwezige moderator, zijn deelnemers eerder geneigd informatie te delen, hun twijfels onder woorden te brengen, discussie op gang te helpen, of vragen te stellen.

3. Tacit kennis ontwikkelen. Mensen in een community delen kennis met elkaar door in gesprek te gaan, de tacit knowledge. Faciliteer dat mensen met dezelfde interesses zoeken elkaar op in fora om de discussie met elkaar aan te gaan.

4. Zoek een balans tussen ‘Connecting en collecting’. In het geval van een sociale MOOC willen deelnemers via social learning kennis opdoen (collecting) en nieuwe mensen leren kennen (connecting).

5. Gebruik Peer pressure
Groepsdruk is een bekend fenomeen dat het leerproces ook kan versterken. Benoem bijvoorbeeld hoeveel mensen al gereageerd hebben of ‘door de gate’ zijn.

6. Betrek experts en sleutelfiguren. Een cMOOC draait niet om het overdragen van kennis. Echter, je hebt wel ervaren mensen en thought leaders nodig. Om het interessant te maken, is het van belang juist de experts en sleutelfiguren (influencers) te betrekken bij de MOOC.

7. Reputatie opbouwen. Zodra mensen bij elkaar in een groep zitten, bouwen ze een reputatie op. Een sociale MOOC moet faciliteren dat mensen ook online reputatie kunnen opbouwen door bijdragen te erkennen of bv. door leadership boards.

8. Online en offline verbinden. In dit digitale tijdperk is bij een cMOOC het online gedeelte het belangrijkst. Maar ook het offline-aspect blijft belangrijkst, zorg voor meetups of faciliteer dat mensen die bij elkaar wonen elkaar op kunnen zoeken. Overigens kan dit opzoeken ook online via skype of zoom.

9. Zorg voor publieke maar ook voor privé-ruimtes. Veel mensen vinden het lastig om hun gedachten met een community van pakweg duizend man te delen en doen dat liever in een kleiner groepje of één op één. Zo wordt vertrouwen en sociaal kapitaal opgebouwd.

10. Een warm, maar verplichtend welkom
Belangrijk in een nieuwe community: het gevoel van thuiskomen. Een persoonlijk welkom en een goede follow-up zijn dus cruciaal.

Wil je het hele artikel lezen? Kijk dan hier:

Maak je sociale MOOC sterker met een community: 10 tips

Posted in Online faciliteren | Tagged | Leave a comment