Maak het onzichtbare zichtbaar met social network analysis (SNA)

Samen met Koen Faber, Josien Kapma en Niels Schuddeboom vorm ik een groepje professionals die social network analysis wil duiken en wil leren hoe je dit kunt toepassen en wat de waarde is. Het afgelopen half jaar hebben we al veel geleerd, ontdekt en uitgewisseld. Erg fijn om het zo samen te kunnen doen, dat stimuleert wel. Ook brengt iedereen zijn eigen inzichten en bedenkingen mee. 4 weken geleden heb ik me aangemeld voor MOOC about social network analysis (interessant maar ook wel erg wetenschappelijk ingestoken). Ik was het bijna vergeten maar toen ik van Koen hoorde dat de eerste opdracht was het analyseren van je eigen facebook netwerk kreeg ik er wel zin in, en nu ga ik zelf voor het certificaat!

Voor de zomer kwamen we samen en blogten over een aantal vragen:

  • Josien blogte over de balans tussen ‘de plaatjes’ en het gesprek over de plaatjes tussen netwerk leden. Het is zowiezo goed om af en toe een gesprek over het netwerk te hebben, maar was is daarbij de rol van de SNA plaatjes? Zou een snelle tekening niet hetzelfde werk kunnen doen? Een snelle tekening kost veel meer tijd en moeite.
  • Koen vroeg zich af hoe je de SNA visualisaties kunt gebruiken als tool voor een reflectie? en ook of een visualisatie van een netwerk kan laten zien welke mensen het netwerk echt beïnvloeden – wie beïnvloed de publieke opinie?
  • Ik had drie vragen: Kun je ook een netwerk analyse doen via social media zonder een aparte survey uit te doen? Hoeveel tijd kost een SNA en staat dit wel in verhouding tot de opbrengsten? En hoe maak je het proces participatief – hoe betrek je de leden van het netwerk?

We hebben samengewerkt in 3 verschillende netwerk analyses. In de 3 analyses zaten al veel verschillen, voor elke analyse hadden we echt andere vragen. De context was ook anders, in één geval het begrijpen van het netwerk om een LinkedIn groep te versterken in een ander geval een evaluatie van een netwerk van 7 jaar oud. Het aantal mensen wat de surveys invulde varieerde ook flink van 55 tot bijna 900. De tools waren onasurveys in combinatie met Netdraw voor de analyse. Verder heb ik NodeXL gebruikt om een twitter hashtag en account te analyseren. In de MOOC werken we veel met Gephi voor analyse van datasets. Bijna alle tools zijn gratis of niet duur (onasurveys is de enige betaalde tool).

Wil je er meer over weten? As. vrijdag 8 november is er een bijeenkomst van de netwerkprofessionals in Utrecht waar we over onze ervaringen praten.  Hier vind je meer informatie over de middag. The title is:

Social network analysis: alleen maar mooie plaatjes?

Hier alvast een voorproefje. Ik ben zelf erg onder de indruk van de kracht van social network analysis. Al is het wel een kunst of het praktisch te vertalen. 

* Social network analysis geeft een andere blik op een netwerk. Dit kan helpen om strategische besluiten te nemen voor netwerk ontwikkeling. Eerst even een korte anecdote om te illustreren wat ik bedoel: toen Koen naar mij toe kwam met de trein vertelde ik hem dat je met de tram kunt, of via centraal en dan met de randstadrail. Echter, hij kwam met de bus. Ik heb zelf een hekel aan bussen, je moet er altijd op wachten is mijn ervaring… dus ik dacht niet aan de bus als optie. Echter, de OVplanner heeft geen afkeur van de bus en kwam keurig met deze optie. Dit vind ik wel een mooie analogie voor wat SNA kan doen voor een netwerk. Hoewel leden en coordinatoren altijd hun eigen observaties hebben, en het netwerk soms heel goed kennen, zijn er altijd vooroordelen en dingen die je mist of kleurt. Het netwerk plaatje is ook niet ideaal (de kwaliteit hangt af van hoeveel mensen het invullen, hoe goed de vragen zijn, hoe serieus mensen het invullen). Echter, het is wel een alternatieve constructie van het netwerk. In één casus was een donor uitgenodigd. Hoewel de leden veel conclusies al wel op het netvlies hadden, waren ze heel trots dat hun werk, hun netwerk zichtbaar werd. 

* De investering in tijd valt reuze mee. Je zult niet in alle gevallen investeren in SNA, maar het kan wel veel opleveren.  Als ‘rule of thumb’ gebruik ik nu 5 dagen werk voor een SNA wat gaat zitten in ontwerp survey, uitvoeren, analyseren en bespreken resultaten.  Ik ben erg onder de indruk hoe makkelijk het is met de gratis programma’s al moet je zo’n programma wel goed leren kennen. Verder kun je als je minder tijd hebt, ook een korte methode kiezen. Het is heel makkelijk om een twitter netwerk in NodeXL te voeren of een facebook account te analyseren. In een dag of halve dag kun je ook al wat doen.  

* De kern activiteit van een netwerk analyse moet zijn het werken met de netwerkleden en vertegenwoordigers. Genoeg over de tools – het gaat uiteindelijk wel om het werken met de netwerkleden en kern als je effect wilt hebben. En dat is toch wel een valkuil omdat de analyse vraagt om spelen met de gegevens en visualisaties. Zeker in het begin hoop je vooral dat dat allemaal goed gaat. Een les voor mij is wel om meer tijd in de afstemming te steken en in de debriefing. In de 3 cases planden we een debriefing variërend 1,5 to 3 uur, rondom interpretatie en analyse van de plaatjes (altijd teveel plaatjes!) Ik denk eigenlijk dat je minstens 2 sessies moet plannen – 1 sessie om een aantal visualisaties van het netwerk te laten zien en bespreken, en dan een korte samenvatting rondsturen voor de tweede sessie die focust op interventies. Aan de andere kant heb ik wel geleerd dat de rol van de ‘analyst’ ook heel belangrijk is. Een goede analyst haalt meer uit de analyse in voorbereiding van het gesprek met de netwerkgroep. 

*  Het is meer een kunst dan een kunde. De vragen die je stelt, de plaatjes die je maakt, zelfs de tools die je kiest, het beïnvloed allemaal de resultaten. Het kost wel wat ervaring om een goed gevoel voor de vragen en de analyses te ontwikkelen. 

Posted in netwerken, social network analysis | Tagged | Leave a comment

Leren in tijden van Google

foto (6)Deze blog is geschreven voor NVO2.

Ziehier Kiekeboe onze nieuwe hamster… Het beestje was ontsnapt en wat zoeken in huis leverde (natuurlijk) niets op. Ik besloot toch even te Googlen en kreeg wat goede tips: (1) zoek ‘s avonds / ‘s nachts want overdag heeft geen zin dan slaapt ie en (2) leg eten in verschillende kamers en kijk waar het eten weg is – in die kamer zit ie. En ja wat een goede tips! Overal 4 korreltjes eten neergelegd en alleen in de huiskamer was het weg. S’avonds laat zagen we hem opeens rennen! Zo zie je dat zelfs bij het zoeken van een ontsnapte hamster zoeken op internet een rol speelt.

Nog een eigen ervaring: ik wilde leren om social network analyses te doen, voor mij een nieuw vakgebied. Mijn eerste stap was het volgen van een e-learning cursus. De cursus viel heel erg tegen want het waren 4 online colleges, zonder oefeningen en zonder de mogelijkheid vragen te stellen. Hierna ben ik op zoek gegaan naar gelijkgestemden en hebben we met 4 professionals afgesproken om uit te wisselen over social network analyse. Dit leidde tot veel inspiratie en steun en het idee om het te gaan toepassen en zo al doende te leren.. Ik ben lid van een internationale facebook groep getiteld ‘Network weaving’ waar ik een aantal van mijn praktijkvragen kwijt kon. Daar bood een Canadees aan om een keer te Skypen en zo te helpen met een analyse in de praktijk. Hier heb ik heel veel van geleerd. Nu lees ik het boek Analyzing Social Networks omdat het in deze groep werd aangeraden, het leest heel anders omdat ik het nu vanuit 2 praktijkervaringen lees. Uiteindelijk ga ik in oktober een MOOC volgen over SNA en die MOOC kwam ik op het spoor omdat ik de hashtag #sna volg op twitter. De praktijkervaringen delen we in november in een netwerk waar één van ons lid van is.

Ik zie om me heen dat technologie manieren van leren beïnvloeden – het is heel normaal om youtube filmpjes te gebruiken in een training, les of opleiding en zo komt de wereld binnen. Er zijn MOOCs (Massive Open Online Courses) waar mensen gratis aan mee doen. Professionals gebruiken handige apps, twitter, LinkedIn groepen of sociale media om bij te blijven. Als je niet op een naam kunt komen google je even.. Door nieuwe media zijn er ook nieuwe mogelijkheden om te leren. Jane Hart denkt dat er behoefte is aan een learning ‘concierge’ binnen organisaties.

Wil je meer leren over alle ontwikkelingen en innovaties door nieuwe media? Kijk dan eens op onze website Ennuonline. Vanuit En nu online start in januari 2014 een nieuwe leergang leren en veranderen met sociale media.

Posted in informeel leren, kenniswerker2.0 | Leave a comment

4 manieren om Instagram te gebruiken bij leren en opleiden

Dit is een gastblog door Lyset den Blijker.

Hoe kun je Instagram gebruiken bij leren en opleiden? Dat was de centrale vraag van de toolbespreking van de LOSmakers op donderdagavond 27 juni. Instagram is een foto app voor de smartphone. De toolbespreking werd via een groeps-Skype sessie gedaan. Als voorbereiding op de toolbespreking heeft Joitske Hulsebosch gevraagd om de Instagram app te installeren, en gedurende 3 dagen elke dag een foto te plaatsen die iets over jezelf vertelt met de tag #losmakers. Via web.stagram kun je de foto’s bekijken via het web, dit kon ook gebruikt worden om de foto’s te bekijken en erop te reageren.

In de toolbespreking zijn 3 onderwerpen besproken:
1. Hoe waren de ervaringen met Instagram?
2. Wat zijn de plussen en minnen van de tool?
3. Welke toepassingen zien we in leren en opleiden?

Instagram

 

Hoe waren de ervaringen?
De ervaringen waren positief. Wat opviel was dat er vrij snel een groepsproces op gang kwam, doordat mensen op elkaars foto’s gingen reageren. Zonder lange stukken te typen, kreeg je toch een beeld van de anderen. Door de beelden werd de fantasie geprikkeld. Wat je zag gebeuren, was dat een foto van 1 persoon leidde tot het ontstaan van een reeks foto’s over dezelfde thematiek. Een van de deelnemers plaatste een foto van haar boekenkast, waarop andere deelnemers dat ook gingen doen, en geconcludeerd werd dat we allemaal online actief zijn, maar gelukkig ook nog boeken op papier hebben. De deelnemers gingen vaak kijken naar de foto’s van de anderen. Dit werd aangewakkerd door een soort van nieuwsgierigheid.

De hashtag (in dit geval #losmakers) was belangrijk, omdat dat de bindende factor was. Het voelde veilig om met beeld zonder (veel) woorden iets over jezelf te vertellen. Aan de andere kant werd het deels ook als onveilig ervaren, omdat iedereen de foto’s kan zien. Een deelnemer zei “ik heb me wat ingehouden omdat de foto’s op een publieke plek staan“. Als je je foto’s namelijk privé maakt op Instagram zijn ze helaas niet zichtbaar als anderen zoeken via de hashtag.

Plussen en minnen
Wat zijn nou de plussen en minnen van de tool Instagram? De app is eenvoudig in gebruik en toegankelijk. Via verkennen kun je snel checken of er al nieuwe foto’s met je hashtag zijn gedeeld. De kracht zit in het feit dat je er alleen foto’s (met korte commentaren) in gebruikt. Je kunt de foto’s ook makkelijk op andere platforms delen. Je kunt web.stagram of wegram gebruiken om online mee te kijken naar de foto’s en commentaren lezen/geven. Met de app Instacollage heb je nog meer mogelijkheden om foto collages te maken. Er lijkt geen aparte app voor de iPad te zijn, maar de iPhone versie werkt wel op de iPad.

Je moet even goed nadenken of je een open of een gesloten profiel wilt. Want, als je een gesloten profiel hebt, dan zijn jouw foto’s (ook al hebben ze een hashtag) niet zichtbaar voor andere deelnemers, tenzij je iedereen accepteert als volger. Dat is minder handig. Een groot nadeel is, dat je geen besloten groep kunt aanmaken. Als je niet wilt dat foto’s en commentaren openbaar zijn, dan kan dat een probleem zijn. Uiteraard kun je dan uitwijken naar andere alternatieven als een besloten Facebook groep, of een besloten Yammer groep. Maar, dan profiteer je minder van de kracht van het alleen foto’s delen.

Dan nog de overweging of iedereen makkelijk mee kan doen: het foto’s delen doe je via de Instagram App op een smartphone of tablet, mensen die dit niet hebben kunnen daardoor minder makkelijk actief deelnemen. Ze kunnen wel de foto’s bekijken en daarop reageren via websites als web.stagram (als ze eerste een account aanmaken via de app), maar niet zelf plaatsen. Hoe bezwaarlijk is dat? En, willen mensen (die wél een smartphone hebben) aansluiten bij nóg een platform als ze nog niet op Instagram zitten? Wordt de drempel niet te groot, als een leertraject verder op een ander platform plaatsvindt?

Toepassingen in leren en opleiden
De deelnemers hebben 4 hoofdgebieden onderscheiden waar je Instagram voor kunt inzetten:

  • als kennismakingswerkvorm
  • als opstart naar discussies (face-to-face of online in een webinar)
  • als kijkje in de dagelijkse praktijk
  • als middel om te reflecteren/evalueren

De kennismakingswerkvorm is bij de ervaringen hierboven al aan bod gekomen. Dit was namelijk de werkvorm die de LOSmakers hanteerden en die als heel krachtig werd ervaren. Het mooie is dat bij een vraag om foto’s over jezelf te plaatsen je het open laat wat mensen van zichzelf laten zien en dat je veel gebruik maakt van verbeelding. Het kennismaken wordt zo een creatief proces.

Instagram kan ook gebruikt worden om discussies te starten. Je wilt bijvoorbeeld discussiëren over het onderwerp ‘innovatie’. Je kunt deelnemers ter voorbereiding vragen om foto’s te plaatsen die zij associëren met innovatie. In een vervolgsessie kan dan verder ingegaan worden op de foto’s en associaties die gemaakt zijn. Ook hier is de kracht van Instagram het gebruik maken van de verbeelding en associaties van mensen, het werkt dan op dezelfde manier als het werken met associatiekaarten. Als je een week lang vraagt om elke dag een foto te plaatsen, zijn mensen behoorlijk met het onderwerp bezig.

Als je het wilt inzetten om deelnemers elkaar een kijkje in de dagelijkse praktijk te geven kun je vragen om een onderdeel van het werk te fotograferen. Dit kan bv. zijn een foto van collega’s waar je energie van krijgt of voor monteurs speciale problemen in de motor waar je tegenaan loopt.

Ten slotte Instagram om te reflecteren/evalueren. Een voorbeeld dat genoemd werd, was een verbetertraject waar service engineers een foto uit hun werkomgeving plaatsen; foto’s van goede situaties en foto’s van situaties die verbeterd kunnen worden. Op die manier kunnen ze ervaringen uitwisselingen met service engineers op andere locaties.

De conclusie van de toolbespreking is dat Instagram heel goed ingezet kan worden bij leren en opleiden, mits de inschatting is dat de drempels voor de gebruikers niet te hoog zijn.

Heb je na het lezen van deze blog nog vragen? Of heb je aanvullingen voor het gebruiken van Instagram in leersituaties? Laat een reactie achter, of kijk in de LinkedIn groep van de LOSmakers.

Posted in faciliteren met sociale media, leren in organisaties, online faciliteren, online interactie, Uncategorized | Tagged , | Leave a comment

Flip je klas of training met video

DSC03663-HatCotWbanquet-hangop-culiblog.jpg(foto hangop door Debra Solomon)

Wat doe je als je eens hangop wilt maken? Vraag je de buurvrouw, bel je je een tante of zoek je op internet? Vrijdag bleek dat moeders zoekt in een kookboek en zoonlief zoekt op internet naar een filmpje en heeft het al sneller gevonden. Afgelopen vrijdag was het FCE café een open uitwisseling georganiseerd door alumni van de FCE. Het slim gebruiken van video stond centraal. Hoe kun je video inzetten binnen het onderwijs of een leertraject. De middag begon met een gesprek over veranderend gebruik van video wat al meteen wat nieuwe inzichten opleverde over de kracht en de belangrijke plek van dit medium:

  • Een student van de middelbare school vindt op youtube een jongen die goed wiskunde uit kan leggen en ‘s avonds laat zijn nieuwe uitleg online zet als hobby.
  • Das stroppen: even zoeken op Youtube naar een handige uitleg.
  • Een speciaal mes gekocht maar uiteindelijk toch niet weten hoe het werkt? In plaats van de handleiding lezen sneller een filmpje gezocht.

anneliesHoe kun je video inzetten in onderwijs of leertraject? Vanuit twee casussen binnen een hogeschool en een overheidsorganisatie hebben we gekeken hoe video op verschillende manieren wordt gebruikt en de filmpjes bekeken. Annelies Ranzijn (zie foto) deelde de ervaringen van Hogeschool Inholland met weblectures en ik onze ervaringen met het gebruik van video binnen een online leertraject, samen bestreken we zo mooi het scala van professioneel naar amateur gebruik van video met alles er tussenin. Een aantal voorbeelden van hoe je video kunt inzetten hebben we bekeken:

  • Weblectures van 5-7 minuten over algemene onderwerpen zoals bv. taal.
  • Instructiefilmpjes van 1 minuut hoe je iets moet doen, bv. je email instellingen wijzigen.
  • Tedtalks of andere sprekersvideos die al op internet te vinden zijn, tedtalks van verschillende lengte.
  • Screencasts zelf maken vanuit een powerpoint of prezi met uitleg.
  • Opnemen van Skype interviews en webinars zodat anderen ook later mee kunnen kijken.

Professioneel of amateur? Hoewel er verschil is in gebruik van professionele staf en apparatuur binnen de hogeschool en goedkopere tools is er in alle gevallen een afweging te maken. Een investering in professionelere productie leent zich voor grotere aantallen studenten en een inhoud die redelijk constant blijft, zoals bijvoorbeeld de vergelijkende trappen bij de Nederlandse taal. Amateuropname is handig omdat het binnen het bereik van de trainer/ facilitator ligt om dit te produceren. Het leent zich voor maatwerk bij kleinere aantallen deelnemers en inhoud die snel verandert, bv. het beleid. Natuurlijk bepaalt soms gewoon het beschikbare budget of je voor professionele of amateuropnames gaat!

Een aantal lessen en observaties vanuit de twee cases...Het grappige is dat er een aantal lessen zijn die herkenbaar zijn vanuit beide cases.

  • Zo is in beide gevallen gekozen voor filmpjes van rond de 10 minuten of korter. Hogeschool Inholland is teruggekomen van het opnemen van hele colleges. In sommige gevallen wordt wel gekozen voor een Tedtalk van max 20 minuten.
  • Ook in beide gevallen wordt gekozen om te werken met eigen docenten/medewerkers in de hoofdrol, in plaats van acteurs of professionele externen. Dit verhoogt het eigenaarschap en zo maak je gebruik van de kennis vanuit de organisatie. Niet elke docent of professional is meteen enthousiast, soms voelen mensen zich niet veilig of zeker genoeg om voor de camera te kruipen. Wat je dan kunt doen is starten met het uitnodigen van de mensen die meteen enthousiast zijn voor de nieuwe media en mogelijkheden, dit aan anderen laten zien en zo proberen meer professional te interesseren om ook een filmpje op te gaan nemen. Het maken van een (korte) weblecture of screencast vereist dat je terug gaat naar de kern van de inhoud
  • Film situaties van buiten het leertraject (interviews uit het buitenland via skype, filmen op een bouwterrein) maken een goed link naar de praktijk mogelijk.
  • Het leerrendement van de video’s is goed. In beide gevallen is het kijken van de filmpjes optioneel, en niet verplicht. Bij de taallessen bijvoorbeeld kan een student ook kiezen om alleen aan de klassikale lessen mee te doen. Deelnemers van de leertrajecten geven duidelijk geleerd hebben uit de video’s met opdrachten en discussies (er is geen eindtoets) en bij de hogeschool zijn de toetsresultaten positief, beter dan zonder de weblectures.
  • Tenslotte zijn de statistieken van het aantal keren dat een video is bekeken heel handig om te weten wat aanslaat. Dit geeft goede informatie over welke weg in te slaan.

Overigens is hier een interessant onderzoek op Kennisnet te vinden naar multimedia en het effect op leerrendement. Het blijkt dat meer beeld niet altijd meer leereffect heeft, voor lange termijn is tekst ook heel belangrijk. Wel is het goed om terug te komen op het geleerde en dit kan door video vooraf te gebruiken en er later op terug te komen.

Wil je zelf leren screencasten? Op 26 september is weer een nieuwe screencast workshop van En nu online gepland.

Posted in online faciliteren, sociale media voor trainers | Tagged , | Leave a comment

Help! De professional2.0 komt eraan…

Deze blogpost heb ik geschreven voor HR zone.

professional20Dat professionals eigenwijs zijn wisten we al: meerdere auteurs hebben daar uitgebreid over geschreven (zoals De Caluwé, Vermaak en Weggeman). Met de recente technologische ontwikkelingen zoals social media en social intranet, krijgen de professionals nog meer middelen om zich te profileren. Wie zijn deze nieuwe professionals en wat betekenen zij voor organisaties?

Tijdens de leergang ‘leren en veranderen met social media’ hebben we de nieuwe professional eens getekend (zie foto)

Zij (het was in dit geval een vrouw) heeft in ieder geval een smartphone in haar hand en is op pad. Ze is een autonoom denker op haar vakgebied, Ze neemt regie en initiatief en kan de balans vinden tussen verschillende polariteiten, zoals online en offline, privé en professional, binnen en buiten de organisatie. Bovendien werkt ze vanuit verbinding met haar eigen ervaringen en passies.

Serial mastery

Lynda Gratton, de bekende hoogleraar management practice aan de London Business School, heeft een boek geschreven met de title ‘The Shift’ over de mondiale veranderingen die eraan staan te komen met betrekking tot werk en organisaties. Zij benoemt een belangrijke verandering voor professionals: die van generalist tot wat zij een ‘serial master’ noemt. Een master is een professional die diepe kennis en competenties bezit in een aantal verschillende domeinen. Het seriële bestaat eruit dat de relevantie van deze domeinen zal veranderen en de professional gedurende zijn/haar carriére zich nieuwe domeinen eigen zal moeten maken. Het is daarom belangrijk dat de professional snel kan leren en netwerken.

Zelfsturend leren

Hans de Zwart (Senior Innovation Adviser for Global HR Technologies at Shell) stelt online de vraag: kun je voor deze professionals wel een curriculum ontwerpen als hun werk zo dynamisch is? Moeten ze niet zelfgestuurd leren (do-it-yourself-learning, zelfregulerend leren)? Er zijn in deze tijd steeds meer complexe problemen – en complexe problemen lossen we niet op met routine antwoorden en best practices. In een complexe situatie heb je een ‘emergent practice’, en moet je werken met trial en error, dingen proberen, reflecteren en aanpassen. Dus behalve het feit dat professionals zich in een nieuw domein moeten inwerken, moeten ze ook in de dagelijkse praktijk continue zelf leren.

Online branding

Online communicatie wordt steeds belangrijk bij het zoeken van de juiste professional voor een baan of project. Als je als professional niet op Twitter en LinkedIn actief bent, ben je al redelijk onzichtbaar. Intern worden kanalen als Yammer of ander sociale netwerken steeds belangrijker om zichtbaar te worden. Professionals moeten daarom duidelijk weten te maken waar ze onderscheidend in zijn, en dit op een goede manier kunnen online delen, zonder dat het ego-tripperij wordt. Een professional bouwt een online reputatie op en die reputatie is duurzamer dan de baan die hij/zij heeft. Kijk bijvoorbeeld naar Femke Halsema die haar Twittervolgers voor een groot deel meeneemt naar haar nieuwe functie buiten de politiek.

Organisaties en de professional 2.0

Wat betekent dit voor organisaties? Ik heb meerdere jongeren gesproken die verbaasd zijn over de traagheid van communicatie in organisaties en het gebrek aan goede middelen en ondersteuning. Professionals die ‘serial masters’ zijn, die hun eigen online brand vormgeven, kunnen overigens jong en oud zijn. Wat mij betreft betekenen deze technologische en sociale ontwikkelingen het volgende voor organisaties:

  • Zoek naar nieuwe modellen van samenwerken met professionals, niet alleen in dienstverband
  • Ontwikkel nieuwe ’21st century’-vaardigheden zoals omgaan met social media, online netwerken etc.
  • Stimuleer sociaal leren en (online) communities in plaats van organiseren van trainingen en opleidingen
  • Zorg voor technologische infrastructuur die werkt en net zo gemakkelijk is als social media
  • Ondersteun professionals door lichtere vormen van leiderschap: vermijdt teveel hiërarchie,geef ruimte en zorg dat leiders zelf ook inhoudelijke professionals zijn (de meewerkende voormannen)

Welke gevolgen zie jij voor organisaties? En in hoeverre is jouw organisatie hier al mee bezig?

Posted in kenniswerker2.0, organisatie2.0 | Tagged | 2 Comments

Voicethread in online cursussen of workshops

De LOSmakers is een groep die op LinkedIn uitwisselt over Leren en Opleiden met sociale media. Iedere laatste donderdag van de maand is er een uitwisseling rond een tool of een trend. Deze week stond video als medium centraal… Het is tegenwoordig al heel gewoon om filmpjes op Youtube te zoeken en te gebruiken in presentaties. Maar wat kun je nog meer met het medium video? Zijn er ook creatievere vormen dan een filmpje in je presentatie toevoegen?

Voicethread

We hebben ge-experimenteerd met voicethread. Steven heeft een presentatie gemaakt met screencast-o-matic en dit in voicethread gezet. Dit is een betaalde tool. Voor 4,95 dollar kun je 3 video’s opladen. De ervaring is dat ze heel klantvriendelijk zijn je graag helpen als je tegen problemen aanloopt.

Een aantal observaties

De deelnemers vinden dit een leuke, interactieve tool. In dit geval is de inhoud van de voicethread een video, maar dit hadden ook een aantal foto’s kunnen zijn. Het is bij ons gebruik van voicethread (waarbij een video centraal staat) niet goed te zien wie op welk moment reageert, maar na wat puzzelen blijkt dat op het balkje onderaan wel te vinden is. Niet iedereen vindt het aantrekkelijk, het komt hoekig en komt niet heel dynamisch over, al zijn de meningen hier over verdeeld. Het is een asynchrone tool, waarbij iedereen op zijn eigen tijd reageert, in die zin is het geen alternatief voor een skype of google hangout met video omdat dat videoconferencing tools zijn, waarbij je tegelijk online bent. Het voordeel van asynchroon is dat alle bijdragen heel goed bewaard blijven en goed traceerbaar zijn. De techniek werkt niet perfect want bij 1 persoon is het geluid niet te horen, maar bij alle anderen wel.

Andere manier van werken- werken vanuit de tool of vanuit het doel?

Online werken met video vraagt om een hele andere manier van werken. Zoek naar de voordelen van dit medium om het optimaal te benutten. Bijvoorbeeld, deelnemers hebben gemerkt dat een scherm automatisch aandacht trekt, gebruik dan wellicht Prezi om het visueel aantrekkelijker te maken dan Powerpoint. Uitgaan van de techniek kom je op andere activiteiten. De code in de technologie dwingt je om je op een bepaalde manier te uiten. Door de tool te leren kennen en er creatief mee om te gaan kun je ook op andere leeractiviteiten komen dan je face-to-face. Een tool kan je beperken, maar door omdenken kun je tot nieuwe dingen komen. Tegelijkertijd is ook het gevaar dat wie een hamer heeft automatisch een spijker zoekt. Dus blijf kritisch op je tools en kies niet voor voicethread omdat het zo veel kan. De kenmerken van voicethread zijn gebruik van video of foto’s, mogelijkheid tot reacties en asynchroon gebruik.

Waar zou je Voicethread voor kunnen gebruiken?

  • Vooraf voor een bijeenkomst of les om mensen alvast te laten reageren op een onderwerp, hierdoor hebben mensen dan alvast nagedacht over het onderwerp en kun je face-to-face verder komen. Dit zou ook passen bij ‘flipping the classroom’.
  • Gezamenlijk ontwikkeltraject waar mensen dingen kunnen blijven toevoegen, en zo samen iets maken
  • Een vraag centraal stellen en input vragen van anderen waarbij mensen op elkaar gaan reageren
  • Kritische beroeps situaties filmen waar mensen op kunnen reageren
  • Ter kennismaking
Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren, online interactie | Tagged | Leave a comment

Faciliteren van overgangen van face-to-face naar online en vice versa

Transition secretPhoto by sparkzy

In 2005 deed ik mee in de online facilitatie cursus van Nancy White.  We oefenden met een text chat met de hele groep. Het was vrijdagmiddag en we werden steeds meliger met de grapjes en er was een snelle stroom van berichtjes. Nancy stelde opeens voor om over te gaan naar een audio conferentie om het verschil te merken. We belden allemaal in en dat werkte heel ontnuchterend, we moesten bijna helemaal opnieuw beginnen om het gesprek op gang te krijgen.  Ik leerde er meteen van dat media echt hun eigen dynamiek hebben en dat het een overgang is als je overgaat naar een ander medium met een groepsgesprek.

Blended trajecten – online en face-to-face verweven

Als je een blended traject faciliteert, dit kan een leertraject zijn maar ook een verandertraject of een samenwerkingsproject, moet je deze overgangen van face-to-face naar online of andersom goed faciliteren. In onze leergang leren en veranderen met sociale media beginnen we online (2 weken lang) en daarna ontmoeten we elkaar in Utrecht. Deze overgang is erg makkelijk – mensen zijn er geïnteresseerd om na 2 weken samenwerken en online uitwisselen elkaar eindelijk te ontmoeten.  Maar het is niet altijd zo makkelijk. Vaak roept er wel iemand dat de groep online door kan gaan in bv. een LinkedIn groep maar dan gebeurt er in de praktijk toch niet zo veel. Ik heb de vraag over overgangen op Twitter gesteld  (dank aan Anjet van Lingen en Ben Ziegler voor reacties), en ook in de Linkedin groep van de LOSmakers en de Virtual Facilitation groep. Al deze input heb ik meegenomen in deze blogpost. Het gekke is dat ik nog niet echt veel over dit onderwerp heb gevonden. Ben Ziegler heeft nog een leuke blogpost hierna geschreven met de invalshoek van ‘choreographing conversations’ en vloeiend zijn in de verschillende media. De moeite van het lezen waard!

Twee voorbeelden van een blended ontwerp

Nancy Settle-Murphy deelt een mooi voorbeeld van het ontwikkelen van een nieuw strategisch plan met een 70 – persoon afdeling van een organisatie. Ze begon online in een virtuele conferentieruimte waar alle medewerkers waren uitgenodigd om een ​​paar open vragen met betrekking tot de strategische kansen, bedreigingen te beantwoorden. Vervolgens werd deze samenvatting gebruikt als input voor een 1-daagse face-to-face werksessie het managementteam om te komen tot 7-9 strategische aandachtsgebieden. Ze wilde graag dat alle leden van de afdeling ideeën konden voorstellen, daarom werden vrijwilligers gevraagd om in kleinere subteams te brainstormen over ideeën en voorstellen actieplannen voor elk initiatief, dit werd ook face-to-face gedaan. Hierbij had elke sessie van 7-9 mensen een schrijver, die de ideeën in de virtuele conferentieruimte inbracht. Iedereen werd vervolgens uitgenodigd om online deze ideeën te bekijken, en hier op voort te bouwen.

Vera Hendriks van Agri-ProFocus vertelt hoe ze online voorbereiding gebruikt voor een evenement om samen de agenda op te stellen. Tijdens het evenement worden flyers verspreid met het webadres. Na de vergadering komen er verslagen en foto’s online, evenals de mogelijkheid om gesprekken online voort te zetten. Mensen zijn nieuwsgierig naar de foto’s, dat is een belangrijke reden om in te loggen en worden dan hopelijk ook verleid om bij te dragen aan discussies.

Mooie voorbeelden van hoe je online en face-to-face-elementen kunt mengen … en gebruik maken van de voordelen van beide modaliteiten. Wat ik leuk vind aan de twee voorbeelden is dat de stappen allemaal zijn gericht op een optimaal gebruik van de tijd en de kennis van de deelnemers. Met andere woorden – ze denken in het ontwerp na hoe je strategisch online en face-to-face activiteiten kunt verweven voor het beste gebruik van kennis en tijd.

De basis: betrokkenheid en urgentie

Het moeilijkste deel van een blended proces is te zorgen voor online participatie. De sleutel tot een succesvolle overgang naar online is dat mensen zich inzetten voor het hele proces de urgentie zien en voelen om online te gaan. Het is nog steeds dwingender om naar een vergadering te gaan, maar een online uitnodiging is makkelijker te negeren. Daarom is het heel belangrijk dat er een duidelijk gevoel van urgentie is voor het onderwerp. Bespreek of maak duidelijk waarom de groep online gaat uitwisselen na een bijeenkomst of waarom online beginnen? Zonder enige urgentie is het misschien beter niet online te gaan om teleurstelling te voorkomen en te zorgen dat je niet aan een dood paard loopt te trekken.

Maar ook: verleiden…

Evengoed zijn er manieren om mensen te verleiden tot online deelname. Een praktisch voorbeeld is om iets van belang te plaatsen, zoals foto’s of antwoord op een prangende vraag. Je kunt ook denken aan een prijs voor de beste bijdragen. En verleiden door eigen enthousiasme in de strijd te gooien. Een hele enthousiaste uitnodigingsmail werkt bij mijzelf altijd wel aanstekelijk.

Brei er een eind aan

Wat ook belangrijk is, is dat er duidelijkheid is over het online proces is en dat het niet een al te open einde kent; alhoewel het in online communities natuurlijk wel meer open en spontane processen zijn. Zo kun je bv. duidelijk maken dat je gedurende 2 weken argumenten of voorbeelden verzamelt, hierna de argumenten analyseert eindigt met een poll om te stemmen voor de beste argumenten. Maak ook duidelijk wanneer de discussie zal sluiten en / of de online ruimte zal worden gesloten.

Tot slot een aantal praktische tips om overgangen te faciliteren

  • Denk vanuit het gehele proces and hoe de online en face-to-face activiteiten gelinkt zijn. Maak duidelijk hoe dit proces eruit ziet. Dit helpt deelnemers om de logica en het belang van de verschillende stappen te zien.
  • Als je van face-to-face naar online overstapt, maak het dan aantrekkelijk en gemakkelijk voor deelnemers. In het Engels noemde iemand dit een ‘warm embrace’. Maak de online omgeving aantrekkelijk, stuur enthousiaste uitnodigingen en zorg dat je zelf ook duidelijk online aanwezig bent.
  • Ontwikkel een goed gevoel voor de onderwerpen en hot topics die zich lenen voor online uitdieping. Probeer een aantal mensen te identificeren die leiders kunnen zijn voor deze onderwerpen. .
  • Andersom, als je van online naar face-to-face overstapt- zorg ervoor dat je producten (foto’s, samenvattingen) gebruikt om in de face-to-face op voort te bouwen. Hiermee laat je zien dat het een cruciaal onderdeel is van het proces.
Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren, online interactie | 4 Comments

Hoe neem je online besluiten?

Dit blogbericht heb ik geschreven voor En nu online.

De vierde leergang ‘Leren en veranderen met sociale media‘ is net gestart en ik krijg altijd veel energie als ik zie hoe enthousiast mensen zich op het eerste online blok storten. Ze klagen aan de ene kant dat het veel tijd kost maar aan de andere kant steken ze die tijd er ook zelf in! Een opdracht is om in een groepje een tool te kiezen, deze uit te proberen en hierover te presenteren. Nu is het heel lastig om in asynchone online discussies (waarbij je dus niet tegelijk online bent) een groepsbesluit te nemen. In een vergadering doe je een voorstel en je vraagt of ieindexdereen het ermee eens is. Of je gaat stemmen, of verzint iets anders. Eigenlijk kan daar ook al genoeg mis gaan!.

Online is de dynamiek nog gecompliceerder want er moet allereerst iemand zijn die de leiding neemt. Wil je de leiding nemen, dan kun je een voorstel doen maar je weet niet wanneer de anderen het lezen en gaan reageren. Wil je dus heel democratisch werken en wachten op ieders antwoord, dan kan het soms heel lang gaan duren. Het gevaar is hierbij dat je een besluit neemt waar niemand achterstaat.

Er zijn daarom wel wat tips voor het online besluiten nemen:

  • Doe een voorstel en geef een duidelijke deadline voor reacties. Je kunt ook een voorstel doen aan de groep en daarbij duidelijk maken tot wanneer mensen kunnen reageren. Hierbij is het duidelijk dat degenen die niet reageren de mogelijkheid tot inspraak in de beslissing verliezen
  • Gebruik een online poll om meningen te verzamelen. Met een tool als opinionpower of polldaddy kun je snel een online enquete maken. Als je dit tot 1 vraag beperkt kunnen mensen heel snel reageren. Geef opnieuw een deadline voor reacties. Hierdoor weet je beter dan bij het doen van een voorstel hoe de meningen verdeeld zijn.
  • Organiseer een overleg. Het is makkelijker om synchroon (wanneer iedereen tegelijk online is) een besluit te nemen. Je kunt daarom een overleg voorstellen. Wel is het daarvoor weer nodig om een datum te vinden… maar goed daar kun je een Datumprikker voor nemen. Bij het overleg kun je de opties uitgebreid bespreken.

Zoals je ziet is worden de opties steeds democratischer en gaan ook wat meer tijd kosten. Dit is dus vooral iets om af te wegen tegen het belangrijk van de beslissing.

Overigens zijn er ook nog gespecialiseerde online tools die speciaal ontworpen zijn om mn. complexere besluitvormingsprocessen te ondersteunen, een handgreep (er zijn er vast veel meer!):

  • Ideedropper – Dit is een nieuwe tool die werkt als een online ideeënbus binnen een organisatie of traject. Deelnemers kunnen gedurende een bepaalde tijd innovatieve ideeën toevoegen online. Na een bepaalde tijd kan een besluit worden genomen waarbij het besluit online ook zichtbaar is.
  • Weighteddecision – heeft hetzelfde WordPress thema gekozen als wij! Dus dat zal wel een goede beslissing zijn :). Via de matrix kun je een ranking maken van de opties en belangrijke criteria, bv. bij de keuze voor een online platform.
  • Synthetron - hierbij kun je complexere beleidsbeslissingen voorbereiden met een grote groep belanghebbenden.
  • Liquidfeedback – voor referendum online.
  • Powernoodle – is gratis voor kleine groepen. Je kunt hier vragen stellen en mensen uitnodigen om input te geven. Je kunt meerdere sessies opstarten. Op een gegeven moment kun je de vraag sluiten.
  • Uservoice – helpt bij het verzamelen van feedback van klanten (speciaal geschikt voor grote aantallen). 1 forum is gratis.
Posted in cool tools, faciliteren met sociale media, online faciliteren, online interactie | Tagged | Leave a comment

The trainer van de 21ste eeuw denkt anders

Voor een opdrachtgever ga ik samen met Sibrenne Wagenaar een face-to-face training omzetten in een online traject. Leuke opdracht want de uitdaging vind ik om slim gebruik te maken van de flexibiliteit die online werken biedt en zo te zorgen dat de training ook beter wordt – en meer aansluit bij de praktijkvragen. Ik sprak hiervoor met een oud-deelneemster van de training en zij vond het eigenlijk jammer dat de training online zou worden georganiseerd want “het was ook een mooie kans om te netwerken en mensen in de organisatie te leren kennen“. Al pratend kwam ik erachter dat haar overtuiging was dat dit netwerken alleen face-to-face kan terwijl ik denk dat het ook prima online kan.

Ook was ik onlangs bij een workshop voor trainers waar we een training gingen ontwerpen voor en team wat klantvriendelijker moest gaan werken. Dit moest een training van een dag worden. Grappig dat niemand bedacht dat je ook een deel online zou kun

21st-c-trainers

nen doen, terwijl ik meteen dacht aan een online start. Dit deed me denken aan de overtuigingen rondom leerinterventies die sterk op face-to-face middagen en dagen gericht zijn. (plaatje via allthingslearning).

Iedere keer weer valt me op hoe sterk trainers denken over de noodzaak van face-to-face ontmoetingen. Waarbij elearning staat voor online modules vol informatie waar je allen doorheen klikt. De trainer van de 21st eeuw zal echter moeiteloos heen en weer surfen tussen online en face-to-face faciliteren. Het leek me wel eens leuk het verschil in overtuigingen op een rijtje te zetten.

Afbeelding 4

Wil je meer leren over blended vormen van trainen en opleiden? Op 9 april geven we de eendaagse workshop ‘ontwerp een blended leertraject in een dag‘. Er zijn nog enkele plaatsen.

 

Posted in online faciliteren, online interactie, sociale media voor trainers | Tagged | Comments Off

Nieuw leren over het Nieuwe Afrika

Een interactief online leertraject bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Een blogpost geschreven door Charlotte Staats, Sibrenne Wagenaar, Robert Dijksterhuis en Joitske Hulsebosch

het nieuwe AfrikaDenk jij bij Afrika ook aan leeuwen, honger, armoede en oorlog? Afrika is één van de armste regio’s in de wereld en tegelijkertijd is Afrika het continent met 6 landen in de top 10 van de snelst groeiende economieën. Binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken is het belangrijk dat ambtenaren die met Afrika te maken hebben beschikken over actuele kennis van dit continent dat zich snel ontwikkelt. Een trainingsdag is hiertoe vlot in het leven geroepen maar de potentiele deelnemers voor juist dit onderwerp werken op ambassades verspreid over de hele wereld…

Hoe ondersteun je dit leren dan? Gelukkig maakt de moderne techniek het inmiddels mogelijk om op afstand met elkaar te communiceren. De afdeling Leren en Ontwikkelen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken was er deze keer van overtuigd dat het leren online zou moeten plaatsvinden. E-learning dan? Een individuele leerbenadering viel af: om actuele ontwikkelingen en beleidsaspecten goed in de vingers te krijgen en ook de toepasbaarheid in de praktijk te zien, is onderlinge discussie en het uitwisselen van beelden van groot belang. Een traditionele e-learning benadering heeft daarnaast ook iets ‘vaststaands’ in zich: aangeboden inhoud opgenomen in video’s, beschrijvingen en opdrachten. In het geval van ‘Het Nieuwe Afrika’ was het echter van groot belang de inhoud gemakkelijk aan te kunnen passen gezien de actualiteit en snelle ontwikkelingen binnen de thematiek.

Online, interactief en up-to-date

In 2011 heeft het ministerie een dag georganiseerd over ‘Het Nieuwe Afrika’: 1 trainer, 20 deelnemers, een fysieke ruimte en een duidelijk programma met presentaties, opdrachten, dialoog en twee ‘case-inbrengers. De dag werd goed gewaardeerd. Maar kijkende naar de potentiele doelgroep leek het echt waardevol om deze training veel breder en online aan te bieden. Daartoe heeft het ministerie in 2012 een vierweekse online training georganiseerd. Belangrijke principes:

– Overal ter wereld eenvoudig toegankelijk;

– Deelnemers werken op hun eigen moment aan de training, binnen bepaalde tijdspanne;

– Groepsopdrachten om het groepsgevoel te bevorderen;

– 1x per week tegelijkertijd online;

– Inhoud eenvoudig aan te passen, ook afhankelijk van leerwensen van de groep;

– Leerdoelen te bereiken door discussie en interactie;

– Didactiek toegesneden op online leren: visueel en interactief;

– Ook toegankelijk voor lokale medewerkers op de ambassades: daarom in het Engels.

Ontwerp van de online training

moodleAls platform hebben we Moodle gebruikt, het e-learning platform dat al binnen het Ministerie aanwezig is. Een belangrijk voordeel van Moodle als tool is dat je de online leeromgeving redelijk makkelijk zelf kunt inrichten; je hebt geen specifieke IT expertise nodig. Het team bestond uit: een inhoudelijk expert, de strategische beleidsadviseur Afrika, een adviseur Leren en Ontwikkelen vanuit het Ministerie en twee externe online facilitatoren die ervaring hebben met online leren.

We vonden het belangrijk om een duidelijke structuur te bieden: wat is het thema, wat vragen we van je, waarom, waar kun je werken, hoe delen we kennis met elkaar, wanneer is er wat en hoe vinden we elkaar online. Deelnemers waren niet gewend aan online en zelfsturend leren (waar we met deze online training een behoorlijk beroep op zouden doen).

Het ontwerp bestond uiteindelijk uit 4 weken, met elke week een specifiek thema. Per week werd een vaste opzet aangehouden: start op maandag met een 10 minuten durende uitleg per video om in het onderwerp te komen. Deelnemers konden vervolgens met elkaar uitwisselen op het forum. Op de tweede dag werd er een luchtige oefening aangeboden, zoals bijvoorbeeld een quiz waarbij de deelnemers moesten raden waar een bepaalde grafiek over zou gaan. De derde dag was gereserveerd voor een webinar op een vast tijdstip. In dit webinar werd een gastspreker uit de praktijk uitgenodigd. De webinars werden opgenomen zodat deelnemers die er niet bij konden zijn ook achteraf de webinar zouden kunnen bekijken. Naast de thema’s per week werkten de deelnemers ook in groepjes aan een specifieke opdracht, met in het laatste webinar ruimte voor elk groepje om de opbrengst te presenteren.

Hoe heeft het gewerkt?

Een ontwerp is natuurlijk mooi, maar hoe werkte het in de praktijk? Een oproep op het berichtenverkeer van het ministerie leverde in twee dagen een deelnemersaantal van 45 op. Een uitstekende start dus als het om belangstelling gaat! Vergelijk dit maar eens met 10 tot 15 deelnemers die naar een fysieke trainingsdag komen. Uiteindelijk is het 30 van de 45 deelnemers (1/3 ambassade, 1/3 Ministerie in Den Haag en 1/3 AgentschapNL) gelukt om gedurende de vier weken online heel actief te participeren.

Het organiseren van de webinars vergde nogal wat kunst en vliegwerk – vanwege de firewall van het ministerie en verschillen in tijdszones waarin deelnemers zich bevonden. Als oplossing namen we alle webinars op, welke inderdaad veel teruggekeken zijn. Zo is het eerste webinar 31 keer bekeken en de eerste video 78 keer.

Online leren doet een groot beroep op zelfsturend en zelf organiserend vermogen. De webinars zijn nog te plannen, maar de andere leeractiviteiten die onderdeel zijn van de training dien je als deelnemer voor jezelf te organiseren. En ga maar na hoe lastig zoiets is in de drukte van alledag. Velen van ons laten tijd die voor een training is gepland als eerste los als er iets dringends en onvoorziens tussendoor komt. Dit maakt dat we in het ontwerp bewust hebben gekozen voor het werken aan een opdracht met een aantal mededeelnemers. Zo’n groepsopdracht doet een beroep op wederzijdse verantwoordelijkheid en het gevoel dat je allemaal nodig bent om de opdracht tot een goed einde te brengen. Deze opdracht heeft in de praktijk deels goed uitgepakt. Voor sommigen was het een goede stok achter de deur. Anderen is het helaas toch niet gelukt om voldoende tijd vrij te maken. In de opzet en begeleiding van dit type groepsopdrachten zouden we een volgende keer een verbeterslag kunnen maken.

Uit de evaluatie kwam een gemiddelde cijfer voor het online traject van een 8: “Actually as it was the first time I had such a course, I would say that it was more than I expected. It was interesting, interactive and very informative. I liked it.” “A very stimulating way of taking time to look into developments in the most fascinating continent in the world and realizing that you more often should take that kind of time. New developments put in perspective, that invites to further reading”. De opzet werd erg gewaardeerd evenals de deskundigheid van de expert en de facilitatoren. Aan de andere kan was er ook iemand die een 6,5 gaf voor het traject. ‘technology takes too much time’ en ‘for me it was unfortunately very hard to combine with my other work’. Het blijft een uitdaging om online te leren en te werken.

Succesfactoren

Wat heeft gemaakt dat dit online leertraject zo goed is gegaan?

  • Samenwerking tussen een inhoudelijk expert vanuit het ministerie met ervaren online facilitatoren. Waarbij de expert interesse had in online werken, het leuk vond om filmpjes te maken en betrokken was bij de online discussies. De facilitatoren hadden affiniteit met het onderwerp en konden zo makkelijk meedenken met de inhoudelijke lijn.

Charlotte Staats, senior adviseur Leren en Ontwikkelen: “In mijn takenpakket als adviseur Leren en Ontwikkelen hoort ook het ontwerpen van e-learning. Als potentiele deelnemers weinig ervaring hebben met e-learning is het lastig te bepalen hoe en waar je moet beginnen. Wat voor mij een doorbraak was, was het inzicht dat je soms niet bij de inhoud van de klus (“ontwikkel e-learning”) moet beginnen, maar bij de samenwerking. Ik wist dat Robert Dijksterhuis positief stond tegenover leren met social media en dat hij enthousiast was om eens iets nieuws te proberen. Ook wist ik dat de twee externe facilitatoren een achtergrond op het gebied van Ontwikkelingssamenwerking hadden. En mijn verwachting kwam uit: uit de samenwerking ontstond een mooie synergie, die weer een prachtige pilot opleverde.”

  • We hebben met een behoorlijk grote groep deelnemers gewerkt, waardoor er in de online discussies voldoende ‘massa’ was om daar echt iets te laten gebeuren. Een groot deel van de deelnemers was werkzaam op een ambassade en juist deze groep, wellicht omdat ze wel wat gewend zijn, had een hoog tolerantieniveau voor technische problemen.

Robert Dijksterhuis, inhoudelijk expert: “Ik vond het een grote uitdaging om te beginnen aan deze online training. Wanneer je voor een groep staat zie je je publiek en kan je je presentatie meteen aanpassen aan de reacties van de deelnemers. Nu kon dat niet. Dit betekende dat we vooraf langer moesten nadenken over de presentaties, de precieze content en de mogelijke vragen die dit kon oproepen. Eenmaal gestart was het erg interessant om de discussies van de deelnemers op de online omgeving te volgen. Mooi om te zien dat er echt sprake was van uitgebreide interactie, waarbij ook ruimte was voor kritische reflecties en diepergaande discussies. Een voordeel van online was dat meer mensen op de posten konden deelnemen, inclusief lokale medewerkers die zelden tot nooit in Nederland komen voor een training. Door hun terugkoppeling uit de dagelijkse praktijk kreeg het traject meer diepgang. Het zou me niet verbazen wanneer mensen zich de inhoud van deze cursus langer kunnen herinneren dan van een eendaagse trainingsdag, onder meer omdat het nu meer gedoseerd is aangeboden.

Charlotte Staats: “Belangrijkste was natuurlijk hoe de deelnemers het eindresultaat hebben ervaren. Ik kreeg veel enthousiaste reacties, variërend van ‘Eindelijk eens een cursus op maat die je op de ambassade kan doen!’ tot ‘Meer online geleerd dan ik gedacht had’. Volgens mij droegen vooral de laagdrempeligheid van de leeromgeving en de beschikbaarheid van de docent en facilitatoren bij aan het succes van deze pilot.

Tips voor je eigen ontwerp

Als we deze online training opnieuw zouden doen, zouden we veel elementen hetzelfde laten: duidelijk ritme, online discussie, inhoudelijke opstart, gezamenlijk faciliteren, werken in groepen. Terugkijkend zijn er natuurlijk ook verbeterpunten te benoemen. We nemen ze mee in de tips hieronder.

  • Expliciet maken dat er verschillende manieren zijn om online deel te nemen. Van heel intensief tot meelezend en eruit halend wat je kunt gebruiken voor je praktijk. Deelnemers voelden zich nu regelmatig schuldig als ze niet online mee konden doen als ze hadden gewild: “Sorry voor de radiostilte maar ik was in NL en nog steeds geen blackberry/toegang to email.” “Helaas kwam ik gisteren pas om 1 uur thuis van het vliegveld.” En “Ik redde het vanwege andere verplichtingen niet meer om deel te nemen aan het webinar.” Online leren werkt anders en maakt het daarmee mogelijk om ook minder intensief mee te doen. Waarbij we wel uitgaan van een grote groep deelnemers (30+) zodat er voldoende activiteit over blijft.
  • Voor mensen die deelname aan een webinar niet gewend zijn gebeurt er veel tegelijk: er is een teleconferentie, een presentatie en een chatbox om op te letten, waarbij ook de techniek het af en toe af laat weten. Aandacht voor dit aspect blijft belangrijk: elke keer dezelfde tool gebruiken, waarderen dat het iedereen lukt mee te doen, het interactieve proces heel duidelijk faciliteren, tijdens het webinar onderscheid maken tussen inhoud en techniek.
  • Het werken in groepen verdient extra aandacht. Het maakt dat deelnemers elkaar wat beter leren kennen, en dat er ook enige verantwoordelijkheid voor ‘het klaren van een klus’ bij de deelnemers ligt. Ook blijf je als deelnemers beter betrokken bij een langer lopend online leertraject omdat je je aan enkele andere deelnemers hebt gecommitteerd. Wel is het belangrijk goed na te denken over de begeleiding van dit groepswerk: zorgen dat groepsleden snel van start kunnen, online besluitvormingsprocessen zoveel mogelijk vermijden, synchrone ontmoetingsmomenten plannen in de tijd.

Leuke anekdote van een deelnemer: “Ik ga de wekelijkse videoclip op maandag echt missen! Daar keek ik echt naar uit… onder het genot van een kopje koffie! Prima start van de week was dat!

Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren, online interactie | Tagged | Leave a comment