De plakfase in communities

A segment of a social networkImage via Wikipedia

In veel van mijn werk als consultant gebruik ik een sociale leertheorie over het functioneren en de groei van communities of practice. Zelfs wanneer mensen niet de term van community gebruiken, maar online netwerk, leernetwerk platform, alliantie, etc. Zolang leren maar één van de doelen is. Het leuke van dit werk is dat elke vraag toch anders is. Ik werk daarom eigenlijk nooit met standaard materialen maar ga elke keer weer op zoek; omdat elke situatie is zo verschillend.

Ik kan wel een rode lijn onderscheiden in mijn werk met online netwerken. Een rode lijn is dat mensen de neiging hebben om de kant van het bouwen aan sociaal kapitaal van online communities onderschatten. Als je kijkt naar levendige online uitwisseling in een community, kan het er zo simpel uitzien. Het lijkt of een uitnodiging aan een heleboel mensen per e-mail, of het aankondigen van een nieuw forum in andere online groepen genoeg is. Maar dit is niet zo. Het onderschatten van de sociale processen leidt vaak tot teleurstellingen vaak vragen mensen zich af waarom het wel werkt voor andere online communities, maar niet voor hun netwerk.

Dit bouwen aan sociaal kapitaal in heel belangrijk in de tweede fase van communities, ik noem het maar even de plakfase (in het engels: coalescing). Dus wat zijn de uitdagingen in de plakfase? (de eerste fase is de fase waarin de initiatiefnemers samen komen, het doel algemeen omschreven is, er een platform is gebouwd en soms een officiële lancering is georganiseerd..). In het boek ‘cultivating communities of practice van Wenger, McDermott en Snyder worden de volgende uitdagingen geschetst:

* Een balans vinden tussen de noodzaak om aan de relaties tussen de leden en het vertrouwen te werken en de noodzaak om (praktische) waarde te creeëren voor zowel leden als externe ‘sponsoren’
* Om het energie-niveau hoog te houden na een grote openingsmanifestatie wanneer iedereen terug keert naar het leven van alle dag en alle mooie ideeën in de lucht blijven hangen.
* Om de leden ‘lastige’ kwesties met elkaar te laten delen als er nog niet van een hoog niveau van vertrouwen is ..
* Het stimuleren van één op één-gesprekken (niets mis hiermee in deze fase!), maar wel tegelijkertijd zorgen dat deze gesprekken ook in de hele groep worden gevoerd.

Het is geen gemakkelijke fase voor de coördinatoren / procesbegeleiders, maar het kan helpen als zij zich bewust zijn van deze kwesties…

Overigens is er een interessant onderzoek gedaan door Tjip de Jong (niet precies naar communities, maar wel naar sociaal kapitaal en kennisproductiviteit in netwerken. “Het eerste inzicht: de verbindingen in een netwerk tussen deelnemers uit verschillende organisaties (bijvoorbeeld patiënten, studenten, klanten of verpleegkundigen) zijn een structurele voorwaarde om te innoveren“. Het was een onderzoek binnen 17 netwerken in Nederland die zich met innovatie bezig houden). Dus ook een oproep om aandacht te besteden aan de verbindingen en relaties. Een samenvatting hiervan is online te vinden.

Reblog this post [with Zemanta]
This entry was posted in Leren in netwerken and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*