Waarschuwing: deze week ga ik dagelijks bloggen… Krijg je dit per mail en vind je het teveel: gewoon deleten en volgende week is het over. Vorige week maandag deed ik mee met blogpraat, een twitterchat voor bloggers. Het viel me op dat veel bloggers dagelijks bloggen terwijl ik al blij ben als ik wekelijks een blog plaatst. @lievelotty stelde voor een weekje dagelijks te bloggen en dat leek me een leuk idee. Ik ben namelijk benieuwd wat zo’n ander ritme oplevert. Ik kan me voorstellen dat ik wat vlotter ervan ga schrijven, misschien meer over losse ideeën of gewoon iets wat me die dag bezig houdt. Ook vind ik het een uitdaging persoonlijk te schrijven.
Deze eerste blogpost vind ik daarom leuk over verandering: verandering van spijs doet eten. Ik probeer professionals enthousiast te maken voor wat je met sociale media kunt doen. Deze week zijn we weer begonnen met een online training ‘slimmer werken met sociale media’. Wat me opvalt is dat mensen best geïnteresseerd zijn in de nieuwe mogelijkheden maar in de routine van alle dag er niet zo aan toe komen. Routines klinken heel saai en ouderwets maar zijn natuurlijk heel handig om makkelijk het leven door te komen. Een voorbeeld is ons Sinterklaas feest. Al vanaf dat de kinderen klein waren nodigden we alle opa’s en oma’s bij ons thuis uit. En het is een soort traditie geworden die zich doorzet. De enige verandering is dat we nu ook lootjes trekken (lootjestrekken.nl een aanrader!) maar verder gaat het elk jaar zo’n beetje op dezelfde manier. Nu hebben de zussen al een paar keer gevraagd of we het niet ook een keer met neven en nichten kunnen vieren. Dat is toch wel een verandering en eigenlijk vind ik het wel prima zoals het nu gaat. Overzichtelijk, gezellig en altijd bij ons zelf thuis. Om het anders te doen moet je ruimte hebben.
Wat kun je hiervan leren over verandering in het algemeen en over leren omgaan met sociale media als professional in het bijzonder? Dat het wel heel lastig is fijne oude routines te veranderen. Je moet er wat ruimte voor hebben om het weer opnieuw te organiseren en enthousiast te worden. Ook moet je er iets bij te winnen hebben denk ik. Als wij veranderen komt het waarschijnlijk neer op reizen en 2 keer sinterklaas vieren.. en daar is weinig bij te winnen. Met bloggen neem ik de ruimte om een week dagelijks te bloggen, ik wil wel eens wat nieuwe stijlen aanleren en @lievelotty is een voorzichtige stok achter de deur.
Overigens is een heel leuk boek over verandering Switch door Chip en Dan Heath. Met de metafoor van de olifantenrijder en het model ‘direct the rider’, ‘shape the path’ en ‘motivate the elephant’.
Als je als professional gebruik maakt van sociale media moet je een balans vinden tussen het delen van privé en professionele informatie en het samenbrengen of scheiden van verschillende netwerken, vrienden en collega’s. Inherent aan sociale media is dat er eigenlijk geen duidelijke scheiding is tussen werk en privé, meestal heb je namelijk maar één account op bv. Facebook of Twitter en daarop kun je gevolgd worden door vrienden en familie aan de ene kant, maar ook door mensen uit verschillende professionele netwerken, en heb je hiermee één identiteit. Voor deze mix van mensen, wat ga je dan plaatsen? Leuke opmerkingen van de kinderen? Vakinhoudelijke artikelen? Of een mix?
Zelf vind ik dat niet echt lastig op Twitter waar ik vooral als professional deel over sociaal leren en informeel leren. Op Facebook vind ik het wel een lastige. Ik begon op Facebook met vooral mensen uit mijn internationale professionele communities volgde (bv. Km4dev), maar nu komen er ook steeds meer vrienden op Facebook. Ga ik dan over mijn vakantie delen of meer over de inhoud van mijn werk? en doe ik dat in het Nederlands, Engels of Spaans (recentelijk heb ik meer contacten uit Chili terug gevonden)?. Ik vermoed dat het voor veel jongeren andersom is: zij hebben dan al een privé netwerk op sociale media en gaan dan wellicht later actief worden als professional.
Verschillende identiteiten
In het maken van keuzes is het goed om ook eens na te gaan hoe je sowieso om gaat met de scheiding werk – privé en je verschillende identiteiten/ petten. Iedereen heeft verschillende eigen identiteiten als familielid, professional, vriend, expert is ICT of enthousiaste muziekkenner, vanuit welke identiteit ben je actief online? Weet je wie je bent en waar je voor staat? Vanuit het werk in internationale samenwerking ben ik wel gewend dat die grens tussen privé en je werk heel vaag is en er veel overlap is. Je weet veel van collega’s, ook over hun privéleven en dat geeft vaak ook wel begrip, tijdens 5 uur in de auto samen leer je veel…. Andersom kom je collega’s vaak ook in je vrije tijd weer tegen en ook in je vrije tijd praat je weer over het werk. Josien Kapma vertelde een keer dat het voor boeren eigenlijk ook heel normaal is die integratie tussen privéleven en werk, en dat het eigenlijk een scheiding is die pas met de industriële revolutie begonnen is. Als je gewend bent dit niet zo streng te scheiden zal het ook makkelijker zijn het online wat meer te mengen. Het gebeurt ook dat mensen vanuit een bepaalde rol actief zijn (bv. Femke Halsema voor GroenLinks) en bij een nieuwe functie anders gaan twitteren. Dat vraagt wel op het opbouwen van een nieuw netwerk online.
Wel of niet scheiden van accounts?
Wil je alleen vanuit een bepaalde identiteit actief zijn, en een scheiding aanbrengen, dan kun je kiezen voor het hebben van 2 verschillende accounts. Zo wordt in het basisonderwijs wel aangeraden om een privé account te hebben en een juf of meester account. Uiteindelijk wil je misschien niet dat alle leerlingen over je feestjes weten. Aan de andere kant kiest professor Mooi ervoor om juist ook over een concert te praten op zijn facebook profiel waar hij bewust studenten voor uitnodigt. Mooi: “Ik koos ervoor me als mens te presenteren en te kijken hoe studenten daarop zouden reageren. Ik begon met het posten van inspirerende afbeeldingen met onderschriften, maar al snel merkte ik dat studenten open stonden voor conversatie.” Ook het verschil in taal kan een reden zijn om verschillende accounts te voeren, bv. een nederlands en engelstalig twitter account. Overigens kun je via Lijsten op Twitter of via Google + kringen wel wat doen aan het onderscheiden van netwerken via één account. En kun je natuurlijk ook een onderscheid maken in sociale netwerken, bijvoorbeeld Facebook voor privé en Twitter voor professionele contacten. Wil je meer lezen over het scheiden van privé en professioneel? Hier in deze blogpost vind je nog 5 tips om privé en professioneel online te scheiden.
Je persoonlijke kleur als professional laten zien
In de balans tussen werk en privé gaat het niet alleen over je privéleven delen maar ook over je persoonlijke kleur als professional. Je kleur krijg je door je unieke kijk op dingen. Laat je zien wat je unieke mening is? Laat je ook zien wat er slecht gaat? of deel je vooral inhoudelijke artikelen bijvoorbeeld en retweet je anderen? Ik probeer steeds wat duidelijker ook mijn mening over dingen te geven. Ik denk dat het dan voor mensen ook duidelijker wordt of ze op een link door willen klikken bijvoorbeeld. Zie deze tweet over de presentatie van Marcel Kesselring bijvoorbeeld waarbij ik aangeef dat ik een presentatie mooi vind en met name slide 5 grappig.
Eerlijk duur het langst / is het interessantst
Wat sociale media natuurlijk interessant maken zijn de echte verhalen, en dat kan zowel privé als professioneel zijn. Via sociale media delen mensen eigen verhalen, vergeleken met bv. wetenschappelijke artikelen is dit veel meer direct een kijkje in andermans keuken, ervaringen en gedachten. De vraag hierbij is wat je van jezelf kunt laten zien. Onlangs deed ik mee aan de blogpraat chat (erg leuk trouwens) waar dit ook besproken werd. Hoe kun je over een gevoelige situatie op het werk bloggen zonder dat het herkenbaar is voor collega’s? Dit is wel iets waar ik zelf ook mee worstel. Aan de ene kant omdat je niet wilt dat mensen zichzelf in negatieve zin herkennen, aan de andere kant omdat je ook professioneel over wilt komen en niet altijd wilt delen dat een webinar in de soep liep. Terwijl dit vaak wel de mooie verhalen zijn. Hoe open wil je zijn? En dit is nog lastiger als je namens een organisatie actief bent op sociale media. In hoeverre denk je na over je personal branding of slinger je alles eruit?
Balans tussen online en offline
Verder gaat het moet je natuurlijk ook nog een balans vinden het investeren in het online zijn via social media versus face-to-face contacten. Bij allerlei deadlines dan toch maar alle social media uitzetten… en toch maar eens afspreken met die nieuwe contacten op Twitter. Ook hier moet je focus en zelf discipline in ontwikkelen. In deze video zie je hoe ik mijn social media uurtje inricht als ik genoeg tijd heb.
Ik heb het boek Net Smart: how to thrive online gekocht. Nog niet gelezen maar volgende week is het hier herfstvakantie (al is dat voor mij half werken) dus misschien kan ik het dan lezen. Howard Rheingold schijnt een van de eerste community managers op het web te zijn, een echte digitale pionier, en hij is erg van ‘practice what you preach’ en daar hou ik wel van.
Ik heb al wel een video met Howard Rheingold gevonden en bekeken over ’21st century skills’ oftewel vaardigheden die je nodig hebt in de 21ste eeuw. Hij heeft het zelfs over overlevingsvaardigheden, die je echt nodig hebt. Het zijn de volgende 5:
Aandacht verdelen. Het is tegenwoordig met alle media veel moeilijker om je aandacht te verdelen. 1 op de 6 amerikanen zegt wel eens ergens tegenaan gebotst te zijn omdat ze aan het sms-en waren. Ik heb deze week een rapport geschreven en had op een dag mailtje, skype en google chat om me af te leiden. Dat heb ik uiteindelijk allemaal maar uitgezet. Het ‘tweede scherm’ wordt steeds gewoner door een ipad op schoot voor de televisie of in de klas. Toch blijkt uit onderzoek dat slechts 5% van de mensen echt kan multitasken – 2 taken doen die aandacht vragen. Hoe verdeel je je aandacht op een goede manier zodat je toch nog leert? Hoe blijf je doelgericht bezig? Met een mooi woord heet deze vaardigheid in het engels: Infotention.
Participeren. Als je weet hoe je kunt participeren online, door bloggen, twitteren, reageren op relevante fora, kun je meer invloed hebben en belangrijke bewegingen starten. Als je herkent wilt worden als expert in een bepaald vakgebied zul je slim gebruik moeten maken van sociale media en informatie moeten ‘cureren’. Ook kun je mensen meekrijgen voor je ideeën. Zo kennen we het feest in Haren als negatief voorbeeld, Wael Ghonim, één van de activisten in de revolutie in Egypte die sociale media gebruikten. Of denk aan Sywert van Lienden, een van de initiatiefnemers van G500 een beweging van jongeren om de politiek te beïnvloeden. “In één dag hebben we op onze site 50.000 bezoekers geturfd. Dit weekend waren we een van de populairste onderwerpen op Twitter.”
Samenwerken. Gamers en patiënten met een specifieke ziekte hebben het al uitgevonden: je kunt makkelijk samenwerken online ook met mensen die je nog nooit ontmoet hebt. Wikipedia is een mooi en bekend voorbeeld van een online encyclopedie gebouwd door online samenwerking. Het is nu veel gewoner om online samen te werken, met mensen die je kent, maar ook met mensen die je niet kent. Ik coach een online community manager in Washington en dat gaat prima. Elke week ontmoeten we elkaar via Skype en tussendoor hebben we contact per email.
Zin en onzin onderscheiden. Veel sites zijn een grap of onzin. Rheingold geeft het voorbeeld van een online zwangerschapstest. Dit is een onzin website maar er zijn zeker mensen die hier in trappen. Het is belangrijk om te zien welke onzin er ook op internet verkocht wordt. Hoe kun je zien welke informatie je kunt vertrouwen en welke niet? Het schijnt dat studenten rustig met de website van McDonalds aan komen zetten bij een vraag over gezonde voeding .
Slim netwerken. Het is belangrijk om een persoonlijk leernetwerk online te bouwen met mensen die verschillend denken. Mensen die een breder netwerk hebben maken betere beslissingen. Als er niemand is die je online tegenspreekt, heeft je welicht een veel te uniform netwerk om je heen wat je innovatiekracht vermindert.
Afgelopen vrijdag was de boekpresentatie van het boek ‘Omdat het werkt’. Een boek over het gebruik van sociale media in Leren en Opleiden, geschreven door mij en 10 andere professionals (de LOSmakers waarbij LOS staat voor Leren en Opleiden met Sociale media) op een dag in Utrecht. We wilden vooral een boek met praktijkverhalen maken – er wordt al genoeg verteld wat je allemaal wel niet kunt met webinars, elearning en online leren, maar hoe werkt het nu in de praktijk? Het boek is gratis te downloaden in ruil voor een tweet (hier) en is inmiddels al meer dan 15.000 keer gedownload!
Eigenlijk was het geen boekpresentatie maar werden deelnemers hard aan het werk gezet rondom hun eigen vraag. In groepjes kozen ze een vraag, gingen hiermee de markt op en konden bij een twittercoach hulp inroepen. Ik heb Lyset den Blijker geinterviewd over de uitkomsten van haar groepje die zich boog over de vraag: wat kun je als ZZP-er (of individuele trainer) met weinig middelen met sociale media in leren en opleiden in het werk met kleine groepen? In de video hieronder presenteert ze het antwoord.
Lyset vertelt over 4 belangrijke inzichten die de groep meeneemt van de markt en de twittercoaches:
Sluit aan bij bekende tooling zoals bv. Twitter of Yammer in een organisatie. Dit scheelt je investeren in een nieuwe tool en ook voor de deelnemers scheelt het een leercurve in het gebruik van de tool.
Bij groepen die nog niet veel gebruik maken van sociale media: gebruik sociale media om vantevoren alvast te prikkelen met kleine activiteiten zoals bv. het sturen van een video.
Maak afspraken over het faciliteren. Leg uit hoeveel tijd jij er in denkt te gaan steken zodat ze niet verwachten dat je ‘s avonds laat nog gaat faciliteren.
Kijk wie je doelgroep is en vind de juiste mix tussen doelgroep, tooling en dynamiek en baseer daar je lesplan op.
Overigens is een ‘tweetverslag’ van het evenement hier te vinden. En je kunt de hashtag #losmakers op twitter ook blijven volgen.
We zitten ‘s avonds op de bank en horen opeens Pling.. Pling… van de ipad. Het blijkt dat een vriendin van mijn dochter van de middelbare school intensief zit te twitteren om 11 uur ‘s avonds en heeft ingelogd op onze ipad. Ik weet nog wel dat ze ‘s middags samen op de ipad bezig waren.
De volgende keer dat ze komt leg ik uit dat het niet handig is om ergens anders in te loggen en niet meer uit te loggen. Als ik had gewild had ik namelijk berichtjes namens haar kunnen plaatsen. ‘Oh ja’, zegt ze.
De manier waarop leerlingen nu leren over sociale media en hoe hiermee om te gaan is vooral door schade en schande wijs te worden, op school leren ze het niet, van hun ouders ook niet. Ouders weten vaak niet veel over sociale media (uitzonderingen daargelaten natuurlijk) komen vaak niet veel verder dan ‘niet langer dan zolang achter de computer’ en ‘niet met vreemden chatten’. Op school leren ze er ook vaak niet over… Het is niet dat scholen er niet mee aan de gang gaan, maar de leraren zien vooral de gevaren en blijven vaak ook steken in het waarschuwen tegen pesten via internet en het bespreken van online gedrag naar aanleiding van incidenten, bijvoorbeeld heel negatieve berichtjes of filmpjes over docenten of de school. Op een lagere school vond een aantal leerkrachten dat dit ook niet bij de school hoort, maar bij de ouders. En ouders hopen misschien dat het van school komt? Beide groepen missen gewoon zelf de kennis en ervaring sociale media vaardigheden goed te begeleiden, of het moeten de jongere leraren zijn. Eigenlijk lijkt het een beetje op seksuele voorlichting- hierbij is het ook belangrijk dat zowel ouders als school begeleiden en ook op verschillende leeftijden.
Scholen moeten zorgen dat mediawijsheid strategisch in het curriculum zit, om te zorgen dat leerlingen goed met deze media om kunnen gaan. Privé, maar ook vooral straks als professionals. Het verbaast mij steeds om 20-ers tegen te komen die niet weten wat een RSS feed is. Misschien is mediawijsheid niet eens een goede naam, het gaat namelijk om het ontwikkelen van de basis online vaardigheden nodig voor de 21st eeuw. Howard Rheingold spreekt hierover in deze blogpost met als je tijd hebt een video van zijn presentatie. Hij heeft het over cruciale overlevingsvaardigheden.
Hoe ga je om als school met sociale media? Hoe monitor je wat er over je gezegd wordt? Hoe krijg je mediawijsheid goed in het curriculum? Het is een van de onderwerpen van de nieuwe training die ik met Sibrenne Wagenaar en CINOP academie heb ontwikkeld ‘beter bij de les met sociale media: interactieve didactiek‘. Hoewel deze training zich met name focust op gebruik van sociale media in de les is dit ook onderdeel van de training. Erg leuk om met leraren en scholen te werken naast onze leergang en het werk met organisaties!
Dit blog heeft een zomerstop gehad – oa. ivm een mooie reis naar Cambodja waar we vrienden hebben opgezocht. Verder ons bewogen in tuktuks, op fietsen, olifanten en boten. Hieronder een foto van ons op de boot.
Eindelijk zit ik weer een beetje in het werkritme – heeft lang geduurd dit jaar om op stoom te komen.. maar nu wil ik weer elke week proberen te bloggen. Ik begin met een interview met Carolyn Nandozi uit Uganda over haar ervaringen met een het faciliteren van een facebook group for alumni – oud cursisten. Nandozi is een interessante vrouw die ik leerde kennen tijdens een online facilitatie cursus die ik verzorgde waar zij heel actief en leergierig was. De vraag over wat te doen met alumni krijg ik vaker – en we hebben de vraag nu zelf ook bij de hand nu we al bezig zijn met de derde leergang Leren en Veranderen met sociale media. De eerste leergang heeft zelf een Yammer groep geopenend en faciliteert dit ook zelf. De uitdaging is om dynamiek tussen de jaargangen op gang te brengen. RUFORUM lijkt dit te zijn gelukt!. RUFORUM is ‘Regional Universities Forum for Capacity Building in Agriculture’, een consortium van 29 universiteiten in Oost, Centraal en Zuidelijk Africa. RUFORUM bestaat al sinds 2004. RUFORUM heeft een mandaat om training te organiseren voor afgestudeerden en faciliteert netwerken rondom bepaalde expertise gebieden. Zie hieronder mijn interview met Nandozi.
Nandozi, kun je vertellen hoe de Facebook groep van start is gegaan? “De groep is in 2009 gestart vanuit een behoefte om in contact te blijven met alumni. Het secretariaat van RUFORUM Secretariat is de groep gestart en is begonnen met een aantal alumni uit te nodigen. Daarna is hen gevraagd weer anderen uit te nodigen. Dit past bij het strategische doel van RUFORUM om slim gebruik te maken van technologie om het delen van kennis en leren te stimuleren. We wilden specifiek sociale media uit proberen als middel om een netwerk van alumni te verbinden en zo op de hoogte te blijven van het werk van de alumni. Er waren geen regels opgesteld – er was een globaal doel – het verbinden van alumni van over de hele wereld. We hebben nu verschillende platformen Youtube, Flickr, Twitter, Linkedin maar ik zal me concentreren op de ervaringen met het Facebook Alumni netwerk. (hoe dit eruit ziet zie je op de foto hierboven of klik op de link).”
Hoe werkt de Facebook groep? “Het is een openbare Facebook groep
met verschillende administratoren en een stagaire die de discussies faciliteert (dat ben ik). We hebben een maandelijks plan (met doelstellingen en indicatoren) om de discussies te plannen en nieuwe manieren te vinden om in gesprek te gaan met de leden. Bijvoorbeeld: we plannen hoeveel updates we willen delen in een bepaalde maand, meestal 5 of meer updates. De alumni delen zelf ook informatie, en vaak halen we het drie-dubbele van ons doel. We hebben ook een doelstelling voor het aantal mensen wat er nieuw bijkomt. We begonnen met het doel van 10 nieuwe leden, daarna 20. Nu verdubbelen we het aantal leden in sommige maanden. Er zit in ieder geval een stijgende lijn in, en daar zijn we erg blij mee. We hebben nu 269 leden en zoals gezegd groeit dat gestaag.
De groep is vooral gericht op het delen van nieuwe mogelijkheden zoals studiebeursen, trainingen, vacatures, nieuwbrieven en consultancies. We stimuleren mensen het te melden als een aanvraag gelukt is. We willen namelijk graag weten of de groep succes boekt. Als we horen dat iets gelukt is, leidt dat meestal ook tot nieuwe leden. We zouden wel willen dat alumni meer ervaringen en kennis zouden delen maar dat is nog een uitdaging.
We zijn begonnen met het bespreken van internationale congressen en evenementen. Sommige discussies zijn heel levendig zoals een recente discussie over de Wereld Honger Dag die we op 28 mei hebben gevierd. RUFORUM zoekt naar manieren om deze bijdragen nog meer te honeren, soms heeft zo’n discussie al geleid tot een project voorstel of een bijeenkomst georganiseerd door RUFORUM. Dit zijn namelijk de discussies die de interesses en behoeftes van alumni goed articuleren. In die zin is het heel nuttig voor ons.
Iedere maand schrijf ik een rapport van alle activiteiten op de platforms waaronder de Facebook groep, maar ook bijvoorbeeld over de LinkedIn groep. Sommigen alumni zijn namelijk angstig om op Facebook te gaan, vandaar dat we verschillende platforms hebben…”
Wat is je facilitatie strategie? “Ik plaats alle vacatures en nieuwe informatie die ik tegen kom en wacht op response. Als er geen enkele response komt – ga ik er achter aan- onderneem actie -dit is echt wel nodig. Bijvoorbeeld ik kan zelf een ‘vind ik leuk’ of reactie plaatsen. Posts die interessant zijn krijgen meteen al ‘vind ik leuks’ of reacties. Meestal bedank ik leden die iets plaatsen en zorg dat ik dat ‘vind ik leuk’ aan klik. Maar bij leden die al heel veel plaatsen (die hebben we ook!) doe ik dat niet meer. We hebben 2 alumni die constant nieuwe informatie delen en reageren. Anderen reageren nooit. Dit willen we wel meer stimuleren. Het valt me op dat mensen mij wel kopiëren, bv als ik een foto plaats gaan zij dat ook doen. Ik wil hier wat creatiever in worden!
Omdat de meesten nog niet heel actief zijn ben ik wel een soort dirigent voor de groep. Ik moet wel veel doen, richting geven, en het helpt dat leden weten dat iemand de groep actief houdt. Ik zou wel meer een onzichtbare facilitator willen zijn op de achtergrond, en dat uitwisseling vanzelf op gang komt, maar dat is niet het geval. Ik moet zelf veel leiding nemen!”
Wat doe je om te zorgen dat het aantal alumni in de groep groeit? “RUFORUM
heeft een database met alle leden, en ik stuur hen emails om te vragen of ze lid willen worden van de Facebook groep. Maar goed, toen ik iedereen had uitgenodigd moest ik iets anders verzinnen. Ik heb toen de stappen opgeschreven voor leden hoe ze anderen kunnen uitnodigen voor het platform. Nu bedank ik iedereen die iemand heeft uitgenodigd en stimuleer ze om nog meer mensen uit te nodigen. Ik benader nieuwe leden ook direct en nodig ze uit anderen uit te nodigen. Het helpt om de doelen per maand te hebben! Ik heb dit namelijk verzonnen toen ik de doelstelling van een bepaalde maand niet kon halen. Dit heeft heel goed gewerkt als strategie! Door zulk soort innovatieve acties is het aantal in 4 maanden verdrievoudigd.”
Wat zijn voor jullie de dilemma’s en uitdagingen bij het faciliteren van een alumni groep? “Ik zal hierbij wat breder praten over de uitdagingen, niet alleen in de Facebook groep, maar ook op de andere sociale media zoals LinkedIn en Twitter.
Wil je een strakke focus houden op een onderwerp of laat je dit los? Leden reageren vaak meer op vragen of bredere discussies die niet altijd gericht zijn op het onderwerp. We denken er nu over de focus wat losser te laten en bredere bijdragen uit te lokken. RUFORUM richt zich op duurzame landbouw, en dus hebben we ons altijd gericht op agrarische vacatures en informatie. Sommige alumni werken inmiddels in andere vakgebieden en hebben ook behoefte aan bredere informatie.
Hoe krijg je de alumni actief online? Een grote uitdaging is dat we niet zoveel response krijgen als we zouden willen. We hebben 269 leden maar misschien minder dan 15 -20 personen die actief aan de groep bijdragen.
Hoe ga je om met verschillende interesses? In de groep zitten mensen van verschillende leeftijden, verschillende banen, verschillende vakgebieden, verschillende ervaringen. Het is lastig hierin de gemene delers te vinden.
Welke toon en stijl pak ik? Hoe kan ik antwoorden en reageren op een manier die de alumni aanspreekt? Hoe ver ga ik in het zoeken van een luchtige toon/ grappen?
Hoe bereik je mensen die niet op Facebook zitten of het niet vaak bezoeken? Er zijn alumni die mensen willen uitnodigen die niet op Facebook zitten. Het is nogal een stap om ze dan per mail te benaderen of hun mail adres aan mij door te geven. Er zijn ook alumni die niet zelf lid worden van de openbare facebook groep. Om ze actief toe te kunnen voegen moet ik eerst vriend met ze worden wat ik liever niet wil.
Wie wil je bereiken, wie mag lid worden? Laat ik ook organisaties of onbekende mensen toe? In het geval van organisaties – hoe ga je om met de partnership? Als onbekenden lid willen worden van de LinkedIn group – laat je dit toe of niet?.
Hoe manage je de verschillende sociale media zoals Twitter, LinkedIn groep en Facebook groep? RUFORUM heeft verschillende sociale media platformen, het is nog wel een uitdaging om ze allemaal te managen. Welke type informatie plaats ik in welk medium? Als je hetzelfde plaatst is het niet meer interessant voor leden om verschillende kanalen te volgen. RUFORUM heeft ook nog een eigen platform op de website, dat is helemaal moeilijk actief te krijgen. Bovendien is het zo dat alumni in het weekend het meest actief zijn en er dan dus de meeste activiteit is. Dat betekent dat je eigenlijk in het weekend ook actief met zijn!
Moeten we ook Face-to-Face bijeenkomsten organiseren om de online uitwisseling te versterken? The verschillende sociale media zijn gericht op online interactie tussen de alumni, maar in een aantal discussies hebben alumni ook gevraagd om face-to-face bijeenkomsten. .
Laatste vraag: waarom hebben jullie voor een Facebook groep gekozen als hoofdplatform? We wisten dat de meerderheid van de alumni een Facebook account had, dus dat maakte de keuze makkelijk. We gebruiken echter ook LinkedIn, Twitter en Youtube kanalen en hopen dat daar ook interactie op gang komt
Heb je zelf ervaringen met alumni groepen online? Laat het hieronder weten. Dat zal ik een nieuwe blogpost schrijven met meer ervaringen met alumni groepen!
Deze blogpost heb ik voor onze nieuwe website En nu online geschreven maar leek me wel handig hem hier ook te delen. Het gaat erover dat iedereen met een ochtend of middag de tijd zelf een screencast kan maken. Het is een veel creatiever proces dan het woord screencasting zegt. Dat klinkt nogal nerdiger/technisch niet?
Wat is een screencast?
Een screencast is een opname van je computerscherm waarbij via stem uitleg wordt gegeven- samen wordt dit een videootje. Dit is een klassieke manier om een uitleg te maken over het gebruik van computer programma’s. Je kunt bijvoorbeeld uitleggen hoe je een Twitter account aanmaakt. Maar je kunt er nog veel creatiever mee omgaan… Zo kun je presentatie op je scherm laten zien en er uitleg bij geven. Een mooie manier als trainer, opleider of docent om zelf iets online te zetten. Hieronder een voorbeeld van een presentatie door mijzelf.
Een screencast klinkt nogal technisch maar is heel makkelijk zelf te maken. Ik heb onlangs een halve dag workshop gegeven waarbij de deelnemers trots met een proefscreencast naar huis gingen. En ik was ook best trots op hen eigenlijk na een ochtendje.. Een screencast kun je maken met gratis of betaalde software, en met of zonder editen. Als je het zonder editen doet kost het al veel minder tijd dan met editen. Hoe professioneel je het wilt maken en hoeveel tijd je wilt steken in het editen hangt af van de context. Wil je voor je organisatie een e-learning module maken die jaren mee gaat, of gaat het om een uitleg ‘on-the-fly’ die makkelijker is over te brengen via een screencast dan tekst? Dan kun je ook snel een filmpje maken. Ik leg zo uit hoe je kunt beginnen!
Creatieve toepassingen
Een aantal creatieve toepassingen van een screencast waar je aan kunt denken zijn (behalve de klassieke uitleg van een computer programma):
Laat zien hoe je een online omgeving, bv. een wiki of leerplatform kunt gebruiken (een zgn. ‘walk through’)
Deel een presentatie op je scherm (prezi of powerpoint) en geef uitleg, zo kun je makkelijk voor een bijeenkomst bijvoorbeeld mensen alvast iets laten bekijken of een vraag meegeven om over na te denken (denk ook aan het concept van de khan academy)
Maak een beeldend verhaal. Maak gebruik van slides/foto’s ipv je scherm om zo een beeldend verhaal te vertellen. In de meeste screencasting software is dit ook een mogelijkheid
Neem een webinar op zodat hij later ook te beluisteren is
Maak een slidecast op slideshare.net door stem/audio toe te voegen aan je powerpoint presentatie
Organiseer een interview met een expert via Skype en neem dit gesprek op
Zelf een screencast maken
Eerste iets over wat een goede screencast is. Laten we maar eens beginnen met de slechtste screencast ever.. :
Wat je ziet is:
Achtergrond geluid
Ongeïnteresseerde vlakke stem
Geen duidelijke verhaal lijn
Je hebt geen idee wat de screencast wil uitleggen
Dit moet je dus allemaal vermijden. Probeer een heldere introductie te geven, een pakkende verhaal lijn en duidelijk en rustig te praten. Het helpt als je vantevoren al een storyboard maakt met kaartjes. Op elk kaartje schrijf je wat je wilt vertellen en wat je daarbij wilt laten zien. Mijn ervaring is dat het nooit in 1 keer lukt, maar dat je na 2-3 vertellen het verhaal beter over kunt brengen. Als het een screencast van 5 minuten is, betekent dat nog steeds maar 15 minuten werk.
Software
Er zijn heel veel verschillende software programma’s om een screencast op te nemen. Hier vind je een overzicht op wikipedia. Waarschijnlijk vind je in dit overzicht door de bomen het bos niet meer… daarom een aantal waar je mee zou kunnen starten. Er zit verschil tussen screencasts met Picture in Picture (PIP) waarbij je ook degene die praat in beeld ziet (wat ikzelf heel fijn vind) en screencasts zonder PIP.
Een ander verschil tussen software zit in software die je moet downloaden op je computer of waarbij je online kunt opnemen zonder download. Behalve software om je screencast op te nemen, kun je ook denken aan software om eventueel te editen, en natuurlijk een site waar je je screencast online kunt publiceren. Als laatste zijn er speciale tools waarmee je Skype gesprekken kunt opnemen. Hieronder een tabelletje om je op weg te helpen.
Functie
Software
Opnemen van screencast (recording)
Screenr (gratis en betaalde versies) Jing (gratis en betaalde versies), Screencast-o-matic (gratis en betaalde versies), Screenflow (voor mac, 99 dollar), Camtasia(voor mac en windows ongeveer 100 euro), Windows media encoder.
Editen van screencast
Windows Moviemaker, imovie (voor mac). Adobe captivate. AVID studio Sommige screencasting opname software (zoals screenflow) biedt ook mogelijkheden om te editen.
Publiceren van screencast
Video websites zoals Youtube, Vimeo en blip.tv.Op sommige screencasting sites zoals screencast-o-matic kun je ook meteen je screencast publiceren.
Hier zie je hoe men in de jaren ’50 zou hebben gereageerd op het toekomstbeeld van Facebook en Twitter.. “so you are saying people will tweet what they are having for breakfast?!” Maar ook nu verbazen mensen zich over wat er allemaal online gedeeld wordt. Je hoort nog vaak de mening dat Twitter verbale diarree is.. Zo kun je het ook zien: 80% van de berichten op sociale netwerken als Twitter zijn aankondigingen over ervaringen. (bron artikel Tamir en Mitchell). Zie voor ideeën van managers over de waarde van wat gedeeld wordt via sociale media ook de herkenbare opmerkingen van managers over sociale media door Menno Lanting Ook ik verbaas me nog wel hoor. Zelf heb ik niet de neiging veel over mijn privéleven te delen dus ik verbaas me ook wel over sommige berichten op Facebook- ik zie daar ook duidelijke generatie en cultuurverschillen. Zo ben ik onlangs weer in contact gekomen met oude vrienden uit Chili en Kenya- verbazingwekkend wat ze allemaal op Facebook delen! Het is met name bij het professioneel delen van ervaringen dat ik zie dat kenniswerker innovatiever worden. Het privé delen en professioneel delen ligt waarschijnlijk wel in elkaar’s verlengde (onbewezen stelling?).
Maar waarom delen we zoveel online? En waarom sommigen meer dan anderen? Vorige week verzorgde ik een workshop op het nationaal congres onderwijs en sociale media waar Michel Penterman benadrukte dat sociale media een logisch vervolg is van onze behoefte om met elkaar informatie te delen. Dit begon zo ongeveer met de tekening van de jacht in de grot.. Wat ik me afvraag is of het zo’n grote intrinsieke behoefte van mensen is om te delen of is het een behoefte die zich recent verder ontwikkelend heeft? – een extra topje op de pyramide van Maslow, een nieuwe behoefte? Zie hier een plaatje van Maslow’s behoefte pyramide gelinkt aan sociale media overgenomen uit een blog over buying happiness (via Alex den Haan). Volgens deze pyramide vervult WordPress (bloggen) hogere behoeftes dan LinkedIn..
Het artikel ‘disclosing information about the self is intrinsically rewarding‘ door Tamir en Mitchell geeft een mooi inzicht in waarom we nu zoveel delen over onszelf via sociale media. De auteurs hebben onderzocht wat het delen van informatie doet met ons brein. Het blijkt dat mensen (‘our species’ zoals het artikel het noemt) een intrinsieke behoefte heeft om hun gedachten en gevoelens met anderen te delen. Dit levert namelijk een positive respons op in de hersenen (dopamine). Dit verklaart waarom we ooit zijn begonnen met de rotstekening…
De studie ontdekte dat:
Als we informatie over onszelf met anderen delen levert dit een grotere beloning op (via hersenactiviteit gemeten) dan als we informatie over anderen beoordelen.
Mensen waren bereid om geld af te slaan voor het delen van informatie over zichzelf, meer dan over algemene vragen – dit betekent dat het delen van informatie over jezelf van waarde is.
Over je gedachten en gevoelens vertellen stimuleert het beloningssysteem in je hersenen maar de mogelijkheid om dit met anderen te delen nog meer.
Het delen wat je zelf denkt of voelt levert dus een beloning op in je hersenen, en meer naarmate het met anderen gedeeld wordt – op dezelfde manier als eten en sex een goed gevoel opleveren. Dit belonen is handig om het smeden van sociale banden tussen mensen te stimuleren, om zelf-kennis te vergroten of om te leren wat anderen al weten en dus de kennis van 1 persoon te vergroten. Alles om samen slimmer te overleven..
Reflectie is belangrijk voor leren – terugkijken, stoppen, nadenken. Zo zijn alle heidagen ook ontstaan. Ruimte voor stoppen en reflecteren. Leren in de ‘dubbelloop’ volgens Schon en Argyris. Een vraag die me wel bezig houdt is deze: door sociale media gaat al het uitwisselen sneller en via kortere berichtjes. Scannen en zelfs multi-tasken (een skype chat uitwisseling terwijl je een taak uitvoert). Vaak ben ik aan het skypen en kom erachter dat we allemaal tussendoor ook onze mail bekijken. Wat betekent dit voor reflectie? Zo op het eerste oog lijkt een intensief gebruik van sociale media reflectie toch in de weg te staan zo.
Hierbij kom ik op reflectieve praktijken. Een slechte praktijk vind ik als ik dingen tag, opnieuw tegen kom en niet herken en dus opnieuw tag.. dan denk ik er blijft ook niet van hangen. Wat wel goed is om op een bepaald onderwerp (bv. in voorbereiding van een workshop) alles terug te lezen wat je getagd hebt en dit in een blogpost te verwerken. Een blogster vertelde ook een dat voordat ze schrijft ze op haar eigen blog alles terugleest wat ze eerder over dit onderwerp heeft geschreven om ook eens te zien wat de ontwikkeling in haar denken in.
Hieronder een Tedtalk door Sherry Turkle met de titel ‘Connected but alone’. Ze heeft het niet direct over reflectie maar wel over de gevaren van de oppervlakkigheid van sociale media. Ze noemt het ‘Goldilocks
effect’ (Goudlokje ik snap de metafoor zelf niet helemaal) – waarbij we alleen nog maar in contact staan met anderen via korte berichtjes via sms, tweets etc. die kleine berichtjes leiden niet tot echte conversations. Minder ruimte voor echte conversaties limiteert onze reflectie capaciteit ook. Sherry Turkle “We can learn from solitude and listening to each other. It is in the stumbling in words that we reveal ourselves to each other.” Aan de ene kant heeft ze gelijk wat betreft sociale media, aan de andere kant is er juist de positieve kant dat je je over langere tijd met bepaalde mensen kunt verbinden online. Zo lees ik blogs altijd consequent via RSS en krijg zo een beeld van het denken en karakter van iemand.
Waarom is reflecteren belangrijk voor lerent?
Reflectie op de eigen praktijk is een belangrijk aspect van leren. Reflectie is een manier om terug te blikken op wat we weten en wat we ervaren. Iemand heeft ooit eens aan mij uitgelegd door zich letterlijk om te draaien en met zijn hand boven zijn ogen om de verte terug te kijken. Dat vond ik wel een mooi beeld voor reflecteren. In het proces van reflectie analyseren we wat er gebeurde wat nieuwe kennis en inzichten oplevert. Dit reflecteren kan individueel of in groep gedaan worden, kan ook meer of minder gestructureerd.
Een definitie: “Reflection is a form of mental processing that we use to fulfill a purpose or to achieve some anticipated outcome. It is applied to gain a better understanding of relatively complicated or unstructured ideas and is largely based on the reprocessing of knowledge, understanding and possibly emotions that we already possess”
Reflectie is belangrijk voor het leren, want het verschaft ons inzicht in wat werkt en wat niet, het geeft ons nieuwe ideeën en nieuwe manieren om op te treden De focus van reflectie kan variëren:. van de manier van werken, overtuigingen, reflectie op processen of andere hoeken. Maar nu sociale media… Hoe veranderen deze onze reflectiemomenten?
Eerste invalshoek: reflectie op actie vraagt om vertraging
Schon schreef over the reflective practitioner, als iemand die continue reflecteert op de manier waarop we interveniëren als professionals en adviseurs. Hij onderscheidt reflectie in actie en reflectie op actie. Interessant is ook het gedachtegoed van Argyris, die het over de defensieve routines in organisaties heeft die het leren in de weg staan. Reflectie op actie eist vertraging, omdat je tijd en ruimte nodig hebt om terug te blikken op ervaringen. Vaak nemen we niet de ruimte bij het participeren in sociale media om eens goed terug te blikken maar gaan we door in de sneltreinvaart der berichtjes. Er is denk ik wel een verschil in de manier waarop verschillende media zo’n vertraging ondersteunen. Sommige media lijken dit als vanzelf in de weg te zitten; zoals e-mail en twitter wanneer het voelt alsof je steeds achter loopt. Hoewel Twitter natuurlijk ook wel reflectief kan worden gebruikt wanneer je een tweet stuurt over een presentatie. Wat is de kern van de presentatie? Bloggen is inherent meer reflectief, omdat het dwingt je om je ideeën te formuleren, en je veel eigen ruimte hebt. Lilia Efimova schreef haar proefschrift over ‘blogging for knowledge workers’. Meer hier.
Tweede invalshoek: Reflectie door interactie met je omgeving
Een andere invalshoek is dat je ook reflecteert, nadenkt, terugkijkt door contacten met andere mensen in je omgeving. Door uitwisselingen worden voortdurend je eigen aannames en raamwerk ter discussie gesteld. Dat heb ik wel gemerkt tijdens het werk in Ghana, Ethiopië en Mali bijvoorbeeld. In het artikel Stimulating reflection through engagement in social relationships wordt dit idee uitgewerkt. Wat ze benadrukken is dat niet alle interactie automatisch leidt tot een reflectie. Er zijn bepaalde voorwaarden aan verbonden, zoals bijvoorbeeld de voorwaarde dat de partner die uitwisselen in elkaar’s ‘zone of proximal development’ moeten zitten. Betekent: als je teveel op elkaar lijkt, leer je weinig nieuws, als je teveel verschil wordt je niet aan het denken gezet omdat er waarschijnlijk meer misverstanden ontstaan. Als we dit doortrekken naar sociale media, bieden ze een geweldige manier om te leren en reflecteren door het bouwen van een groter netwerk. Wel gaat het om het investeren in een netwerk over langere tijd. En er is ook de tendens dat mensen vooral mensen volgen die op hen lijken (en zo wordt je door twitter natuurlijk ook zelfs geattendeerd op de mensen die je zou kunnen volgen). Je moet hier dus wel bewust mee omgaan in het opbouwen van je online netwerk. Ook legt het artikel uit dat je ‘reflective skills’ nodig hebt, een soort inlevingsvermogen om te zien waar de ander vandaan komt.
Invalshoek 3: The quantified self (weet niet hoe te vertalen)
Een andere invalshoek ten opzichte van is reflectie als het leren over jezelf: the quantified self’. Social media (of digitale media in het algemeen) bieden ruime mogelijkheden voor gegevens over jezelf te verzamelen. Hoe kun je deze gegevens gebruiken om te leren over jezelf door deze gegevens te analyseren . Een voorbeeld (maar misschien wel wat absurd.. ): Chloe Fan heeft al haar bioscoopkaartjes sinds 2001 bewaard. hier kun je lezen hoe ze deze kaartjes gebruikt om te analyseren hoe haar smaak is veranderd, en haar vriendenkring etc. Of lees deze blogpost door Hans de Zwart.
Dus hoe verandert sociale media de manier waarop we leren door reflectie?
Ik ben hier zeker nog niet over uitgedacht: maar voor mij zit er wel een kern in het adopteren van goede reflectieve social media praktijken. De manier WAAROP je het gebruikt is heel belangrijk. van invalshoek 1 naar 3 lijkt er een toenemende positivisme over de mogelijkheden om nadenken en leren-door middel van sociale media te stimuleren. Wat wel duidelijk lijkt is dat er een veranderende praktijk van reflectie ontstaat door intensief gebruik van social media. Professionals die zich met leren bezig houden moeten zich hier van bewust zijn.
Welke nieuwe praktijken zijn goed of slecht? Een mooi voorbeeld van een ‘goede’ praktijk is het seek – sense- share model ontwikkeld door Harold Jarche. Er moeten in ieder geval meer en vernieuwende reflectiepraktijken ontstaan, ook binnen organisaties. We kunnen niet eeuwig bezig blijven met onze jaarlijkse heidagen denk ik..
Wat me altijd opvalt in contact met leraren is dat er zoveel verschil is in houding ten opzichte van sociale media. De ene docent vindt het geweldig en experimenteert volop, de andere zegt: ‘het is niets voor mij’. Jongere docenten hebben ook wel eens een houding van dat kan ik al, maar zetten het dan toch niet altijd bewust in. Wellicht zien ze niet de link met leren. Ik geloof dat sociale media interessant is voor alle professionals en docenten zijn toch ook professionals (vind ik dan . In de volkskrant special van afgelopen zaterdag stond: “een goede leraar moet continu verrassen en vernieuwen”. Entree sociale media. Daarom leek het me wel leuk om zo’n enthousiaste leraar te interviewen die de potentie blijkbaar wel ziet. Antoine is zo’n enthousiasteling die ik ontmoette in Someren. Hieronder het interview.
Vertel eens iets over jezelf als leraar op het Varendonck
Ik werk sinds 2003 als docent Frans op het Varendonck-College in Asten. Ik geef voornamelijk les in de bovenbouw en ik heb een aantal onderbouwklassen. Verder ondersteun ik collega’s bij het gebruik van onze ELO. Dit schooljaar zijn we overgestapt van N@TSCHOOL naar de ELO van Magister.
Je blogt op over Frans en ICT (hier), vertel eens hoe je met dit blog bent begonnen, wie je blog lezen en wat het je oplevert? Volg je zelf ook veel blogs?
Ik ben met dit weblog begonnen in december 2007. Mijn grote inspiratiebronnen waren en zijn Willem Karssenberg (@trendmatcher) en Pierre Gorissen (@PeterMcAllister). Ik volgde hun weblogs al een tijdje en het leek me ook nuttig en leuk om een blog bij te houden. Mijn weblog wordt gelezen door docenten Frans en door docenten die geïnteresseerd zijn in het gebruik van ICT in de les. Wat heeft het me tot nu toe opgeleverd? Op de eerste plaats een archief waaruit ik kan putten. Vaak weet ik dat ik zelf over een bepaald onderwerp geblogd heb en op deze manier kan ik het snel en eenvoudig terugvinden. Ook collega’s verwijs ik naar sommige berichten op mijn weblog. Verder heeft de interactie met de lezers me bij sommige problemen verder geholpen. Er zijn altijd collega’s die je verder willen helpen. Ook leuk om te noemen is dat ik ben benaderd door Teleac om een handleiding te maken bij een website (GoAnimate) naar aanleiding van screencasts die ze op mijn weblog hebben gevonden. Ik volg zelf veel blogs en maak daarbij gebruik van Google Reader.
Welke sociale media gebruik je zelf het meeste? En hoe?
Ik noem er vier. Om zelf een overzicht te houden op de informatiestroom gebruik ik Google Reader. Met Google Reader kun je je op interessante weblog abonneren zonder dat je elke keer naar dat weblog hoeft toe te gaan. Verder maak ik veel gebruik van Diigo, een social bookmarking site. Voorheen maakte ik gebruik van Delicious, maar op een gegeven moment gingen er geruchten dat deze dienst ermee zou stoppen en toen ben ik overgestapt. Het mooie van social bookmarking is dat je snel toegang hebt tot een website, omdat je deze van een stempeltje, een ‘tag’, voorziet. Ook kun je zien wat andere docenten bookmarken en je kunt deze links overnemen. Een derde tool die ik wil noemen is Twitter. Ik gebruik Twitter om dingen die ik interessant vind te delen met anderen en verder gebruik ik Twitter om vragen te stellen door gebruik te maken van de hashtag #durftevragen Wat mij altijd opvalt is dat zoveel mensen bereid zijn om anderen verder te helpen. Soms ontstaat er een heel gesprek wat ook erg mooi is om te zien. Tenslotte wil ik nog Wunderlist noemen, een app die op verschillende apparaten te gebruiken is, waarmee je to-do-lists kunt maken.
Hoe blijf je zelf bij op sociale media gebied?
Vooral met Google Reader en met Twitter. Dat zijn voor mij de twee meest belangrijke tools.
Hoeveel tijd kost het je om actief te zijn met je blog, twitter etc en lukt het jou om dit binnen schooltijd te doen?
Op school twitter ik niet en bloggen doe ik ook buiten schooltijd. Het ligt er ook aan hoe druk het is. Soms verschijnt er een hele tijd geen bericht op mijn weblog, omdat ik het gewoon te druk heb. Van mijn goede voornemen om meer te bloggen is dit jaar nog niet veel terecht gekomen. In de vakanties probeer ik me ook met andere zaken bezig te houden, zoals lezen.
Wat is voor jou de toegevoegde waarde van sociale media als professional/leraar?
Een blog biedt de mogelijkheid om na te denken over een aantal zaken en om je kennis met anderen te delen. Waarom zou iedereen het wiel opnieuw moeten uitvinden? Social bookmarking maakt het mogelijk om snel informatie terug te vinden en om nieuwe interessante sites te ontdekken. Twitter biedt vooral de mogelijkheid om kennis te delen en om vragen te stellen.
En in de les?
In de les kunnen sommige tools handig zijn, zoals bijvoorbeeld Socrative. Met deze site kunnen leerlingen stemmen. Ik heb deze tool onlangs gebruikt bij het oefenen van leesvaardigheid. Op deze manier worden leerlingen (ook de stillere) actiever bij de les betrokken. Maak bij het gebruik van social media ook gebruik van wat de leerlingen aan apparatuur hebben. Sommigen hebben een mobiel met internet, anderen een iPod Touch. Niet alle leerlingen hebben beschikking over deze apparatuur, maar door leerlingen bijvoorbeeld in tweetallen te laten samenwerken, heb je ook niet zoveel apparaten nodig. Wees dus creatief!
Verder kan Twitter door leerlingen worden gebruikt bij het maken van een profielwerkstuk, door gebruik te maken van de hashtag #durftevragen. Je hoeft in mijn ogen niet elke les gebruik te maken van social media. Doe het alleen als het nuttig is en als het iets toevoegt.
Ik ben zelfstandig adviseur en help met vraagstukken online professionaliseren en leren. Ik help organisaties, trainers en opleiders hoe ze sociale media kunnen inzetten in leertrajecten, opleidingen en communities. Maar ook hoe je informeel en sociaal leren kunt stimuleren. Ik vind het ook leuk om onderzoek te doen en te schrijven. Ik blog oa ook op Ennuonline.com en het blog van NVO2