Met technologie internationale samenwerkingsissues oplossen is een mythe

Yvonne van der PolDit interview heb ik ook op Ennuonline geplaatst.

Yvonne van der Pol werkt vanuit haar bedrijf Luz azul trainingen, advies & coaching aan intercultureel vakmanschap. Ze heeft in 2013 de leergang Leren en veranderen met sociale media gevolgd. In de leergang heeft ze een blended leertraject over interculturele effectiviteit ontwikkeld, zowel in-company als in open inschrijving. Het optimaliseren van werkrelaties van mensen uit verschillende culturen is de kern van haar werk. We leven in een ‘global village’ door internet. Ik ben benieuwd wat we van haar kunnen leren over intercultureel online werken….

Vanwaar je interesse in intercultureel vakmanschap?

Ik heb Sociologie van de niet-westerse samenlevingen gestudeerd en heb 10 jaar in internationale samenwerking gewerkt. Al op mijn 18e jaar ging ik naar de Verenigde Staten, dan kom je in een andere cultuur en moet je je aanpassen. Ogenschijnlijk lijken er veel overeenkomsten, maar onder de oppervlakte zijn er grote verschillen. Toen ik later in Costa Rica onderzoek deed, stuitte ik weer op andere interculturele uitdagingen.  Ik gaf bijvoorbeeld een presentatie waar kritiek in zat en de volgende dag zei de directeur geen goedemorgen meer. Dat zet je wel aan het denken over het belang van communicatie en interculturele vaardigheden. In een andere cultuur gelden heel andere vanzelfsprekendheden en manieren om de wereld te ontcijferen.

Is intercultureel samenwerken een vaardigheid die inmiddels sterker ontwikkeld is door alle ontwikkelingen op internet van de afgelopen 20 jaar?

DeepCultureModelHet lijkt inderdaad of we nu in een global village leven, internet legt een verbindingslaag over de hele planeet. Echter, dat is alleen oppervlakkig zo. Er is verschil tussen oppervlaktecultuur en dieptecultuur (zie Deep culture model of intercultural adjustment van Joseph Shaules). Wat betreft oppervlaktecultuur zijn we inderdaad dichter bij elkaar gekomen; in een game zit bijvoorbeeld een Amerikaanse of Chinese situatie. Zo krijgen jongeren eerder andere dingen en andere culturen mee dan vroeger. Echter het diepere begrip en vakmanschap ontwikkel je er niet mee. Het is de illusie dat met globalisering interculturele competenties vanzelf meekomen– integendeel zelfs, soms nemen beeldvorming en vooroordelen alleen maar toe. Tegelijkertijd is het zo dat het ontwikkelen van intercultureel vakmanschap steeds belangrijker wordt omdat veel meer werk internationaal is, van tuinbouw tot detailhandel, van wetenschap tot onderwijs.

De vraag is: in hoeverre ga je elkaar beter begrijpen? Neem de samenwerking rond wikipedia. Die communicatie is heel talig – hierbij hebben native speakers een voorsprong op niet-native speakers. Tegelijkertijd kunnen native speakers zich soms minder inleven in  mensen die zich onvoldoende genuanceerd op detailniveau kunnen uitdrukken.

Een ander voorbeeld: de open data beweging. Er is veel te doen om meer transparantie van data. Belangrijk is dat dit ook uit een culturele overtuiging voortkomt. Als je uit een regime komt waar je niet veilig bent, kan er veel angst zijn voor het online delen van informatie en ervaringen. Als je deze onderstroom niet meeneemt in je aanpak voor open data, dan blijkt het project misschien toch minder doeltreffend dan gehoopt… Meer hierover kun je lezen op Yvonne’s blog.

In hoeverre maakt nieuwe technologie internationaal samenwerken met partners of klanten in andere landen makkelijker of moeilijker? Waarom?

De nieuwe technologieën maken het zeker makkelijker, je kunt werken met Skype,  webinars, email, Yammer, en andere tools, dat is zeker praktischer dan 20 jaar geleden.  Maar je  moet het wel goed organiseren.

Het is een mythe dat met technologie de samenwerking over grenzen heen wordt opgelost. Technologie kan het ook vertroebelen: iedereen blijft vanuit persoonlijke en culturele veronderstellingen werken. Mensen denken snel dat samenwerking met technologie is op te lossen. Belangrijk is dat het altijd gaat over het creëren van vertrouwen om effectief samen te kunnen werken. De nieuwe technologie is fantastisch maar je moet leren om daarin samen te werken. Dat is hetzelfde als altijd: je moet alert blijven- op de menselijke interactie, letten op de non-verbale communicatie in het virtuele team. Komt er geen antwoord omdat de technologie niet werkt of omdat iemand om andere redenen afhaakt? En hoe krijg je daar vervolgens de vinger achter?

Kunnen we ook iets leren van het interculturele vakgebied voor het werken met nieuwe media? Is er een parallel te vinden tussen actief leren zijn in een nieuwe cultuur en leren om gaan met een nieuwe technologie ?

Er zijn wel parallellen te trekken tussen het leren omgaan met nieuwe media en het bewegen in een nieuwe cultuur. Het gaat in beide gevallen om een nieuwe situatie waarin je de codes niet kent. Je hebt behoefte aan kennis over hoe het werkt en hoe je zelf je weg daarin leert kennen. Weten van jezelf hoe je reageert in dit soort situaties is belangrijk – hoe open-minded, leergierig, flexibel, doortastend ben je?

Schermafbeelding 2014-02-24 om 21.26.23Ik werk met de online assessmenttool de Intercultural Readiness Check die is gebaseerd op drie domeinen: Connect, Perform en Enjoy. In die interculturele competenties (zie diagram) zit wel een parallel met het omgaan met nieuwe media –zoals hoe ga je om met onzekerheid? Sommige mensen gaan eerder mee met iets nieuws dan anderen. Maar ook: hoe verbind je je online met elkaar en hoe werk je effectief met elkaar?. Je zou dus makkelijk kunnen stellen dat Connect, Perform en Enjoy geldt zowel voor persoonlijk intercultureel vakmanschap als het omgaan met nieuwe media.

Posted in interculturele communicatie, introductie van nieuwe media | Tagged | Leave a comment

De olifantenpaadjes van een leerkring

Ik heb de afgelopen 3 maanden een leerkring gefaciliteerd over duurzame energie. We gebruiken in dit geval de term leerkring maar soms wordt ook de naam leernetwerk, kenniskring of community of practice gebruikt. Ik startte met een gesprek met de initiator, als een ontwerpgesprek. We bespraken oa. wie uit te nodigen, rollen in te vullen, online uitwisselen of face-to-face? Het is niet makkelijk deze besluiten allemaal al vantevoren te nemen. Er waren ook verschillen: ik vond het belangrijk breed uit te nodigen maar de initiator wilde liever met een voormalige werkgroep beginnen. Ik was wel bezorgd of het allemaal zou kunnen werken. Mijn grootste zorg was dat er binnen 3 maanden een advies zou moeten liggen en mijn angst was dat het ipv een leerkring in een projectgroep zou veranderen. Wat voor mij belangrijk is dat professionals kunnen leren van elkaar over hun praktijk zodat er individueel en collectief geleerd wordt. Uiteindelijk zette ik mijn zorgen opzij en gingen we gewoon aan de slag – wel afgesproken dat de 3 maanden een soort start periode waren om daarna het vervolg te bepalen.

De dynamiek in de leerkring

Het volgende gebeurde in de 3 maanden:

  • Een aantal mensen kwamen nooit opdagen..
  • De initiatiefnemer werd ziek en kon niet deelnemen aan de bijeenkomsten, echter, 2 anderen bleken een groot belang te hebben (een coordinator en iemand uit de stuurgroep) bij het onderwerp en werden eigenlijk mede-facilitatoren.
  • Een groepje professionals vonden elkaar, komen altijd en hebben ook veel contact tussen de bijeenkomsten door.
  • Eén persoon realiseerde zich dat zijn praktijk niet helemaal matcht met de focus van de leerkring, hij stuurde een collega die makkelijk aansluiting vond.
  • The groep was verdeeld over het nut van online uitwisselen, dus vooral email en online surveys werden gebruikt. De online surveys waren voorheen onbekend maar was een goede nieuwe starttool omdat meteen de meerwaarde werd ervaren. Eén deelnemer nam later het initiatief voor een LinkedIn experiment. En last but not least (verrassing voor mij!)
  • Het was vrij makkelijk om de individuele leervragen te combineren met de vraag voor advies vanuit de organisatie. We maakten een inventarisatie van de belangrijkste praktijkvragen, stelden hier prioriteiten in en gebruikten dit als basis voor een praktijkonderzoek en advies. Eigenlijk werd het wel gewaardeerd dat er een praktische vraag om advies lag.
  • 3 maanden was erg kort, maar we kregen de flexibiliteit om het traject iets langer te maken. Naar het einde konden we samen brainstormen over het vervolg.


De olifantenpaadjes 

Ik heb al eerder geblogd over the balance between design and emergence in communities. Ik leerde de term olifantenpaadjes kennen tijdens een MOOC over verandermanagement door SIOO. Een feest der herkenning! Dat bedoelde ik met mijn foto en altijd mooi als er al een naam voor bestaat. Olifantenpaadjes zijn de weggetjes die mensen nemen om van  A naar B te komen, buiten de reguliere paden (zie mijn foto hier uit de wijk).  Er is een  mooie  video van 14 minuten over olifantenpaadjes, De 3 maanden van ‘aan de slag’ was precies een mooie periode om een hoofdpad te nemen en de olifantenpaadjes van deze leerkring te ontdekken, zoals het profiel van de mensen die zich wel en niet in het onderwerp herkennen. Maar ook de leeractiviteiten die aanslaan – het moet wel snel wat opleveren.

Ontwerp versus zelf-organisatie

De ervaring met deze leerkring heeft me wel over mijn angst voor strak ontwerp heen geholpen. Ik was altijd bang om niet voldoende ruimte voor zelf-organisatie te bieden in een leerkring (of community of practice). Je kunt best met een duidelijk ontwerp starten, die biedt houvast bij professionals die resultaatgericht zijn. Zolang je maar genoeg oog hebt voor de olifantenpaadjes.

Posted in change management, faciliteren van leernetwerken, informeel leren | Tagged , , , | Leave a comment

Over schoenmakers en hun (eigen!) leest

leestIk heb al jaren orthopedische schoenen. Je mag dan je eigen schoenen ontwerpen. De eerste schoenparen was het een frustratie dat ze er niet zo uit zien zoals je in je hoofd had; meestal te orthopedisch natuurlijk… Nu weet ik dat de uiteindelijke schoen niet precies op mijn ontwerp zal lijken en vind ik het prima. Ik ga overstappen van de ene schoenmaker naar de andere schoenmaker, van Utrecht naar Den Haag. Daarom vroeg ik de schoenmaker of hij de leest kon opsturen naar de nieuwe schoenmaker, dat leek me logische en efficiënt. Iets met het wiel niet opnieuw uitvinden of in dit geval de leest.

De schoenmaker wilde zijn leest niet aan de andere schoenmaker sturen. Hij vertelde dat iedere schoenmaker zijn eigen manier heeft van leesten maken er zijn subtiele verschillen in hoe je dat aanpakt. Hij zou zelf nooit met een oude leest willen werken maar liever een nieuwe maken. Zijn leest van dezelfde voet zal toch anders zijn dan die een andere schoenmaker maakt. Dit verraste mij, het leek mij zo handig als buitenstaander om de leest te delen.

Het zette me wel weer aan het denken over hoe moeilijk het is om materiaal tussen delen tussen professionals, en te leren van elkaar’s unieke manier van werken. Ik heb een keer een vak gegeven met de draaiboeken van een andere docent, maar ging toch iedere keer dingen weer aanpassen en bijna zou je liever van nul beginnen. Hoewel de praktijk van bv. trainers voor buitenstaanders op elkaar lijkt zijn er veel subtiele verschillen die het werk van een professional uniek maken (en professionals eigenwijs). Met Sibrenne Wagenaar werk ik veel samen in Ennuonline. We maken wel eens samen een prezi, en dan is het lastig voor mij om het deel wat zij gemaakt goed toe te lichten, en dat terwijl we al jaren intensief samenwerken.

Deze week had ik de derde sessie van een leerkring en een deelnemer vertelde me dat hij twee andere deelnemers helemaal had ‘gevonden’. Ze wisselen veel uit met elkaar en over hun projecten. Ik geloof sterk in het nut van communities/leerkringen, langere tijd met elkaar in gesprek zijn. Alleen zo leer je hoe een andere professional het aanpakt. Al had ik niet het idee dat deze schoenmaker iets wilde leren van zijn collega – hij weet zelf wel hoe hij het wil doen.

Posted in faciliteren van leernetwerken, kenniswerker2.0, professionals | Leave a comment

Tools voor netwerk analyse – van makkelijk tot moeilijk

Ik ben dit jaar in social network analysis gedoken en ontdekt nog steeds nieuwe dingen en tools. Maandag doe ik examen bij de Coursera MOOC over SNA. Hoewel dit redelijk wetenschappelijk is leer je wel weer nieuwe manieren van kijken. Morgen heb ik een webinar over social netwerk analyse met een groep die ook wel aan de slag wil zelf. Ik heb daarom wat netwerk tools op een rijtje gezet van MAKKELIJK tot MOEILIJK. Makkelijk wil zeggen dat je zo aan de slag kunt, moeilijk wil zeggen dat je wel met een tool moet leren werken voordat je een goede analyse kunt maken.

Eerst is wel belangrijk om een verschil te maken tussen EGOnetwerk analyse en netwerk analyse. EGOnetwerkanalyse is het in kaart brengen van het netwerk rond 1 bepaald persoon (meestal jezelf!). Netwerk analyse is het in kaart brengen van een bepaald netwerk, bv. een vrienden netwerk of een LinkedIn groep of zoals ze in de cursus doen een netwerk van dolfijnen. Er zijn wel een aantal makkelijk tools waarmee je je eigen netwerk op sociale media in kaart kunt brengen.

niveau1NIVEAU 1 Makkelijk

Dit zijn dingen die je kunt doen om je eigen online netwerk te analyseren wat je in een verloren uurtje kunt doen

    • Egonetwerk analyse LinkediN maps. Met LinkedIn maps kun je met 1 klik je netwerk in kaart brengen (behalve als het te groot of te klein is). Het levert meteen een kaartje in kleur op. Het is een goede oefening om eens te kijken welke netwerken die kleuren vertegenwoordigen. Met welke mensen zou je je netwerk willen uitbreiden? 

facebook netwerk touchgraph nov 2013

  • Egonetwerk analyse van Facebook met Touchgraph. Ook hier kun je met kleurtjes zien welke subnetwerken er zijn. Bij mij zijn het vooral mijn oude IICD netwerk en KM4dev/CPsquare netwerk. Mijn vrienden netwerk is het magere groene netwerk. Vandaar dat ik niet zo actief ben. Met touchgraph kun je inzoomen op belangrijkste netwerk, foto’s weglaten of juist laten zien.  Vergelijk deze 2 plaatjes die allebei met touchgraph zijn gemaakt.

NIVEAU 2 Gemiddeld
niveau2Niveau 2 zijn tools die je wel even onder de knie moet krijgen. Trek er eigenlijk maar een dagje voor uit, of vraag iemand die de tools al kent om je te helpen. Het zijn wel gratis tools, zowel Gephi als NodeXL kun je gratis downloaden. NodeXL werkt alleen met windows en werkt binnen Excel. Er zijn veel tutorials te vinden voor beide programma’s.

  • Egonetwerk analyse Facebook met Getnet  http://snacourse.com/getnet en Gephi. Je kunt je eigen Facebook netwerk ook downloaden en in Gephi laden. Dan kun je er meer analyses op loslaten dan met Touchgraph. Zo kun je bv. kijken wie de belangrijkste centrale figuren zijn in jouw netwerk. 
  • twitter netwerk toekomstglbNetwerk analyse met NodeXL eg. Twitter Hashtag. Met NodeXL kun je veel met social media netwerken, ik heb nog lang niet alles uitgeprobeerd. Het handige is dat je via NodeXL ook de data op kunt halen. Zo kun je een Egonetwerk analyseren door bv. @joitske gegevens op te halen. Maar je kunt ook het netwerk rond een hashtag in kaart brengen. Ik wil er nog wel wat meer mee doen. Het is wel zo dat het ophalen soms lang duurt omdat Twitter maar toestaat dat er een bepaald aantal gegevens per 15 minuten wordt gedownload. Zie als voorbeeld het plaatje hierboven van @toekomstGLB. Zelf worstel ik nog wel met hoe je de labels goed kunt laten zien.

niveau3NIVEAU 3 Moeilijk

Netwerk analyse met Netdraw en Gephi. Als je een geheel netwerk wilt analyseren is het handig als je weet wat bv. centrality measures zijn. Het analyseren van een heel netwerk vergt een goed begrip van verschillende kenmerken en ook van de mogelijkheden van de programma’s. Zowel Netdraw als Gephi zijn open source en gratis te downloaden. Hiervoor moet je flink investeren in netwerk begrippen en de software.

  • Netwerk analyse met Gephi. Het interessante van Gephi is dat je er allerlei berekeningen mee kunt doen, zoals het gemiddelde aantal linken binnen het netwerk berekenen. Echter dit kun je pas goed interpreteren als je het vergelijkt met andere netwerken. Zie hieronder een voorbeeld van Gephi. Screen shot 2013-11-26 losmakers gephi
  • Netwerk analyse met Netdraw. Tot nu toe vind ik Netdraw het fijnste programma door de vele mogelijkheden die het biedt om te visualiseren en in te zoomen. Maar niet een programma was je in een uurtje onder de knie hebt.

Hier de presentatie op slideshare

Posted in netwerken, social network analysis, sociale media | Tagged | Leave a comment

Ontwerpen van blended trajecten: inspiratie uit de ontwerpfactor

Ik heb het boek De Ontwerpfactor gelezen, geschreven door Marguerithe de Man. Zij heeft een schakeljaar stedenbouw en landschapsarchitectuur gevolgd wat haar inspireerde tot dit boek. Marguerithe zit bij ons in de leergang leren en veranderen met sociale media dus is het extra leuk het te lezen. As. donderdag mag ze afzwaaien maar we houden natuurlijk nog even geheim of ze het certificaat gaat halen …ontwerpfactor

Ik vond het leukste van het boek dat het ruimte en lucht geeft. In ons eigen boek En nu online hebben we het over 4 ontwerpfasen voor het ontwerpen van een blended traject. Na het lezen van dit boek denk ik dat we wat meer oog kunnen hebben voor de eigenheid van trainers en adviseurs in het ontwerpproces. Dit bleek ook eigenlijk gedurende de dag waarin deelnemers een eigen blended leertraject ontwerpen – de meesten waren er nog niet aan toe om echt aan een ontwerp te maken. Het echte ontwerpproces is veel rommeliger en heeft veel (bedenk-)tijd nodig. Een mooie zin uit het boek: “de uitdaging is om je eigen proces te ontdekken voor je eigen vraagstukken. Hét ontwerpproces bestaat niet.”

Een aantal dingen die ik zeker uit het boek meeneem voor het ontwerpen van blended leertrajecten:

  • De metafoor van beton en waaibomenhout. Wat moet je vastleggen en wat kun je nog openlaten? Voor een blended traject: liggen de doelen vast of kunnen de deelnemers die mee vormgeven? Ligt het platform vast (een besloten online platform) of kunnen er ook online zijpaadjes bewandeld worden via andere media? Ik denk je als ontwerper de toolkeuze in eigen hand kunt houden maar ook de touwtjes wat losser kunt laten. Mooi vind ik hierbij leren van ontwerpers in stedenbouw.hek
      In onze eigen wijk ontstonden allerlei paadjes omdat de route naar het winkelcentrum voor wandelaar en fietser niet logisch was. Ga je dan een hek bouwen zoals ze bij ons hebben gedaan of pas je je ontwerp aan? Ik hoop zelf dat ik zo flexibel ben, maar bij dingen waarvan je heel overtuigd bent als adviseur is dat misschien ook niet altijd zo. Ik zou nu mensen adviseren na te denken over het beton en waaibomenhout. Of het hekje.
  • Het middelontwerp. Voor mij is dit een nieuw begrip. Het is het fabricagevoorschrift van een product. Bij een blended traject heb je geen fabricagevoorschrift maar het kan nodig zijn om een aantal aannames duidelijk te maken – hoe zelfstandig mensen bijvoorbeeld moeten zijn of in hoeverre je ze gaat helpen als ze vastlopen. Dit kun je in een intakegesprek doen. Het kan ook gaan om goede instructies voor een online platform als dat uitbesteed is. Het is nieuw voor mij en hier moet ik nog over nadenken.
  • Het werken met personas of ijkpersonen. Dit is iets wat ik herkende uit mijn eigen ervaring -het is krachtig om te werken met personas – iemand waar je voor ontwerpt. Ik heb dit in één traject met een ontwerpteam gedaan. Dit werkte heel goed want telkens legden we het traject naast Marjan en Kees. Bij het werken met personas maak je een schets van een gebruiker die je een naam geeft. Het is niet een persoon maar een aantal personen in de gehaktmolen. Bij het ontwerpen van  een blended traject is het heel sterk om een aantal personas voor je te zien met verschillende voorkeuren hebben en vaardigheden in online werken. Hoe gaan deze persona’s door je traject heen? Waarom heb ik het niet vaker toegepast? – wellicht omdat het toch een stap is die extra tijd lijkt te kosten?
  • Hoe belangrijk is sfeer? Dit is ook iets wat we van designers kunnen leren, de sfeer is ook belangrijk. Ik heb nogal eens de neiging te werken met de tools die er zijn, bv. Sharepoint, of LinkedIn omdat ik graag werk met het bekende gereedschap, waar natuurlijk ook wel iets voor te zeggen is. Echter, daarmee is het lastig de sfeer te creeëren die ik zou willen. Zelf hou ik daarom nog steeds wel van Ning, omdat het makkelijk is een eigen sfeer te bepalen online in zo’n platform. Dat dan een afweging. Door het boek plaats ik sfeer wat hoger op de criteria bij het kiezen van tools. Ook heeft bv. Twitter versus Google plus een eigen sfeer.
  • Tussenruimtes. Architekten werken ook met de ruimtes tussen gebouwen. In blended trajecten moet je schakelen tussen online en face-to-face maar ook in de ruimte ertussen. Last je rustweken in bijvoorbeeld?
Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren | Leave a comment

Maak het onzichtbare zichtbaar met social network analysis (SNA)

Samen met Koen Faber, Josien Kapma en Niels Schuddeboom vorm ik een groepje professionals die social network analysis wil duiken en wil leren hoe je dit kunt toepassen en wat de waarde is. Het afgelopen half jaar hebben we al veel geleerd, ontdekt en uitgewisseld. Erg fijn om het zo samen te kunnen doen, dat stimuleert wel. Ook brengt iedereen zijn eigen inzichten en bedenkingen mee. 4 weken geleden heb ik me aangemeld voor MOOC about social network analysis (interessant maar ook wel erg wetenschappelijk ingestoken). Ik was het bijna vergeten maar toen ik van Koen hoorde dat de eerste opdracht was het analyseren van je eigen facebook netwerk kreeg ik er wel zin in, en nu ga ik zelf voor het certificaat!

Voor de zomer kwamen we samen en blogten over een aantal vragen:

  • Josien blogte over de balans tussen ‘de plaatjes’ en het gesprek over de plaatjes tussen netwerk leden. Het is zowiezo goed om af en toe een gesprek over het netwerk te hebben, maar was is daarbij de rol van de SNA plaatjes? Zou een snelle tekening niet hetzelfde werk kunnen doen? Een snelle tekening kost veel meer tijd en moeite.
  • Koen vroeg zich af hoe je de SNA visualisaties kunt gebruiken als tool voor een reflectie? en ook of een visualisatie van een netwerk kan laten zien welke mensen het netwerk echt beïnvloeden – wie beïnvloed de publieke opinie?
  • Ik had drie vragen: Kun je ook een netwerk analyse doen via social media zonder een aparte survey uit te doen? Hoeveel tijd kost een SNA en staat dit wel in verhouding tot de opbrengsten? En hoe maak je het proces participatief – hoe betrek je de leden van het netwerk?

We hebben samengewerkt in 3 verschillende netwerk analyses. In de 3 analyses zaten al veel verschillen, voor elke analyse hadden we echt andere vragen. De context was ook anders, in één geval het begrijpen van het netwerk om een LinkedIn groep te versterken in een ander geval een evaluatie van een netwerk van 7 jaar oud. Het aantal mensen wat de surveys invulde varieerde ook flink van 55 tot bijna 900. De tools waren onasurveys in combinatie met Netdraw voor de analyse. Verder heb ik NodeXL gebruikt om een twitter hashtag en account te analyseren. In de MOOC werken we veel met Gephi voor analyse van datasets. Bijna alle tools zijn gratis of niet duur (onasurveys is de enige betaalde tool).

Wil je er meer over weten? As. vrijdag 8 november is er een bijeenkomst van de netwerkprofessionals in Utrecht waar we over onze ervaringen praten.  Hier vind je meer informatie over de middag. The title is:

Social network analysis: alleen maar mooie plaatjes?

Hier alvast een voorproefje. Ik ben zelf erg onder de indruk van de kracht van social network analysis. Al is het wel een kunst of het praktisch te vertalen. 

* Social network analysis geeft een andere blik op een netwerk. Dit kan helpen om strategische besluiten te nemen voor netwerk ontwikkeling. Eerst even een korte anecdote om te illustreren wat ik bedoel: toen Koen naar mij toe kwam met de trein vertelde ik hem dat je met de tram kunt, of via centraal en dan met de randstadrail. Echter, hij kwam met de bus. Ik heb zelf een hekel aan bussen, je moet er altijd op wachten is mijn ervaring… dus ik dacht niet aan de bus als optie. Echter, de OVplanner heeft geen afkeur van de bus en kwam keurig met deze optie. Dit vind ik wel een mooie analogie voor wat SNA kan doen voor een netwerk. Hoewel leden en coordinatoren altijd hun eigen observaties hebben, en het netwerk soms heel goed kennen, zijn er altijd vooroordelen en dingen die je mist of kleurt. Het netwerk plaatje is ook niet ideaal (de kwaliteit hangt af van hoeveel mensen het invullen, hoe goed de vragen zijn, hoe serieus mensen het invullen). Echter, het is wel een alternatieve constructie van het netwerk. In één casus was een donor uitgenodigd. Hoewel de leden veel conclusies al wel op het netvlies hadden, waren ze heel trots dat hun werk, hun netwerk zichtbaar werd. 

* De investering in tijd valt reuze mee. Je zult niet in alle gevallen investeren in SNA, maar het kan wel veel opleveren.  Als ‘rule of thumb’ gebruik ik nu 5 dagen werk voor een SNA wat gaat zitten in ontwerp survey, uitvoeren, analyseren en bespreken resultaten.  Ik ben erg onder de indruk hoe makkelijk het is met de gratis programma’s al moet je zo’n programma wel goed leren kennen. Verder kun je als je minder tijd hebt, ook een korte methode kiezen. Het is heel makkelijk om een twitter netwerk in NodeXL te voeren of een facebook account te analyseren. In een dag of halve dag kun je ook al wat doen.  

* De kern activiteit van een netwerk analyse moet zijn het werken met de netwerkleden en vertegenwoordigers. Genoeg over de tools – het gaat uiteindelijk wel om het werken met de netwerkleden en kern als je effect wilt hebben. En dat is toch wel een valkuil omdat de analyse vraagt om spelen met de gegevens en visualisaties. Zeker in het begin hoop je vooral dat dat allemaal goed gaat. Een les voor mij is wel om meer tijd in de afstemming te steken en in de debriefing. In de 3 cases planden we een debriefing variërend 1,5 to 3 uur, rondom interpretatie en analyse van de plaatjes (altijd teveel plaatjes!) Ik denk eigenlijk dat je minstens 2 sessies moet plannen – 1 sessie om een aantal visualisaties van het netwerk te laten zien en bespreken, en dan een korte samenvatting rondsturen voor de tweede sessie die focust op interventies. Aan de andere kant heb ik wel geleerd dat de rol van de ‘analyst’ ook heel belangrijk is. Een goede analyst haalt meer uit de analyse in voorbereiding van het gesprek met de netwerkgroep. 

*  Het is meer een kunst dan een kunde. De vragen die je stelt, de plaatjes die je maakt, zelfs de tools die je kiest, het beïnvloed allemaal de resultaten. Het kost wel wat ervaring om een goed gevoel voor de vragen en de analyses te ontwikkelen. 

Posted in netwerken, social network analysis | Tagged | Leave a comment

Leren in tijden van Google

foto (6)Deze blog is geschreven voor NVO2.

Ziehier Kiekeboe onze nieuwe hamster… Het beestje was ontsnapt en wat zoeken in huis leverde (natuurlijk) niets op. Ik besloot toch even te Googlen en kreeg wat goede tips: (1) zoek ‘s avonds / ‘s nachts want overdag heeft geen zin dan slaapt ie en (2) leg eten in verschillende kamers en kijk waar het eten weg is – in die kamer zit ie. En ja wat een goede tips! Overal 4 korreltjes eten neergelegd en alleen in de huiskamer was het weg. S’avonds laat zagen we hem opeens rennen! Zo zie je dat zelfs bij het zoeken van een ontsnapte hamster zoeken op internet een rol speelt.

Nog een eigen ervaring: ik wilde leren om social network analyses te doen, voor mij een nieuw vakgebied. Mijn eerste stap was het volgen van een e-learning cursus. De cursus viel heel erg tegen want het waren 4 online colleges, zonder oefeningen en zonder de mogelijkheid vragen te stellen. Hierna ben ik op zoek gegaan naar gelijkgestemden en hebben we met 4 professionals afgesproken om uit te wisselen over social network analyse. Dit leidde tot veel inspiratie en steun en het idee om het te gaan toepassen en zo al doende te leren.. Ik ben lid van een internationale facebook groep getiteld ‘Network weaving’ waar ik een aantal van mijn praktijkvragen kwijt kon. Daar bood een Canadees aan om een keer te Skypen en zo te helpen met een analyse in de praktijk. Hier heb ik heel veel van geleerd. Nu lees ik het boek Analyzing Social Networks omdat het in deze groep werd aangeraden, het leest heel anders omdat ik het nu vanuit 2 praktijkervaringen lees. Uiteindelijk ga ik in oktober een MOOC volgen over SNA en die MOOC kwam ik op het spoor omdat ik de hashtag #sna volg op twitter. De praktijkervaringen delen we in november in een netwerk waar één van ons lid van is.

Ik zie om me heen dat technologie manieren van leren beïnvloeden – het is heel normaal om youtube filmpjes te gebruiken in een training, les of opleiding en zo komt de wereld binnen. Er zijn MOOCs (Massive Open Online Courses) waar mensen gratis aan mee doen. Professionals gebruiken handige apps, twitter, LinkedIn groepen of sociale media om bij te blijven. Als je niet op een naam kunt komen google je even.. Door nieuwe media zijn er ook nieuwe mogelijkheden om te leren. Jane Hart denkt dat er behoefte is aan een learning ‘concierge’ binnen organisaties.

Wil je meer leren over alle ontwikkelingen en innovaties door nieuwe media? Kijk dan eens op onze website Ennuonline. Vanuit En nu online start in januari 2014 een nieuwe leergang leren en veranderen met sociale media.

Posted in informeel leren, kenniswerker2.0 | Leave a comment

4 manieren om Instagram te gebruiken bij leren en opleiden

Dit is een gastblog door Lyset den Blijker.

Hoe kun je Instagram gebruiken bij leren en opleiden? Dat was de centrale vraag van de toolbespreking van de LOSmakers op donderdagavond 27 juni. Instagram is een foto app voor de smartphone. De toolbespreking werd via een groeps-Skype sessie gedaan. Als voorbereiding op de toolbespreking heeft Joitske Hulsebosch gevraagd om de Instagram app te installeren, en gedurende 3 dagen elke dag een foto te plaatsen die iets over jezelf vertelt met de tag #losmakers. Via web.stagram kun je de foto’s bekijken via het web, dit kon ook gebruikt worden om de foto’s te bekijken en erop te reageren.

In de toolbespreking zijn 3 onderwerpen besproken:
1. Hoe waren de ervaringen met Instagram?
2. Wat zijn de plussen en minnen van de tool?
3. Welke toepassingen zien we in leren en opleiden?

Instagram

 

Hoe waren de ervaringen?
De ervaringen waren positief. Wat opviel was dat er vrij snel een groepsproces op gang kwam, doordat mensen op elkaars foto’s gingen reageren. Zonder lange stukken te typen, kreeg je toch een beeld van de anderen. Door de beelden werd de fantasie geprikkeld. Wat je zag gebeuren, was dat een foto van 1 persoon leidde tot het ontstaan van een reeks foto’s over dezelfde thematiek. Een van de deelnemers plaatste een foto van haar boekenkast, waarop andere deelnemers dat ook gingen doen, en geconcludeerd werd dat we allemaal online actief zijn, maar gelukkig ook nog boeken op papier hebben. De deelnemers gingen vaak kijken naar de foto’s van de anderen. Dit werd aangewakkerd door een soort van nieuwsgierigheid.

De hashtag (in dit geval #losmakers) was belangrijk, omdat dat de bindende factor was. Het voelde veilig om met beeld zonder (veel) woorden iets over jezelf te vertellen. Aan de andere kant werd het deels ook als onveilig ervaren, omdat iedereen de foto’s kan zien. Een deelnemer zei “ik heb me wat ingehouden omdat de foto’s op een publieke plek staan“. Als je je foto’s namelijk privé maakt op Instagram zijn ze helaas niet zichtbaar als anderen zoeken via de hashtag.

Plussen en minnen
Wat zijn nou de plussen en minnen van de tool Instagram? De app is eenvoudig in gebruik en toegankelijk. Via verkennen kun je snel checken of er al nieuwe foto’s met je hashtag zijn gedeeld. De kracht zit in het feit dat je er alleen foto’s (met korte commentaren) in gebruikt. Je kunt de foto’s ook makkelijk op andere platforms delen. Je kunt web.stagram of wegram gebruiken om online mee te kijken naar de foto’s en commentaren lezen/geven. Met de app Instacollage heb je nog meer mogelijkheden om foto collages te maken. Er lijkt geen aparte app voor de iPad te zijn, maar de iPhone versie werkt wel op de iPad.

Je moet even goed nadenken of je een open of een gesloten profiel wilt. Want, als je een gesloten profiel hebt, dan zijn jouw foto’s (ook al hebben ze een hashtag) niet zichtbaar voor andere deelnemers, tenzij je iedereen accepteert als volger. Dat is minder handig. Een groot nadeel is, dat je geen besloten groep kunt aanmaken. Als je niet wilt dat foto’s en commentaren openbaar zijn, dan kan dat een probleem zijn. Uiteraard kun je dan uitwijken naar andere alternatieven als een besloten Facebook groep, of een besloten Yammer groep. Maar, dan profiteer je minder van de kracht van het alleen foto’s delen.

Dan nog de overweging of iedereen makkelijk mee kan doen: het foto’s delen doe je via de Instagram App op een smartphone of tablet, mensen die dit niet hebben kunnen daardoor minder makkelijk actief deelnemen. Ze kunnen wel de foto’s bekijken en daarop reageren via websites als web.stagram (als ze eerste een account aanmaken via de app), maar niet zelf plaatsen. Hoe bezwaarlijk is dat? En, willen mensen (die wél een smartphone hebben) aansluiten bij nóg een platform als ze nog niet op Instagram zitten? Wordt de drempel niet te groot, als een leertraject verder op een ander platform plaatsvindt?

Toepassingen in leren en opleiden
De deelnemers hebben 4 hoofdgebieden onderscheiden waar je Instagram voor kunt inzetten:

  • als kennismakingswerkvorm
  • als opstart naar discussies (face-to-face of online in een webinar)
  • als kijkje in de dagelijkse praktijk
  • als middel om te reflecteren/evalueren

De kennismakingswerkvorm is bij de ervaringen hierboven al aan bod gekomen. Dit was namelijk de werkvorm die de LOSmakers hanteerden en die als heel krachtig werd ervaren. Het mooie is dat bij een vraag om foto’s over jezelf te plaatsen je het open laat wat mensen van zichzelf laten zien en dat je veel gebruik maakt van verbeelding. Het kennismaken wordt zo een creatief proces.

Instagram kan ook gebruikt worden om discussies te starten. Je wilt bijvoorbeeld discussiëren over het onderwerp ‘innovatie’. Je kunt deelnemers ter voorbereiding vragen om foto’s te plaatsen die zij associëren met innovatie. In een vervolgsessie kan dan verder ingegaan worden op de foto’s en associaties die gemaakt zijn. Ook hier is de kracht van Instagram het gebruik maken van de verbeelding en associaties van mensen, het werkt dan op dezelfde manier als het werken met associatiekaarten. Als je een week lang vraagt om elke dag een foto te plaatsen, zijn mensen behoorlijk met het onderwerp bezig.

Als je het wilt inzetten om deelnemers elkaar een kijkje in de dagelijkse praktijk te geven kun je vragen om een onderdeel van het werk te fotograferen. Dit kan bv. zijn een foto van collega’s waar je energie van krijgt of voor monteurs speciale problemen in de motor waar je tegenaan loopt.

Ten slotte Instagram om te reflecteren/evalueren. Een voorbeeld dat genoemd werd, was een verbetertraject waar service engineers een foto uit hun werkomgeving plaatsen; foto’s van goede situaties en foto’s van situaties die verbeterd kunnen worden. Op die manier kunnen ze ervaringen uitwisselingen met service engineers op andere locaties.

De conclusie van de toolbespreking is dat Instagram heel goed ingezet kan worden bij leren en opleiden, mits de inschatting is dat de drempels voor de gebruikers niet te hoog zijn.

Heb je na het lezen van deze blog nog vragen? Of heb je aanvullingen voor het gebruiken van Instagram in leersituaties? Laat een reactie achter, of kijk in de LinkedIn groep van de LOSmakers.

Posted in faciliteren met sociale media, leren in organisaties, online faciliteren, online interactie, Uncategorized | Tagged , | Leave a comment

Flip je klas of training met video

DSC03663-HatCotWbanquet-hangop-culiblog.jpg(foto hangop door Debra Solomon)

Wat doe je als je eens hangop wilt maken? Vraag je de buurvrouw, bel je je een tante of zoek je op internet? Vrijdag bleek dat moeders zoekt in een kookboek en zoonlief zoekt op internet naar een filmpje en heeft het al sneller gevonden. Afgelopen vrijdag was het FCE café een open uitwisseling georganiseerd door alumni van de FCE. Het slim gebruiken van video stond centraal. Hoe kun je video inzetten binnen het onderwijs of een leertraject. De middag begon met een gesprek over veranderend gebruik van video wat al meteen wat nieuwe inzichten opleverde over de kracht en de belangrijke plek van dit medium:

  • Een student van de middelbare school vindt op youtube een jongen die goed wiskunde uit kan leggen en ‘s avonds laat zijn nieuwe uitleg online zet als hobby.
  • Das stroppen: even zoeken op Youtube naar een handige uitleg.
  • Een speciaal mes gekocht maar uiteindelijk toch niet weten hoe het werkt? In plaats van de handleiding lezen sneller een filmpje gezocht.

anneliesHoe kun je video inzetten in onderwijs of leertraject? Vanuit twee casussen binnen een hogeschool en een overheidsorganisatie hebben we gekeken hoe video op verschillende manieren wordt gebruikt en de filmpjes bekeken. Annelies Ranzijn (zie foto) deelde de ervaringen van Hogeschool Inholland met weblectures en ik onze ervaringen met het gebruik van video binnen een online leertraject, samen bestreken we zo mooi het scala van professioneel naar amateur gebruik van video met alles er tussenin. Een aantal voorbeelden van hoe je video kunt inzetten hebben we bekeken:

  • Weblectures van 5-7 minuten over algemene onderwerpen zoals bv. taal.
  • Instructiefilmpjes van 1 minuut hoe je iets moet doen, bv. je email instellingen wijzigen.
  • Tedtalks of andere sprekersvideos die al op internet te vinden zijn, tedtalks van verschillende lengte.
  • Screencasts zelf maken vanuit een powerpoint of prezi met uitleg.
  • Opnemen van Skype interviews en webinars zodat anderen ook later mee kunnen kijken.

Professioneel of amateur? Hoewel er verschil is in gebruik van professionele staf en apparatuur binnen de hogeschool en goedkopere tools is er in alle gevallen een afweging te maken. Een investering in professionelere productie leent zich voor grotere aantallen studenten en een inhoud die redelijk constant blijft, zoals bijvoorbeeld de vergelijkende trappen bij de Nederlandse taal. Amateuropname is handig omdat het binnen het bereik van de trainer/ facilitator ligt om dit te produceren. Het leent zich voor maatwerk bij kleinere aantallen deelnemers en inhoud die snel verandert, bv. het beleid. Natuurlijk bepaalt soms gewoon het beschikbare budget of je voor professionele of amateuropnames gaat!

Een aantal lessen en observaties vanuit de twee cases...Het grappige is dat er een aantal lessen zijn die herkenbaar zijn vanuit beide cases.

  • Zo is in beide gevallen gekozen voor filmpjes van rond de 10 minuten of korter. Hogeschool Inholland is teruggekomen van het opnemen van hele colleges. In sommige gevallen wordt wel gekozen voor een Tedtalk van max 20 minuten.
  • Ook in beide gevallen wordt gekozen om te werken met eigen docenten/medewerkers in de hoofdrol, in plaats van acteurs of professionele externen. Dit verhoogt het eigenaarschap en zo maak je gebruik van de kennis vanuit de organisatie. Niet elke docent of professional is meteen enthousiast, soms voelen mensen zich niet veilig of zeker genoeg om voor de camera te kruipen. Wat je dan kunt doen is starten met het uitnodigen van de mensen die meteen enthousiast zijn voor de nieuwe media en mogelijkheden, dit aan anderen laten zien en zo proberen meer professional te interesseren om ook een filmpje op te gaan nemen. Het maken van een (korte) weblecture of screencast vereist dat je terug gaat naar de kern van de inhoud
  • Film situaties van buiten het leertraject (interviews uit het buitenland via skype, filmen op een bouwterrein) maken een goed link naar de praktijk mogelijk.
  • Het leerrendement van de video’s is goed. In beide gevallen is het kijken van de filmpjes optioneel, en niet verplicht. Bij de taallessen bijvoorbeeld kan een student ook kiezen om alleen aan de klassikale lessen mee te doen. Deelnemers van de leertrajecten geven duidelijk geleerd hebben uit de video’s met opdrachten en discussies (er is geen eindtoets) en bij de hogeschool zijn de toetsresultaten positief, beter dan zonder de weblectures.
  • Tenslotte zijn de statistieken van het aantal keren dat een video is bekeken heel handig om te weten wat aanslaat. Dit geeft goede informatie over welke weg in te slaan.

Overigens is hier een interessant onderzoek op Kennisnet te vinden naar multimedia en het effect op leerrendement. Het blijkt dat meer beeld niet altijd meer leereffect heeft, voor lange termijn is tekst ook heel belangrijk. Wel is het goed om terug te komen op het geleerde en dit kan door video vooraf te gebruiken en er later op terug te komen.

Wil je zelf leren screencasten? Op 26 september is weer een nieuwe screencast workshop van En nu online gepland.

Posted in online faciliteren, sociale media voor trainers | Tagged , | Leave a comment

Help! De professional2.0 komt eraan…

Deze blogpost heb ik geschreven voor HR zone.

professional20Dat professionals eigenwijs zijn wisten we al: meerdere auteurs hebben daar uitgebreid over geschreven (zoals De Caluwé, Vermaak en Weggeman). Met de recente technologische ontwikkelingen zoals social media en social intranet, krijgen de professionals nog meer middelen om zich te profileren. Wie zijn deze nieuwe professionals en wat betekenen zij voor organisaties?

Tijdens de leergang ‘leren en veranderen met social media’ hebben we de nieuwe professional eens getekend (zie foto)

Zij (het was in dit geval een vrouw) heeft in ieder geval een smartphone in haar hand en is op pad. Ze is een autonoom denker op haar vakgebied, Ze neemt regie en initiatief en kan de balans vinden tussen verschillende polariteiten, zoals online en offline, privé en professional, binnen en buiten de organisatie. Bovendien werkt ze vanuit verbinding met haar eigen ervaringen en passies.

Serial mastery

Lynda Gratton, de bekende hoogleraar management practice aan de London Business School, heeft een boek geschreven met de title ‘The Shift’ over de mondiale veranderingen die eraan staan te komen met betrekking tot werk en organisaties. Zij benoemt een belangrijke verandering voor professionals: die van generalist tot wat zij een ‘serial master’ noemt. Een master is een professional die diepe kennis en competenties bezit in een aantal verschillende domeinen. Het seriële bestaat eruit dat de relevantie van deze domeinen zal veranderen en de professional gedurende zijn/haar carriére zich nieuwe domeinen eigen zal moeten maken. Het is daarom belangrijk dat de professional snel kan leren en netwerken.

Zelfsturend leren

Hans de Zwart (Senior Innovation Adviser for Global HR Technologies at Shell) stelt online de vraag: kun je voor deze professionals wel een curriculum ontwerpen als hun werk zo dynamisch is? Moeten ze niet zelfgestuurd leren (do-it-yourself-learning, zelfregulerend leren)? Er zijn in deze tijd steeds meer complexe problemen – en complexe problemen lossen we niet op met routine antwoorden en best practices. In een complexe situatie heb je een ‘emergent practice’, en moet je werken met trial en error, dingen proberen, reflecteren en aanpassen. Dus behalve het feit dat professionals zich in een nieuw domein moeten inwerken, moeten ze ook in de dagelijkse praktijk continue zelf leren.

Online branding

Online communicatie wordt steeds belangrijk bij het zoeken van de juiste professional voor een baan of project. Als je als professional niet op Twitter en LinkedIn actief bent, ben je al redelijk onzichtbaar. Intern worden kanalen als Yammer of ander sociale netwerken steeds belangrijker om zichtbaar te worden. Professionals moeten daarom duidelijk weten te maken waar ze onderscheidend in zijn, en dit op een goede manier kunnen online delen, zonder dat het ego-tripperij wordt. Een professional bouwt een online reputatie op en die reputatie is duurzamer dan de baan die hij/zij heeft. Kijk bijvoorbeeld naar Femke Halsema die haar Twittervolgers voor een groot deel meeneemt naar haar nieuwe functie buiten de politiek.

Organisaties en de professional 2.0

Wat betekent dit voor organisaties? Ik heb meerdere jongeren gesproken die verbaasd zijn over de traagheid van communicatie in organisaties en het gebrek aan goede middelen en ondersteuning. Professionals die ‘serial masters’ zijn, die hun eigen online brand vormgeven, kunnen overigens jong en oud zijn. Wat mij betreft betekenen deze technologische en sociale ontwikkelingen het volgende voor organisaties:

  • Zoek naar nieuwe modellen van samenwerken met professionals, niet alleen in dienstverband
  • Ontwikkel nieuwe ’21st century’-vaardigheden zoals omgaan met social media, online netwerken etc.
  • Stimuleer sociaal leren en (online) communities in plaats van organiseren van trainingen en opleidingen
  • Zorg voor technologische infrastructuur die werkt en net zo gemakkelijk is als social media
  • Ondersteun professionals door lichtere vormen van leiderschap: vermijdt teveel hiërarchie,geef ruimte en zorg dat leiders zelf ook inhoudelijke professionals zijn (de meewerkende voormannen)

Welke gevolgen zie jij voor organisaties? En in hoeverre is jouw organisatie hier al mee bezig?

Posted in kenniswerker2.0, organisatie2.0 | Tagged | 2 Comments