Webinar over Google+

Via een tip van een deelnemer aan onze leergang ‘leren en veranderen met sociale media’ zit ik nu in de adobe connect wachtkamer voor een webinar over Google+. Georganiseerd door Maarten Maris van Eduvision. Er is geen geluid waardoor iedereen denkt dat zijn geluid niet werkt.. Ja, het begint! Ik ga livebloggen: dwz meetypen met de sessie zodat aan het einde van de sessie er ook een blogpost online staat.

Een nieuwtje vandaag: je kunt nu ook Google Pages aanmaken. Je kunt ook mee twitteren met Gpluswebinar.

Introductie: Google+ is een social media platform waar je kringen kunt aanmaken van vrienden zodat berichten per groep gedeeld worden. Je kunt ook een zgn hangout starten. Door google+ fanpages kun je je als bedrijf profileren. Google+ is jong, sinds juni 2011. Is voor iedereen vanaf 18 jaar, maar je moet wel een google account hebben. Op 21 september waren er 43,3 miljoen gebruikers.

Wat is de toegevoegde waarde van google+ vergeleken bij Facebook, linkedIn, twitter? Meerwaarde is dat het meteen wordt geindexeerd voor google search. Het is ook wel heel overzichtelijk. Kun je alles niet aan elkaar koppelen? Veel is wel mogelijk om te koppelen, maar of dat wenselijk is?. Hoeveel nederlanders er zijn op google+ is nog onbekend. Nu door fanpages zullen er wel meer nederlanders op komen. Goed artikel: praat eens met je warme bakker met do’s en don’ts. Dit legt uit waarom je gebruik moet maken van sociale media.

Basis functies van google+:

  • Profiel indelen- buttons en kleuren zijn duidelijk. Ieder gegeven kun je aanpassen. Je kunt kiezen wie het allemaal mag zien. Hoe zit het met privacy? Je hebt het zelf in de hand. Doe er wel wat mee. Je kunt bekijken waar je zelf een plus1 aan heb gegeven. Je kunt ook meerdere profielfoto’s gebruiken maar niet aangeven wie welke profielfoto te zien krijgt, dus dat weet je vantevoren niet.
  • Foto’s binnen google+. Hier zie je alle foto’s van de pages en kringen die je volgt. Het leuke is dat je hier ook opmerkingen bij kunt plaatsen. Ook foto’s kun je een plus1 geven. En misbruik kun je melden. Foto’s op je telefoon kun je opladen via een mobiele app en naar je google plus account doorsturen. Je kunt ook youtube video’s makkelijk toevoegen. Je kunt kiezen om deze met bepaalde kringen te delen en of er wel of niet commentaar toegevoegd mag worden.
  • Circles- kringen. Mensen horen het als je ze toevoegt, maar niet aan welke kring ze zijn toegevoegd. (dus een kring: vervelende collega’s kan :) . Samenstelling van een kring is persoonlijk. Je kunt wel een omschrijving maken van een kring. Je kunt een kring delen en publiek maken. Dit kan zonder toestemming van de deelnemers. Anders dan in twitter kun je zo’n kring niet in zijn geheel gaan volgen. Kringen zijn dus privé tenzij je ze deelt.
  • Sparks- search is google search- niet heel interessant maar wel leuk. Er is een zoek mogelijkheid in de rechterbovenhoek naar ‘sparks’, bepaalde onderwerpen. Die kun je toevoegen (opslaan) door te klikken over zoekopdracht opslaan. Dan komt hij bij je lijst van interesses te staan. Je kunt ook mensen zoeken op google+ via de zoekfunctie. Je kunt ze daarna toevoegen aan kringen via de button in de rechterbovenhoek.
  • Instant upload is voornamelijk voor mobiele applicaties- via een app. Foto’s, video’s of links delen. Ook voor de iphone is er een app.
  • Huddle is een app voor google+.
  • Google fanpages. Nieuw! De button om een fanpage aan te maken zit rechtsonder. Het lijkt erg op facebook pagina’s. Je kunt kiezen wie je pagina mag zien. Je kunt geen andere beheerders toevoegen aan je facebook pagina. Je kunt wel een badge maken. Je kunt je pagina meteen laten meedoen in google search. Je kunt aanvinken dat je googleplus pages meeneemt in je search, dit kun je aanvinken bij de google+ instellingen: ‘Automatically add google+ pages to my search‘ Een aantal bestaande pagina’s. Het wordt nog uitgerold, dus vrijdag zou het allemaal moeten werken.
  • Google hangout. Klik op hangout starten. Je kunt chatten, video’s bekijken gezamenlijk, product presentaties bv. Wellicht zou je nu zo’n webinar ook via een Google hangout kunnen doen.

Google en Google+ en je marketingmix. Misschien een webinar organiseren via een hangout? Of een fanpage opzetten? Het is toch afwachten hoe het zich gaat ontwikkelen? Meer mensen denken in de stemming dat Google+ belangrijker gaat worden dan Facebook… maar een opmerking in de chat om dit te relativeren: Facebook fans gaan natuurlijk geen Google+ webinar volgen..

ps. De webinar over Google+ pages kun je hier online nog bekijken

Posted in faciliteren met sociale media, sociale media | Tagged | Leave a comment

Wat loopbaanadviseurs over serial masters en sociale media moeten weten

Ik ben zelf geen loopbaanadviseur. Ik hou me wel bezig met ontwikkeling en professionalisering van professionals, en kijk dan veel naar mijn eigen ontwikkeling. Hoe wordt je een specialist of master? Hoe blijf je creatief en jezelf ontwikkelen?

De toekomst van werk

Een inspirerend boek bij het denken over professionaliseringsvraagstukken is ‘The shift van Linda Gratton‘- een aanrader om te lezen! Zij is professor aan de London Business School en beschrijft in haar boek het werk en de banen van de toekomst. De aanleiding voor haar onderzoek was de zoektocht van haar zonen naar een studie, één wil journalist worden en de ander wil medicijnen studeren. Is dat slim? Kun je daar later werk mee vinden?

The new poor

Het verhaal van Gratton is niet alleen positief. Ze beschrijft een globaliseringsproces waarbij de ‘new poor’ en de ‘talented’ overal kunnen wonen. Je geboorte in Nederland is geen garantie voor een goede baan, meer en meer moeten we concurreren met andere professionals van over de hele wereld (niet voor niets dat de tiger moms in China beschreven door Amy Chua zoveel aandacht krijgen en ons zenuwachtig maken.. ). Hiermee samenhangend een focus op zelf-promotie en branding in plaats van bescheidenheid. Dit is een verschuiving die je nu al wel ziet optreden. Als zzp-er zonder blog kun je het nog wel redden, maar meer en meer heb je een voordeel als je jezelf online weet te ‘branden’.

Van oppervlakkige generalist naar seriële specialisten

Ook heeft zij het over de verschuiving van ‘shallow generalist’ to .serial master’.  Een serial master heeft diepe kennis en competenties in een aantal domeinen. Je moet je dus specialiseren, en je zult je om de zoveel jaar in een nieuw domein gaan verdiepen, wel voorbouwend op je vroegere ervaringen en interesses. Grappig om zo iets uit de toekomst te lezen waar je jezelf eigenlijk al jaren in herkent.. Ik ben begonnen met werken voor SNV, en had maar 3 -jaars contracten. Dit dwingt je wel om een serial master te worden, omdat je na 2 jaar al na gaat denken wat je erna zou willen doen.

Het nieuwe leren = zelfsturend leren

Maar terug naar de loopbaanadviseurs. Ik werd gevraagd om twee workshops te verzorgen over ‘het nieuwe leren’ voor het NOLOC congres. Hieronder kun je de presentatie vinden.

Posted in informeel leren, kenniswerker2.0, online professionaliseren, personal branding | Tagged , | 1 Comment

De gevaren van sociale media

Ik ben gisteren naar een avond over internet en sociale media geweest op de middelbare school van mijn dochter: ‘De mogelijke gevaren komen aan bod  en de mogelijkheden om zelf maatregelen te nemen om de veiligheid te borgen..’ Ik vond het erg grappig om iemand aan het werk te zien die het tegenovergestelde doet van wat ik doe: ik probeer mensen enthousiast te maken over het -professionele- gebruik van sociale media en Donny Gieskens van Stichting veilig online probeerde iedereen te overtuigen van de gevaren van internet en sociale media.. en dat is ook wel gelukt volgens mij. Vooral met zijn webcam presentatie waarbij het blonde meisje toch een oude man bleek te zijn :) .

Wat ook grappig was dat ik aantekeningen wilde maken voor deze blogpost maar dacht dat een laptop raar zou staan. En er was geen wifi dus live-bloggen ging al niet. Uiteindelijk heb ik een ipad meegenomen voor aantekeningen- ik was wel de enige maar het stond niet raar (hopelijk). Ik durfde geen foto’s te maken want het staat in schoolprotocol dat dat niet mag!.

Toch erg goed om eens van de andere kant – de gevarenkant- naar sociale media te kijken. Ik vond dat hij te weinig aandacht besteedde aan de positieve kant (een terloops zinnetje), maar ik doe zelf hetzelfde bij de gevaren. Dat mag best een duidelijkere plek krijgen in mijn werk.

Eerst wat cijfers en feiten over 12-16 jarigen in Nederland

  • Wat doet een tiener zoals? Het is vooral gebruik van YouTube (filmpjes), MSN messenger (chat), browser (surfen), social media (contacten en nieuwe contacten maken), word (tekstverwerking)  en games (gaming)
  • 87% heeft wel eens iets naars meegemaak op internet t 1 op 4 jongens 12-16 cyberseks
  • 2 op 10 heeft iemand in real life ontmoet die hij op internet heeft leren kennen
  • 1 op 100 ouders denkt dat kind zelf digitaal pest
  • 40 op 100 tieners heeft werkelijk wel eens digitaal gepest
  • 12-16 jarigen gamen gemiddeled 1 uur dag
  • Er zitten al 5.9 miljoen jaar speeltijd in het spel world of warcraft
  • Gemiddeld heeft een 21 jarige 10.000 uur gegamed

De gevaren

1. Het delen van informatie

Belangrijk is dat veel door kinderen wordt gedeeld, zoals de vakanties. Door de caches van zoekmachines blijft alles 5 jaar bewaard, wat ze zich niet altijd realiseren. Bovendien zijn inbrekers ook heel actief aan het zoeken op internet. De privacy instellingen van social network sites (zoals Hyves en Facebook) staan niet altijd ingesteld op alleen zichtbaar voor contacten, bovendien is een Twitter account standaard publiek. Jongeren realiseren zich niet altijd wat hun instellingen zijn en of hun informatie publiek is of alleen zichtbaar voor vrienden. Ook bij koppelingen tussen network sites, zoals twitter en Facebook kunnen de privacy instellingen overschreven worden. Overigens kunnen bedrijven kunnen als Hyves en Facebook statistieken van gebruikers verkopen, maar niet de individuele persoonsgegevens, omdat dit beschermt wordt door de wet op persoonsgegevens.

Wat tips bij delen van informatie zijn: Gebruik een goede nicknaam (niet je eigen naam en ook niet sexygirl15). Dit is wel een advies tegengesteld aan mijn advies bij het opbouwen van een professionele identiteit… Zorg voor goede privacy instellingen.

2. Digitaal pesten

Pesten kan door bekenden of door onbekenden (anoniem) zijn.

Tips: Dreigende of pestende mails bewaren. Iedere internet aansluiting heeft eigen IP-adres, en is dus herkenbaar. In een chatprogramma kun je ongewenste personen blokkeren, chatprogramma’s zijn verplicht deze functie aan te bieden. Als pesten vanaf een openbare computer komt, bv. de bibliotheek zijn er toch vaak camera’s die hebben geregistreerd wie er gebruik van hebben gemaakt. .

3. Phishing

Phishing is social engineering-  door imitatie mails bepaalde informatie proberen af te troggelen. Als je je wachtwoord zelf aan iemand geeft en die maakt er misbruik van door als jou berichten te plaatsen of je credit card te gebruiken is dit wel strafbaar (in tegenstelling tot wat veel mensen denken). Je wachtwoord is alleen van jou. Juridisch is dit een strafbaar feit.

Tips tegen phishing: Voor wachtwoorden: verander iedere 70 dagen je wachtwoord, gebruik 5 letters 3 cijfers 2 unicodes. Een goed gratis virus programma is Avg. Vergeet ook niet uit te loggen als je van een computer weggaat. Automatisch vergrendelen kan daar ook bij helpen.

4. Gaming 

Gaming is ook positief voor de ontwikkeling van taal, omgangsvormen en communicatie.   3 op 10 ouders koopt spelletjes voor 18+ voor kinderen onder de 18. 6 op 10 ouders heeft geen controle over het type games wat tieners spelen.
Tip: Weet wat ze gamen! Koop geen 18+ spelletjes voor onder de 18.

5. Seksueel misbruik

Vooral bij meisjes kan er modellenwerk aangeboden worden waarbij wordt gezegd dat ze het niet met de ouders moeten overleggen. Ook chantage en bedreigingen komen voor. Hier kwam het mooie voorbeeld van een man die zich via webcam voordeed als blond meisje. Helaas werd het technisch niet uitgelegd hoe je zoiets doet (ik vond het een knap staaltje techniek!), maar een tipje van de sluier is dat iemand een filmpje kan kopieren van webcam chat sites als Solomio. Verder schijnen er goede online communities voor te zijn.

Tips: Bij verdenking: sla pogingen op en benader website beheerder. Bij concrete bewijzen: doe aangifte bij politie. Webcam alleen met mensen die je in real life kent. Om echtheid beeld te checken: vraag om hand op te steken. Bedek de webcam met een doekje zodat je niet gefilmd kan worden via afstand zonder dat je het door hebt.

Nog wat algemene tips voor ouders:
Overleg met tiener over het internet gedrag en zorg voor ouderlijk toezicht en afspraken over tijdslimieten etc, na school niet meteen achter computer, check leeftijdsgrens van spelletjes, praat over ervaringen, leer een kritische houding, en schrijf een internet protocol en laat het door tieners tekenen (misschien kunnen we hier wel een geheel puberprotocol van maken?)


Al met al wel goed om wat meer aandacht aan de gevaren te besteden. Helaas werd de school een pluim gegeven omdat ze de docenten om de zoveel tijd hun wachtwoord laten veranderen. Ik zou toch nog wel pittiger criteria weten te verzinnen voor een school die goed met sociale media omgaat.. Zo zou mediawijsheid in het curriculum kunnen zitten en de docenten/leerlingmentoren kennis van zaken moeten hebben. Ik vermoed dat sommige kinderen toch meer aannemen van docenten/leerlingmentoren op school dan van ouders..

Posted in sociale media | Tagged , , | 2 Comments

Twitteren = leren?

Deze blog is ook geplaatst op faciliteeronline.nl,
een blog met tips, verhalen en adviezen
over het faciliteren van leren via sociale media.

Ik ben regelmatig in gesprek over de rol van sociale media in leerprocessen. Soms hoor ik dan: ‘mmm, ja, maar twitteren is toch geen leren? De berichtjes zijn veel te kort!’. Je visie op leren bepaalt hoe je naar sociale media kijkt. Als je vanuit de stroming van behaviorisme naar twitter kijkt, zal het niet zo relevant zijn. Echter, als je vanuit het sociaal-constructivisme denkt is het veel makkelijker om twitteren te zien als onderdeel van leren (en iets wat je bij professionals zou moeten stimuleren!). Een goede samenvatting van verschillende stromingen wordt gegeven door Paul Keursten in het artikel: ontwikkeling van leren in organisaties. Op basis van dit artikel kijk ik naar de stromingen en wat mensen van twitter zullen vinden.

Keursten beschrijft 5 stromingen:

  • Behaviorisme: leren als programmeren van gedrag. Dit doe je door het aanbieden van situaties, voordoen en oefenen van gewenst gedrag. Een voorbeeld hiervan is een cursus ‘feedback geven’. Je kunt mensen aanleren wat de juiste manier van feedback geven is. Twitter zal niet snel als belangrijk worden gezien, omdat je gedrag vooral face-to-face moet oefenen (hoewel er ook onderzoek is dat het ook innovatief via webcam kan).
  • Cognitivisme: leren als informatieverwerking, waarbij het denken en denkproces centraal staat. Door het cognitivisme hebben we het onderscheid tussen kennis, vaardigheden en houding scherper gemaakt. Deze benadering zie ik wel terug in veel congressen, waar de expert de deelnemers op de hoogte brengt van de nieuwste inzichten. Hoewel ik me hier soms over verbaas, blijft dit blijkbaar een vorm die goed werkt voor veel mensen. Twitter zal hierbij interessant als mensen maar linken naar artikelen delen.
  • Pragmatisme: leren door te doen. Deze benadering zie ik goed terug in bv. 23dingen.nl, een programma waarbij mensen over 23 nieuwe web2.0 tools kunnen leren door ze zelf toe te passen en ze te ervaren. Binnen deze stroming zal twitter ook niet zo belangrijk gevonden worden, want het gaat om de praktijk.
  • Constructivisme: leren door het ontwikkelen van een uniek wereldbeeld op basis van alle ervaringen. Leren is hierbij een proces waarbij een professional kennis toevoegt aan al aanwezige kennis. Bij deze stroming is zelfstandigheid en zelfsturing belangrijk zijn. Hierbij wordt twitteren al wel interessant, tenslotte kun je via twitter zelf kiezen wie je volgt, welke informatie je eruit filter.
  • Sociaal-constructivisme: leren door samenwerken. In deze stroming is leren het resultaat van interacties tussen personen. Bij deze stroming is leren in netwerken en communities belangrijk. Ik ben zelf wel een aanhanger van deze stroming en moet altijd wennen als anderen het belang van communities niet zien. Deze mensen zien twitteren als een belangrijk onderdeel van een leerproces. Tenslotte bouw je via Twitter je netwerk op/uit en kun je relaties onderhouden.

Een aanvulling: Keursten had het nog niet over connectivisme, een stroming ontwikkeld door Siemens. (dank aan Ger Driesen voor deze aanvulling).

  • Connectivisme: is ontwikkeld omdat de vorige stromingen niet beïnvloed waren door de mogelijkheden geboden door de technologie. Bovendien richten ze zich op het individue en niet op bv. leren in organisaties. Volgens Siemens is leren een proces wat chaotisch verloopt, en niet onder de controle van een individu. Connectivisme kan worden samengevat als ‘Ik gebruik de kennis van mijn netwerk’. Bij deze stroming is Twitter een bron van serendipiteit en zelf-organisatie.

Wanneer je het gaat hebben over het gebruik van Twitter of Yammer (een interne twitter tool) binnen je organisatie is het daarom belangrijk om dit te doen in de context van je theorie achter de leerinterventies. Anders wordt het een ‘wellus’ ‘nietus’ discussie. Op welke manier kijk jij naar leren en ontwikkelen?

Posted in faciliteren met sociale media, introductie van nieuwe media | Tagged | Leave a comment

Interview met Remco Mostertman over de HR-community

6 oktober gaan we met een groep van een man of 12 werken aan een caseboek over ‘leren en organiseren met sociale media‘. Er zijn zoveel nieuwe mogelijkheden met sociale media- het is echt nog pionieren. We willen door het analyseren van een aantal cases meer inzicht krijgen in het vakgebied. Hierbij de case van de HR-community, waar ik Remco Mostertman twee keer voor heb gesproken. Remco is de initiatiefnemer (rechts op de foto).

Start
Het is ongeveer 5 jaar geleden gestart. Het basis idee was dat we met zijn allen aan de slag moeten op HR vakgebied. Ik vind HR het meest relevante vakgebied in organisaties- maar het wordt niet altijd serieus genomen, er is behoefte aan innovatie in HR. De belangrijkste doelgroep is lijnmanagers in organisaties, deze verder helpen op HR gebied. Verder geloof ik in leren door te verbinden en ervaringen uit te wisselen.

In eerste instantie ben ik alleen begonnen. Ik ben per ongeluk tegen LinkedIn aangelopen, ik bleef namelijk reminders krijgen en wilde daarvan af. Al zoekend op LinkedIn ontdekte ik LinkedIn groepen. Ik zag al snel de potentie van het groepsdeel van LinkedIn. In veel LinkedIn groepen gebeurde niet veel, ik dacht: dat kan beter.

Aanpak
Er zijn verschillende soorten communities: communities of purpose, communities of practice en communities of interest, de HR community herbergt alle drie (zie box 1). Het kernteam is bv. een community of purpose, de community als geheel een community of interest. Ik heb eerst bekenden uitgenodigd: en kreeg zo het eerste lid, daarna nog 1 of 2, mensen uit hun netwerk zagen dat, zo groeiden we tot 20 leden; nu zijn er 15.000 leden in de grootste groep en komen er maandelijks 750 leden bij. In het begin waren er geen subgroepen mogelijk, dus ben ik een aantal groepen naast de hoofdgroep gestart, zoals verandermanagement, sociale innovatie, diversiteit, leiderschap en talentmanagement. Nu zijn er ook subgroepen mogelijk, waar HRD en Vitaliteit-Inzetbaarheid de eerste twee van zijn.

Ik ben wekelijks zelf aan het leren door te doen, dat is mijn leerstijl, Wekelijks doe ik nog ervaringen op, soms ben ik zelf aan het verzinnen, en vergeet dat ik een enorme denktank heb.

Een mix tussen online en offline is belangrijk. Mensen leren elkaar online kennen, maar als ze elkaar gaan ontmoeten komt de diepgang. Ik organiseer World cafés 4 keer per jaar (zie foto), waar ongeveer 80 mensen komen. Het is begonnen toen we 5000 mensen hadden en dit wilden vieren. Ik ben daar inhoud in gaan stoppen, dit was heel succesvol, het is nu al 8 keer georganiseerd, tegen kostprijs. Ik zie dat dit de online interacties verdiept

Ik kreeg heel veel aanmeldingen uit verschillende landen zoals India, die ik afwees. Ik dacht: ik ga een global HR group beginnen- Ik heb nu 16 internationale groepen, zoals een Italiaanse en Russische groep. Hier gebeuren de mooiste dingen- groeit als kool. Ik ben daar lokale groepmanagers voor gaan zoeken en organiseer international conference calls. Mijn droom is: 10 country based communities die op termijn met elkaar verbonden zijn en allen een bijdrage leveren aan innovatie van het vakgebied door het delen van kennis en ervaringen.

Het verdienmodel is in beweging. De nieuwsbrief vanuit LinkedIn is voor niets. Aan het verbinden van mensen wordt geen geld verdiend. op termijn wel aan de spin/off. zo is er straks een vast groepje) kennis’partners, zijn er organisaties die abonnementen nemen, bijv op HRjob en mensen die betalen voor deelname aan activiteiten van de HR Business University. Zelf ben ik naast de HR community 1 dag in de week verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam, waar ik studenten begeleid.

Sociale Media
De sociale media zijn ondersteunend, een middel en geen doel. Sociale media hebben de uitvoering van mijn idee mogelijk gemaakt. Zonder de media was ik het ook op gaan zetten, maar was het niet op deze schaal gelukt. Ook bevordert het de transparantie en verhoogt de snelheid. Mensen kunnen in de toekomst alleen nog maar authentiek zijn, niet integer gedrag wordt immers snel zichtbaar.

Ik ben begonnen met LinkedIn groepen, en daarna zijn er zo’n 10-12 twitter accounts gestart. Nu participeert de HR community in een nieuwsbrief van een van de partners, waarvoor we trending topics uit de groepen aanleveren. We vragen altijd of mensen het goed vinden, maar zonder uitzondering vonden ze het helemaal geweldig.

We gebruiken een getrapt model, van de best lopende topics maken de eigenaren een samenvatting voor het kennisportaal en de nieuwsbrief. We zijn 9 websites aan het bouwen, waaronder 2 kennisportalen. Kennis uit de groepen wordt dan geborgd in de website. Er komt ook een magazine, 2-4 keer per jaar. Facebook pages hebben we klaar gezet met het oog op de toekomst daar is nog niets te vinden. . Elk onderwerp heeft straks een eigen website, een LinkedIn (sub-)groep en een twitter account.

Kritische situaties
a. Tipping point
Er is wel een tipping point: bij een LinkedIn groep rond de 2000 leden ging het ongeveer lopen, dit verschilt wel per thema. Wat maakt dat een thema werkt? Waaneer er behoefte aan is. Ik heb een inventarisatie gedaan en later nog een twitt poll uitgezet (een enquete via Twitter). Van daaruit ben ik een paar subgroepen / themagroepen gestart en die lopen. Als ik het zelf verzin kan dat ‘toevallig’ ook gebeuren, maar net zo goed niet. Vertrekken vanuit de vraag dus / klantgerichtheid. Naast wat altijd geldt… actieve moderatie, op de inhoud. Reclame en spam naar promotions of verwijderen en jobs naar jobs sectie. Discussie opstarten en/of aanjagen. Vanaf het tipping point is dit minder of niet nodig. Tot 2000 leden moet je aardig werken om mensen erbij te krijgen en te activeren. Ik was op zoek naar mensen. 5% is maar actief, 10% stuurt dingen door of leest, dus bij 200 leden is het niet dynamisch, al kan dit een prima aantal zijn voor een projectgroep of groep die informatie wil uitwisselen, maar niet voor een community of practice/interest. Ik ben nu zelf verbaasd hoe snel het gaan. De HRD en L&D LinkedIn subgroep heeft nu al 1100 leden (in 2 maanden) en er zijn al 4 intervisie groepen gestart. We doen geen actieve marketing, deze bestaat uit het inhoudelijk bijdragen aan en modereren van de moderatie van de linkedin groepen en twitteren.

b. Kernteam.
In begin werkte ik alleen, op een gegeven moment heb je een maatje nodig. Er is ondertussen een inner circle ontstaan van ongeveer 20 zeer bevlogen mensen die dezelfde passie delen en doelen nastreven en die op verschillende wijze en met verschillende intensiteit meewerken. Door de enorme groei ontstond ook behoefte aan meer structuur en bestendigheid in het hart van de community, nu is het een vast kernteam van 6 mensen die er tijd instoppen, en in ieder geval 1,5 jaar meedoen tot december 2012. Het zijn verschillende types: een aantal heb ik uitgenodigd- of soms zij mij gevraagd. Ik wil het vooral leuk hebben met deze mensen. Ieder lid beheert een label. Een label is wat we vroeger een business unit of marktvenster noemden. Er zijn 4 waarden benoemd van waaruit we werken: vakmanschap, openheid, nieuwsgierigheid en eigenaarschap.
In een community staat de leider op die op dat moment nodig en geschikt is, om in die specifieke situatie en fase leiding te geven. We werken vanuit gedeeld leiderschap.

Rol
Het onderhouden van de LinkedIn groepen kost me zo’n 2 uur per dag. Sommigen richten ook een groep op, en er gebeurt niets, ze onderschatten dan het werk. Het is hard werken en je moet vertrekken vanuit een visie. Iedere community heeft een leider nodig. Dat ben ik voor HRcommunity. Het is ook mazzel en tijdsgeest mee. Wat ik meebreng: ik ben een computerfröbelaar, ik wil ontdekken hoe dat werkt. Ik heb een passie voor HR, Sociale Media en de ontwikkeling van organisaties. Mijn rol is heel divers: tot het tipping point mensen uitnodigen en attenderen, na het tipping point groeit het uit zichzelf. Ook inhoudelijk modereren en onderwerpen opstarten en aanjagen. Ik probeer alles te lezen. Hierdoor zie ik alles langskomen- dit is goed om in het vakgebied te zitten, ik heb er lol in. Ik krijg een melding als iemand een nieuwe discussie start. Soms loopt het uit de hand met reclame onderwerpen, dan filter ik deze eruit. Dit is wel veel werk, maar anders is het hinderlijk voor de leden. Alle aanmeldingen zet ik ook handmatig in een ledenlijst in een excel sheet, waardoor ik overzicht over de samenstelling van de groep heb.

Resultaat
Een vakgebied in beweging en ontwikkeling. Er is een actieve community met 20.000 leden nationaal, 30.000 internationaal. De grootste groep heeft 15.000 leden, hiervan is 50% consultant of interimmer, 40% uit organisaties, 5% is recruiter en 5% student. Ik wil graag een gemixte samenstelling – zo ben ik blij met de groei in studenten dit was maar 1%. Het aantal mensen is geen doel op zich – de dynamiek en diepgang zijn belangrijker, discussies en reacties en aantallen bij bijeenkomsten. In mijn perceptie zijn er steeds meer diepgaandere topics, ze lopen langer en meer mensen participeren. Deelnemers krijgen nieuwe inzichten, interessante nieuwtjes en wetenswaardigheden en vaak nieuwe contacten. De lijnmanagers als doelgroep bereiken we via de HR managers, maar bij de business university willen we ze wel explicieter betrekken. Het netwerk heeft een waarde. Zo wordt ik wel benaderd voor samenwerking, maar ik ga in ieder geval geen producten verkopen, dan haken mensen af.

Reflectie
Het is wel een andere manier van werken. Als je een vraag stelt, krijg je vaak een oplossing en suggesties binnen paar uur. Zelf ik vergeet dat nog wel eens. Bewustzijn dat actief zijn in een community onderdeel is van je werk mag wel wat meer worden. Het community based werken zit niet in de DNA van organisaties. Verbouw werkt niet, nieuwbouw wel.
Wat me zelf heeft verrast is de ongelooflijke snelheid waarmee alles nu gaat en de mega impact. Het doel voor volgend jaar is: uitbouw groepen en platforms, verdergaande dynamisering en professionalisering, verbinden mensen, groepen, labels en platforms zoals een platform voor studenten en starters, een opleidingsplatform, talentenbank & loopbaanontwikkelingsportaal voor matching op de arbeidsmarkt en een beoordelingssite voor HR dienstverleners.

Meer lezen over de HR-community? Er is een artikel verschenen op frankwatching door Kim Castenmiller.  De HR community zelf vind je op LinkedIn door bij groepen te zoeken. Remco Mostertman is op twitter te vinden of volg de HR community op twitter

Posted in faciliteren met sociale media, faciliteren van leernetwerken | Tagged , | 1 Comment

Nieuwe perspectieven als impuls voor creatief denken

Deze week heb ik wat zitten brainstormen over mijn focus als zelfstandig adviseur. Eigenlijk gaat al mijn werk over ‘de lerende professional’, ‘de innovatieve professional’ of ‘de creatieve professional’ al dan niet binnen organisaties. Zo zie ik communities of practice als een manier om professionals te stimuleren zich individueel en collectief te ontwikkelen. Ik vond een boek over de lerende professional, ik heb het nog niet besteld, want het lijkt zich vooral te richten op studenten en beginnende professionals. Dat is misschien een minpunt voor die term, omdat leren soms vooral geassocieerd wordt met naar school gaan of een opleiding volgen. Het boek is opgedeeld in persoonlijke en professionele ontwikkeling. Persoonlijke ontwikkeling is ook belangrijk voor vakmanschap in beroepen als adviseur waar je je eigen instrument bent.

Ik heb in verschillende landen gewoond en ik ben ervan overtuigd dat nieuwe omgevingen een mooie leerschool zijn voor zelfkennis en bewust worden van je eigen overtuigingen. Zo was het in Mali heel grappig dat we werden uitgenodigd door Bintou, een collega om bij haar te komen lunchen op een zaterdag. Wij waren heel verbaasd om te zien dat iedereen al gegeten had, en wij apart met zijn twee-en te eten kregen. We dachten dat we te laat waren maar dat was helemaal niet zo. Dan realiseer je je weer dat iemand uitnodigen voor de lunch voor ons vooral een sociale activiteit is, samen eten, terwijl het bij Bintou ook echt om letterlijk eten geven ging. Die verschillende werelden maken je creatiever en empathischer.

Hier is een geweldige Tedtalk van Raghava KK, kunstenaar. Hij laat zijn nieuwste kinderboek voor de ipad zien. Als je de ipad schudt verandert het perspectief- ipv een vader en moeder zijn er bv. twee moeders. Hij is ervan overtuigd dat dat creativiteits- en empathie-verhogend werkt.

Ik zou mezelf niet zijn om er niet een social media twist in te fietsen natuurlijk…: ook door slim gebruik van sociale media kun je nieuwe perspectieven aangeboden krijgen- volg eens wat andersoortige groepen op LinkedIn of mensen met een andere achtergrond/praktijk.

Enhanced by Zemanta
Posted in creativiteit, diversiteit, informeel leren | Tagged , , , | Leave a comment

Op zoek naar een goed platform voor een online leertraject

Na de vakantie ben ik al een keer of 4 op dezelfde vraag gestuit met verschillende klanten: Welk platform kies je voor een leertraject wat je gedeeltelijk online wilt faciliteren? Het is al duidelijk dat je een besloten online platform nodig hebt en daar ook een budget voor hebt. Het gaat niet om een groeiende online community. Welk platform kies je dan? Ik heb in een eerste blogpost al een keer geschreven over het bredere scala van mogelijkheden die er zijn voor online discussies. In deze blogpost ga ik wat dieper in op het keuze proces voor een uitwisseling in een besloten groep. Het interessante van sociale media is nl. dat je zoveel gebruikersvriendelijke, interactieve tools tot je beschikking hebt als trainer/facilitator dat je de tools zoeken bij de leeractiviteiten in plaats van je activiteiten aanpassen aan het platform waar je aan vast zit… 

Voor een goed keuzeproces zijn de volgende 5 stappen belangrijk:

  1. Maak een shortlist van mogelijke platforms door rond te vragen (en ik zal je zo helpen met mijn shortlist), bekijk en test ze op de volgende criteria:
  2. Inventariseer waar de doelgroep mee bekend is
  3. Bepaal de functionaliteiten die je nodig hebt
  4. Kijk naar de implementatie voorwaarden van het platform
  5. Zoek uit wat de prijs is

Als je het helemaal netjes wilt doen maak je zo’n soort tabel om je bevindingen op te schrijven en je besluit te ondersteunen.

Ad 1. Shortlist van mogelijke platform Er zijn heel veel verschillende platforms. Je kunt praktisch blijven door een aantal mensen met ervaring te vragen. De shortlist die ik momenteel heb is Elgg, Moodle, Ning, Drupal, Bloomfire, Buddypress voor wordpress, en Social Engine. Heb je een goed platform- laat het even weten!

Ad 2. Bekendheid doelgroep Deze stap wordt vaak overgeslagen maar is wel belangrijk. Je kunt een korte survey rondsturen of een aantal mensen bellen of een bijeenkomst organiseren. Als je dit combineert met het ontwerp van je leertraject sla je 2 vliegen in 1 klap. De bekendheid met verschillende tools geeft ook een indicatie van hoe makkelijk ze aan een nieuwe tool gaan wennen. Als veel mensen bekend zijn met bv. een tool als Yammer maar dit heeft niet alle functionaliteiten die je wilt? Dit kan een argument zijn om je opzet te heroverwegen. Het geeft je namelijk een vliegende start.

Ad 3 Functionaliteiten Om te weten welke functionaliteiten je minimaal nodig hebt, is het nodig je ontwerp al is redelijk wat detail te hebben. Wil je opdrachten geven, veel literatuur kwijt kunnen, veel video’s gebruiken? Moeten deelnemers gaan bloggen? Dit bepaalt welke functionaliteiten je minimaal wilt gebruiken. Vaak heb je pas een goed gevoel voor de functionaliteiten als je met een aantal platforms hebt gewerkt.

Ad 4. Implementatievoorwaarden Sommige platforms zoals Ning kun je zelf in een middag in elkaar zetten. Andere platforms zoals drupal hebben meer ondersteuning nodig. Misschien wil je het platform op je eigen server draaien of juist niet. Dit zijn implementatievoorwaarden. Het is ook belangrijk hier naar te kijken. In hoeverre heb je ondersteuning nodig? Hoe lang wordt het ontwerp en implementatietraject?

Ad 5. Prijs Tja, deze spreekt voor zich.. Wat gaat het kosten? Per maand, per jaar? Hoe makkelijk kun je het opzeggen? (belangrijk bij een leertraject met een duidelijk eindpunt)

Hoewel het nu een heel net stapsgewijs proces lijkt, zal het in de praktijk allemaal wat door elkaar lopen. Maar wat wel belangrijk is dat je eerst naar doelgroep en ontwerp kijkt voordat je je blind staart op de beste tool – leren kan ook met een minder shiny tool… (en soms beter)

PS. deze platformkeuze gaan wij natuurlijk ook maken voor onze eigen leergang en ik kom vaak op Ning uit. Toch zitten er ook wel nadelen aan Ning. Sommige deelnemers vinden het chaotisch, er is geen goede functie om documenten te delen en last but not least krijg ik zelf tegenwoordig geen mail meer van Ning netwerken (en na herhaaldelijk melden is dit nog niet opgelost). Ik ben nu zelf ook wel toe aan het weer eens grondig vergelijken van alternatieven.

Posted in faciliteren met sociale media, online faciliteren, sociale media | 1 Comment

Leiderschap2.0

Ik heb eindelijk het tweede boek van Menno Lanting gelezen: Iedereen CEO. Zijn eerste boek Connect was managementboek van het jaar. Ik moet eerlijk bekennen dat ik Nederlandse boeken over sociale media vaak niet zo vernieuwd vind, als je al veel Engels-talige boeken hebt gelezen (zoals the Whuffie factor van Tara Hunt, boeken Clay Shirky etc.). Ik verwachtte eigenlijk een soort ‘Tribes’ van Seth Godin omdat dat ook over veranderend leiderschap gaat. Maar het was leuk om te lezen: het boek leest lekker weg, en er staan een aantal leuke interviews en voorbeelden in, en dan is de meerwaarde dat het ook over de Nederlandse bedrijven gaat. Ook is de visie van Menno Lanting (@mlanting op twitter) heel  consequent door het boek heen.

En die visie is vooral dat we nieuwe management- en leiderschapsstijlen nodig hebben. Leiderschap2.0 zeg maar. Door de oude stijlen en structuren blijft veel talent en creativiteit onbenut. “We zijn de 21ste eeuw ingegaan met organisatiestructuren uit de 20ste eeuw en management- en leiderschapsstijlen die zelfs uit de 19de eeuw stammen“. (Citaat blz 11). Een visie die ik als meervoudig gefrustreerd werknemer helemaal kan omarmen.

Belangrijk is ook dat die visie wordt onderbouwd met voorbeelden en cijfers. Zo is er een onderzoek van Deloitte onder 3000 werknemers naar plezier en betrokkenheid waarin 56% passief of afgehaakt was. 20% van de werknemers was gepassioneerd, en 22% voelde zich verbonden. Terwijl om meer potentie aan te boren het belangrijk is passie te verbinden met ons beroep. Dit verklaart mede de groeiende groep van ZZP-ers (zoals ikzelf). En wat is hierin de rol van sociale media? Die vraagt nadrukkelijk van professionals om uitgesproken te zijn over wat ze doen. Je moet benoemen wat je raakt, waar je mee bezig bent. Gebruik van sociale media als proces van professionele identiteitsversterking. Ook online communities worden belangrijk voor professionals omdat in communities van professionals experts omhoog komen drijven en helpen informatie te filteren. Wat is belangrijk om te lezen: wat niet?

Hierna legt hij uit wat de nieuwe leiderschapsstijl dan is: dienend leiderschap. Maar wel met visie en het vermogen ‘ op een heldere manier een visie te schetsen van de toekomst en deze consequent uit te dragen’. En hiervoor moet je inhoudelijk verstand hebben van je product. Denk aan Steve Jobs. Bovendien zijn nieuwe leiders vaardig in omgaan met moderne communicatiemiddelen, en kunnen omgaan met de transparentie die sociale media bieden dan wel afdwingen. Hier komt voor mij het weinig vernieuwende om de hoek kijken. Deze verandering is volgens mij in heel veel organisaties al lang gaande (al gaat het wellicht nog verder) en zijn er al zoveel managementboeken over geschreven.  Wel staat er nog een mooi voorbeeld in dit hoofdstuk van Menno Lanting zelf. Zijn leidinggevende vond functioneringsgesprekken niet meer nodig, want hij kon via LinkedIn, Twitter etc wel zien wat hij aan het doen was en met welk resultaat. Ik denk dat er nog niet veel bedrijven zijn waarin de functioneringsgesprekken om deze reden zijn afgeschaft. Ook vertrouwen krijgt een verdiend hoofdstuk.

Met de visie op leidschap2.0 en de noodzaak van kenniswerkers om ‘slimmer’ te gaan werken, hun vakmanschap te laten zien via sociale media ben ik het zeker eens (anders gaven wij er geen workshops in :) . Wel vraag ik me af of dit niet een te blue-print achtig verhaal is.  Is het nodig voor alle professionals om zoveel informatie te gaan verstouwen en allemaal slim te gaan werken? En is het wel doenlijk voor iedereen om zo gepassioneerd bezig te zijn en authentiek vakman? Moeten alle organisaties platte pannenkoeken worden of is hiërarchie ook wel handig in sommige gevallen (lijkt mij wel). Jammer dat het boek om dit soort vraag niet wat dieper ingaat. Daardoor vind ik het teveel een schets van een type toekomstige ideaalorganisatie waarbij ik het idee het dat de toekomst diffuser zal blijken te zijn.

Hier staat nog een recensie op het Frankwatching blog.

Posted in organisatie2.0, sociale media | Tagged , | Leave a comment

Leergang, webinars en inspiratiemiddagen over leren en sociale media

Onze postkaarten voor de leergang zijn binnen. Dank aan alle ... on TwitpicWe (= een collectief van 4 zelfstandigen) geven al een aantal jaren workshops, eerst over ‘web2.0′ later over online faciliteren en online professionaliseren. Bijna altijd is de feedback dat dit zo’n nieuwe wereld opent voor de deelnemers. De workshops zijn overweldigend en eigenlijk vaak pas de start van hun leerproces. In een aantal gevallen hebben we erna feedback gevraagd. Sommigen gaan er mee door (zelf of met ondersteuning van buiten), bij anderen blijft het dan toch liggen en de waan van de dag neemt het over. Vandaar dat we besloten hebben een heuse leergang te organiseren met de titel: Sociale media voor leren en veranderen in organisaties. De leergang richt zich op procesbegeleiders, trainers, maar ook organisatieadviseurs die sociale media willen inzetten om formele en informele leerprocessen te stimuleren. Dit kan zijn binnen een verandertraject in een organisatie, een leertraject, een training of een commmunity of netwerk. Iedereen werkt gedurende de leergang systematisch aan zijn/haar eigen case en kan gebruik maken van de inspiratie, kennis en stimulans die de leergang gaat bieden. Om ook gebruik te maken van de kracht van sociale media om in gesprek te kunnen gaan met professionals buiten Nederland organiseren we 4 webinars met experts als Jane Hart. Ik krijg zelf zin om mee te gaan doen!

Mocht je interesse hebben: download en lees de brochure of neem contact met mij op. Of heb je suggesties voor onderwerpen die zeker aan bod moeten komen, ook welkom!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Hoe verandert internet je manier van denken? – boek recensie

Deze blogpost staat ook op faciliteeronline

Ik ging een keer met een buurvrouw mee de hond uitlaten (ik heb zelf geen hond). Ik was verbaasd over de hele nieuwe wereld die ik leerde kennen in mijn eigen wijk. Een hele groep van hondenbezitters die elkaar kennen, speciale veldjes die wel of niet handig zijn, honden die elkaar wel of niet mogen. Ik geniet altijd van zo’n nieuwe ervaring, alhoewel het niet altijd direct een inzicht oplevert. Vandaar dat ik het ook geweldig vind dat je via sociale media een kijkje in veel andere werelden kunt nemen. Internet geeft mij zeker een blik op nieuwe werelden, zo ben ik veel meer in contact met jongere mensen dan ik anders geweest zou zijn. Ook volg ik veel mensen uit de marketing hoek. Een discipline waar ik nogal wat vooroordelen over had (gladde snelle jongens) maar nu meer waardering voor heb. Nog wat voorbeelden:

  • Via facebook ben ik weer in contact met de directeur van een organisatie in Ghana waar ik in 2000-2002 organisatie advies aan heb gegeven. Heel mooi om te horen hoe hij er nu op terugkijkt en hoe het gaat.
  • Via skype heb ik af en toe contact met iemand een vriendin uit Kenya die in Delft studeert. Gewoon hallo zeggen, ik weet dat ze altijd laat studeert en dan online is via skype.
  • Ook via facebook zag ik door status updates dat de ramadan was begonnen. Zo kon ik moslim bekenden even laten weten dat ik meedenk.
  • Via een online community van non-profit professionals las ik dat hoe iemand Wordle gebruikte als introductieoefening. Die oefening heb ik ook al twee keer gebruikt in een workshop.

Het is veel makkelijker om van veel op de hoogte te zijn. De ene keer is het direct nuttig, maar vaak ook niet.

Ik heb in de vakantie het boek ‘Hoe verandert internet je manier van denken?’ gelezen. Deze vraag is aan 151 mensen voorgelegd en ze antwoorden allemaal in 2-3 pagina’s. Grappig om te zien dat het 151 andere antwoorden zijn! Dus ook niet makkelijk samen te vatten, maar wel heel inspirerend en veel herkenbaars. Een aantal mensen zegt eigenlijk dat internet niet hun manier van denken verandert, de meesten wel. Veel noemen het feit dat ze al tijdens het schrijven van het stukje verschillende dingen op internet hebben opgezocht en gelezen, en zo tot andere conclusies komen. Ze zegt Paul Bloom: ‘Ik besef door internet hoe aardig mensen kunnen zijn’, waarbij onbekenden hun tijd en kennis vrij weggeven. Haim Harari is een natuurkundige en ziet 3 grote veranderingen:

  • Berichten worden steeds korter, het gaat steeds meer om oneliners (met het gevaar van misleiding!)
  • Feiten zijn op internet beschikbaar, dus daar hoeven we minder over te denken. Denken gaat om feiten kennen, verbanden leggen, nieuwe ideeëen, hoofd en bijzaken onderschuiden, analyse, etc. Omdat feiten nu op internet beschikbaar zijn hoeven we daar minder aandacht aan te besteden. (wel met de waarschuwing dat je feit en pseudofeit uit elkaar moet houden op internet)
  • Het proces van leren en onderwijzen verandert diepgaand door alle mogelijkheden en gevaren van internet. Lessen van de grootste leraren ter wereld zijn beschikbaar, we hoeven minder feiten te kennen want altijd op te zoeken. Dit leidt tot een andere patroon van kennis, inzicht ontwikkelen en denken bij mensen. Dit is volgens hem nog onvoldoende doorgedrongen tot de onderwijs wereld. En volgens mij heeft het ook nog niet tot diepgaande veranderingen geleid in de trainings/opleidingswereld.

Zelf is mijn manier van leren heel erg veranderd door internet en met name sociale media. Ik volg veel andere professionals, wat ze denken, doen, mee bezig zijn. Ik word er veel creatiever van. Ik ben ook wel een verzamelaar van informatie. Het gevaar is dat je niet genoeg tijd neemt om de informatie ook te plaatsen en er iets mee te doen, iets wat ook veel schrijvers in het boek noemen. Judith Rich Harris vergelijkt internet zelfs met een fles ketchup. Eerst kwam er te weinig uit, en nu een veel te grote klodder. Ik moet zelf ook uitkijken dat ik niet veel te veel informatie tot me neem en het dan niet meer verwerk, en het dus geen invloed heeft op mijn eigen professionele praktijk. Het komt voor dat mensen iets retweeten wat ze via mij gevonden hebben en dat ik het al weer vergeten ben! Ik kom zoveel mooie tools tegen, die ik niet allemaal uit kan proberen. Een mooie term van Brian Knutson (uit dit boek) is ‘survival of the focused’. Hij observeert dat sommigen als internetvaarder vooruit stomen, terwijl anderen hulpeloos rond laveren, terwijl hun aandacht wordt meegesleurd in een maalstroom.

Goed gebruik maken van de goede kanten van de nieuwe mogelijkheden van leren en veranderen via internet en tegelijkertijd over de valkuilen heenstappen is de uitdaging van sociale media (en breder: internet). Voor mij is dat meer op kwaliteit richten en toepassen van nieuwe ideeën, zorgen dat het niet een brij van informatie is, maar dat het invloed heeft op je eigen professionele praktijk.

Na het lezen van de 151 verhalen weet ik wel heel goed dat er geen eenduidig antwoord is op hoe internet denken en leren verandert. Maar ik ben wel benieuwd naar jouw ervaringen. Waar ben jij enthousiast over en wat zijn jouw valkuilen?

Overigens kun je hier nog de tweet antwoorden lezen op dezelfde vraag.

Posted in change management, online professionaliseren | Tagged , , | Leave a comment