Twee boeken van Kevin Kelly over technology: let op artificial intelligence, aandacht en quantified self

The inevitable

Ik heb maar liefst twee boeken van Kevin Kelly gelezen over technologie ontwikkelingen, eentje op de e-reader en eentje op papier (niet hetzelfde boek hoor :). De eerste heet What technology wants; de tweede the Inevitable. Beiden zag ik langs komen via Twitter. Nu je het zo zegt: de meeste boekentips vang ik op via mijn Twitternetwerk.

What technology wants,

Ik ben deze twee boeken gaan lezen omdat ik wil weten hoe technologie zich gaat ontwikkelen (met name artificial intelligence) en welke invloed dat zal/kan/mag hebben op mijn vakgebied van leren en kennisdelen. Ik was ook benieuwd met welke bril hij naar technologie kijkt. In mijn studie Tropische Cultuurtechniek was er al sprake van verschillende brillen. Zo had je de techno-optimisten die dachten dat technologische ontwikkelingen alle problemen van ontwikkelingslanden op zou lossen, bijvoorbeeld landbouwproductie op peil door kunstmest en pesticiden. Aan de andere kant de sceptici. Ik hoorde toch meer bij de sceptici omdat ik zag hoe groot de invloed is van cultuur en de manier waarop mensen reageren op technologie en er wel of juist niet gebruik van gaan maken. Boeren in Afrika gingen helemaal niet massaal gebruik maken van kunstmest en pesticiden. Zijn er ook zullen verschillen in visies op (leer-)technologieën? Met welke bril kan ik kijken?

Kevin Kelly eindigt the inevitable met een duidelijke stellingname: hij ziet dat we aan het begin staan van een nieuwe fase, het hoofdstuk heet ook ‘the beginning’. In deze fase gaan we richting een collectief bewustzijn die hij de holos noemt. Hier kunnen we ons niets bij voorstellen. Een andere fase wisseling uit het verleden was de uitvinding van de taal. De mensen voor de intrede van taal konden zich de wereld met taal ook niet voorstellen. Door taal kreeg samenwerking en coördinatie een boost, maar ook ideeontwikkeling en fantasie. Door taal reist kennis met generaties mee. De holos is een verbinding van alle mensen en machines via artificial intelligence. Deze holos ontstaan doordat we via internet steeds meer delen, tracken, mixen, filteren etc. Hij noemt ook twee verschillende visies op artificial intelligence: hard and soft singularity. Bij de harde is de theorie dat we een superintelligentie maken die steeds slimmer wordt, alle problemen oplost en ons voorbij gaat. Bij de soft singularity gaat het om een complexe interface tussen mensen en artificial intelligence.

Een aantal ideeën uit zijn boeken die ik meeneem:

    • Technologie neemt een steeds indringender plek in in ons leven. We slapen met de smartphone en mijn dochter zit soms met laptop op schoot, ipad ernaast en smartphone in de hand. 10.000 jaar geleden liep een boer maar een paar uur per dag met een werktuig in zijn hand.
    • Behalve een verslaving aan bv. een smartphone zijn we misschien wel verslaafd aan wat Kelly het ‘technium’ noemt, de technologische vernieuwing op zich. Dit verklaart wel de interesse in gadgets. Dat maakt ook dat sommige technologie onafwendbaar lijkt. Het gilde van de franse schriftgeleerden heeft de introductie van de drukpers in Parijs nog wat tegen kunnen houden maar niet kunnen stoppen.
    • Sociale veranderingen in de geschiedenis zijn bijna altijd door technologie aangestuurd. Hij erkent duidelijk dat niet alle veranderingen door technologie positief zijn, zo is de grootschalige slavenhandel mogelijk geworden door de zeilschepen die de oceanen over konden varen. Een quote van Karl Marx: the hand-mill gives you a society with the feudal lords, the steam-mill a society with industrial capitalists.
    • De maatschappij en waar we aan werken gaat veel meer over intangibles (services, niet tastbare dingen) dan over goederen. 40% van de exports uit de VS is intangible. In Nederland is het aandeel van diensten in de export ook groeiende.

the picturephone

  • Nieuwe technologieën zijn volgens Kelly soms onontkoombaar maar iedere technologie heeft een momentum nodig. Hij geeft het voorbeeld van de beeldtelefoon. Al in 1938 waren er prototypes op het Duitse postkantoor. Picturephones werden op straat geïnstalleerd in New York in 1964, maar opgeheven omdat er maar 500 abonnees waren. Nu gebruiken we Skype, Zoom, Facetime of zetten video aan bij Whatsapp bellen.  Er worden tegelijk dingen uitgevonden of uitgeprobeerd. Slechts als de ondersteunende technologie klopt (nu via internet) en sociale dynamiek wordt het breed geaccepteerd. Het spel tussen technologie en sociologie lijkt op het spel tussen nature (genen) en nurture (opvoeding) bij kinderen. De uitkomst is een wisselwerking. Er is vaak een punt waarop technologie een optie lijkt maar waarop de maatschappij al zo veranderd is dat mensen zich gedwongen voelen dit te gebruiken. Ik herken dit wel aan de ov-chipkaart. Mijn moeder kon nog met kaartjes af, maar dat wordt wel steeds moeilijker. Denk ook aan hoe lastig het is als je principieel geen Whatsapp wilt gebruiken.
  • De veranderingen van onze tijd vat hij samen in de inevitable: Onze tijd is kennis/informatiegericht, stromen van informatie zoals in je tijdlijn, delen, linken taggen. 40% van het web is commerciële informatie, echter 60% is vrijwillig gedeeld, van uit een passie. Artificial intelligence gaat een grote invloed hebben. De tijd van Artificial intelligence is nu aangebroken omdat we goedkope rekenkracht hebben, big data en betere algoritmes.
  • Je kunt de economie herinrichten op aandacht. Als informatie niet meer schaars is, dan is aandacht het wel. Wat als betaald worden om naar een advertentie te kijken? Als informatie niet schaars is, en we efficiënter kunnen werken door artificial intelligence gaat de mens zich richten op ervaringen en belevingen. Die zullen heel duur worden.
  • Er is een hele beweging van quantified self. Er is zoveel data die je over jezelf kunt verzamelen en analyseren. Worden we daar echt een beter mens van?

Het is best veel aan ideeën over de invloed van technologie, zeker als je het zo op een rijtje zet.  Het is best overdonderend. Op filosofisch niveau herken ik de afwendbaarheid van technologie als iets algemeen geaccepteerd wordt door de maatschappij. Het verslaafd zijn aan technologie ontwikkeling in het algemeen door de mensheid verklaart wel de focus op ontwikkeling en het ‘shiny tool syndrome’ wat ik vaak tegen kom. Het binnendringen van technologie geeft me ook wel een onrustig gevoel, alsof je de controle verliest. Met name van de onafwendbaarheid word ik niet blij. Mijn eigen gevoel zegt dat we niet altijd beter hoeven te worden van alle nieuwe technologie en dat we ons nog wel verbonden moeten blijven voelen met de natuur omdat we daarvan afhankelijk zijn (kijk maar eens naar black mirror). Ook geloof ik niet dat technologie al onze problemen op kan lossen, denk aan klimaatverandering.

Mijn vragen waren wat de invloed gaat zijn van technologie op leren en kennisdelen en welke bril je op kunt zetten. Wat uit deze twee boeken mee neem is het steeds grotere belang van informatie, we moeten ons op een andere manier gaan verhouden tot informatie. We zwemmen in informatie maar helpt het ons ook verder? Omgaan met big data en informatie gaat steeds belangrijker worden. Aandacht richten ook. Daarbij gaat artificial intelligence zo te lezen een grote rol spelen. De quantified self komt ook terug. Een conclusie is let op: (1) artificial intelligence (2) aandacht en focus en (3) leren door feedback over onszelf (quantified self).

Wat betreft de hard en soft singularity geloof ik zeker in de soft singularity, dat wij bepalen hoe artificial intelligence ons gaat ondersteunen. Wat voor gevoel krijg jij van al deze ontwikkelingen?

Posted in Sociale technologie, Veranderkunde | Tagged | Leave a comment

Maak je cMOOC sterker door community denken toe te passen

In januari dit jaar hebben we veel lol gehad met het faciliteren van onze knowmad MOOC. Er deden 600 mensen aan mee en er werd veel uitgewisseld. We kregen van allerlei kanten complimenten voor de manier waarop we het faciliteerden: persoonlijk en snel. Zo’n MOOC vraagt om een goed ontwerp van de leeractiviteiten, inrichting van het platform en opbouw. Ik denk dat er veel details in onze MOOC zaten waardoor het een succes werd. Wil je nog iets over de inhoud lezen bekijk dan onze blogreeks over de knowmad.

Een voorbeeld is ons netwerk café en de afsluiting met een meetup. Het is leuk om te zien dat het netwerk café idee en de plek voor gesprek in veel andere MOOCs zijn overgenomen. Maar soms kun je niet eens goed benoemen waarom je iets doen, dat komt zo instinctief voort uit al je ervaringen.

Het was daarom leuk dat Jos Maassen van de MOOCfactory mij en Peter Staal van Bind uitnodigde om het eens te hebben over het ontwerp van sociale (c-)MOOCs en wat je kunt leren uit de principes van het faciliteren van een community. Dit heeft geleid tot het artikel 10 tips voor een sociale MOOC- gepubliceerd is op Frankwatching. De 10 tips zijn:

1. Houd de MOOC klein or werk met met subgroepen waarin mensen met een specifieke interesse elkaar kunnen ontmoeten.

2. Bouw aan vertrouwen. Onder begeleiding van een betrouwbare en aanwezige moderator, zijn deelnemers eerder geneigd informatie te delen, hun twijfels onder woorden te brengen, discussie op gang te helpen, of vragen te stellen.

3. Tacit kennis ontwikkelen. Mensen in een community delen kennis met elkaar door in gesprek te gaan, de tacit knowledge. Faciliteer dat mensen met dezelfde interesses zoeken elkaar op in fora om de discussie met elkaar aan te gaan.

4. Zoek een balans tussen ‘Connecting en collecting’. In het geval van een sociale MOOC willen deelnemers via social learning kennis opdoen (collecting) en nieuwe mensen leren kennen (connecting).

5. Gebruik Peer pressure
Groepsdruk is een bekend fenomeen dat het leerproces ook kan versterken. Benoem bijvoorbeeld hoeveel mensen al gereageerd hebben of ‘door de gate’ zijn.

6. Betrek experts en sleutelfiguren. Een cMOOC draait niet om het overdragen van kennis. Echter, je hebt wel ervaren mensen en thought leaders nodig. Om het interessant te maken, is het van belang juist de experts en sleutelfiguren (influencers) te betrekken bij de MOOC.

7. Reputatie opbouwen. Zodra mensen bij elkaar in een groep zitten, bouwen ze een reputatie op. Een sociale MOOC moet faciliteren dat mensen ook online reputatie kunnen opbouwen door bijdragen te erkennen of bv. door leadership boards.

8. Online en offline verbinden. In dit digitale tijdperk is bij een cMOOC het online gedeelte het belangrijkst. Maar ook het offline-aspect blijft belangrijkst, zorg voor meetups of faciliteer dat mensen die bij elkaar wonen elkaar op kunnen zoeken. Overigens kan dit opzoeken ook online via skype of zoom.

9. Zorg voor publieke maar ook voor privé-ruimtes. Veel mensen vinden het lastig om hun gedachten met een community van pakweg duizend man te delen en doen dat liever in een kleiner groepje of één op één. Zo wordt vertrouwen en sociaal kapitaal opgebouwd.

10. Een warm, maar verplichtend welkom
Belangrijk in een nieuwe community: het gevoel van thuiskomen. Een persoonlijk welkom en een goede follow-up zijn dus cruciaal.

Wil je het hele artikel lezen? Kijk dan hier:

Maak je sociale MOOC sterker met een community: 10 tips

Posted in Online faciliteren | Tagged | Leave a comment

To conference or to unconference?

Ik twijfelde lang of ik naar de L&D unconference zou gaan, georganiseerd door Ger Driesen in samenwerking met mensen uit Engeland van de L&D connect community. De unconference kost je een hele dag en volgt de open space methode.  Er was wel een thema: the future of L&D. Het is door de open methode heel onduidelijk wat je voor je tijdsinvestering terug krijgt. Maar…..ik ga nu al 3 jaar naar de learning technologies conference in Londen en daar klagen we eigenlijk altijd (ik ook) dat het programma  zo rond de sage on the stage georganiseerd is. Bij zo’n conferentie kom je door de methode van sprekers op het podium toch niet snel de practitioners tegen die met hetzelfde worstelen als jij. Wat een dilemma. Uiteindelijk trok het feit dat het in Rotterdam was (lekker dichtbij) me over de streep. Met de metro door de regen naar het kantoor van Anewspring. Daar ontmoette ik al snel iemand uit de UK die ik kende van de conferentie maar nog niet meer dan 20 woorden mee had gewisseld. Al een leuke start om nu eens te horen wat hij doet.

En ja ook de rest was heerlijk! Het voelde als een enorm lange pauze van een hele dag lang waar je eindeloos op interessante onderwerpen door kunt praten. Het begon met een brainstorm in kleine groepjes over de onderwerpen die je in zou willen brengen. Ik kwam zo op de invloed van artificial intelligence op L&D en op nieuwe vormen om zelfgestuurd leren te stimuleren. Al pratend kwam er zo al een mooi voorbeeld voorbij (van Philips) waar bij mensen een start test deden op een bepaald onderwerp en via de antwoorden naar bepaalde nieuwe bronnen of cursussen geleid werden. Een vorm om mensen die niet weten wat ze niet weten te helpen. Ik was wel bekend met open space in organisaties, maar niet met open space met een groep onbekenden. Bij open space geldt de ‘law of the two feet’ je moet zelf zorgen dat je interessante gesprekken hebt en mag dus ook van groep wisselen. De eerste keer dat ik weg liep bij een onderwerp voelde dat wel als een afwijzing van het groepje maar ik was blij dat ik het gedaan had. Zo had ik echt de hele dag goede gesprekken.

Twee gesprekken die veel impact hadden op mijn denken gingen over relaties, diepte in relaties, netwerken en hoe dat verandert door de tijd heen door internet. Zo zijn er ouderen die vooral een hecht netwerk van vrienden hebben die elkaar door dik en dun steunen. Het nadeel is dat dit wel benauwend en gesloten kan zijn. Als het gesloten is, ga je alles onder een vergrootglas leggen. Je wereld is dan klein. Zelf heb ik door mijn werk in het buitenland een groot netwerk. Wie ik nog online volg is best toevallig, de een nodigt me uit op Facebook, de ander op Instagram, de derde heb ik op Whatsapp. Je moet keuzes maken met wie je echt contact maakt. Veel van mijn online netwerken volg ik vanuit de verte, maar soms is er toch een uitnodiging om weer eens af te spreken of samen iets te doen. Het is dus veel fluïder geworden. Het nadeel van een fluïde netwerk kan zijn dat het oppervlakkig wordt of je niet voor elkaar zorgt bij ziekte of minder opdrachten. Zie ook deze documentaire van Gino Bronkhorst. Gino gaat al zijn facebook vrienden een bericht sturen hoe het nu werkelijk met ze gaat. Sommige antwoorden: “Hoezo wil je dat weten?”

De aanname is dat je Facebook contact bent, wat niet hetzelfde is als echt voor elkaar zorgen en interesse tonen. Maar er zitten ook echte vrienden op Facebook. Mijn conclusie is dat de schakeringen in typen vriendschap veel groter zijn geworden plus de media waarop je elkaar ontmoet. Het wisselen van de categorieën vriendschap gaat ook sneller. Zelfs een beste vriendin kun je makkelijk uit het oog verliezen.

We spraken ook over de toekomst: stel dat alles wat je doet wordt ondersteund door augmented reality zoals in video hieronder. Je kunt emotie analyse lezen tijdens je date. Je krijgt de suggestie om te lachen of van onderwerp te veranderen.. Wie ben je dan nog zelf?

Deze reflectie over veranderende relaties kun je ook doortrekken naar je professionele netwerken. Ook deze netwerken zijn groter geworden dan voor het internet want we nemen meer mensen mee online als contact. Je netwerk is bovendien meer in beweging dan vroeger, meer fluïde. En de dag heeft nog steeds maar 24 uur. Dus we moeten leren gevoel te ontwikkelen in welk contact we willen investeren en welk contact aan de randen blijft. Welke niveaus van collega’s heb je? Is je netwerk divers genoeg? Investeer je in de juiste contacten? Ik denk dat bijna niemand dat nog echt heel goed in de vingers heeft.

Ook het onderwerp Artificial Intelligence was erg interessant – daar wil ik nog een aparte blog over schrijven. Naar huis dus met veel food for thought, hernieuwd enthousiasme voor open space en ook een aantal toolsites om uit te zoeken zoals Degreed. De volgende keer als ik iemand hoor klagen bij een conferentie zal ik eens vragen waarom ze niet naar een unconference gaan…

Posted in Leren in netwerken, Nieuwe leerinterventies | Tagged | Leave a comment

Blended leren over stress bij de Boei

Tijd voor blogkermis! Dit is mijn bijdrage aan de blogkermis over blended leren.

Eindelijk! Er is een regeerakkoord tussen VVD, D66, CDA en de Christen Unie. Behalve afspraken over het Wilhelmus staan er ook echt nuttige dingen in. Zo is de nieuwe regering er van overtuigd dat het belangrijk is om werkstress terug te dringen. De ARBO wet zal daarom aangepast worden. Vanaf 2019 is iedere organisatie met meer dan 100 medewerkers verplicht om jaarlijks medewerkers te informeren over werkstress. De OR heeft de taak om in de gaten te houden of het ook echt gebeurt en de arbeidsinspectie ziet er ook op toe. We nodigen je uit om je voor te stellen dat je bij ROC “De Boei”werkt als adviseur L&D. Bij de Boei werken 1750 mensen op 6 locaties. De bestuurder heeft je gevraagd een ontwerp te maken over dit thema.

Geen e-learning module

Er een verplichting om medewerkers te informeren, een geval van een compliance training. In veel gevallen wordt daarvoor een standalone e-learning module gemaakt die medewerkers dan vrijwillig of verplicht moeten doorlopen. Ik geloof echter niet in het effect van zo’n e-learning module. Ik heb teveel slechte modules gezien en moeten doorlopen. Ik denk dat je bij dit soort vragen vanuit verander-strategieën moet denken. Ik hoop dat de bestuurder er ook echt voor gaat om werkstress terug te dringen. Wat dan wel?

Op zoek naar champions

Het gaat om 1750 medewerkers (docenten en ondersteunende staf) op 6 locaties. Ik zou als eerste op zoek gaan naar champions die mee willen doen, liefst van alle 6 locaties. Ik ben nl benieuwd of er verschil is tussen de locaties in ervaren stress. Een champion kan zijn iemand die zelf een burnout heeft gehad en dit heeft overwonnen, het kan ook iemand zijn die juist heel stressbestendig lijkt te zijn. Het lijkt me niet moeilijk door rondvragen hier een enthousiast groepje voor te vinden.

Leer / veranderinterventies: micro learning en/of battles

Ik stel voor om de stress weken te organiseren. Met deze champions gaan we samen de leeractiviteiten voor de stressweken bedenken. We moeten het onderwerp wel goed op de kaart zetten.  We gaan uit van micro learning, online, kort en mobiel toegankelijk. Elke dag krijgt iedereen een 5 minuten vraag. We bedenken samen welke vragen of informatie het relevantst zijn maar dit gaat waarschijnlijk om de volgende categorieën:

  • Tips voor balans van relaxte Boeiers:  beweging, slaap, mindfulness, werk/privé scheiding.
  • Wetenschap: aantal feiten uit onderzoek naar stress. Ook vertaald naar praktische tips.
  • Opsporen van organisatie knelpunten. Dit laatste om ook structurele problemen op te sporen.

Om het aantrekkelijk te maken maken we er een battle van. Dit kan bv. met Coorpacademy maar misschien is er ook andere software. Elke dag is er een winnaar. De basis voor de battle kan het platform wat de medewerkers gebruiken maar daarvoor ga ik wel eerst de champions vragen welk platform het beste werkt. De champions gaan ook bij collega’s te raden wat goed zou werken.

Organisatieverandering en community

Uit deze actieve start komen een aantal suggesties naar voren. We starten een community met een aantal mensen die betrokken willen blijven. Deze community gaat aan de slag samen met het management en de bestuurder om verbeteringen in de praktijk door te voren. Is bv. de slechte ICT-infrastructuur een stress factor, het rooster of juist weinig collegialiteit? Dan wordt daar de aandacht op gericht. We zorgen er wel voor dat het geen klaagcommunity wordt- initiatieven zijn belangrijk. Zo kun je bv. denken aan pauze wandelgroepjes.

Meten van het effect

Uiteindelijk gaan we kijken of de stress verminderd is. Bij de start doen we een stress monitor, en die herhalen we na een jaar.

Posted in Leren in netwerken, Veranderkunde | Leave a comment

Chris op de catwalk: met truukjes alleen kom je er niet

Elke maandagavond om 20.30 installeer ik mij met mijn dochter voor de buis voor Hollands Next Topmodel en daarna gaan we lekker door met Models in Paris: het echte leven. Ik vind het geweldig zo’n kijkje in een hele andere wereld. Mijn favoriet is toch wel Bonita.

De eerste aflevering gebeurde er iets leuks met Chris. Tijdens de Go See (vaak uitgesproken als Gooshie, als je regelmatig kijkt weet je wel wat het is) moest hij lopen op de catwalk. Aangezien hij een echte modellen cursus heeft gevolgd kent hij allerlei poses en pasjes. Dit valt echter niet in goede aarde bij de opdrachtgevers en Chris valt af, ondanks of zelfs dankzij zijn cursus.

Een mooi voorbeeld vind ik van het verschil van wat je soms leert in een cursus of korte training vergeleken met leren in de praktijk en leren in netwerken en communities. In een (slechte?) cursus leer je de tips en tricks en wordt je niet geholpen je eigen stijl en praktijk te ontwikkelen. In een community waar je meedraait kun je de ruimte krijgen om je eigen identiteit als professional te ontwikkelen. Vandaar dat we in onze leergangen ook steeds meer ruimte geven aan de deelnemers om vorm en inhoud te kiezen.

Nu vraag is mijzelf natuurlijk af of ik ook wel eens in deze valkuil val van het aanleren van tips en tricks bij het geven van een workshop. Ik denk dat het lastig is in een middag waarin mensen snel om de tips vragen. Bij de vraag naar online tools probeer ik dit te vermijden door een hele toolset aan te reiken, in plaats van DE tool waarmee je dan zou moeten werken. Voor deelnemers is dat soms wel lastig en hebben het idee dat ze nog in het diepe worden gegooid. Ik denk namelijk dat het heel belangrijk is dat je zelf die worsteling doormaakt en tools gaat zoeken die jouw praktijk ondersteunen. Een langere weg die meer oplevert als professional. Zie Chris die exit Hollands Next Top Model is.

Posted in Leren in netwerken | Leave a comment

My first Squigl

(deze blogpost staat ook op onze website Ennuonline)

Ik heb mijn eerste Squigl gemaakt, een whiteboard animatie, oftewel getekende video. Je kent ze vast wel van RSA animate. Getekende animaties zijn populair maar één laten maken lukt je vast niet onder de 1000 euro. Dit kostte me 3 uur tijd. In deze blog leg ik uit hoe jij ook zelf een Squigl kunt maken in het Nederlands.

Scribology

Ik had Squigl van Truscribe bewaard als mogelijke tool. Zij gebruiken de wetenschappelijke methode van scribology (het tekenen) om aandacht vast te houden daarmee bereiken ze dat kijkers zich meer herinneren. Nu wil ik liever mensen aan het denken zetten dat dat ze een week later nog alle punten uit de video kunnen herinneren, maar ik denk dat het tekenen wel een ander effect heeft dan kijken naar een pratend hoofd. Ik heb zelf zowiezo wel moeite om een hele video uit te kijken zonder te gaan multi-tasken. Het gebeurt me regelmatig dat de video aan het einde is en ik mezelf erop betrap dat ik de tweede helft gemist heb.

Reinventing HRD

Ik was een sessie aan het voorbereiden over de veranderingen in HRD, op basis van deel 4 van ons boek. Het leek me wel leuk om de introductie met de 3 veranderingen in whiteboard animatie te doen. In de sessie komen dan meer praktische voorbeelden. Bovendien kan ik deze makkelijk hergebruiken. Hier is mijn animatie. Feedback welkom want het is natuurlijk maar een eerste video.

Squigl in het kort

Je maakt overigens een account aan op Truscribe.com om een Squigl te kunnen maken. Daarna is het heel gebruikers vriendelijk, er is een korte video uitleg, en daarna klik je op + om aan de slag te gaan. Het mooie van Squigl vind ik de gebruikersvriendelijkheid. Een video in 3 stappen:

  1. Je typt of plakt je tekst aan de linkerkant.
  2. Aan de rechterkant kun je de tekst inspreken, via de microfoon van je laptop of ipad.
  3. Je klikt op Finish en dan wordt de video al gemaakt. Of zoals Squigl zegt: this is where the magic happens.

Om de video te maken analyseert Squigl de tekst aan de linkerkant en kiest daar woorden met plaatjes uit. Helaas… spreekt Squigl geen Nederlands dus krijg je dit soort plaatjes bij het woord VAN.

Squigl voor Nederlanders

Toch lukt het om een Nederlandse video te maken. Een aantal truukjes:

  • Zorg dat je in de tekst een aantal woorden in het engels hebt staan. Dan heb je meer kans dat hij deze woorden oppikt. Deze tekst krijgen mensen later toch niet te zien. Ik bedenk nu pas dat je wellicht ook de hele tekst in het engels zou kunnen opladen en wel in het Nederlands inspreken.
  • Verander plaatjes bij het editen. Het meeste werk bij Squigl zit in het editen. Nadat je je video bekeken hebt kun je opschrijven welke plaatjes je wilt deleten of veranderen. Stel dat je in plaats van de bus een professional wilt zien, dan kun je dit plaatje wijzigen en zoeken naar het woord professionals. Je ziet dan alle plaatjes die andere gebruikers gemaakt hebben en kunt daaruit kiezen.
  • Maak je eigen plaatjes. Bij het editen heb je ook de keuze om te klikken op ‘draw your own gliph’. Ik heb zelf vrij snel 2 plaatjes getekend met de touchpad van mijn laptop. Ik zou nog wel eens willen kijken of je dit met ipad en pennetje beter kan.

 

Wil je meer tools zoals Squigl leren gebruiken? Doe dan mee met onze leergang Ontwerpen en faciliteren van blended leren die op 11 september start

 

 

Posted in Nieuwe leerinterventies, Sociale technologie | Leave a comment

Vakantieverhalen

Canadian taking our picture

Ik ben net terug van een vakantie in West Canada. Het was niet mijn eigen idee om erheen te gaan, maar van man en dochter, daarom had ik er eigenlijk geen bepaalde beelden bij, behalve misschien de afgelegen boerderij van Riks van Boer zoekt Vrouw. Het is wel een heel bijzonder land! Ik vond het landschap en de kleuren supermooi en ook zoveel ruimte. Af en toe reden we 2 uur achter elkaar zonder echt een dorp tegen te komen. Mensen zijn heel aardig, komen ook snel een praatje maken. Ik wilde bijvoorbeeld een foto van mijn dochter maken, toen een voorbijganger vond dat we er samen op moesten en het toestel al bijna uit mijn handen pakte. Op vakantie kom je toch in aanraking met cultuurverschillen, ook al denk je dat Canada ook ‘westers’ is en kom je als toerist minder in aanraking met die verschillen dan als je er woont/werkt.

With my friend Kidist

We hebben ook drie Ethiopische vrienden in Canada weergezien (die in Canada en VS wonen). Het valt me op dat de relatie eigenlijk niet veranderd, het was nog net zo leuk om hen te zien als in Ethiopië. Zo zie je Canada ook weer door Ethiopische ogen. Wat bijvoorbeeld grappig was is dat het damestoilet bezet was en ik daarom maar op het herentoilet ging. Maar mijn Ethiopische vriendin was helemaal geschokt: dat is highly offensive! Ze bleef dan ook liever nog 10 minuten wachten dan dit kunstje na te doen. Hun kinderen waren echte Canadezen geworden, en wisten op veel vlakken veel meer dan de ouders. Dat lijkt me ook best gek. Mooi was de reactie van onze vriend die gewoon zei: ik leer heel veel van mijn zoon en dochter.

En het leven met beren… Beren zijn in Canada net zoiets als het weer hier. Mensen weten vaak waar beren of ander wild gesignaleerd zijn en geven dat door. Het is normaal dat er een rij auto’s langs de weg staat, dan weet je dat er iets te zien is, een beer of een eland. Ze weten ook hoe je er mee om moet gaan, bv. geen vuilnis buiten laten staan. Een flink aantal reclames zou je niet naar Nederland kunnen transporteren omdat er een grap met een beer, wolf of poema in zit.

Bear along the roadside

Qua gebruik van internet merkte ik dat wij superveel van internet gebruik maakten, ook voor het plannen van de vakantie. Zo hebben we afgezien van het bezoeken van de Columbia Icefield gletscher omdat de reviews lieten doorschemeren dat het super toeristisch is en ik me af ging vragen wat we eigenlijk te zoeken hebben op zo’n gletscher. Eigenlijk heb ik veel minder in de Lonely Planet gelezen en meer op internet. Andersom merkte ik dat ik er wel vanuit ga dat er overal telefoon en internetdekking is (behalve een aantal dorpen in mn Friesland), maar dat is in Canada zeker niet zo! We hadden een Canadese simkaart gekocht maar op veel plekken kon je niet bellen omdat je geen bereik had en dus ook niet internetten. Dan zie je hoe vanzelfsprekend in Nederland dat al is geworden. Overigens was er ook een grappige advertentie over daten op de radio: als je het zat was om te internet daten kon je lid worden van een dating club in British Columbia die evenementen organiseerde voor zijn singles, zodat je iemand tenminste kon zien.

Ik vond het ook leuk om af en toe wat te delen via Facebook en Whatsapp en te zien wat anderen doen op vakantie. Zo ontdekte ik dat 3 bekenden ook op Vancouver island waren geweest en even enthousiast waren. Je hoort steeds meer dan mensen express offline zijn tijdens de vakantie, maar ik vond het internet ook tijdens de vakantie superhandig!

 

Posted in Sociale technologie | Leave a comment

Ik ben aan het sliden en morphen

Misschien ken je het boek van Lynda Gratton the Shift wel? Het gaat over de toekomst van werk en zij voorspelt dat we in plaats van ‘shallow generalist’ steeds meer ‘serial masters’ gaan worden. Iemand met diepe kennis in een aantal domeinen. Het serial slaat op het feit dat je niet meer je hele leven in dezelfde domeinen actief zult zijn, maar door persoonlijke of technologische ontwikkelingen steeds in nieuwe vakgebieden zult duiken. Dit ontdekken van nieuwe domeinen gebeurt door ‘sliding en morphing’. Wat is nou dat Sliding en morphing? Als je op afbeelding googlet zie je vooral veel geknutsel. Ze zegt:

“Sliding and morphing happen when you develop deep knowledge, insights and skills in one specialism and then convert this to an adjacent specialism or rediscover a lost competence.”

Lynda raadt aan om te kijken naar welke vakgebieden en competenties belangrijk zijn, maar combineer dit met je eigen liefdes en interesses. Vaak is ook de combinatie van domeinen van veel waarde. In een van de voorbeelden gaat het morphen door op zoek gaan naar een nieuw netwerk en nieuwe rollen. Doen in plaats van denken.

Bij het lezen van het boek herkende ik mijzelf meteen in dat serial masterschap (nou ja master? maar serial zeker!). Ik ben na de studie tropische cultuurtechniek begonnen met werk in de sector van ontwikkelingssamenwerking, in verschillende landen, Kenya, Mali, Ethiopië en Ghana. Ik had steeds maar een drie jaar contract. Dus een half jaar voor het einde van het contract ging je nadenken wat je in je volgende baan zou willen en in welk land dat zou kunnen zijn. En dan maar solliciteren. Het goede is dat je altijd blijft nadenken over een volgende stap. Ik zag dat mensen in Nederland sneller in dezelfde baan bleven zitten, omdat je niet na 3 jaar zo’n moment hebt waarop je weer gedwongen moet kiezen. Van tropische cultuurtechniek naar adviseur leren & sociale technologie is toch best wat geslided vind ik zelf.

Ik ben nu ook aan het sliden en morphen. Het voelt wat onwennig. Ik werk met Sibrenne al heel wat jaren in Ennuonline en onze slogan is Alles over leren met sociale technologie. Wat ik nog steeds een mooie slogan vind en het geeft ook richting.. maar het vakgebied tussen leren en technologie ontwikkelt en verbreedt zich heel snel. De vraag is waar ga je je binnen dit veld op richten? Bovendien hebben we ieder ook eigen interesses en professionele identiteit. Een grote opdracht van 3 jaar gericht op het ontwerpen en faciliteren van online training is afgelopen. Dat lijkt wel een beetje op het gevoel wat ik had aan het einde van mijn contracten. Je sluit af en dat geeft ruimte en je kunt weer nieuwe dingen gaan ondernemen. Hoewel er nu natuurlijk ook dingen doorlopen, zoals onze leergang en een aantal opdrachten.

Waar ik wel mee worstel is welke richting ik op wil en waar ik mij in wil specialiseren. Blended leren en sociaal leren is al een specialisatie, ik heb me nooit gericht op het klassieke e-learning. Ik vind het super leuk om te adviseren over blended leren. Wat ik jammer vind is dat je dan niet bezig bent met informeel of onzichtbaar leren en leren in communities. Met de focus van Ennuonline op knowmadisch werken heb ik die invalshoek wel en zou het leuk zijn in een organisatie aan de slag om een andere manier van werken en leren te stimuleren. Een aantal nieuwe lijntjes zijn:

  • Ik ben met twee anderen aan het kijken of we een social network analyse (SNA) hub voor nederland kunnen opzetten. Ik krijg regelmatig mailtjes in reactie op mijn blogpost over SNA. Een concrete vraag of we geen training kunnen organiseren heeft tot een brainstorm geleid en hopelijk gaan we bloggen en training/maatwerk aanbieden. SNA is wel een liefde van mij omdat het het onzichtbare sociale kapitaal zichtbaar maakt.
  • Met iemand anders (uit onze knowmad MOOC) ga ik in artificial intelligence duiken. We willen een experiment doen met bv. Watson. Er word zoveel geschreven over artificial intelligence maar vooral vanuit het oogpunt van: robots nemen onze banen over. Zie ook de goede blog van Saskia Wenniger hierover. We willen een pilot doen om online uitwisseling door Watson te laten samenvatten.
  • Bij Mediabites ben ik op bezoek geweest bij de VR bioscoop en in de leergang proberen we ook altijd brillen uit. Met de losmakers gaan we hier dieper induiken.
  • Bij twee nieuwe opdrachten heb ik geholpen te zoeken naar het juiste platform voor leren dan wel een community. Ik vond dat toch wel weer superleuk zo in de toolkant te duiken.
  • Learning analytics. Twee jaar geleden werd ik helemaal getriggerd in Londen doordat ik het woord XAPI hoorde. Ik ben er toen meer over gaan lezen en leren. Ik heb oa. een blog en artikel geschreven over hoe je het kunt gebruiken. Maar hoe diep wil ik hier induiken?

Het lijkt misschien wat te veel alle kanten op te sliden? Een rode lijn in al deze onderwerpen is wellicht toch het gebruik van data en technologie (visualisatie?) voor leren in netwerken en communities. De knowmad als professional met sterke identiteit. Best lastig hoe breed of hoe smal je moet zijn als serial master.

Posted in De knowmad | Tagged | 2 Comments

De invloed van technologie op professionele identiteit

In januari heb ik met Sibrenne en Francois de MOOC over knowmads gefaciliteerd.

A knowmad is what I term a nomadic knowledge and innovation worker – that is, a creative, imaginative, and innovative person who can work with almost anybody, anytime, and anywhere. (John Moravec)

Wat ik zelf het meest intrigerende van dit concept vind is het gaat over professionals die werken vanuit een persoonlijke fascinatie met een onderwerp. Er zit emotie bij. Je kunt je werk koppelen aan een ervaring. Zo was ik het zelf in Ghana ontzettend zat om geen waardering te krijgen voor mijn werk binnen de organisatie. De start van een community of practice was een grote opluchting. Professionals die elkaar waarderen, naar elkaar luisteren en daardoor heel veel van elkaar leren. Eindelijk waardering! Ik was hier zo van onder de indruk dat ik een online cursus over communities ben gaan doen van oa Etienne Wenger, lid geworden van CPsquare en werk nog steeds met community leren.

Je binnenste buiten

Ik heb vlak na de MOOC over knowmads het boek ‘Je Binnenste Buiten‘ van Manon Ruijters en collega’s gekocht en van kaft tot kaft verslonden (en zo te horen zijn er nog maar weinig mensen die van kaft tot kaft lezen). Ik vind het een geweldig onderwerp wat ze op de kaart hebben gezet. Het is overigens ook een centraal begrip in de theorie van communities of practice. Het boek is een aanrader als je ook interesse hebt in ontwikkeling van professionals en knowmads. Ze betogen dat er meer aandacht nodig is voor professionele identiteit bij veranderingen in een domein, loopbaanvraagstukken en samenwerkingsvraagstukken. Professionele identiteit is niet iets wat vast staat, maar is continue in ontwikkeling en vraagt daarom ook om onderhoud en aandacht.

Helaas is het boek wel ‘technologie-blind’. Verbazingwekkend vind ik dat mensen de enorme invloed van technologie niet zien. Ik kom dit overigens wel vaker tegen in boeken en artikelen, of ze gaan over specifiek over technologie of ze gaan over andere onderwerpen en hebben het dan helemaal niet over technologie. De interface is nog lastig. Of heb ik een beroepsdeformatie?

De knowmad’s identiteit is sterk

De definitie van professional in het boek is

Een professional is iemand die ervoor kiest en zich erop toelegt om, met behulp van specialistische kennis en ervaring, klanten op een competente en integere manier steeds beter van dienst te zijn. Daarbij maakt hij gebruik van, en draagt actief bij aan, een community van medeprofessionals die het vak bij voortduring ontwikkelen.

Fantastische definitie vind ik want hier zit duidelijk in beschreven dat een professional zich net als de knowmad wil ontwikkelen, en ook bijdraagt aan een een community van vakgenoten. De knowmad is per definitie iemand met een sterke identiteit en zelfkennis. Deze mensen blijken oa stressbestendiger te zijn, succesvoller te zijn en meer zelfvertrouwen en eigenwaarde te hebben. Een mooie les die ik mee neem uit het boek is dat knowmadisch werken in organisaties betekent dat je aandacht moet besteden aan professionele identiteit. Wij doen in de leergang een oefening met een ik-wolk waarbij iedereen nadenkt over zijn kennisdomeinen, maar daar zouden nog meer vragen bij gesteld kunnen worden.

Serial masters met een meanderende identiteit

Ik denk dat de identiteit van een knowmad meer meandert en evolueert dan de gemiddelde professional door nieuwsgierigheid en wisselende opdrachten. De identiteitsvragen en zelfkennis worden daardoor belangrijker.Lynda Gratton schrijft over de nieuwe professionals als serial masters. Een serial master heeft diepe kennis en competenties in een aantal domeinen. Je moet je dus specialiseren, en je zult je om de zoveel jaar in een nieuw domein gaan verdiepen, wel voortbouwend op je vroegere ervaringen en interesses. Een sterke en snelle ontwikkeling in identiteit.

De invloed van technologie op professionele identiteit: online identiteit

Een belangrijke invloed van technologie op het bijdragen aan vakontwikkeling is dat professionals steeds meer online in (informele) netwerken: ook in Tweets of andere micro-berichten. Dit is een nieuw niveau van bijdrage aan vakontwikkeling dat vroeger niet bestond. Identiteit heeft te maken met herkenbaarheid: wat maakt je uniek? In het boek wordt werken aan je identiteit gekoppeld aan zelfkennis en beïnvloeding door hoe anderen over ons denken. Sociale media dwingt je om continu te werken aan je professionele identiteit. Als je veel actief bent online dwingt dit je continu om keuzes te maken en na te denken.

Boundary crossing

Ten tweede is het steeds makkelijker om breder om je heen te kijken, lid worden van communities waar je normaal geen lid van zou worden (ik bv. van marketing communities). Je ontwikkelt niet alleen je vak met medeprofessionals, je kunt ook over de muur van je eigen vakgebieden bij andere communities afkijken: boundary crossing. Ook kun je online veel sneller een initiatief nemen om aan vakontwikkeling te werken. Zo heb ik Jos Maasen en Peter Staal online leren kennen en zijn we nu een blog aan het schrijven voor Frankwatching over sociale MOOCs. Met andere woorden het werken aan vakontwikkeling ken nu veel meer verscheidenheid.

Personal branding

Ik heb hier al eens over geschreven als professionele profilering. Hierdoor verloopt het proces van professionele identiteitsvorming op een wezenlijk andere manier. Je kunt als jonge, startende professional al een reputatie opbouwen. Op blz 120 staat hier wel een paragraaf over maar dat vind ik veel te mager voor een boek van 480 pagina’s. Ik denk dat de fases van identiteitsvorming van Erikson (vertrouwen, autonomie, initiatief, vlijt, identiteit, intimiteit, zorg, integriteit) niet meer opgaan om maar iets te noemen. Om een praktisch voorbeeld te geven. In het boek staat het voorbeeld van coassistenten die worstelen met wie ze zijn. Stevige feedback doet een stevige aanslag op hun identiteit. Echter, de online wereld biedt daarin een hele nieuwe ruimte, contact met andere coassistenten in een online community, mogelijk online waardering uit onverwachte hoek. De ruimte die de online wereld biedt kunnen professionals pakken.

Conclusie: mooi boek wat het thema professionele identiteit op de kaart zet, maar weinig ingaat op de invloed van technologie.  Er mist een hoofdstuk over online identiteit! Wel ga ik zeker de verschillende ontwikkelingsnotities gebruiken met goede vragen over je unieke professionele identiteit.

Boek ook gelezen? Ik ben benieuwd wat jij ervan vond?

Posted in De knowmad, Leren in netwerken | Tagged , | 4 Comments

Proteion ontwerpt een blended traject belevingsgericht werken

Ik heb een jaar met veel plezier Proteion geadviseerd bij het ontwerpen en ontwikkelen van een blended leertraject. Proteion is een zorginstelling in Limburg en oostelijk Noord-Brabant met 3500 werknemers. Wat het zo leuk maakte met Proteion te werken is dat mensen af en toe in het Limburgs dialect overgingen. Ik kon het wel redelijk verstaan en het gaf mij altijd een vakantiegevoel :). Bovendien was er een sterke visie om door een krachtige mix van leervormen leren op de werkplek te faciliteren. Leren met directe invloed op de praktijk. Het ging echt ergens over: betere zorg voor mensen met dementie. Mijn eerste vraag was of de mensen die er werken niet al genoeg kennis en ervaring hebben over de beste zorg. Echter, toen zij in opleiding waren, was dementie lang niet zo belangrijk als het nu is en kwam dus niet of nauwelijks voor in de opleiding. Het tweede punt is dat ze in onregelmatige diensten werken en dit geeft weinig kans om van elkaar te leren.

Afgelopen jaar hebben we een aantal werksessies gehad, waaronder een ontwerp workshop met alle belangrijke betrokkenen. Hierna is het leerhuis vanuit een Scrum methode aan de slag gegaan met het ontwikkelen van materiaal en opdrachten. Het leertraject heet intussen belevingsgericht werken (werktitel was omgaan met vreemd en onbegrepen gedrag) en is voor (nieuwe) medewerkers. Het bestaat uit online modules, samenwerken met een coachmaatje via whatsapp, en optionele face-to-face workshops op basis van eigen leervragen. Het wordt afgesloten met het bespreken van de opdracht rond een eigen client met de teamleider. Voor mij gaat dit traject over het begrijpen van dementerenden. Denk aan een mevrouw die steeds de verkeerde deur inliep. Tot er iemand ontdekte dat ze thuis een deur aan de linkerkant had, en nu aan de rechterkant. Na het verhuizen was er niets meer aan de hand.

Nu het blended traject staat valt me op hoeveel werk het is geweest om het te ontwikkelen, en waar je binnen een organisatie allemaal tegen aan loopt. Omdat het zoveel tijd kost vraag ik me dan soms wel af of het de moeite waard is, en we niet net zo snel een face-to-face training hadden organiseren…In februari net voor de carnaval losbarstte in Limburg was ik nog een keer bij Proteion om het ontwerp door te spreken en puntje op de i te zetten. Ik vroeg de locatiemanager wat hij van het ontwerp tot nu toe vond en zei uit de grond van zijn hart: “Ik zou willen dat we dit 10 jaar geleden hadden gehad!” Hij was er echt heel erg blij mee. Dit stelt me dan weer gerust, dat het toch zeker zin heeft. Het voordeel is natuurlijk dat het traject nu op 2 pilotlocaties gaat lopen, maar uiteindelijk kunnen er wel 2000-2500 mensen aan mee doen. Zo’n eerste traject is natuurlijk ook een behoorlijke leercurve waardoor het onevenredig veel tijd kost. Ik ben wel benieuwd naar de resultaten van de eerste pilot. Een concreet resultaat zou moeten zijn dat de zorg verbetert en daardoor het aantal incidenten met cliënten en klachten van mantelzorgers omlaag gaat. Een uitdaging is nog wel dat medewerkers hier geen extra uren voor krijgen.

Lessen bij het ontwikkelen van een eerste blended traject

Voor de start van het traject heb ik een video van 3 minuten voor Proteion gemaakt met een aantal lessen (gemaakt met Spark).  Lijkt me ook wel leuk om hier te delen. Schrik niet als de uitdagingen starten wordt het geluid opeens veel harder!

Een aantal lessen van mij zijn:

  • Blended leren gericht op het versterken van werkplekleren vraagt echt om andere rollen dan face-to-face workshops. We hadden gelukkig iemand bij het leerhuis die hart had voor de techniek die zich heeft gestort op het begrijpen van de mogelijkheden van het leerplatform. Maar ook de psychologen die normaal een workshop geven krijgen nu een andere rol in het zoeken van materiaal, meedenken over opdrachten, en een korte video inspreken. Verder hebben we de teamleiders echt nodig voor dit traject, zij gaan de eindopdracht beoordelen en de certificaten uitreiken.
  • Je hebt niet alleen te maken met het ontwerpen van een blended traject, je hebt ook te maken met organisatiebeleid en politiek. Een traject staat nooit op zichzelf, zeker niet als het onderwerp belangrijk is. In dit geval was er overlap van het onderwerp ‘omgaan met vreemd en onbegrepen gedrag’ en het beleid van belevingsgericht werken. Er was een samenwerking met een ander instituut met leerwerkplaatsen. Het kost ook tijd om een blended traject goed neer te zetten als één van de instrumenten tussen andere activiteiten binnen de organisatie.
  • Het lastigst voor te stellen en te organiseren is samenwerkend leren online. Iedereen heeft wel een beeld bij individuele e-learning modules. Echter, hoe organiseer je interactief leren en hoe begeleid je dat? Dat is lastiger voor te stellen als je hier weinig ervaring mee hebt. Hoe zorg je voor een goede verbinding tussen de verschillende onderdelen. Hoe voeg je sociaal leren toe? Welke sociale tools zouden meerwaarde hebben in het leren van en met elkaar. Gaan we wel of niet de online modules door de tijd heen faciliteren of alles open zetten en mensen in eigen tijd laten werken?
  • Soms moet je roeien met de riemen die je hebt. De riemen zijn in dit geval het platform (pulseweb). Hoewel dit platform niet alle interactie mogelijkheden heeft die we zouden willen biedt het wel veel voordelen om er wel mee te werken. De organisatie heeft dit platform al ingekocht, de medewerkers zijn er al aan gewend, en je kunt meteen aan de slag met inrichten. Nadelen van een bestaand platform zijn vaak gebrek aan interactie en strakke structuur. Je kunt binnen een platform wel op zoek naar manieren om het interactiever of persoonlijker te maken.

Lessen van de leerprofessionals binnen Proteion zijn:

  • Het is echt andere manier van ontwerpen. Dat hebben we onderschat.  Het volgen van de leergang was prima om bredere kijk te krijgen op was is blended leren en allerlei  tools.
  • Zorg dat je snel aan de slag gaat; leren door te doen, je laten ondersteunen door een expert op hoe pak je het aan, wat zijn goede voorbeelden. Het meeste hebben we geleerd van de bijeenkomsten met jou erbij; dus rondom eigen ontwerp samen aan de slag; iemand die de juiste vragen stelt, meedenkt over welke stappen je moet zetten, b.v. zoeken naar platform, aantrekkelijk maken van het aanbod b.v. met foto’s, quotes, inspirerende opdrachten.
Posted in Nieuwe leerinterventies, Online faciliteren, Praktische voorbeelden | 2 Comments