Teams, olifanten en verandering


Schermafbeelding 2015-10-16 om 15.22.52Gister hadden we de eerste teamhackathon. Teams kunnen een stap maken in slimmer online samenwerken. Het was echt superleuk en ik hoop dat er nog velen mogen volgen. In de foto lijkt het alsof het een gewone workshop was maar dat was het zeker niet. Het vernieuwende van de Teamhackathon is:

  • Mensen doen niet individueel mee maar in teams – 2-4 personen…
  • Ze werken aan een concrete vraag waarbij ‘slimmer online samenwerken’ een rode draad is….
  • Ze krijgen gedurende de dag een eigen teamcoach…
  • Kunnen gebruik maken van 6 verschillende experts…
  • Ze gaan naar huis met een eigen product, zoals in het geval van mijn team een infographic

In mijn sessie gingen we aan de slag met het SWITCH model (zie hieronder). Het belangrijke van dit model is dat je aan alle drie moet werken:

  • de rider (de visie, het waarom)
  • de elephant (de motivatie)
  • het pad (maak het makkelijk)

Het is een goed model om te gebruiken als je met een veranderingstraject bezig bent waar technologie een rol speelt. Van alle 3 een voorbeeld wat er mis kan gaan als hier geen of onvoldoende aandacht voor is.

switch

1. De berijder van de olifant weet niet welke kant hij op moet
Als er geen duidelijkheid is wat de beoogde verandering is en wat het moet opleveren is het lastig voor mensen om hier in mee te gaan. Stel je hebt een sociaal intranet en je zegt dat het gaat om ‘kennisdelen’. Kennisdelen is een te vaag begrip. Dit geeft mensen geen richting en laat ze zwemmen wat er precies van hen verwacht wordt. Het zou kunnen dat je meer innovatieve projecten wilt stimuleren tussen afdelingen. In dat geval zou je specifiek dit kunnen benoemen, brainstormen over mogelijke projecten, en deze een plek bieden op het sociaal intranet.

2. De olifant is niet gemotiveerd 
Als de olifant niet gemotiveerd is, krijg je hem niet in beweging. En hierbij kun je het woord olifant rustig veranderen in professional. Gister werd meerdere keren genoemd hoe eigenwijs professionals kunnen zijn. Dus denk echt vanuit deze professionals. Wat hebben zij eraan? Stel er is een grote re-organisatie aan de gang was, met ontslagen en onzekerheid. Dan krijg je medewerkers niet gezellig aan het uitwisselen online, het is te onveilig. Motivatie zit vaak in het samen vorm geven van wat je doet. Dat heb ik wel geleerd in het werk met de boeren en boerinnen in Mali en Kenya. Het was voor mij onmogelijk om iets voor hen te verzinnen. Dus verzin het samen.

3. Er is geen duidelijk of makkelijk pad
Een duidelijk pad gaat over technologie die makkelijk is, niet frustreert. Het gaat ook over makkelijk inpassen in routines. Als het niet makkelijk is haken mensen af. Ik kreeg zelf de nieuwe Raboreader en moest ook even zuchten. Ik vond de oude al niet zo handig. Een week lang lagen ze allebei op mijn bureau maar ik kon me er niet toe zetten om de nieuwe reader te gebruiken. Toen ik een keer de nieuwe reader had geprobeerd was ik meteen om! Je houdt de reader voor het plaatje en krijgt meteen de code. Een stuk makkelijker dan de oude reader. Een ander mooi voorbeeld gisteren: iedere communicatiemedewerker stuur 1 tweet per dag. Dat is nog eens een duidelijk pad.

Posted in change management, introductie van nieuwe media, kennismanagement, online interactie | Tagged | 1 Comment

Day one app voor online dagboeken

dayoneIk ben op vakantie geweest naar Sicilië. Vooral heet (35 graden) maar heel mooi! Ik zou er graag nog eens heen gaan in een periode als het minder heet is. Maandag weer aan de slag.

Tijdens de vakantie heb ik met de app Day One een dagboek bijgehouden. Wat leuk was van deze app is dat je elke dag een reminder krijgt en dat je het rond foto’s kunt inrichten. Op een gegeven moment vond ik het een sport om een leuke foto met mijn iphone te maken die de sfeer van de dag goed weer zou geven. Toch anders dan na de vakantie een fotoboek maken. Het stimuleert je ook om even snel wat op te schrijven. Ik vond het wel jammer dat je geen twee foto’s per dag kon opladen maar dat heb ik opgelost door enkele dagen twee ‘entries’ te maken. Andere voordelen van Day One zijn dat je de datum ook kunt veranderen, dus als je een dag hebt overgeslagen kun je het de volgende dag nog doen en de datum aanpassen. Verder kun je van je entries een pdf maken en dat ziet er heel mooi uit. Mocht je dit eens willen zijn dan is mijn pdf hier te vinden.

Het leuke van zo’n app is dat je op een andere manier rond gaat kijken, je wilt de foto maken die het in één beeld goed vangt. Eigenlijk is dat ook wel de charme van 1 foto per dag. Dan werkt het als een reflectie op de dag – wat sprong eruit?. Zo zou je het ook binnen een verandertraject of leertraject kunnen inzetten bijvoorbeeld. Het gaat dan lijken op het gebruik van instagram binnen leertrajecten (waar ik hier een blog over heb geschreven in het engels). Het verschil met het gebruik van instagram is dat instagram meteen heel interactief is. Met Day One is het een persoonlijk dagboek wat je op een bepaald moment kunt delen met anderen en bespreken. Het is hiermee in de eerste plaats een persoonlijke reflectie tool.

Posted in creativiteit, web2.0 tools | Tagged | Leave a comment

Verboden sociaal te leren

verboden te lerenIn de trein hoorde ik een gesprek tussen twee jongens. De ene vertelde dat hij stage liep op een school. Het ging best goed maar hij vond het raar dat in de pauze de leraren helemaal geen aandacht besteedden aan de stagiaires. In de lerarenkamer waren de vaste leerkrachten onderling in gesprek zonder zich te mengen met de stagiaires.

Bij een bijeenkomst was ik zelf in gesprek met iemand die zich bezig hield met het stimuleren van online uitwisseling via een kennis platform. Ik vertelde enthousiast dat ze in gesprek zou moeten gaan met een andere organisatie, bezig met een vergelijkbaar proces. Ze vertelde me dat ze daar helemaal niet mee mocht praten omdat het een concurrent is van haar bedrijf….Verboden!

In beide gevallen is het of je mensen verbiedt om te leren. Bij sociaal leren is het belangrijk dat je bij anderen in de keuken kunt kijken, kunt afkijken en leert in gesprek met andere professionals. Vanuit deze ‘sociaal leren’ blik laat je hier belangrijke kansen om te leren liggen. Op de school is de perceptie waarschijnlijk dat stagiaires leren uit de praktijk, maar ik denk juist dat je heel veel leert van de manier waarop andere leraren over hun lessen en leerlingen praten. In het geval van de organisatie waarbij werknemers niet met de concurrent mogen praten zijn ze bang dat bedrijfsgegevens (geheimen?) naar de concurrent gaan maar in dit geval kun je juist samen leren van hoe je kennisuitwisseling vorm geeft en zul je beiden sneller gaan.

Ik was erg verbaasd dat dit nog bestaat. Ken jij ook situaties waarin het eigenlijk verboden wordt om te leren?

Posted in informeel leren, sociaal leren | Tagged | Leave a comment

Doorbreek grenzen van ruimte en tijd met online werkvormen

Morgen verzorg ik een workshop bij de IAF conferentie die dit jaar het thema Grenzeloos faciliteren heeft. Je kunt je hier nog snel inschrijven mocht je er ook heen willen.

Ik dacht meteen aan de 2 grenzen die trainers en workshop begeleiders meteen in beton vastleggen:

  1. De muren van de zaal (wie binnen is is binnen wie buiten is komt er niet meer in!)
  2. De vastgelegde tijd (we zetten een datum in onze agenda en daar houden we ons aan)

Deze benadering heeft heel veel beperkingen, namelijk soms zijn er mensen die niet in de ruimte zijn uitgenodigd waar je veel meer van kunt leren. Ik geloof ook niet in het leren in een afgebakende periode van bijvoorbeeld 1- 2 dagen. Je hebt een langer traject nodig om te leren en het werkt beter voor echte verandering als dat blended is. Hieronder mijn presentatie voor morgen. De hashtag is #iafnl15 mocht je niet kunnen en het wel willen volgen vanuit een andere locatie.

 

Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren | Tagged | Leave a comment

Hoe zorg je voor lage stoeprandjes online?

opstapje(deze blog staat ook op ennuonline.com)

Hier zie je een foto van verlaagd stoeprandje dat me bij elke treinreis nog blij maakt. Op weg naar mijn station moest ik met mijn fiets hier altijd een hoge stoep op, net terwijl je haast hebt en terwijl er tegenliggers op dit fietspad aankomen. Met een zware tas voorop is het ook nog zwaar je fiets erop te tillen. Op een mooie dag zag ik dit opstapje en ik werd er helemaal blij van want nu kan ik gewoon doorfietsen. Snel tussen de tegenliggers door en mijn trein halen. Deze stoepverlaging lijkt een detail maar maakt mijn reis naar het station als fietser zo veel fijner. Er is een mini-stress momentje weg.

Hou jij je bezig met online leren en samenwerken? Of dit nu gaat om blended cursussen, een sociaal intranet of online werkplekleren – hierbij krijg je te maken met ergernissen. De mini-stress momentjes. Zo zijn de technische details soms een hobbel. Ik heb een online cursus in Sharepoint gefaciliteerd en daar komt mijn eigen allergie voor Sharepoint vandaan. Elke keer als ik een antwoord wilde lezen moet ik doorklikken om het antwoord open te klappen. Ik werd daar helemaal suf van! Behalve het kijken naar functionaliteiten is het dus ook belangrijk om te (blijven) kijken naar de zogenaamde dissatisfiers, ‘ergernissen’ dingen die maken dat een tool stress oplevert.

Herzberg heeft een model voor motivatie van werknemers – waarbij hij onderscheid maakt tussen satisfiers en dissatisfiers, lees bijvoorbeeld deze uitleg. Er is misschien sneller aandacht voor de satisfiers (wat levert het op?) maar kijk ook naar je dissatisfiers bij het gebruik van online tools. Herzberg heeft zeker gelijk vind ik – dissatisfiers moet je zoveel mogelijk wegnemen. Ze zijn misschien klein maar hebben veel invloed. In Ghana mochten we geen directe vlucht boeken om kosten te besparen en moesten dan overstappen in Londen. Dit was zo’n dissatisfier dat we het er continue over hadden en de verhalen steeds erger werden. Op het moment dat dit veranderd werd was kon er pas weer aandacht zijn voor belangrijke zaken.

Hoe kun je dissatisfiers opsporen bij online leren/samenwerken?

  • Let bij kiezen van tools op mogelijke dissatisfiers. Zo is dit voor mij een reden om voorrang te geven aan tools die mensen al gebruiken. Geen nieuwe tools = minder kans op dissatisfiers. Testen met deelnemers helpt ook natuurlijk. En zelf goed testen. Een shiny nieuwe tool maar onhandig omdat het niet werkt in de browser die de meesten gebruiken? Niet doen.
  • Maak inloggen makkelijk. Inloggen kan een hobbel zijn/worden. Zo ben ik heel blij dat je met Adobe Connect een webinar link kunt sturen naar deelnemers. Klik op deze link en vul je naam in. Zo eenvoudig moet het deelnemen ook zijn. Ik heb met een platform gewerkt waar je je eigen wachtwoord niet kon veranderen. Voor mij is dat een dissatisfier waar mensen zich echt aan kunnen gaan storen. Een no go. In bepaalde situaties kun je daarom speciaal kiezen voor een tool zonder login. Zie hier bijvoorbeeld 9 video conferencing tools zonder login.
  • Monitor op dissatisfiers. Je kunt niet alles voorzien en testen en het is heel persoonlijk wat een dissatisfier is. Dus monitor wat makkelijk/moeilijk verloopt en probeer bij te sturen. Zo merkte ik bij een serie webinars dat sprekers zenuwachtig waren voor de techniek. Het inzetten van iemand die daarbij helpt ‘ontzorgt’ en neemt deze stress weg. In een ander traject waren mensen de link snel kwijt. Het hielp om een bookmarklet (icoontje) te hebben die ze in de browser konden vinden en daar maar op hoefden te klikken.

Eigenlijk ben je op zoek naar mijn verlaagde stoeprandje maar dan voor de mensen waar jij mee online samenwerkt.

Meer leren over online faciliteren? Je kunt je nog inschrijven voor de leergang van 3 maanden ‘ontwerpen en faciliteren van blended leren‘. Online start op 8 juni dus inschrijven voor 31 mei.

Posted in online faciliteren | Tagged | Leave a comment

Network skills in de 21ste eeuw

Ik heb een sessie gedaan over network skills in de 21st eeuw tijdens een symposium voor VOCUS, de studentenvereniging van studenten onderwijskunde en ALPO. Ik was als laatste en wilde ze flink aan het werk zetten. Ik liet de studenten in groepjes van 3 nadenken wat hun vraag was over netwerk skills en dit uitzetten in hun eigen online netwerk, als oefening. Zie korte filmpje…

Vragen waren:

  • Wat is de meerwaarde van (online) netwerken?
  • Welke vaardigheden heb je nodig om goed te netwerken?
  • Wat kun je als student delen?
  • Ben je liever een goede online netwerker of een face-to-face netwerker?
  • Bestaat Facebook over 10 jaar nog?
  • Hoe ga je om met vaardigheden die nu nog niet bestaan?

Ik ben fan van Howard Rheingold die in zijn boek Netsmart uitlegt ‘how to thrive online’. (zie ook een eerdere blogpost van mij). Hij beschrijft de basisvaardigheden die je als professional nodig hebt zoals managen van je ‘aandacht’ (online mindful zijn) ‘crap detection’ (weten wat onzin is) en online netwerken. Ik vind netwerken de mooiste invalshoek omdat ik geloof in netwerkleren – sociaal leren. Leren en netwerken zijn hiermee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Van Isabelle Declerq leende ik de slogan “je bent zo slim als je eigen netwerk” op Slideshare.

In ons boek En nu online schreven we al over de halfwaardetijd van kennis. Marcel de Leeuwe schrijft hier ook over in zijn blogpost verbrand de diploma’s. De halfwaardetijd van kennis is hoe lang het duurt voordat 50% van de kennis die je hebt opgedaan tijdens een opleiding niet meer relevant is. Zo heb ik met wordperfect leren werken tijdens met studie waarbij we MSdos prompts inzetten. Geen idee meer hoe dat ging maar is ook niet meer relevant. Verder heb ik nog leren landmeten, handmatig. Nu heb ik zowiezo niet meer gelandmeet (land gemeten?) maar als ik dat wel zo doen is dat inmiddels met laser technologie. Het was toch wel een verrassing dat onze kennis in minder dan 3 jaar overbodig is. Hoewel je kunt debatteren over over hoe je zoiets kunt meten is het wel een duidelijke trend dat kennis sneller achterhaald is, al is het alleen maar omdat technologie steeds sneller veranderingen voortstuwt. Vandaar dus de noodzaak om continue te blijven leren als professional.

Een mooie manier om bij te blijven als professional is niet door het volgen van bijscholingen maar door het (online) netwerken. Ik ben ervan overtuigd dat dit een cruciale vaardigheid is die maakt dat een professional relevant blijft of zichzelf uit de markt prijst. De studenten hebben wel een goed punt te pakken met de vraag of het over online netwerken gaat of algemene netwerk skills. Ik denk dat de basisvaardigheid is netwerken en netwerkleren, en in tweede instantie hoe je dit ook online kunt doen. Dit online deel is wel groter geworden door de vele nieuwe mogelijkheden zoals meedoen in MOOCs, volgen van hashtags op twitter en vragen stellen in online professionele groepen zoals op LinkedIn. De schaal en snelheid waarmee je zo kunt netwerken is enorm vergroot. Bovendien kun je nu veel makkelijker over de grenzen van je eigen discipline heen kijken.

Hieronder vind je de slides van de sessie. Overigens waren na een half uur nog weinig antwoorden gevonden via de online netwerken van de deelnemers. Ik denk dat dit zowel ligt aan het feit dat 30 minuten vrij kort is (medestudenten hadden nog niet gereageerd terwijl ze bv normaal wel heel snel reageren) alsook aan de ‘online presence’ van de studenten. Zo hadden nog maar weinig studenten een Twitter account. Een volgende keer zou ik deelnemers toch eerder in de zaal laten netwerken denk ik – oefenen in goede vragen stellen bijvoorbeeld.

Wat misschien wel het meest shocking was is dat ze vertelden dat er in de opleiding nauwelijks aandacht voor dit soort onderwerpen is – noch voor digitale didactiek!

Posted in faciliteren van leernetwerken, kenniswerker2.0 | Tagged , | Leave a comment

180 woorden voor sneeuw en maar 1 woord voor leren…

Als Sami eskimos 180 woorden voor sneeuw hebben- hoe kan het dan dat we alles op een hoop blijven gooien als we het over leren hebben en alles LEREN noemen?  OK, er is het onderscheid tussen leren en ontwikkelen dus eigenlijk hebben we wel twee woorden…. Ik denk dat we veel meer woorden nodig zouden hebben om de praktijk wat verder te brengen – hebben we het over het leren zetten van een kopje koffie met een nieuwe machine, een infographic leren maken, op een andere manier in gesprek met collega’s, of hebben we het over innoveren in de praktijk ? Het verbaast mij dat we alles leren noemen – van het volgen van een opleiding tot in gesprek met de buurvrouw de tip voor een nieuw eettentje krijgen. Is dit omdat we het niet beter in de vingers hebben? Is het lastig dit onderscheid te maken? Ik vind het moeilijk er de vinger op te leggen.

Ik heb net de Exploring Social Learning MOOC door Curatr afgerond, de eerste MOOC die ik inhoudelijk interessant vond en waarbij ik elke week zonder moeite er tijd voor maakte. Een van de dingen die mij opviel in deze MOOC is hoe we leren als een containerbegrip gebruiken waardoor bv. het begrip sociaal leren nogal in de lucht blijft hangen. Tegelijkertijd kun je tegenwerpen dat er wel bijna 180 vormen van leren rondzingen  – informeel leren, sociaal leren, werkplek leren, formeel learning, non-formal learning, e-learning, multimediaal leren, online leren, benchlearning, mobile learning, collectief leren, invisible learning, netwerk leren, een leven lang leren, breinleren, etc. Toch blijft het lastig. Hieronder wat voorbeelden van taalgebruik die wat mij betreft preciezer kunnen en moeten.

Leerprocessen and leerinterventies

Eén van de vragen in de MOOC was: “Is all learning social?” De vraag wordt onduidelijk omdat het zowel kan gaan over leerprocessen (hoe leren we?) als over leerinterventies (faciliteren, lesgeven, trainen). Instructie, interventies, lesgeven en presenteren lijken wel vieze woorden geworden door de verschuiving van aandacht naar het leerproces. Het is politiek correct om het over leren te hebben zoals in leerkring, leergang en leerkracht. Misschien zijn we wel doorgeschoten de verschuiving van instrueren naar leren. In mijn mening moet je juist duidelijk zijn over wat je doet om leren te ondersteunen en faciliteren.

Sociaal leren = niet hetzelfde als leren via sociale media 

“Ik zie de mogelijkheden van sociaal leren maar mijn collega’s zitten niet op Linkedin of Twitter”. Veel mensen gebruiken de term sociaal leren en denken aan leren via sociale netwerken als Facebook of Twitter. Social learning’s volgens een definitie op wikipedia is: learning that takes place at a wider scale than individual or group learning, up to a societal scale, through social interaction between peers. It may or may not lead to a change in attitudes and behaviour. Je kunt natuurlijk debatteren over de verschillende definities van sociaal leren, echter sociaal leren is zeker niet begonnen met sociale media. Het heeft wel een nieuwe dimensie gekregen door sociale media. Waarom wordt dit vaak zo beperkt opgevat?

Sociaal leren is ook niet hetzelfde als leren in een groep en het toepassen van interactieve methoden 

Je kunt een video laten zien en deelnemers laten reageren, zo maak je gebruik van sociaal leren“.  (zie dit artikel bijvoorbeeld). Sociaal leren wordt ook vaak gelijk gesteld al alle leerprocessen waarbij meer dan 1 persoon betrokken is. Sociaal leren als leren in een groep. “Social learning is a theory about how people are influenced by social norms and learn how to act from their social-ecological systems.” Ik ben hier zelf misschien ook wel schuldig aan om het niet altijd precies uit te leggen :). Echter, een goed begrip van sociaal leren gaat veel verder en zal bv. leiden tot andere interventies met meer aandacht voor sociaal kapitaal, thought leaders, invloed, etc.

Single, double and triple loop learning

“Ik heb er veel van geleerd!” In de praktijk hebben we het dus gewoon over ‘leren’.  Wie kent nog single, double en triple loop learning? Termen van Argyris and Schon. Hier vind je een mooie uitleg in 1 pagina. “Single loop is learning within the current frame of work for instance, how to use a new software program. Double loop is about changing the way you think, your frame of mind. Triple loop is about learning to learn”.  “key breakthroughs in helping people understand the dynamics of learning are the concepts of single loop, double-loop and triple-loop learning.” Ik vind het nuttig maar in dagelijks gebruik vergeten we zelf het onderscheid te maken?

E-learning 

Ik hoor ook vaak – “Ik wil een e-learning kopen”. Misschien moeten we het woord e-learning maar afschaffen. Het staat vaak gelijk aan page-turner modules en individueel online leren. De bredere definitie is al het leren wat ondersteund wordt door technology. Dat is dus veel meer dan page-turners. Wat is een mooi Nederlands woord voor de page-turners overigens?

70-20-10 

“Wij hebben onze cursussen verplaatst van de 10 naar de 70”. Hiermee wordt dan bedoeld dat de cursussen nu online gegeven worden. Het mooie van het 70-20-10 model is dat het meer aandacht heeft gebracht voor de 70% informele leerprocessen. Echter de verwarring is nu dat een organisatie van 10 naar de 70 ‘moet’. Het zou veel meer moeten gaan over informele leerprocessen en hoe je die ondersteunt met leerinterventies. Een interessante blogpost door Ben Betts kun je hier vinden. Lees vooral het laatste deel waarin het beargumenteert dat soms een goede cursus of training het beste kan zijn om het informele leren te versnellen. Opnieuw moet je hier goed onderscheid maken tussen leerprocessen versus leerinterventies. Ook een goede blogpost is ‘hoe interpreteren wij het 70-20-10 model‘ op het NVO2 blog.

Ben ik nu aan het zeuren?

Posted in change management | Tagged | Leave a comment

Terug uit Londen met nieuwe ideeën over technologie & leren

Vorige week was een soort vakantie voor mij bij de Learning Technologies conference. Ik was best sceptisch over wat je leert van zo’n conferentie, ik ga eigenlijk heel weinig naar conferenties en trainingen. Ik vind het allemaal zelf wel uit :). Toch heb ik er nu heel veel aan gehad. Wat ik heel leuk vond is dat ik ook wel echt wat nieuwe dingen heb geleerd, zoals wat experience API is en een LRS. Tegelijkertijd zijn een aantal dingen wel anders geland, zoals mobile learning. Door te horen hoe een organisatie er praktisch mee aan de slag is gegaan krijg je er een ander beeld bij. We waren met een groep van rond de 20 mensen uit Nederland en België en dat was ook mooi om wat meer door te praten over wat je gezien en gehoord hebt. Zeker voor herhaling vatbaar!

In totaal hebben we 13 sessies ge’liveblogd’. Een 14e sessie heb ik laten zitten omdat ik deze echt heel slecht vond (ging over scenarios schrijven voor compliance training). Het livebloggen was ook leuk om te doen. Mijn nieuwe laptop had gelukkig genoeg batterij om de hele dag door te komen. Door het bloggen word ik gedwongen mijn gedachten er ook bij te houden en niet af te dwalen. Wil je er een aantal teruglezen? Klik dan hieronder door.

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Hoe ons denken over leren bepaalt welke technologie we omarmen

Ik heb net een artikel gelezen Perspectives on learning and technology: A review of theoretical perspectives“This paper provides a review of literature pertaining to theoretical references on educational practice and technology from perspectives of learning theories of the 20th and 21st centuries.”  Een veelbelovende titel voor mij omdat ik observeer dat opleiders, trainers en procesbegeleiders heel verschillend zijn in de technologie die ze omarmen. Tot mijn grote verbazing blijven de individuele e-learning modules (ook wel page-turners genoemd) favoriet. Ligt dat misschien aan de manier van denken over leren? Ik denk het wel.

 

Een leertheorie (of theorieën) helpt te begrijpen hoe mensen leren, waardoor het docenten, trainers en begeleiders helpt te reflecteren op hun praktijk. De drie grote prominente leertheorieën staan bekend als behaviorisme, cognitivistische en constructivistische. Siemens gooide later zijn connectivism theory nog in de strijd als een theorie voor het digitale tijdperk. De figuur hierboven  laat nog meer theorieën en termen zien.

Het artikel trok onmiddellijk mijn interesse, want ik ben een fan van sociaal constructivistische theorieën van leren (denk aan: leren door conversatie) en altijd verbaasd over hoe verschillend mensen denken over wat leren is en wat logische leeractiviteiten zijn. Voor mij is het duidelijk dat Twitter een belangrijk leerinstrument kan zijn, maar als je leren vooral ziet als het verwerven van nieuwe kennis is het minder voor de hand liggend. ‘Twitter gaat niet over leren. Hoe kunt je leren van 140 tekens ?! ” Ik heb eerder geblogd over dit verschil in: twitteren = leren? Ik ken mijn voorkeuren die voortkomen uit mijn eigen ervaringen, maar meer en meer zie ik leertheorieën als stukjes van dezelfde puzzel, met andere woorden, ze zijn allemaal waar maar beschrijven een ander stukje van de olifant. Afhankelijk van de situatie kan een bepaalde theorie (en praktijk) beter passen. Interessant is dat soms de praktijken van mensen met verschillende ideeën best op elkaar lijken vind ik …

Ik denk dat mensen impliciet theorieën over leren in hun hoofd hebben die bepalen hoe enthousiast je bent over nieuwe technologieën en toepassingen je ziet. De drie theorieën die uit het artikel met gevolgen voor de keuze van technologie:

1. Behaviourist theory 

Het belangrijkste doel van de behavioristische theorie is om het juiste gedrag geformuleerd in haalbare leerdoelen te bereiken. Behaviouristen focussen op leerdoelen in ‘te doen’ in de zin van het beschrijven van waarneembaar gedrag. Bijvoorbeeld, “als het gaat om een complex probleem zal X contact opnemen met relevante collega’s voor de input.” Het onderscheid tussen kennis, vaardigheden en houding wordt ook gebruikt binnen deze aanpak. In het kader van online leren op basis van de behavioristische theorie ligt de focus op het leveren van de leerinhoud met duidelijke beoogde gedrags-doelstellingen, drillen van nieuw gedrag en ‘de beroemde page-turners’ (volgens het artikel). Dit klinkt als de traditionele e-learning modules die je individueel doorloopt.

2. Cognitivisme

Een cognitiviste blik op leren erkent het belang van de menselijke geest in het begrijpen van het materiaal (Harasim, 2012; Schunk, 2012). Cognitivisten proberen te begrijpen wat er in de zwarte doos van het brein omgaat. Cognitivisten ontwikkelde educatieve technologieën zoals intelligente tutoring (ITS) en kunstmatige intelligente (AI).
Bij cognistivisme is online leren gebaseerd op een aanpak gericht op de werking van het geheugen en het sensorische systeem. Dit wordt gedaan door gebruik te maken van verschillende multimedia-modaliteit (bijvoorbeeld audio, visuals, animaties of video), de juiste plaatsing van de informatie op het scherm, het scherm attributen (zoals kleur, grootte van de tekst, of afbeeldingen), het tempo van de informatie, en informatie brokken aan informatie-overload te voorkomen. Het cognitivisme gebruik van technologie is dus zeer instructie georiënteerd, gericht op de juiste media om informatie over te brengen. De recente focus op ‘breinleren’ past hierbij.

3. Constructivistische theorie and sociaal-constructivisme

Constructivistische opvattingen over leren zien leren als een proces waarbij iemand kennis construeert in interactie met anderen, en in interactie met mensen met meer kennis  “leren begint met gesprekken”. Het constructivisme is een overkoepelende term die een scala aan perspectieven op leren omvat. Praktijken die hieronder vallen zijn: actief leren, leren door te doen, probleemgestuurd leren, onderzoekend leren, coöperatief leren, samenwerkend leren, leren op maat, de lerende gemeenschap, actief participerend leren, activiteit en dialogische processen, verankerd instructie , cognitive apprenticeship, ontdekkend leren, en nog veel meer. De constructivistische leren technologieën worden vaak geassocieerd met leeromgevingen en Learning Management Systemen zoals Blackboard, WebCT of Moodle met kenmerken als:

  • providing multiple representations of reality to prevent oversimplification and represent the natural complexity of the real world;
  • emphasize knowledge construction and co-creatiom instead of knowledge reproduction
  • provide learning environments such as real-world settings or case-based learning instead of a predetermined sequence of instruction
  • foster reflection on learning experiences;
  • online learning based on a constructivist approach including learning should be an active process; learners should construct their own knowledge

Ik was een beetje teleurgesteld met de uitleg .. alhoewel het wel duidelijk een focus weergeeft en je bv. een aantal artikelen, onderzoeken en benaderingen van online leren meteen kunt plaatsen. Het terugbrengen tot 3 stromingen helpt ook wel het behapbaar te maken. Kort gezegd komt het individuele e-learning voort uit behaviourist benaderingen, de focus op goed overbrengen van informatie online uit cognitieve benaderingen en het interactieve online leren uit de sociaal-constructivistische hoek.

Ik weet niet wat ik meer had verwacht, misschien een diepere verklaring?. Ik zou wellicht bij sociaal leren (deel van de sociaal-constructivisme groep) toe voegen dat deze theorie echt gecharmeerd van sociale netwerken in plaats van learning management systemen. zie bijvoorbeeld Jane Hart’s use your Enterprise Social Network for workplace learning.

Wat ik merk dat bij technologie/software, er een code in de techniek zit (zoals DNA!) En de code wordt bepaald door de mensen die de technologie hebben ontworpen. Deze code is redelijk onzichtbaar en komt er pas uit als je merkt dat je dingen onhandig vindt of graag anders zou hebben gezien. De code het maakt het moeilijk voor mensen met een andere kijk op leren de technologie te gebruiken voor een ander doel. Zo maken we gebruik van Ning, een sociaal netwerk voor onze leertrajecten met Ennuonline. We zouden ook voor een Learning Management System (LMS) kunnen kiezen. Echter, de meesten van de LMS die we hebben getest zijn veel minder gericht op interactie en het is lastig om de deelnemers actief aan het stuur te laten draaien. Een voorbeeld: als ik werk met Moodle nodigt de technologie mij uit om de cursus met alle secties op voorhand voor te bereiden en klaar te zetten. In Ning, nodigt de technologie nodigt mij uit om nieuwe discussies te starten wanneer ik dat nodig vind. Dit stimuleert een meer flexibele rol voor de begeleider.

Lessen uit het artikel? Het is belangrijk om je eigen overtuigingen te kennen bij de keuze en het gebruik van technologie .. probeer ‘de code in de technologie’ te kraken. Zo maak je bewustere en betere keuzes. Ga hiervoor ook in gesprek met de makers of probeer goed te luisteren wat hun overtuigingen zijn.

 

Posted in introductie van nieuwe media, sociale media voor trainers | Tagged | Leave a comment

Kun je een hamburger eten? Kun je online overleggen?

Hier is een hele grappige scene uit Expeditie Robinson. Remy krijgt een hamburger, maar omdat iedereen allerlei enge insecten te eten krijgt kan hij het idee niet uit zijn hoofd krijgen dat hij maden of insecten aan het eten is.  Als gevolg van dat idee lukt hem niet de hamburger op te eten. Bekijk de scene hieronder als je niet naar Robinson hebt gekeken afgelopen seizoen. Als je wel hebt gekeken kun je je het moment vast nog wel herinneren!

Ik moest aan deze scene denken omdat ik vandaag werd herinnerd aan het belang van overtuigingen in je hoofd bij het zien van mogelijkheden van nieuwe media om te overleggen. Ik had een overleg in het noorden (oa. met Sibrenne) en wilde het heel graag online doen. Dit hadden we al eerder voorgesteld vorig jaar maar de groep vond het toch wel heel belangrijk om elkaar te zien. “het is echt nodig voor een goed gesprek”. Uiteindelijk hebben we na een keer testen een meeting via adobe webinar gedaan. Ik was extra trots dat het heel goed ging en iedereen het een goede meeting vond. Het kostte wel wat overredingskracht om dit uit te proberen! Zelf heb ik al lang geleden met een consultant uit Amerika gewerkt waarbij ik ook dacht dat dit niet kon zonder af te spreken. Maar het lukte! Mijn overtuiging dat je online heel wat kunt doen is toen gevormd door deze sterke ervaring.

Zie hieronder ook het filmpje met interviews over mobiele telefoons uit 1999… “ik heb een antwoordapparaat en dat is prima” “als mensen me willen bereiken kunnen ze dat per brief doen en als het dringend is heb ik telefoon thuis” :). Deze overtuigingen over de noodzaak om mobiel bereikbaar te zijn zijn zeker veranderd!

Om in organisaties nieuwe manieren van online communiceren en samenwerken effectief te introduceren heb je in ieder geval een aantal mensen nodig die zien wat er kan (die de hamburger wel kunnen opeten!). De overtuiging dat je elkaar niet altijd hoeft te zien om een zinnig gesprek te hebben of van elkaar te leren is daarbij heel belangrijk. Wat zijn jouw eigen overtuigingen? Wat kan volgens jou echt niet online?

Posted in change management, introductie van nieuwe media | Tagged | Leave a comment