Hoe organiseer je diep leren online?

Vorige week had ik weer een geweldige tijd tijdens de conferentie Learning and Technologies in Londen. Mijn derde keer! Het voelt altijd als een soort schoolreisje. Je bent wel met je vakgebied bezig maar het is ook gezellig. Zoals elk jaar,  begonnen we met de Nederlandse en Belgische delegatie (meer dan 40 man!) in de pizzeria op Brompton Road. Geweldig om te netwerken met mensen die werkzaam zijn in hetzelfde vakgebied. Ik zat naast iemand die ik niet kende en binnen 10 minuten waren we bespreken het verschil tussen performance support en sociaal leren en de presentatie stijl van Bob Mosher.
Samen met Joke van Alten heb ik een on-the-fly video gemaakt (met onze smartphones). Het is een vorm om mijn eigen leerproces te ondersteunen. Ik begin met een vraag waar ik meer over zou willen weten, interview mensen. Het samenstellen van de video en het bloggen is, dwingt mij om zelf echt goed over de vraag na te denken. Dit jaar is mijn vraag:

Hoe organiseer je diep leren online? 

In mijn definitie heeft diep leren niet te maken met kunstmatige intelligentie (dit wordt soms ook deep learning genoemd), maar heeft te maken met transformatief leren, of zoals Argyris noemt: double loop learning. Single loop leren is leren voor actie: het leren binnen hetzelfde frame of mind. Double loop leren bewerkstelligt een verandering van mentale modellen, het veranderen van de doelen. Zie ook bv deze uitleg van Manon Ruijters. Als ik met mensen praat over online leren, via netwerken zoals LinkedIn, Twitter of interne platformen, zeggen mensen vaak dat online perfect is voor snelle informatie, zoals het vinden van een instrument voor brainstorming, weten hoe je je printer repareert. Je kunt een video vinden over wat te doen als je printer vast loopt en je kunt meteen van start. Maar kun je online ook van diep leren spreken? En zo ja, hoe organiseer je dit dan? Voor veel mensen ligt dit niet voor de hand en ze klampen zich vast aan het idee dat je elkaar face-to-face moet ontmoeten om ‘echt’ te leren.

Joke en ik hebben in Londen Mark Britz, James Tyer, Laura Overton, Clive Shepherd en John Stepper geïnterviewd. Gelukkig geloven ze allemaal dat diep leren mogelijk is, en hebben ieder weer een geheel eigen invalshoek.

Reflecteer en zorg voor een goed netwerk 
Sommigen kijken vanuit het oogpunt van de individuele professionele en onderstrepen het belang van reflectie en een netwerk van betekenisvolle relaties. Mark Britz benadrukt het feit dat het online reageren en bloggen op zichzelf schept ruimte om na te denken, doordat je moet schrijven. James Tyer benadrukt ook dat je diep moet consumeren. Je kunt je netwerken hierbij gebruiken om ‘the noise’ te vermijden en je kunt concentreren op wat belangrijk is. John Stepper benadrukt ook het belang van het opbouwen van betekenisvolle relaties door Working Out Loud. Dit is een set van vaardigheden die je aan kunt leren. Ik ben het eens dat juist het uitwisselen met een netwerk / community gedurende een langere periode van tijd echt transformatief kan zijn. Je begint langzaam de overtuigingen van die community te delen.

Learning how to learn (en opnieuw: reflecteer)
Laura Overton ziet in hun TowardsMaturity benchmark dat de succesvolle, wendbare organisaties mensen stimuleren om te reflecteren en ervoor zorgen dat het geleerde direct wordt toegepast in het werk. Leren hoe te leren en ruimte voor reflecteren is dus belangrijk voor het diep leren. Anders wordt de valkuil dat je oppervlakkig bezig blijft.

“Online doesn’t control the pedagogy”
Clive Shepherd neemt een andere invalshoek: die van het ontwerpen van blended learning. Hij wijst op het feit dat de pedagogie de eerste plaats komt en het medium (online of offline) op de tweede plaats. Hij herkende onze vraag wel in die zin dat online vaak wordt gebruikt voor single loop learning op het niveau van informatie delen of instructie. Als je streeft naar transformatief leren werken ‘guided discovery’ en reflectie op ervaringsleren. Je hebt dit didactisch raamwerk nodig om te ontwerpen voor diep leren.

ps de video van vorig jaar is hier nog te bekijken rond de vraag: what is really changing in the way we learn because of social technologies?

Posted in Nieuwe leerinterventies, Online faciliteren | Leave a comment

Fluittaal Silbo verdwijnt door technologie

Cabaretier Javier Guzman heeft een show Por Dios die ik op een luie avond in de vakantie heb gezien. In deze show zit een mooi stukje over technologie wat ik graag deel. Geweldig toch dat je dan het op Youtube kunt vinden en in stukjes kunt plakken?

Javier vertelt over de fluittaal Silbo van de herders op La Gomera, één van de Canarische eilanden. Door middel van fluitsignalen kunnen de herders tot op 4 kilometer met elkaar communiceren. Het is eigenlijk Spaans maar dan in fluitvorm. Het deed mij denken aan de boeren in de Simien mountains in Ethiopië die ook van bergtop tot bergtop met elkaar praten en dat heel ver weg!. Enfin, Javier praat met de beschermheer van deze taal en hoort dat met de komst van de telefoon deze taal op sterven na dood is. Luister naar de moraal van dit verhaal in deze video van 3 minuten.

Ik heb de sterke invloed van technologie op cultuur ook gezien in 1995 in Diré in Mali, met de komst van de televisie. De Malinezen in Diré konden heerlijk urenlang met elkaar kletsen. Ze zatten op de grond of op kleine krukjes gezellig naast een theepotje. Er werd drie keer thee gezet in alle rust, steeds sterkere thee. Zo kon je rustig 1,5 uur bezig zijn met thee drinken. Ongeveer een maand nadat wij er kwamen wonen, deed de televisie zijn intrede. De keer erop dat we bij mijn Malinese collega op bezoek gingen werd het dus geen kletsen, maar gezamenlijk naar de televisie kijken.

Hier geldt ook: cultuur verandert door techniek. De invloed is niet alleen slecht natuurlijk (via diezelfde televisie heb ik natuurlijk wel Javier Guzman kunnen zien…), en misschien ook niet tegen te houden, maar er gaat wel iets verloren. Misschien heeft het altijd wel 2 kanten.

 

Posted in Sociale technologie | Leave a comment

De happy zelfscanner

Bij onze supermarkt zijn zelfscanners geïntroduceerd. Ik ben helemaal niet iemand die voorop loopt met alle nieuwe technologie. Zo ben ik stiekum nog een beetje tegen de magnetron… Ik heb me toch in het zelfscan avontuur gestort omdat het me een goede ervaring leek. Eigenlijk mijzelf vergelijken met iemand in een organisatie die geen zin heeft in een nieuwe tool, want in de supermarkt zit ik ook niet echt op een nieuwe tool te wachten. Dit waren mijn ervaringen de afgelopen 2 weken:

Bij mijn eerste bezoek na de verbouwing tot zelfscan supermarkt stond er meteen een meisje bij de ingang klaar die mij uitnodigde om het scannen uit te proberen. Ze legde uit hoe makkelijk het was. Ik liep als eerste door naar de bananen om daar meteen vast te lopen. Er zat geen code op de bananen… en daar liep niemand rond. Gekozen voor ander fruit. Verder ging het goed, al voelde ik me best wel dom met zo’n groot scanapparaat in de hand. Bij de uitgang stond weer iemand om me te helpen met het terugzetten en betalen. Zo kon ik mooi mijn bananen probleem voorleggen. Zij vertelde dat ik bananen aan het einde kon wegen.

Bij het volgende bezoek twijfelde ik wel, het leek me best makkelijk gewoon weer mijn eigen bananen te kunnen pakken. Ik had ook niet het idee dat het zelfscannen me tijd had bespaard de eerste tijd. Je hoeft niet te wachten bij de kassa, maar de rijen zijn nooit idioot lang en het scannen en zoeken van de code kost ook tijd. Toch doorgezet. Nu mijn eigen bananen gepakt. Onderweg werd ik toch wel vrolijk toen het apparaat duidelijk aangaf als een tweede artikel voor half geld was. Normaal wil ik daar nog wel overheen lezen. Bij het scannen van een tweede artikel hoorde ik KATCHIENG een kassa geluid. Nu maakte ik de fout de scanner terug te leggen voor ik mijn bananen had gewogen dus weer ging ik zonder bananen naar huis… Wat ik ook merkte is dat ik het best gek vond geen contact meer te hebben met een kassajuf of meneer. Bij de derde keer was ik aan het klungelen met tas inpakken. Ik vroeg hoe dat handiger kon en leerde dat je juist al door de winkel je tas mag inpakken.

De vierde keer pakte ik alles meteen in mijn tas en vond ik dat helemaal geweldig! Nu is het stressmoment in de winkel van je tas zo snel mogelijk inpakken voor de boodschappen van de volgende komen verdwenen… Bij de vijfde keer voelt het wel als nieuwe manier van winkelen.

Als ik eens naar mijzelf van een afstand kijk valt het volgende op:

  • Het helpt als er op de juiste momenten iemand staat om te helpen en uitleg te geven, maar er zijn altijd ook momenten dat je het zelf op moet lossen.
  • Het moment waarop ik bijna afhaakte was de tweede of derde keer. De eerste keer wilde ik het best eens uit proberen. De tweede keer stond er echter niemand klaar. Het voelde wel lekker om op de oude manier te winkelen.
  • Ik was om toen ik ontdekte dat ik boodschappen meteen in mijn tas kon stoppen, echter dit had niemand mij verteld.

Geheel wetenschappelijk met n=1 kom ik zo tot de volgende lessen voor het introduceren met nieuwe media in een organisatie, denk aan een sociaal intranet of een teamtool als Slack.

  • Zorg dat er voldoende hulp en ondersteuning klaar staat om mensen over de afhaak momenten heen te helpen, juist ook na de beginperiode. Anders wordt het vol gas starten maar daarna afhaken. En liefst altijd beschikbaar.
  • Onderschat niet wat het voor energie kost om een nieuwe routine te ontwikkelen. Hier moet wel iets tegenover staan aan motivatie om iets nieuws uit te proberen. Ook zou je kunnen benadrukken dat het eerst meer tijd kost, maar later tijd bespaart.
  • Zoek naar de voordelen. Die kunnen voor iedereen anders zijn, maar wellicht kun je van tevoren al wat meer naar de voordelen zoeken en dit benadrukken.

ps ik hoor nu ook bij andere zelfscanners katjieng! Ik ben niet de enige gek…

Posted in Sociale technologie, Veranderkunde | 3 Comments

Een focus voor mijn blog: het nieuwe sociale leren

In 2005 begon ik met bloggen over communities of practice. Het was een geweldige manier om het ontwerp te onderzoeken, te leren en tegelijkertijd mijn steile leercurve over communities online te delen. Het is ook een archief voor mijzelf. Ik hou nog steeds van werken met communities (de LOSmakers is een mooi voorbeeld), maar op de een of andere manier is mijn werk veel breder geworden. Zo werden mijn blogonderwerpen ook breder. Toen ik mijn eerste blogpost terug las werd ik nostalgisch over de duidelijke focus ik had. Zo’n focus helpt een blog met als doel Share your learning curve (zie ook de Tedtalk van Joris Luyendijk). Ik heb nu een nieuwe focus gevonden in de term: de nieuwe sociaal leren. Het is breder dan communities of practice, hoewel communities nog steeds passen als een van de leerinterventies. Ik noem het de nieuwe sociaal leren (coined by Marcia Conner and Tony Bingham) om het niet te verwarren met het feit dat al het leren in feite sociaal is. Toen ik het boek een paar jaar geleden las, vond ik de term eigenlijk maar niets. Eigenlijk hou ik niet van het woord nieuw, maar het geeft nu wel mooi aan dat er verschil is tussen het ouderwetse sociale leren, en het nieuwe ondersteund door technologie.

Mijn nieuwsgierigheid zit in de manier waarop leren verandert als gevolg van het internet en alle sociale technologieën die continue ontwikkeld worden. Toen ik in Chili, Mali en Ethiopië werkte was ik eigenlijk vooral zelf alles aan het uitvinden met een paar belangrijke collega’s. Ik gebruikte bepaalde pagina’s die ik uit boeken had gescheurd (ik mocht niet veel bagage mee en er waren geen boekwinkels). Ik had wel leidinggevenden, maar ze waren niet allemaal erg geïnteresseerd en zelfs als ze wel geïnteresseerd waren ze vooral bezig met de voortgang, en konden me niet helpen met al mijn praktijk vragen. Nu ben ik geïnspireerd door zoveel professionals van over de hele wereld .. Door de 100 blogs lees ik, Twitter en LinkedIn groepen.

Hier is een video die ik in het begin van het jaar maakte bij de learning and technologies conferentie. Antwoorden zijn – leren is meer self-directed geworden: het gaat er niet om wat je weet, maar wat je uit kunt vinden; waar, wanneer en via welke media we leren is aan het veranderen; het omgaan met informatie-overload is belangrijker geworden en de vraag of we nog zullen moeten leren als kunstmatige intelligentie kan overnemen?

Het nieuwe sociale leren

Mijn vragen om te verkennen zijn:
1. Hoe werkt en leert de knowmad? en wat zijn de uitdagingen? Wat zijn de verschillen tussen de verschillende generaties?
2. Wat is de impact van nieuwe sociale technologieën? Wat zijn nieuwe technologieën en hun impact en wat kun je doen met deze technologieën?
3. Hoe werkt leren in (online open) netwerken? Wat zijn veranderingen als gevolg van technologische veranderingen?
4. Wat zijn nieuwe leerinterventies? Experimenteel of effectief?
5. Wat zijn praktische voorbeelden van sociaal leren in organisaties?

Mijn blog categorieën worden:

    • De knowmad
    • Sociale technologie
    • Networked learning
    • Nieuwe leerinterventies
    • Praktische voorbeelden

Klinkt goed gestructureerd toch? Ik hoop dat je zal helpen om een beslissing te nemen om mijn blog te volgen of niet. Het zal mij zeker helpen om met nog meer nieuwsgierigheid te kijken naar de ontwikkelingen die zie ik of ervaringen van mijzelf. Even puzzelen nog welke blogs op Ennuonline terecht komen en welke hier. Ik denk hier meer de meer persoonlijke en onderzoekende blogberichten.

Posted in De knowmad | 1 Comment

Online faciliteren afkijken van autoverkopers

Deze blog staat ook op ennuonline.com

autoWe hebben onlangs een andere auto gekocht, een tweedehands auto. We startten met een zoektocht op internet. Daarna gingen we een middag kijken bij autodealers in Leiden. De allereerste verkoper voldeed gelukkig volledig aan mijn vooroordelen van een autoverkoper: een man die al met pensioen was maar voor zijn lol in het weekend nog auto’s verkocht. Hij polste ons en merkte al snel dat mijn man wel gevoelig was voor station modellen en ik wel voor kleur, mijn dochter wil namelijk graag een rode. Zo kwam hij bij een rode Citroën, station model. Wat een geluk, de auto was 1000 euro goedkoper omdat niemand een rode auto wil.. maar dan moesten we wel snel beslissen. We konden meteen een proefrit maken. Ik hoorde al snel een raar geluid en zei tegen hem dat ik echt geen auto met een rare tik ging kopen. Hierop ging hij met ons mee in de auto, liet de motor hard draaien en zei: “hoor nou toch eens wat een prachtig geluid, een hele sterke motor“. Uiteindelijk hoorde hij de tik ook en legde uit dat dat slechts een reparatie van 5 minuten zou zijn. Lang verhaal kort: we hebben deze niet gekocht. We hebben bij een andere dealer gekocht. Die er echt een show van maakte toen we hem op kwamen halen: hij had hem ingepakt en wij mochten hem als kadootje uitpakken :).

Leren is toch iets anders dan auto’s verkopen? 

Ik las net een blog van Wilfred Rubens waarin hij uitlegt dat je niet alle lessen van Greenwheels en Thuisbezorgd.nl kunt toepassen op het onderwijs. Omdat onderwijs meer is dan content beschikbaar maken. Zo is het faciliteren van leren ook echt wel anders dan het verkopen van auto’s. Toch kunnen we iets afkijken denk ik. Lang geleden vond ik marketing mensen verkopers van gebakken lucht en geen ambachtsmensen. Echter, sinds het sociale media tijdperk ben ik steeds meer marketeers gaan volgen. Ze zijn verder met het gebruik van sociale media dan leerprofessionals, daar alleen al kunnen we van leren. Verder zijn ze goed in het bestuderen van mensen en hun gedrag en hoe je dat kunt beïnvloeden. 

Cialdini

Cialdini

Cialdini

Een van de marketingmodellen is het model van Cialdini met 6 beïnvloedingsstrategieën. Deze 6 zijn:

  1. Wederkerigheid – voor wat hoort wat. We begonnen met een kopje koffie.
  2. Schaarste – als er weinig is willen mensen het sneller hebben. Volgens de autoverkoper was dit aanbod alleen voor deze dag geldig.
  3. Autoriteit – de professor geloof je eerder dan de postbode. Hij benadrukte dat hij al zijn hele leven auto’s verkoopt. (helaas was dat voor mij een minpuntje 🙂
  4. Consistentie (en commitment) – als mensen eenmaal de eerste stap hebben gezet is de volgende makkelijker. Een proefrit…
  5. Consensus (Sociale bewijskracht)- als een schaap over de dam is volgen er meer. Verhalen over andere mensen die ook voor dit type auto kozen.
  6. Sympathie – Als je iemand aardig vindt wordt je sneller iets gegund dan wanneer iemand je niet mag (deze factor had mijn autoverkoper dan weer niet!)

In de leergang leren en veranderen met nieuwe media hebben we samen gekeken hoe je deze principes kunt gebruiken voor online en sociaal leren. Dit bracht een discussie op gang bracht over intrinsieke en extrinsieke motivatie. Mijn eigen conclusie daarin is dat je goed moet kijken en observeren wat mensen drijft, hoe hun motivatie werkt. Zo had mijn autoverkoper al snel door dat ik toch graag een rode auto zou hebben en mijn man gevoelig was voor een station model. Hoe kwam hij daarachter? Door gewoon te vragen wat we zoeken, door te vragen en te observeren bij welke auto’s we langer stil bleven staan. Dan is het onderscheid tussen intrinsiek en extrinsiek minder relevant. Het gaat uiteindelijk om het beïnvloeden van mensen.

Het bruggetje naar online leren

Het bruggetje tussen Cialdini en online leren is dat we bij online leren te maken hebben met allerlei extra afleidingen die je bij een face-to-face dag minder hebt. Bij een online workshop of webinar bijvoorbeeld, ben je altijd maar 1 klik van je email verwijderd.  Ik heb zelf net een drie-weekse online cursus over business en human rights gefaciliteerd, en de betrokkenheid liep van week 1 tot week 3 terug, van hoog naar laag. Het is best een uitdaging om de aandacht van drukke ambtenaren vast te houden. Ik vind het nog steeds een uitdaging dat je online sterk beslagen ten ijs moet komen om mensen te boeien. Vertrouwen op de eigen motivatie van deelnemers is daarbij niet genoeg.

 Motiveren voor online leren – tips van autoverkopers

Wederkerigheid – voor wat hoort wat

  • Deel zelf als eerste een verhaal waar deelnemers wat aan hebben zodat ze ook een verhaal willen delen of zorg dat er al interessante documenten staan voordat je deelnemers vraagt om documenten online te delen. Je kunt ook van tevoren al iets interessants delen
  • Geef ze een kadootje, bv. een factsheet en vraag daarna of ze de evaluatie in willen vullen

Schaarste – als er weinig is willen mensen het sneller hebben

  • Stel een platform of content bepaalde tijd open. Zo was er een MOOC over digital badges die maar 48 uur open was
  • Selecteer deelnemers op basis van criteria, een beperkt aantal mag meedoen
  • Zorg dat het platform na de cursus meteen dicht gaat in plaats van nog 2 maanden open blijft

Autoriteit – de professor geloof je eerder dan de postbode

  • Nodig experts uit waar deelnemers veel respect voor hebben als gastsprekers, of om feedback of masterclasses te geven
  • Laat belangrijke mensen een oproep doen om mee te doen en het ook af te maken
  • Gebruik het evaluatie cijfer van de cursus om het aan te prijzen

Consistentie (en commitment) – als mensen eenmaal de eerste stap hebben gezet is de volgende makkelijker

  • Start met een simpele vragen online, bijvoorbeeld een makkelijke introductie online, een uitnodiging om jezelf voor te stellen en een vraag voor de volgende te verzinnen werkt goed.
  • Stel deelnemers vooraf een aantal vragen, bv of ze een voorbeeld willen delen online en of ze de cursus af gaan maken. Hierna zullen ze zich er eerder aan commiteren.

Consensus (Sociale bewijskracht)- als een schaap over de dam is volgen er meer

  • Nodig achter de schermen een aantal mensen uit om alvast te reageren online, dan is het makkelijker voor de volgenden
  • Benadruk wat er goed gaat, dus bv. 80% heeft meegedaan aan het eerste webinar, ipv doe volgende week eens mee want de opkomst viel tegen
  • Werk met likes of best content – zo kun je laten zien welke inhoud gewaardeerd wordt en dit benadrukken

Sympathie – Als je iemand aardig vindt wordt je sneller iets gegund dan wanneer iemand je niet mag

  • Maak persoonlijk contact, bijvoorbeeld via de mail en wees oprecht geïnteresseerd in de vragen en omstandigheden van je deelnemers
  • Zorg dat je online zichtbaar bent door bv een video of foto van jezelf te plaatsen en een positieve uitstraling en toon hebt in je communicatie
  • Geef complimenten

Posted in Nieuwe leerinterventies, Online faciliteren | 1 Comment

Blogkermis: hoe ik online kennis en ervaringen deel

Dit is mijn bijdrage aan de tweede Blogkermis van de LOSmakers. In een blogkermis blogt iedereen die mee wil doen over hetzelfde onderwerp. Het onderwerp is deze keer online kennis en ervaringen delen. “We hebben het allemaal over het belang van DoenDenkenDelen en kennisdelen, ook online, maar wie doet het nu werkelijk? En als je het niet doet, waarom doe je het dan niet?” Wil je ook meedoen ? Lees hier de spelregels. De deadline is 15 november.

Ik ben even terug gaan zoeken naar mijn allereerste blogpost – dat is toch wel de start van mijn online carrière geweest. Op 24 oktober 2005 (precies 11 jaar geleden!) ging mijn eerste blogpost de lucht in met de titel “I did it!” schermafbeelding-2016-10-25-om-16-39-44Ik weet nog wel dat het heel spannend was om iets het internet op te gooien. Er staat een foto van mijn fiets bij – geen idee waarom :). Waarschijnlijk vond ik dat al persoonlijk genoeg. Zoals je kunt zien zijn er 4 positieve commentaren, deze komen van mijn collega’s in een online cursus over faciliteren. Ik ben namelijk begonnen omdat ik geïnspireerd was door het blog van Beth Kanter die samen met mij in deze cursus zat. Deze commentaren gaven mij de moed om door te zetten, tenminste iemand die het las… Want dat was wel het enge aan bloggen.

Ik kreeg daarna wel eens vragen van mensen die zich afvroegen hoe het mij lukte om zo persoonlijk en vlot te schrijven – een toon tussen een artikel en een kletspraatje in. Ik denk dat ik schreef voor het kleine groepje van mijn cursus en niet voor “iedereen op het internet”. Ik had al snel door dat het waarschijnlijker is dat je blog door niemand wordt gelezen dan door iedereen die op internet zit. Wat ik mooi vond was schrijven over duidelijke onderwerpen waar ik nieuwsgierig naar was en zo iets moois op internet op te bouwen wat echt van mij was. Wat ik meemaakte was dat ik commentaar van onbekenden kreeg (op het blog maar ook per mail), dat iemand zei bij het voorstellen face-to-face – “oh jij bent Joitske van Lasagna en chips!” (zo heette mijn blog) en dat ik commentaar kreeg van de auteur waarvan ik een boekbespreking had gedaan. Of dat ik merkte dat mijn blogpost ergens in een cursus terecht was gekomen door het hoge aantal klikken vanuit dezelfde cursusomgeving. Lees meer details over mijn eerste blogperiode in my pathway into blogging.

img_4855Nu 11 jaar laat krijg ik niet meer zo veel adrenaline van een reactie op mijn blog. Het is gewoner geworden, maar ook juist onderdeel van mijn routines. Het aantal plekken waar ik online deel is uitgebreid (zie tekening), de online plekken waar ik veel deel variëren van publiek naar meer besloten. Twitter en Youtube screencasts zijn belangrijk geworden maar ook LinkedIn groepen die meer besloten zijn. Verder heb ik naast mijn eigen blogs een blog voor Ennuonline, ons bedrijf. Toch blijft mijn blog bijzonder omdat mijn eigen persoonlijke plek is, het voelt anders, minder marketing gericht. Ik vind nog steeds het leukste als je vanuit een community gevoel kunt delen, wetend dat er een kerngroep is die het leest, dan weet je ook beter wat je moet delen. Dit bereik je natuurlijk makkelijker in de geslotener Yammer en LinkedIn groepen. Pinterest zou je eruit kunnen laten, is wellicht niet eigen kennis delen maar meer cureren.

De uitdagingen die ik zie/voel zijn:

  • Met zoveel online plekken en volgers weten wat je waar wilt delen dan wel vragen – laatst stelde ik een vraag op 3 plekken maar dan moet je ook met de antwoorden op 3 plekken aan de slag. De antwoorden uit 2 besloten communities waren relevanter dan via het openbare Twitter.
  • Een balans vinden in delen en lezen/ reageren – met blogs lukt dat me wel, daar lees ik meer dan dat ik schrijf, maar met Twitter vind ik het nog wel een uitdaging met zoveel lijsten. Ik probeer daarom wel elke dag op iemand te reageren.
  • Blijven delen over de praktijk. Het is soms makkelijker om over een artikel of de 10 tips om.. te bloggen dan over je eigen ervaringen. Toen ik startte met bloggen speelde dat minder omdat ik in het Engels blogde en niet bekend was. Met meer bekendheid in het Nederlands is het soms lastig over een klant te bloggen zonder dat het langs de communicatieafdeling moet voor goedkeuring. Hiermee samen hangt het dilemma om te schrijven vanuit een expert rol of vanuit een eerlijke praktijkverkenning. Met de 10 tips zet je jezelf meer neer als expert terwijl je met een eerlijk praktijkverhaal dichterbij de werkelijkheid komt en zo meer waarde toevoegt. Ben ik van overtuigd!

Grappig genoeg is tijd voor mij nooit zo’n uitdaging geweest- ik vind het belangrijk en dus maak ik er tijd voor. Het levert mij ook veel op en is deel van mijn routine. Een maand niet geblogd is een maand niet geleefd :).

Posted in De knowmad, Leren in netwerken | 4 Comments

Boek in plaats van blogs

voorkant-defIk zie dat mijn laatste blogbericht al bijna 4 maanden geleden is. Ik kijk vol bewondering naar het blog van Wilfred Rubens die ik bijna lezend al niet kan bijhouden… De reden dat bloggen er niet echt van is gekomen is vooral dat ik met Sibrenne Wagenaar een boek heb geschreven met de titel ‘Leren in tijden van tweets, apps en likes‘. We hebben hier bijna anderhalf jaar aan geschreven. Ik vond het super leuk om te doen, maar het kost wel behoorlijk wat tijd, naast gewone opdrachten, onze leergangen en privéleven. Het was ook zeker een moeilijker boek om te schrijven dan ons vorige boek En nu online wat in gaat op hoe professionals, teams en organisaties sociale media kunnen gebruiken.

Leren in tijden tweets, apps en likes is meer beschrijvend en gaat in op de veranderingen in de maatschappij als gevolg van sociale technologie, om daarna in te gaan op de professional, de kansen voor organisatie en wat dit betekent voor leerprofessionals. Wat leuk is dat we al snel een groep van 20-25 mensen hadden die wel mee wilden denken. Het schrijven van dit boek leek wel wat op boetseren van een model (wat ik één keer heb gedaan). We zijn brainstormend begonnen en daarna de rode lijnen eruit gaan halen. Dit aangevuld met praktijkverhalen. Uiteindelijk hebben we elk van de vijf delen wel een keer of acht herschreven! Zo ga je steeds beter lijnen zien en waarom je iets geschreven hebt.

In deze blog wil ik graag op een rijtje zetten wat het boek mij aan nieuwe inzichten heeft opgeleverd:

  • Ten eerste de term sociale technologie die zo mooi de lading dekt. Deze wil ik echt vaker en consequenter gebruiken, die hou ik erin. We begonnen binnen Ennuonline bijna 10 jaar geleden te praten over ‘web2.0’ daarna ‘sociale media’. Gevolgd door nieuwe media. Het mooie van de term sociale technologie is dat het woord sociaal terug is. Dat is toch onze focus en passie. We zijn geen experts in individuele e-learning modules.
  • Ten tweede vind ik het mooi dat we onderscheid hebben gevonden tussen verschillende typen professionals: Knowmads, Googlers, Followers en Hobbyisten, terwijl we begonnen met de knowmads als ideaal type. Ik heb de types al in verschillende sessies gebruikt en het helpt te zien dat niet alle professionals hetzelfde zijn. Ik denk dat het een goed raamwerk is wat ik in mijn toekomstige werk veel ga gebruiken. Je kan de verschillende groepen op een andere manier benaderen. Informeel deden we dat al door bijvoorbeeld altijd op zoek te gaan naar de pioniers.schermafbeelding-2016-09-30-om-13-10-41
  • Ik zie duidelijker of begrijp beter waarom het vaak de communicatieprofessionals of ICT-ers zijn die zich op sociale technologie richten binnen de organisatie. Dit is wel een frustratie van mij. Veel leerprofessionals werken nog niet met een sociale bril op en hebben geen affiniteit met technologische ontwikkelingen. Ondanks de focus op 70-20-10. Ik denk dat leerprofessionals zich veel meer met sociale technologie in de organisatie moeten gaan bemoeien. Ik begrijp ook dat de technologie heeft geholpen om sociaal leren in beeld te brengen. Toen ik in 2005 begon met communities of practice, waren maar weinig organisaties geïnteresseerd. Er is nu veel meer buzz rond het leren in communities.
  • We onderscheiden verschillende stadia hoe organisaties sociale technologie omarmen, zoals de organisaties die zich richten op online en blended leren, versus sociaal leren. Dit is eigenlijk precies ook het onderscheid tussen onze leergangen. Het is nog wel een vraag waar we onze adviespraktijk op willen richten. Op beiden? Of moeten we ons specialiseren?
  • Social Network Analyse is voor mij wel een passie, maar vond ik altijd een buitenbeentje in mijn werk. Nu zie ik beter dat dit een super goede stap is binnen sociaal leren. Het moet alleen nog wat beter landen in de praktijk denk ik. Ik ga op zoek naar een situatie waar ik dit weer eens toe kan passen.
  • Ik zie nu ook dat er veel ontwikkelingen zijn in artificial intelligence, machine learning, experience API waar ik geen expert of ervaringsdeskundige in ben. Omdat ik het fijn vind altijd te praten en adviseren over iets waar ik zelf praktijkervaring mee heb weet ik niet zo goed wat ik hier mee moet.

Genoeg lessen om 1,5 jaar schrijven te rechtvaardigen?

ps. inmiddels is het boek uit! bekijk hier de video van de lancering of hoe je het boek kunt bestellen. 

 

Posted in Sociale technologie | Tagged | Leave a comment

Learning analytics Light

scoresIs dit een gek plaatje? Ik las vorige week een blogbericht met een pleidooi dat we niet meer data nodig hebben bij online leren maar juist meer contact, empathie en maatwerk. Helaas heb ik hem niet bewaard.

Ik ben het er niet mee eens dat we niet meer aandacht voor data nodig hebben. Data werd tegenover menselijk contact gezet, of data analyse of persoonlijk contact en inzicht, terwijl je heel goed allebei kunt doen bij online leren. Bij verschillende online cursussen die wij in Curatr hebben georganiseerd zorgen we dat er goed gefaciliteerd wordt, mensen in contact komen met elkaar en met experts, maar maken ook gebruik van data om te weten wie er actief zijn, welke bronnen het populairst zijn en hoe groepen zich gedragen. Meestal bevestigt dit overigens je intuïtie of eigen observaties.

Samen met Sibrenne Wagenaar en Marlo Kengen heb ik het artikel Learning Analytics Light geschreven. Dit is de intro:

“Zomaar wat vooroordelen over learning analytics: ‘Je hebt complexe IT-systemen nodig om alle big data te analyseren.’ ‘Learning analytics is alleen interessant voor grote, internationale organisaties.’ De realiteit? Doorgaans kun je direct al beginnen, door je nieuwsgierigheid te volgen en te werken met gegevens die al voorhanden zijn.”

Het is juist een artikel voor begeleiders en ontwerpers van online leren die wellicht niet zo snel in data geïnteresseerd zullen. Precies omdat ze denken dat data tegenover een persoonlijke benadering staat. Nieuwsgierig geworden? Download dan het artikel learning analytics light. Laat in de reacties weten wat je eruit mee neemt of wat jouw ervaringen zijn.

Posted in Nieuwe leerinterventies | Leave a comment

Blogkermis: Mijn social learning voorbeeld

blogkermisIk wilde al heel lang een blogkermis organiseren en heb eindelijk de stoute schoenen aangetrokken. Een aantal losmakers gaan bloggen over: mijn voorbeeld van social learning. Wil je ook nog meedoen? Word dan lid van de LOSmakers groep op LinkedIn, ga schrijven op je eigen blog en deel het online in de groep.

Waarom dit onderwerp? Ik merk dat er veel verwarring is over social learning: is het leren met sociale media? is het leren waarbij meer dan 2 personen betrokken zijn? Door het bloggen over voorbeelden lijkt me dat je mooi het gesprek aan kunt gaan over wat het wel en niet is. Ik lees nu het boek: How we learn van Knud Illeris – een artikel in het Nederlands over dit boek kun je hier vinden. Hij beschrijft drie dimensies van leren

  • de inhoud
  • de motivatie (drijfveren)
  • de interactie (impulsen uit de omgeving)

Deze drie dimensies zijn altijd onderdeel van een leerproces, en daarmee is sociaal leren eigenlijk altijd een component van leren, er bestaat geen ‘niet-sociaal’ leren. Dat maakt het natuurlijk extra lastig en verwarrend. Wel is het zo dat er bij de social learning stroming meer aandacht is voor deze component.

Genoeg theorie – nu naar mijn voorbeelden. Ik wil graag twee van mijn eigen voorbeelden naast elkaar zetten. Een voorbeeld van voor het sociale media tijdperk en een voorbeeld van nu, zodat het verschil goed zichtbaar wordt.

Sociaal leren van adviseurs West Afrika

Een mooi voorbeeld wat nog steeds een inspiratie voor mij is, is de community of practice van SNV adviseurs in West Afrika van 2000-2003. Ik werkte toen in Sekondi-Takoradi in Ghana in een adviesteam. Advies geven en werken in zelfsturende teams was nieuw omdat SNV daarvoor vooral ontwikkelingsprojecten uitvoerde. Ik had een rol in het coachen van het team in de nieuwe manier van werken als adviseurs. Ongeveer 15 mensen maakten deel uit van de community of practice. Dit waren adviseurs die zich bezig hielden met de nieuwe adviespraktijk van SNV in andere landen zoals Benin, Mali en Kameroen. Ook Albanië hoorde bij ons omdat het geen partners had in Oost – Europa. Door de uitwisseling in de community begon ik bredere verbanden te zien, we ontdekten rode draden in onze ervaringen. Ik werd gestimuleerd om een case analyse van mijn eigen team te maken, iets wat tot veel nieuwe inzichten leidde. Ook werden we om advies gevraagd bij strategie ontwikkeling. Het had grote impact op mij omdat ik er veel leerde, me gehoord voelde. Ik denk ook dat het voor de organisatie veel opleverde via de innovaties die we deelden. We kwamen 2-3 dagen bij elkaar. Er was nog niet veel technologie ondersteuning als experimenteerden we met een email uitwisseling waarbij we alleen elk uur een nieuwe vraag kregen per mail, en met een Yahoo messenger chat.

Sociaal leren rondom social learning

Ik zie dat ik nu ook geïnspireerd wordt rondom social learning door allerlei mensen maar er is minder een duidelijke groep. Mijn basis is wel Ennuonline waarbinnen in samenwerk met Sibrenne Wagenaar en een groep erom heen. Daarnaast is een duidelijke afgebakende groep de CPsquare mensen (CPsquare bestaat niet meer), en de LOSmakers. Maar eigenlijk is het een hele grote fluïde groep mensen, die ik via blogs, Twitter, LinkedIn en Facebook groepen volg en in MOOCs tegen kom die mijn ideeën beïnvloeden maar ook wat ik doe. Zo las ik bij laatst een tip van Robin Good over een ebook tool waarmee ik nu een nieuw ebook aan het maken ben. Via de mailchimp groep op Facebook heb ik nu een idee hoe dit aan mailchimp te verbinden. Belangrijke mensen waarvan ik altijd de blogs lees zijn bijvoorbeeld Jane Hart, Beth Kanter, Harold Jarche, Ger Driesen en Wilfred Rubens. Daarnaast voeg ik regelmatig nieuwe mensen toe op Twitter of feedly. Vanuit deze groepen ontstaan ook af en toe samenwerkingen, zoals het groepje rond de teamhackathon of de meelees groep van ons boek. Het krachtigste is toch wel samenwerken of in gesprek gaan bij een netwerklunch, conferentie of meetup.

Als je deze twee voorbeelden vergelijkt, is het eigenlijk zo dat de interactie, de impulsen uit de omgeving heel erg veranderd zijn. Het aantal mensen dat mij beïnvloeden is veel groter geworden. De investering in de community in West Afrika was veel groter. Het voordeel van zo’n groot netwerk is dat je veel diversiteit zien, maar de valkuil kan zijn dat je minder diepgang krijgt doordat het sneller en vluchtiger is.

Posted in De knowmad | Tagged | 4 Comments

Social learning circle onderzoekt social learning


Ik heb dinsdag op de Next Learning conferentie in Den Bosch een social learning circle begeleid. Het idee is leuk – een groepje mensen met interesse in hetzelfde thema maar die elkaar nog niet kennen ontmoeten elkaar om voor en na de sessies uit te wisselen. Ik denk dat dit heel erg helpt voor ‘sense-making’ en netwerken. Zo kun je meer uit een conferentie halen. Ik vind het initiatief super van de conferentie. Vaak hoor je op conferenties dat we ‘zo toch niet leren’ maar weinig initiatieven om iets nieuws uit te proberen. De learning circles is wel zo’n initiatief.

Het was een mooi voorbeeld van een sociaal proces – behoorlijk onvoorspelbaar! Het online voorstellen (via een Linkedin groep) verliep minder snel dan ik had gedacht, al gaf het me wel zicht op de groep, juist ook op het feit dat mensen die nog niet zo vanzelfsprekend vinden. Een aantal mensen die zich hebben aangemeld voor de circle heb ik nooit gezien, ook niet in Den Bosch. Een aantal anderen waren wel enthousiast en er ontstond een klein kern die ook na afloop wat bleef drinken en mee hebben gedaan aan het maken van de video, en in een whatsapp groep nog uitwisselen.

We hebben samen een video gemaakt die je hier kunt bekijken. Leuk om te zien dat iedereen weer een ander element naar voren brengt. Ik vond dit als vorm wel voor herhaling vatbaar. Ik heb het idee van 1 minuut video geïntroduceerd.  Online kwam de vraag naar voorbeelden langs.  In de ochtend hebben we afgesproken met de telefoon een 1- minuut filmpje te maken. Het zou wel helpen om iets meer tijd te hebben om dit met elkaar af te spreken, wij hadden nauwelijks 20 minuten en daarin moesten we ook nog kennismaken.

Petra Peeters noemt “mensen aanspreken op hun expertise en hun meedenkvermogen“, Marcel de Leeuwe vindt dat je bij social learning ook de interactie aan moet gaan, en dan media als video je dan soms de drempel over helpen. Kirste den Hollander is van de ‘biechtbox’, een box waarin je kunt biechten over je fouten. Zij denkt dat leren van fouten ook wel degelijk een sociaal proces is, je moet praten over je fouten zodat het anderen ook helpt niet dezelfde fout te maken. Hierbij is het belangrijk dat je open in gesprek gaat en dat mensen oordeelvrij kunnen luisteren. Als laatste is er de input van Anja, Phd student van Filip Dochy. Filip Dochy presenteerde het High Impact Learning (HILL model). Anja is enthousiast over het model en onderzoekt cultuur en leerklimaat. Er bestaan niet één leerklimaat, maar dit verschilt behoorlijk per afdeling of departement. Dus sociaal leren kan er anders uitzien binnen verschillende departementen van één dezelfde organisatie. Een goede reminder!

hill model

 

Posted in Leren in netwerken | Tagged | Leave a comment